Er was een Nederlandse gangster ontsnapt uit de gevangenis van Arnhem. Aandachtig tuurde ik naar het televisiescherm. Nooit bij de jeugdbeweging geweest en toch schuilt er in mij een padvindster met een uitgesproken nuttigheidsdrang. Arthur N. zag eruit als iemand met wie je het maar beter eens kon zijn. Er stond net niet 'rapaille' op zijn voorhoofd getatoeëerd, Lombroso had zijn eindverhandeling over hem kunnen schrijven. Nu is de kans dat je zo'n loslopende gangster in de Delhaize tegenkomt verwaarloosbaar klein. Bovendien heb ik een slecht geheugen voor gezichten, zeker als ik de mens in kwestie in een ongewone context tegenkom. Oo...

Er was een Nederlandse gangster ontsnapt uit de gevangenis van Arnhem. Aandachtig tuurde ik naar het televisiescherm. Nooit bij de jeugdbeweging geweest en toch schuilt er in mij een padvindster met een uitgesproken nuttigheidsdrang. Arthur N. zag eruit als iemand met wie je het maar beter eens kon zijn. Er stond net niet 'rapaille' op zijn voorhoofd getatoeëerd, Lombroso had zijn eindverhandeling over hem kunnen schrijven. Nu is de kans dat je zo'n loslopende gangster in de Delhaize tegenkomt verwaarloosbaar klein. Bovendien heb ik een slecht geheugen voor gezichten, zeker als ik de mens in kwestie in een ongewone context tegenkom. Ooit stond ik in een lift met de Amerikaanse acteur Dennis Hopper, die in het echt nog het meest wegheeft van een louche boekhouder. Ik kèn die mens van ergens, dacht ik, en zei hem dus beleefd gedag. Ja, aan burgerzin ontbreekt het mij niet en daarom krijgt het programma Opsporing verzocht onveranderlijk mijn volle aandacht, ook als het een persoon betreft die een paar weken in het Albertkanaal gelegen heeft en zoals ieder waterlijk sprekend op Jabba the Hutt uit Star Wars lijkt. Tot voor kort werd elk opsporingsbericht ingeleid door een bijzonder intrigerende foto. In de fractie van een seconde dat hij op het scherm verscheen, meende ik een koeienhuid op een tegelvloer te herkennen en op dat bruin- en witgevlekte vel een speelgoedautootje. Wat mocht toch de diepere betekenis van dit beeld zijn, vroeg ik me af, betrof het hier wellicht een boodschap in code ? Dagen aan een stuk lag ik op de loer tussen journaal en weerbericht om het beter te kunnen bekijken, maar je zult het altijd zien dat er toen net niemand zoek wilde raken. Ten einde raad belde ik naar de persdienst van de VRT, waar ik een mevrouw aan de lijn kreeg die in haar loopbaan al zoveel rare vragen had gekregen dat ze hoorbaar nergens meer van opkeek. Maar van dat koeienvel wist ze niks, ik moest mijn vraag maar eens via mail stellen. Nooit meer iets van vernomen, natuurlijk, maar een paar dagen later was die foto uit de intro van de opsporingsberichten verdwenen. Toeval ? Gustaaf Costers uit Evere weet wel beter. Omdat ik het goed voorheb met het gros van de mensheid hoop ik altijd dat de gerapporteerde verdwijningen minder zorgwekkend zijn dan de omstandigheden doen vermoeden. Helaas ontneemt de persoonsbeschrijving je meestal elke illusie. Niemand begint aan een nieuw leven in een beige gebreid vest over een roze training. En toch... Neem nu die vrouw van een jaar of veertig die het laatst in station Brussel-Zuid gesignaleerd werd. Op de camerabeelden zag je haar doodgemoedereerd in de krantenwinkel rondkuieren en ineens was ze weg, spoorloos, verschwunden. Vurig hoopte ik dat ze de trein naar het Zuiden en een beter bestaan genomen had, weg van een beuzak van een vent en een job zonder vooruitzichten. Nu ik erbij stilsta : zou het geen goed idee zijn om in geval van een happy end de kijkers een seintje te geven ? In de stijl van : "Mevrouw Peeters schreef de politie van Oostrozebeke een kaartje met de appels van Cézanne van op het terras van Les deux Garçons in Aix-en-Provence." Er is al zo weinig dat goed afloopt in dit somber tijdsgewricht. Linda Asselbergs