De gelijkheid tussen mannen en vrouwen, dat is volgens Miet Smet, die mee aan de wieg van de eerste Vrouwendagen stond, nog altijd het doel van feminisme. Assita Kanko, pleit in haar boek, De Tweede Helft, voor een nieuw feminisme. "Daarmee bedoel ik een hernieuwd enthousiasme. Miet heeft gelijk, feminisme streeft nog steeds naar een correcte toepassing van de eerste regel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Maar jonge vrouwen distantiëren zich vaak van het feminisme vanwege de negatieve connotatie, het foute idee dat feministes manwijven of zelfs mannenhaters zouden zijn.
...

De gelijkheid tussen mannen en vrouwen, dat is volgens Miet Smet, die mee aan de wieg van de eerste Vrouwendagen stond, nog altijd het doel van feminisme. Assita Kanko, pleit in haar boek, De Tweede Helft, voor een nieuw feminisme. "Daarmee bedoel ik een hernieuwd enthousiasme. Miet heeft gelijk, feminisme streeft nog steeds naar een correcte toepassing van de eerste regel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Maar jonge vrouwen distantiëren zich vaak van het feminisme vanwege de negatieve connotatie, het foute idee dat feministes manwijven of zelfs mannenhaters zouden zijn. Miet Smet : Ik kan je verzekeren dat slechts een klein militant groepje Dolle Mina's toentertijd beha's heeft verbrand. Jonge vrouwen genieten van de verworvenheden waar wij voor gevochten hebben en denken dat de strijd gestreden is. Ze zullen ontdekken dat het tegendeel waar is. De meeste van mijn generatiegenoten waren op achttienjarige leeftijd ook nog niet doordrongen van de vrouwenzaak. Het inzicht kwam pas toen we tegen een glazen plafond botsten en zelf ondervonden dat de combinatie werk en gezin voor ons zwaarder woog dan voor mannen. Assita Kanko : Inderdaad. Het onrecht waarmee ik geconfronteerd werd, heeft me van kindsbeen feministe gemaakt. Pas op latere leeftijd en dankzij de boeken van Simone de Beauvoir kon ik het ook benoemen. Ik zie dat sommige jonge vrouwen in dit land hun vrijheid en onafhankelijkheid evident vinden, maar waar is de solidariteit met andere vrouwen en andere generaties? Ik ben Miet Smet dankbaar. Zonder haar werk was het moeilijker geweest voor vrouwen zoals ik om ons verkiesbaar te stellen. Alles begint bij financiële onafhankelijkheid en politieke rechten, waardoor vrouwen impact hebben op het beleid. In Burkina Faso is dat niet het geval. Abortus is er nog altijd verboden terwijl het aantal tienerzwangerschappen er zeer hoog ligt. Meisjes hebben niet de macht hebben om neen te zeggen tegen een man. Miet Smet : Die valt inderdaad niet te ontkennen. Geweld op vrouwen is volgens mij de grootste uitdaging van het feminisme. Er is een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs. Door seksuele opvoeding ruimer te benaderen, kunnen we al op jonge leeftijd inspelen op gendergelijkheid en respect. Assita Kanko : Verandering moet van binnenuit komen. Zolang migranten vinden dat vrouwen niet in het straatbeeld passen, blijft het probleem bestaan. Wat er in Keulen gebeurde is seksisme en dat is ook in Brussel dagelijkse realiteit. Dat komt ook niet alleen van migranten. Op weg naar huis ben ik ooit benaderd door twee mannen die me wilden dwingen iets met hen te gaan drinken. Ik ben een café binnen gevlucht en eenmaal thuis heb ik de politie gebeld. Of ik naar het politiekantoor wilde komen voor een verklaring. Na wat ik had meegemaakt, durfde ik echt niet meer de straat op. Uiteindelijk zijn er twee agenten langsgekomen. Veel vrouwen dienen geen klacht in, ze worden ontmoedigd en de daders weten dat ze niet vervolgd zullen worden. Er moeten dus hardere maatregelen komen, maar als er in migrantengemeenschappen geen respect voor vrouwen is dan blijft het een druppel op een hete plaat. Enkele maanden na Keulen valt de discussie weer stil. Miet Smet : Keulen werd een nieuwsfeit omdat vrouwen protesteerden, elkaar steunden en massaal klacht indienden. Maar de verandering moet inderdaad van de migranten zelf komen. Het zijn niet onze mannen die ons geëmancipeerd hebben, wij hebben onszelf