Beginnen we met een verhaaltje. Eentje van Plato. Lang geleden, de dieren spraken nog, hadden mensen twee hoofden, vier ar-men en vier benen. Twee mensen in één lichaam, een superwezen. Maar zoals dat gaat met superwezens : ze worden overmoedig en ze dagen de goden uit. En zoals dat staat in het Klassieke Wetboek : hybris moet bestraft worden. Vrij meedogenloos zelfs. Ook hier : Zeus hakte de superwezens zonder aarzelen in twee ellendige helften. Zou ze leren. Amper één hoofd bleef over, twee armen en twee benen. Eén enkelvoudig zielig hoopje mens. Een helftje, voor eeuwig gedoemd te smachten naar zijn andere helft. Een onaf geheel, voor altijd rusteloos op zoek naar dat ontbrekende stuk van zichzelf. Maar zie, sommige helften vinden elkaar zowaar en klikken prompt als magneten in elkaars armen. Het geluk is eindeloos, de euforie totaal. Anderen hebben minder geluk. Vinden hun missende helft nooit. Sluiten schijnhelften in de armen, maar de klik klikt niet, de puzzelstukken vallen niet. Ze zoeken verder. Vinden niet. En gaan smachtend ten onder.
...

Beginnen we met een verhaaltje. Eentje van Plato. Lang geleden, de dieren spraken nog, hadden mensen twee hoofden, vier ar-men en vier benen. Twee mensen in één lichaam, een superwezen. Maar zoals dat gaat met superwezens : ze worden overmoedig en ze dagen de goden uit. En zoals dat staat in het Klassieke Wetboek : hybris moet bestraft worden. Vrij meedogenloos zelfs. Ook hier : Zeus hakte de superwezens zonder aarzelen in twee ellendige helften. Zou ze leren. Amper één hoofd bleef over, twee armen en twee benen. Eén enkelvoudig zielig hoopje mens. Een helftje, voor eeuwig gedoemd te smachten naar zijn andere helft. Een onaf geheel, voor altijd rusteloos op zoek naar dat ontbrekende stuk van zichzelf. Maar zie, sommige helften vinden elkaar zowaar en klikken prompt als magneten in elkaars armen. Het geluk is eindeloos, de euforie totaal. Anderen hebben minder geluk. Vinden hun missende helft nooit. Sluiten schijnhelften in de armen, maar de klik klikt niet, de puzzelstukken vallen niet. Ze zoeken verder. Vinden niet. En gaan smachtend ten onder. Meer dan tweeduizend jaar oud, dit verhaal. De helften zijn nog steeds half, en zoeken nog steeds. Nee, volgens Plato geen romantisch of maatschappelijk verzinsel : de Ware bestaat. De ene, de enige, de echte. Met een beetje geluk woonachtig onder dezelfde kerktoren. Voor hetzelfde geld gehuisvest down under. Maar bestaan doet hij (*). Of je hem daadwerkelijk tegen het lijf loopt, dat is minder zeker. Net zomin of de context meezit. Neem het verhaal van de West-Vlaamse Mariette en Joris. Elkaars eerste en ware liefde, daar waren ze van overtuigd, maar de wereld was tegen. Niet zozeer die oorlog stak een spaak in het wiel, wel een standenverschil : Mariette was cafédochter, Joris kwam uit hogere kringen. Negentien en zeventien waren ze. En realistisch. Het kon niet en het mocht niet, de liefde werd gekneveld. Vijftig jaar later is de liefde nog altijd niet op de knieën en niets veranderd, de wereld gelukkig wel. De twee zeventigers traden onlangs in het huwelijk. Of nog : ware passie kan wachten. Een halve eeuw, als dat moet. Of wat met Charles en Camilla ? Prille twintigers wanneer tijdens een polowedstrijdje de coup de foudre toeslaat tussen de prins van Wales en de dulle amazone van Cornwall. Ja, de kleine prins had nog wel wat rozen begoten in die tijd, maar Camilla bleek de enige, de echte klaproos. Helaas. Camilla was niet de gepaste match voor een kroonprins, vond Charles' achterban. En dus trouwde hij met droomprinses Diana. De wereld was betoverd, Charles niet. Camilla was zijn Ware, en zou dat ook blijven. "There were three of us in this marriage, so it was a bit crowded", zou een gescheiden Diana het ooit Brits laconiek samenvatten. Vierendertig jaar na hun eerste ontmoeting trouwen ze, Charles en Camilla. En we gaan nog even door met Ware Liefdes, over miserie wordt al genoeg geschreven. Want hoe waar