Belgische mode was tot eind de jaren tachtig vrijwel onbekend. Dat is tegenwoordig wel anders. Zo'n honderd jaar van slaafse imitaties van Franse ontwerpen scheiden de artistieke reformkledij ('gezonde vrouwenkledij') van Henry Van de Velde van de creaties van de Antwerpse Zes, afgezien van enkele oprispingen in de jaren zestig en zeventig. De opvallendste uitzondering is het Brusselse couturehuis Norine (1916-1952), dat vrijwel volledig in de vergetelheid is geraakt. Toch heeft Norine bijzonder veel betekend, ook buiten de mode. Zo stelde het in zijn eigen salons expressionistische en surrealistische kunstwerken tentoon, vertrouwde het sommige kunstenaars - en dan vooral René Magritte - illustratieopdrachten toe en verwerkte het de beeldtaal van de plastische kunst(en) in zijn eigen ontwerpen. Norine liet zich met zijn avant-gardistische creaties weinig gelegen liggen aan de ingetogen stijl die toen de toon zette in België. De klantenkring bestond uit de kunstminnende elite in binnen- en zelfs buitenland. Het wezen van de Belgische mode - artistiek verantwoord en vooruitstrevend - is ontstaan op de tekentafels van Norine.
...

Belgische mode was tot eind de jaren tachtig vrijwel onbekend. Dat is tegenwoordig wel anders. Zo'n honderd jaar van slaafse imitaties van Franse ontwerpen scheiden de artistieke reformkledij ('gezonde vrouwenkledij') van Henry Van de Velde van de creaties van de Antwerpse Zes, afgezien van enkele oprispingen in de jaren zestig en zeventig. De opvallendste uitzondering is het Brusselse couturehuis Norine (1916-1952), dat vrijwel volledig in de vergetelheid is geraakt. Toch heeft Norine bijzonder veel betekend, ook buiten de mode. Zo stelde het in zijn eigen salons expressionistische en surrealistische kunstwerken tentoon, vertrouwde het sommige kunstenaars - en dan vooral René Magritte - illustratieopdrachten toe en verwerkte het de beeldtaal van de plastische kunst(en) in zijn eigen ontwerpen. Norine liet zich met zijn avant-gardistische creaties weinig gelegen liggen aan de ingetogen stijl die toen de toon zette in België. De klantenkring bestond uit de kunstminnende elite in binnen- en zelfs buitenland. Het wezen van de Belgische mode - artistiek verantwoord en vooruitstrevend - is ontstaan op de tekentafels van Norine. Tussen 1916 en 1952 liet Norine onder leiding van het charismatische echtpaar Paul-Gustave Van Hecke en Honorine 'Norine' Deschryver een aangenaam en uiterst verfrissend geluid horen. Voor het eerst kwam een Belgisch modehuis met eigen creaties voor de dag in plaats van blindelings Parijs te kopiëren. Deze originele ontwerpen getuigden van een grote klasse en creativiteit. Gedreven door de intellectuele en culturele achtergrond van de oprichters groeide Norine vanaf de jaren twintig uit tot een boegbeeld van België. Ondanks hun bescheiden afkomst drukten Van Hecke en Norine tijdens de dolle jaren twintig een stempel op het Belgische milieu van avant-gardekunstenaars. Ze leidden een uitbundig en opwindend leven. Bij kennissen stonden ze bekend als Pégé en Norine. Vrienden noemden hen Tatave en Nono. Zij was geboren in Gent, maar groeide op in Brussel waar ze samen met vijf van haar zes broers en zussen werkte in een kleermakerij. Op haar 23ste trouwde ze met stoffeerder Clément Coriat. Het huwelijk hield echter geen stand. Vijf jaar later ontmoette ze Van Hecke. De eveneens uit Gent afkomstige Van Hecke werkte op zijn tiende al in een textielfabriek, maar ontpopte zich tot een artistieke en intellectuele duizendpoot. Hij maakte onder meer naam als literair journalist, dichter, essayist, toneelschrijver, kunst- en filmrecensent, hoofdredacteur van de twee grote Belgische socialistische dagbladen ( Vooruit en Le Peuple), oprichter van zeven culturele