vrijgevochten. Allochtone vrouwen zullen dat ook moeten doen. We moeten hen helpen en steunen, maar we kunnen het niet voor hen doen. Assita Kanko : Simone De Beauvoir. En Waris Dirie, omdat ik me herkende in haar verhaal. Miet Smet : Ze heeft me tijdens de Boekenbeurs nog een bezoekje gebracht, maar ik heb de indruk dat ze het moeilijk heeft. Assita Kanko : Ik heb hetzelfde gevoel. Ze heeft zo hard gevochten om het lot van meisjes in haar thuisland te verbeteren, dat ze onderweg misschien zichzelf vergeten is. En de trauma's duiken zelfs jaren later nog op, dat heb ik zelf ondervonden. Tijdens mijn zwangerschap werd ik opnieuw geconfronteerd met de medische gevolgen van mijn lichamelijk letsel. Miet Smet : Door de instroom van migranten wordt genitale verminking ook in ons land een probleem. Er zouden zelfs gynaecologen bereid zijn gevonden... Assita Kanko : En dat onder de vlag van het cultuurrelativisme. Onaanvaardbaar ! Voor sommigen lijkt het enige verschil tussen land van herkomst en Brussel het vliegtuig. Als vrouwelijke migranten meer zouden integreren, konden ze zich onttrekken aan de sociale controle binnen hun eigen gemeenschap. En geloof me, het spel wordt listig gespeeld. Zo word ik in Brussel door wildvreemden aangesproken als "ma soeur". Op die manier proberen ze het gevoel te geven dat alle migranten deel uitmaken van één grote familie en voor je het weet moet je je verantwoorden over de lengte van je rok. Mijn antwoord : "Ik heb vier broers en jij ben er geen van." Miet Smet : Veertig procent van onze parlementsleden zijn vrouwen, ze hebben waarschijnlijk allemaal wel geworsteld met hun moederrol, maar uiteindelijk een valabele combinatie gevonden. Er bestaat toch ook zoiets als vaderinstinct. Problemen rond kinderopvang en dergelijke werden vroeger alleen aangekaart door vrouwen, terwijl nu ook mannen dat thema op de politieke agenda zetten. Er is dus een kentering. Miet Smet : Maar in dat stuk stond ook dat ze het niet voor de kinderen doen. Assita Kanko : We moeten het afdwingen. Dan zouden vrouwen tijdens sollicitatiegesprekken niet meer gevraagd worden naar hun kinderwens. Miet Smet : In Zweden hebben ze CAO's om dat af te dwingen, bij ons blijft het een moeilijke zaak, dat ouderschapsverlof voor mannen, ook al is het hun recht. Assita Kanko : Zegt u nu dat een vrouw wel kan gemist worden en een man niet ? Ik ben er zelfs van overtuigd dat de economie er wel bij zou varen omdat minder vrouwen hun carrière zouden terugschroeven voor de zorg van de kinderen. Met als gevolg dat ook de loonkloof wordt weggewerkt. Miet Smet : De loonkloof is zever. Als vrouwen minder parttime zouden werken, was die geen twaalf procent meer, maar twee procent. Assita Kanko : Als vrouwen part time werken, is het meestal omdat ze geen andere oplossing zien. Als je als moeder alleen opdraait voor de zorg van de kinderen, is er vaak geen andere keuze dan parttime te werken. Na de geboorte van mijn dochter, dacht ik aan die affiche met de boodschap : We can do it. Maar het heeft geen zin onszelf voor te liegen. Ik was oververmoeid en mijn agenda één grote chaos. Op een dag vroeg ik mijn man of hij onze dochter in de crèche wou gaan halen. Ik moest naar de gemeenteraad. "Goed," zei hij, "maar schat, laat je mij dat volgende keer wel iets vroeger weten." Mijn eerste reactie was : "O, dank je wel." Pas later besefte ik dat ik me in een rol liet drukken. Verandering moest van mijzelf komen. Miet Smet : Uw situatie is een van de bevoorrechte klasse waar beide ouders carrière maken. Assita Kanko : Helemaal niet. Ik ben begonnen als poetsvrouw, werd dan receptioniste en ben nu kaderlid. Op alle niveaus wordt gezocht naar een balans tussen werk en gezin en uiteindelijk is het haast altijd de vrouw die aan het kortste eind trekt. Miet Smet : Co-ouderschap is niet in het belang van het kind. Stel je voor dat de kinderen van Wilfried om de andere week bij hem hadden gewoond. Dat was gezien zijn carrière voor niemand goed geweest. Assita Kanko : Een voordeel van co-ouderschap is wel dat mannen op die manier hun vaderrol