is de liefde niet gebleken tussen Johnny Cash en June Carter. " I fell for you like a child", schrijft en componeert June in 1963. "Oh but the fire went wild. I fell into a burning ring of fire." Jawel, een tweesnijdend zwaard, passie. En June voelde het gebeuren. Hoe ze door de knieën ging voor Cash. Maar ze waren getrouwd, allebei, en Cash was bovendien iets te enthousiast aan het experimenteren met allerhande illegaals. Hoe ook, de liefde bleef branden. Die van Cash niet minder. "You and I will marry some day", zou trouwens zijn openingszin geweest zijn bij hun eerste ontmoeting. En zo geschiedde. In 1968, na jaren samen op het podium. Dat June zijn leven had gered, zou hij nog vaak vertellen. Gered van drugs, gered door de liefde. Het wordt geen huwelijk zonder doornen, maar de liefde zwicht geen seconde. Na vijfendertig jaar samen sterft June, in mei 2003. Cash volgt haar amper vier maanden later. Tik op YouTube Hurt en Johnny Cash in, en zie rond minuut 2:35 hoe ware liefde de tijd minacht. Een oude Cash die de balans opmaakt, het is een van de ontroerendste videoclips ooit gemaakt. En als je dan toch bezig bent: zoek op Johnny Cash en June Carter, en zie de liefde aan het werk. We kunnen nog wel even blijven doorgaan, zo. Geen onderwerp zo hard geknuffeld in literatuur, muziek en films als ware liefde. Bij voorkeur verboden, dat kruidt de passie. Lancelot die Guinevere bemint (en omgekeerd), de vrouw van zijn beste vriend en gewaardeerde koning, Arthur. Maar ook Paris en Helena. Tristan en Isolde. Dante's Paolo en Francesca. En wat met de geliefden der geliefden : Romeo en Juliette. Maar goed, we hebben het warm genoeg intussen. En ik doe het niet graag, maar het moet : laten we de Ware eens iets nader analyseren. Eerst en vooral : hoe weet je of hij het deze keer echt is, die je diep in de ogen kijkt. Waaraan herkennen we de hoofdletter ? Volgens het textbook example is er geen twijfel mogelijk. Een oogopslag, een doordringende blik, enkele woorden, en voelen hoe de bliksem inslaat. "Hij bestaat. En ik heb Hem gevonden." Akkoord, dat is net wat coups de foudre ons altijd wijsmaken. Maar de ultieme verliefdheid zou zich duidelijk onderscheiden, want op meer steunen dan lustige feromonen alleen. Hoe we de Ware selecteren ? Daar is al wild over gespeculeerd. Uitersten trekken elkaar aan, beweert de één. En de universiteit van New Mexico had die theorie ooit zelfs wetenschappelijk onderbouwd. Vrouwen zouden immers de best mogelijke immuniteit zoeken voor hun kinderen. En dus kiest die langbenige blonde voor die kleine, kale dikkerd. Hoe meer de immuniteitsgenen op elkaar lijken, hoe minder de vrouw zich aangetrokken voelt. Aldus New Mexico. Zever, beweert het gros van de seksuologen. Integendeel, de beste match blijkt net met iemand die heel erg op je gelijkt. Concreet zelfs. Leeftijd, sociale achtergrond, interesses, toekomstvisie. Relaties hebben de meeste kans op slagen als daarin eensgezindheid bestaat. Zoals ook professor-emeritus seksuoloog Alfons Vansteenwegen meent. Bovendien en helaas : volgens hem maken we het concept van de Ware beter wat minder eenduidig. "Eén welbepaalde zusterziel, daar geloof ik niet in. Maar er zijn wel betere en mindere potentiële partners. Onderzoek heeft aangetoond dat je de meeste kans maakt op een voldoeninggevende relatie als je kiest voor iemand met veel gelijkenissen. In een relatie kun je nog een beetje veranderen door naar elkaar toe te groeien, maar die marge is beperkt. Iemand of jezelf helemaal willen veranderen, kan en werkt niet. Een goede gezamenlijke basis van waaruit je kunt vertrekken is dus onontbeerlijk." Iets wat hoofddocent seksuologie aan de KU Leuven Paul Enzlin liever wat nuanceert. "Ik denk niet dat die stelling voor iedereen opgaat. Er zijn mensen die onrustig worden van een relatie waarin nooit woorden vallen. Sommigen zoeken echt hun tegenpool, met wie de relatie niet vanzelfsprekend in balans is. Dat vinden ze net boeiend." Al hoeft