tijdschriften, nationaal pleitbezorger van het Vlaamse expressionisme en surrealisme, kunsthandelaar, galeriehouder, directeur van een bioscoopketen, directeur van film- en kunstfestivals en tentoonstellingscurator. Dankzij al deze boeiende activiteiten en zijn bijzondere persoonlijkheid is hij het onderwerp van menige studie. Zijn carrière als modeontwerper blijft daarbij echter vaak sterk onderbelicht, terwijl hij zelf altijd vond dat daar juist zijn roeping lag. Van Hecke en Norine ontmoetten elkaar rond 1915 in Brussel. Ze werden onafscheidelijk maar trouwden pas in 1927. In de jaren 1920 deed hun woning dienst als trefpunt voor artiesten uit binnen- en buitenland. Ze werden vaak vergeleken met de couturiers in Parijs, die ook nauwe banden onderhielden met de avant-garde. In een eerbetoon aan Van Hecke lezen we : "In Brussel straalde Tatave de prinselijke stijl uit van Paul Poiret en Nono de soevereine elegantie van Coco Chanel. In dit huis kon je tal van mensen tegen het lijf lopen die bezig waren hun eerste stappen op de weg naar roem te zetten, zoals Gustave De Smet, René Magritte en de trouwe huisvriend E.L.T. Mesens, maar ook Max Ernst, Man Ray, Ossip Zadkine, Valentine Prax en vele anderen die België aandeden." Het is niet zomaar dat de Belgische surrealist E.L.T. Mesens hier als 'trouwe huisvriend' wordt aangehaald. Voor zijn verhuizing naar Londen in 1938, waar hij samen met Roland Penrose de aan surrealisme gewijde The London Gallery leidde, was hij Norines zestien jaar jongere minnaar. De verhouding duurde zo'n vijftien jaar en was in het begin geheim, maar werd vanaf halverwege de jaren twintig vermoedelijk oogluikend door Van Hecke toegestaan. Van Hecke en Norine richtten hun modehuis op in 1916, toen de Eerste Wereldoorlog in volle gang was. Van Hecke, ondernemer in hart en nieren, zag dat het de Belgische modehuizen moeite kostte om aan ontwerpen uit Parijs te geraken en bedacht een uniek concept : hij zou zelf ontwerpen tekenen en Norine zou ze uitvoeren. In 1919 vestigden ze zich op de elegante Louizalaan. In de volgende tien jaar zou hun zaak tot een van de invloedrijkste modehuizen van het land uitgroeien. In de jaren twintig ging het Norine zo voor de wind dat Van Hecke meer dan ruim genoeg bij kas zat om kunstenaars te ondersteunen en zijn eigen indrukwekkende kunstcollectie uit te bouwen. De economische crisis van 1929 maakte daar echter een einde aan. Van Hecke moest zijn kunstgalerie L'Époque sluiten en zijn voortreffelijke avant-gardistische tijdschrift Variétés : Revue mensuelle illustrée de l'esprit contemporain stopzetten. Zijn kunstcollectie werd openbaar verkocht voor slechts een fractie van de onschatbare waarde. Daardoor kon Norine echter het hoofd boven water houden. In 1936 verhuisde het modehuis naar een groter pand op de Louizalaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het nog altijd invloedrijk, maar vanaf eind de jaren veertig ging het langzaam bergafwaarts, tot in 1952 het doek viel over de célèbre griffe Norine. Net als in het werk van Parijse couturiers als Paul Poiret, Coco Chanel en Elsa Schiaparelli zijn er bij Van Hecke en Norine avant-gardistische invloeden merkbaar. Destijds waren ze in België de enigen die deze stijl toepasten. Ze onderhielden van meet af aan nauwe banden met kunstenaars en deden veel moeite om hun werk in de kijker te zetten. Deze verwevenheid gaf Norine een sterk artistieke inslag. Mode werd dan ook gezien als een vorm van kunst. In hun woning, in Van Heckes galeries en in de salons van Norine kon men de creaties van moderne kunstenaars bewonderen. Vrouwen pasten er hun jurken tegen de achtergrond van werken van onder anderen Ramah, Gustave en Léon de Smet, Constant Permeke, Modigliani, Georges Minne, Frits Van den Berghe, Oscar