Er was een Nederlandse gangster ontsnapt uit de gevangenis van Arnhem. Aandachtig tuurde ik naar het televisiescherm. Nooit bij de jeugdbeweging geweest en toch schuilt er in mij een padvindster met een uitgesproken nuttigheidsdrang. Arthur N. zag eruit als iemand met wie je het maar beter eens kon zijn. Er stond net niet 'rapaille' op zijn voorhoofd getatoeëerd, Lombroso had zijn eindverhandeling over hem kunnen schrijven. Nu is de kans dat je zo'n loslopende gangster in de Delhaize tegenkomt verwaarloosbaar klein. Bovendien heb ik een slecht geheugen voor gezichten, zeker als ik de mens in kwestie in een ongewone context tegenkom. Oo...