opnemen. Onze dochter was drie toen we uit elkaar gingen en hij eindelijk een deel van de zorg op zich leerde nemen. Maar er zijn ook andere voorbeelden. Een vrouw vertelde me dat ze na familiaal geweld was gescheiden, maar dat ze de kinderen toch om de week bij hun vader moest achterlaten. Het dreef haar tot wanhoop, maar ze was machteloos. Bezoekregelingen moeten in functie van de kinderen opgesteld worden. Miet Smet : Inderdaad, en ik ken ook mannen die na de scheiding absoluut hun kinderen een week bij zich willen. Dat is mooi. Het vraagt van beide partijen wel extra organisatie en financieel weegt het natuurlijk ook zwaar. Assita Kanko : Omdat de huurprijzen zo hoog zijn in Brussel hoor ik steeds meer alleenstaande moeders met het idee spelen om samen een woning te zoeken. Niet alleen om financiële redenen, maar ook omdat we elkaar op die manier kunnen helpen met de opvang van de kinderen. Miet Smet : Dat staat buiten kijf, ik heb trouwens meegeschreven aan de wet op de quota. Maar die wet stipuleert alleen dat er vijftig procent vrouwen op de verkiezingslijsten moeten staan, uiteindelijk beslist de burger wie verkozen wordt. Assita Kanko : Als we ook vijftig procent regeringsleden willen, moeten er bepaalde maatregelen komen. Anders voeren we over veertig jaar nog altijd dezelfde discussie. Miet Smet : Als politica kan ik je één raad geven. Timing is alles. Je moet het juiste moment afwachten om zaken door te voeren. Er was lang veel weerstand tegen de quota, maar door een nieuwe regeringssamenstelling en premier zag ik plots een opening en heb ik mijn demarche gedaan. Assita Kanko : Zodra een meerderheid erachter staat, kan de wetgeving toch tot heel concrete resultaten leiden. Miet Smet : Maar wat heb jij als politica al concreet verwezenlijkt ? Assita Kanko : Ik heb nog geen parlementair mandaat, maar ik geloof wel dat ik het verschil maak door mijn persoonlijk verhaal te vertellen en mij te engageren. Boeken hadden een enorme impact op mijn persoonlijk parcours en sinds mijn eerste boek word ik geregeld gebeld door vrouwen die zelf ook genitaal verminkt zijn of hun dochter ervoor willen beschermen. Mijn tweede boek is een oproep tot een nieuw feminisme. Het is door de som van onze individuele veranderingen dat de maatschappij evolueert. Zowel mannen als vrouwen vertellen me dat het lezen van De tweede helft hun leven veranderd heeft. Assita Kanko : Ik houd ervan me op te kleden en soms lokt dat weleens een seksistische reactie uit, maar ik heb er bewust voor gekozen om daarover niet te klagen. Negativisme vreet energie en je bereikt er niets mee. Ik heb al steun gekregen van mannen die mee willen vechten voor het feminisme, net zo goed als tegenstand van macha vrouwen. Veralgemeningen over de seksen zijn onzin. Uiteindelijk gaat het over de mens en zijn of haar idealen. Miet Smet : Elke mens moet op zijn merites beoordeeld worden, absoluut. Maar in het algemeen kun je toch stellen dat mannen veel te verliezen hebben. Wij zijn degenen die verandering willen. Dat wil zeggen dat mannen deels door ons geleid worden naar een andere maatschappij. De laatste vijf jaar van mijn carrière heb ik in het Vlaams parlement het seksisme zien verdwijnen. Ooit werden we als politica nog getaxeerd op ons uiterlijk, met flauwiteiten zoals : "Miet, dat groene jurkje past mooi bij Agalev." In het begin kon ik daar moeilijk mee om en reed ik na zo'n dag woedend naar huis. Maar ik wist dat we uiteindelijk zouden winnen. Zij waren de verliezende partij. Wij zijn de winnende partij. Assita Kanko : Of het nu om een flauwe mop gaat, om ongewenste intimiteiten of om geweld, uiteindelijk zijn het symptomen van een gebrek aan respect. Ik zal me daartegen blijven verzetten. We kunnen er alleen maar op vooruitgaan. Miet Smet : Je hebt absoluut gelijk. Tekst Pascale Baelden & Foto's Diego FranssensMiet Smet : "De loonkloof is zever. Als vrouwen minder parttime zouden werken, was die geen twaalf maar twee procent" Assita Kanko : "Zolang migranten vinden dat vrouwen niet in het straatbeeld passen, hebben we een probleem"