en Floris Jespers, Max Ernst, Auguste Mambour, Paul Delvaux, Raoul Dufy en René Magritte. Ook uitnodigingen voor modeshows en andere evenementen, catalogi en advertenties werden vaak prachtig geïllustreerd door een keur van Belgische avant-gardisten. In de tweede helft van de jaren 1920 was Van Hecke de voornaamste mecenas van Magritte, terwijl het nog bestaande werk van de kunstenaar te vermoeden geeft dat Norine zijn grootste klant was. In zijn illustraties voor Norine maakte zijn kubistisch-expressionistische en art-decostijl langzaam plaats voor surrealistische invloeden. Maar Norines voorliefde voor moderne kunst reikte verder dan alleen de werken die er te zien waren of als illustraties werden gebruikt. De technieken en beelden uit de moderne kunst werden letterlijk in de modeontwerpen verwerkt. In de tweede helft van de jaren 1920 was de robe peinte, een jurk van handbedrukte stoffen, de grote trots van het huis. Psyché. Le miroir des belles choses, het destijds toonaangevende vooruitstrevende modeblad in België, drukte er verschillende foto's van af. De uitstraling van deze creaties komt prachtig tot uiting in een schets van Magritte, die waarschijnlijk betrokken was bij de totstandkoming van de kubistische motieven op de jurken. De kunstenaars uit de vriendenkring van Van Hecke en Norine hadden er kennelijk geen moeite mee dat hun werk voor modecreaties werd gebruikt. Op een jurk uit 1925 bijvoorbeeld is Fruits d'Europe nageborduurd, een van de Toiles de Tournon van Raoul Dufy, oorspronkelijk bestemd als blokdruk op stof van Bianchini-Férier. Norine vervulde een voortrekkersrol in het verwerken van surrealistische beelden in de mode. Nog voor Schiaparelli het surrealisme in haar werk verweefde, had Norine dit in 1927 al gedaan met kunst van Max Ernst. Het borduursel op het ensemble L'Envol verwijst onmiskenbaar naar Ernsts Forêt et soleil en La forêt est fermée uit 1927, die Van Hecke beide in zijn bezit had. Op zijn hoogtepunt eind de jaren twintig kon Norine zich succesvol meten met de beste Parijse modehuizen. Kunstminnende élégantes die de laatste mode wilden dragen, konden gaan winkelen in Parijs of hun jurken bestellen bij Norine. Deze door Norine geklede élégantes wierpen zich net als Van Hecke en Norine op als begunstigers van galeries (zoals Le Centaure, maar ook Sélection en L'Époque van Van Hecke zelf), woonden avant-gardetoneelstukken bij en dansten op jazzmuziek. Naast de presentaties van nieuwe collecties in eigen huis nam Norine ook deel aan diverse evenementen tijdens gala-avonden, paardenkoersen en kunsttentoonstellingen, leverde het de kostuums voor toneelstukken en organiseerde het modeshows, zoals in galerie Le Centaure en het Casino Kursaal van Oostende. De ontwerpen van Norine konden zo bij vele gelegenheden worden bewonderd. Tussen de jaren 1920 en 1950 werkte het modehuis gestaag aan een eigen stijl. In de manier waarop het aanhaakte bij andere disciplines kan het als een grondlegger worden beschouwd van de Belgische avant-gardemode, die vanaf eind jaren tachtig de wereld veroverde. Het avant-gardistisch getinte werk van Norine was uniek in België. Bijna veertig jaar lang stond dit Belgische couturehuis op het kruispunt van verschillende kunstdisciplines en in de voorhoede van de Europese kunst- en modewereld. Geen enkel relaas over de relatie tussen kunst en mode in de twintigste eeuw is compleet zonder ook Norine aan bod te laten komen. Modehistorica Nele Bernheim woont en doctoreert in Antwerpen, na in New York gestudeerd te hebben. Haar onderzoek wordt echter bemoeilijkt door het ontbreken van een archief over Norine en het gebrek aan bewaarde kledingstukken. Iedereen met relevant materiaal kan contact met haar opnemen via info@nelebernheim.org.Door Nele Bernheim