Beginnen we met een verhaaltje. Eentje van Plato. Lang geleden, de dieren spraken nog, hadden mensen twee hoofden, vier ar-men en vier benen. Twee mensen in één lichaam, een superwezen. Maar zoals dat gaat met superwezens : ze worden overmoedig en ze dagen de goden uit. En zoals dat staat in het Klassieke Wetboek : hybris moet bestraft worden. Vrij meedogenloos zelfs. Ook hier : Zeus hakte de superwezens zonder aarzelen in twee ellendige helften. Zou ze leren. Amper één hoofd bleef over, twee armen en twee benen. Eén enkelvoudig zielig hoopje mens. Een helftje, voor eeuwig gedoemd te smachten naar zijn andere helft. Een onaf geheel, voor altijd rusteloos op zoek naar dat ontbrekende stuk van zichzelf. Maar zie, sommige helften vinden elkaar zowaar en klikken prompt als magneten in elkaars armen. Het geluk is eindeloos, de euforie totaal. Anderen hebben minder geluk. Vinden hun missende helft nooit. Sluiten schijnhelften in de armen, maar de klik klikt niet, de puzzelstukken vallen niet. Ze zoeken verder. Vinden niet. En gaan smachtend ten onder.
...