H ebt gij hier iets om te eten?" Dat zijn de eerste woorden van Jezus als hij na de Opstanding aan zijn discipelen verschijnt. Om te bewijzen dat hij geen geestverschijning is, eet hij een stukje gebakken vis mee. "En hij nam het en at het voor hun ogen". Zowel in het Nieuwe als in het Oude Testament wordt er talloze keren over maaltijden gesproken. Dat gaat van de eenvoudige lunch met de maaiers op het land, waarvoor Ruth werd uitgenodigd, tot bruiloftsfeesten die zeven dagen duurden; van het Pesachmaal bij de uittocht uit Egypte tot de vermenigvuldiging van de broden en de vissen. Maar het was natuurlijk al begonnen met het eten van de vrucht van de Boom der Kennis in het Aards Paradijs. Eva had zich laten verleiden, zo schrijft Wina Born in haar Culinaire Bijbel, "niet alleen om verstandiger te worden, maar ook omdat de vrucht zo appetijtelijk was." Ging het om een appel? Dat is lang niet zeker. Dat het middeleeuwse volksgeloof van de niet nader omschreven verboden vrucht een appel gemaakt heeft, ligt misschien aan de overeenkomst van het Latijnse woord voor appel, malus, met het woord voor kwaad, malum.
...

H ebt gij hier iets om te eten?" Dat zijn de eerste woorden van Jezus als hij na de Opstanding aan zijn discipelen verschijnt. Om te bewijzen dat hij geen geestverschijning is, eet hij een stukje gebakken vis mee. "En hij nam het en at het voor hun ogen". Zowel in het Nieuwe als in het Oude Testament wordt er talloze keren over maaltijden gesproken. Dat gaat van de eenvoudige lunch met de maaiers op het land, waarvoor Ruth werd uitgenodigd, tot bruiloftsfeesten die zeven dagen duurden; van het Pesachmaal bij de uittocht uit Egypte tot de vermenigvuldiging van de broden en de vissen. Maar het was natuurlijk al begonnen met het eten van de vrucht van de Boom der Kennis in het Aards Paradijs. Eva had zich laten verleiden, zo schrijft Wina Born in haar Culinaire Bijbel, "niet alleen om verstandiger te worden, maar ook omdat de vrucht zo appetijtelijk was." Ging het om een appel? Dat is lang niet zeker. Dat het middeleeuwse volksgeloof van de niet nader omschreven verboden vrucht een appel gemaakt heeft, ligt misschien aan de overeenkomst van het Latijnse woord voor appel, malus, met het woord voor kwaad, malum. Zo worden er in dit boek wel meer mythes doorprikt. Bijvoorbeeld die van het manna dat tijdens de tocht door de woestijn uit de hemel neerdaalde. In Exodus staat het zo: "Toen zeide de Here tot Mozes: Zie ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen". Maar zoals de appel waarschijnlijk geen appel was, zo was ook het brood iets helemaal anders. Een afscheidingsproduct namelijk van schildluizen die leven op tamariskbomen in droge rivierbeddingen in de buurt van het Sinaï-gebergte. Deze diertjes zuigen zoet plantensap op uit de tamarisken, waarmee ze hun eitjes omgeven als voedsel voor de larven. Wat overschiet, wordt afgescheiden in druppeltjes - een soort geleiachtige zoete geelwitte kogeltjes - die door de wind worden weggeblazen. 's Morgens vroeg, voor de woestijnzon ze heeft doen smelten, kunnen ze worden verzameld. Omdat de korreltjes voornamelijk uit suikers, glucose en fructose bestaan, en ze als zodanig suiker kunnen vervangen, zijn er ook vandaag nog bedoeïenen die zo hun zoetstof bijeenhalen. Kortom deze uit de hemel neergedaalde spijs komt niet, zoals de bijbel het suggereert, van engelen, maar van luizen. Hoe dan ook, het morrende volk had van deze snoepjesregen gauw genoeg en wilde wel eens een stukje vlees onder de kiezen. En dus horen we (in Numeri) de wanhopige Mozes tot God roepen: "Vanwaar zou ik dit vlees halen om aan dit gehele volk te geven?" Want ze zaten daar, zo wil het verhaal althans, met niet minder dan zeshonderdduizend hongerigen in de woestijn. En toen gebeurde er dit: "Er stak een wind op, door de Here gezonden; die voerde kwartels aan van de zee en strooide ze uit over de legerplaats, zodat zij een dagreis ver naar alle kanten rondom de legerplaats lagen..." Maar weer weet Wina Born het wonder te relativeren. Want wat wil het geval: ieder jaar in lente en herfst trekken grote zwermen kwartels over de woestijn van Sinaï, en vaak storten zij gewoon van uitputting neer. Hoe deze vogeltjes werden bereid, weten we niet. Born veronderstelt dat ze aan spitjes werden geregen en boven een vuurtje geroosterd, misschien werden ze begraven in een met hete stenen gevulde kuil. Veel andere mogelijkheden waren er niet in de woestijn. Dat de bain-marie - een pan met heet water waarin een andere pan hangt om gerechten te bereiden die geen grote hitte verdragen - door Mozes' zuster Mirjam (later verbasterd tot Marjam of Maria) in de woestijn zou zijn uitgevonden, wordt door Born betwijfeld. De naam bain-marie duikt pas op in de 14de eeuw in Frankrijk en het is waarschijnlijk een uitvinding van alchemisten die tijdens hun experimenten brouwsels wilden warm houden zonder dat ze overkookten. Uiteraard kunnen in een boek over voedsel in de bijbel de spijswetten niet ontbreken. In het Paradijs was er maar één voorschrift, één vrucht die taboe was. Het tweede voedselgebod kreeg Noach na de zondvloed. Aan de mensheid werd alles wat leeft en beweegt tot voedsel gegeven, behalve vlees met het bloed - dat als de ziel werd beschouwd - er nog in. Later wordt het allemaal nog een beetje strenger. Onder andere mag men dan geen varkensvlees meer eten. Kort en duidelijk legt Wina Born uit waar dit verbod vandaan komt. Hygiëne heeft hierin, in tegenstelling tot wat nogal eens gedacht wordt, nauwelijks een rol gespeeld. In vele andere warme landen staat varkensvlees immers in hoog aanzien. De uitdrukking voor 'we gaan naar een feest' is in China zelfs: 'we gaan varkenvlees eten'.In de mediterrane wereld werd het varken niet alleen met smaak gegeten, het werd ook geofferd aan de goden. Het was een dier dat hoorde bij huis en erf, en juist daarom werd het geminacht door de rondtrekkende herdersvolken. Met varkens kon men niet van oase naar oase trekken. Maar er was meer. Wina Born: "Toen het volk Israël, het volk van Abraham, Izaäk en Jakob, een volk van herders en herdersvorsten, het uitverkoren volk dat een Verbond had gesloten met de éne ware God die geen andere goden naast zich duldde, zoals in de Tien Geboden gezegd wordt, in het land Kanaän de mediterrane landbouwculturen ontmoette, botsen twee culturen op elkaar. Heel eenvoudig zou men kunnen zeggen: een cultuur van het schaap en een cultuur van het varken." In de sedentaire culturen werd de Moedergodin aanbeden, er werden vruchtbaarheidsriten uitgevoerd... En omdat de volgelingen van de ware God dit soort maatschappij en geloof te allen prijze wilden bestrijden, werd het varken dat er een exponent en een symbool van was onrein verklaard. Ook de complete scheiding van vlees en melkproducten bij koosjer levende joodse families - degenen die streng in de leer zijn, hebben er letterlijk twee keukens voor, met aparte pannen, serviezen en bestek - kan teruggevoerd worden op dit conflict tussen twee culturen. Vandaag wordt dit voorschrift uitgelegd als een uiting van mededogen: "men mag het bokje niet koken in de melk zijner moeder". Maar Born merkt op dat het verbod met gevoeligheden niet zoveel te maken heeft. Uit opgegraven kleitabletten heeft men kunnen afleiden dat het koken van bokjes in geitenmelk een cultische betekenis had; misschien was het een onderdeel van een vruchtbaarheidsrite. Het verbod dat het hele joodse culinaire leven is gaan beheersen, zou dus een gevolg zijn van de strenge afkeuring van een heidens ritueel. Maar dat ondanks al deze rigide wetten eten in de bijbel een feest kan zijn, mag blijken uit deze smakelijke passage uit het Hooglied: "Hoe mooi ben je mijn liefste, hoe bevallig en bekoorlijk. Je gestalte is zo slank als een palm, je borsten zijn als druiventrossen. Ik dacht bij mijzelf: ik klim in die palm en pluk de dadels. Laat je borsten als trossen van de wijnstok zijn, de reuk van je adem als de geur van kweeappels, en je mond als zoete wijn." Al gaat het hier waarschijnlijk meer over seks dan over gastronomie. In het Nieuwe Testament is de belangrijkste maaltijd zonder enige twijfel het Laatste Avondmaal. Hij behoort nog helemaal tot de traditie, tot het traditionele Pascha, vandaag ook nog door de joden elk voorjaar gevierd als herinnering aan de nacht voor de uittocht uit Egypte. Die avond wordt het paaslam gebraden en gegeten met de ongezuurde broden, de matzot, en met de salade van bittere kruiden als herinnering aan de bittere jaren van slavernij. Daarbij komt dikwijls een pasta van gedroogde vruchten als dadels, vijgen en rozijnen, de haroset, als herinnering aan de mortel waarmee in Egypte gewerkt moest worden. Maar in datzelfde Nieuwe Testament zal, mede onder invloed van het hellenisme, met de strenge voedselwetten afgerekend worden. In zijn brief aan de Colossenzen schrijft Paulus: "Laat niemand aanmerkingen op u maken inzake eten of drinken of het vieren van feestdagen." En aan Timotheus schrijft hij: "Want al wat God geschapen heeft is goed". Lang zal het dan niet meer duren of de christenen mogen bloedworst eten. Wina Born, Culinaire Bijbel, eten en drinken in de bijbel, Uitgeverij Kok, 598 fr. (De titel van dit artikel is ontleend aan het nieuwe vegetarische restaurant Tuin van Eten, Kortrijksesteenweg 573, Gent).Pol Moyaert