het bij gelijken ook niet altijd windstil te zijn, natuurlijk. Vraag 2 : eens de Ware, of toch een potentiële ware, gevonden, staat die dan garant voor een duurzaam droomhuwelijk ? Ook daar zijn deskundigen formeel in : neen. Liefde is een werkwoord, en ook ware liefde dient te worden vervoegd. Meer nog : het misverstand dat een leven met de Ware over rozen gaat, blijkt al eens voor frustratie te zorgen. "Bij de echte Ware zou het wel alle dagen feest zijn." En dus hebben we in deze zaptijden nogal de neiging om bij een roestige ketting liever meteen een nieuwe fiets te kopen dan de ketting te smeren. Seriële monogamie, weet je wel. Dat wat ons biologisch ingebakken is. Trouw aan één iemand, maar dan wel voor even. Een gemakzuchtig excuus, vinden sommigen. Zoals David Schnarch, een van de meest geciteerde Amerikaanse seksuologen van de voorbije jaren. "Ik vind het erg kortzichtig te denken dat we niet gemaakt zijn om eeuwig bij dezelfde persoon te blijven. Wetenschappers maken een verschil tussen romantische liefde en volwassen liefde. Romantische liefde situeert zich in het zogeheten reptielhersengedeelte : het primitiefste deel, dat tot 86 miljoen jaar teruggaat en dat we delen met de reptielen. Die liefde stopt na een jaar. Dan schakelen we over op het denkende gedeelte van de hersenen om de romantische liefde om te zetten in volwassen liefde. Aartsmoeilijk voor velen. Jammer, want pas in je strijd om verliefd te blijven, groei je. Als koppel, maar ook als mens. Mensen zoeken tegenwoordig te veel naar dingen om zichzelf beter te voelen. Geld of seks, bijvoorbeeld. Als je ook je partner in die logica meetrekt, dan wordt die een middel, geen eigen persoon. Met die visie verander je van partner zoals je van auto, huis of kleren verandert, zodra het geen bevrediging meer geeft. Een totale omkering van de zaken." Ziedaar, de tragiek en het gevaar van zoiets sprookjesachtigs als de Ware. Tragisch en gevaarlijk, omdát we er zo graag in geloven. Ondanks veel, zelfs. En vaak stiekem. Omdat het dit aardse bestaan nu eenmaal bij uitstek datgene geeft wat we een leven lang zoeken : zin. De mens is een zinzoeker, en net dat onderscheidt ons van alle andere aardbewoners. Tragisch dan ook dat we meer en meer lijken te zwichten voor datgene wat we delen met alle andere aardbewoners. De Ware, of toch het idee, is ook gevaarlijk omdat we vaak té veel zin verwachten van die Ware. Alsof die borg staat voor alle geluk. Seksuoloog Wilfried Van Craen benadrukt het al jaren. "Verwacht niet dat je partner alle zin geeft aan jouw leven. Durf elkaar los te laten om dingen te doen die buiten de relatie liggen. Aanvaard dat jij en je partner ook anderen nodig hebben voor die zingeving. Je kunt niet alle behoeftes van elkaar invullen, hoe vurig de liefde ook." Of psycholoog aan de Universiteit Gent Paul Verhaeghe in zijn boek Liefde in tijden van eenzaamheid : "Je moet iemand heel graag zien om hem of haar met rust te kunnen laten. Diens verlangen en tekort niet onmiddellijk lam leggen met een eigen invulling en opvulling ervan. Iemand anders inderdaad ook anders laten zijn, wat meteen de mogelijkheid opent een verhouding op te bouwen op grond van het verschil. L'amour, c'est donner ce qu'on n'a pas." Een sprookje, jawel, het verhaal van de prins en het witte paard. En zoals alle sprookjes geloven we ook dit heel graag. Zoals alle sprookjes legt ook dit het verlangen van de mens en de menselijkheid bloot. En zoals alle sprookjes is ook dit verzonnen, maar is het wel waar. Ja, wat vinden we het mooi, eeuwige passie. Eeuwig, omdat het voorbestemd is. Omdat het moest. Wat vinden we het mooi en wat geloven we het graag. En al veel langer dan vandaag. Al meer dan tweeduizend jaar geleden gaf Plato het een verklaring, Homeros gaf het een wondermooi verhaal. Eén jaar zijn ze samen, wanneer Odysseus moet vertrekken naar de Trojaanse oorlog en hij Penelope en hun pasgeboren zoontje achterlaat. Twintig jaar later wacht Penelope nog steeds. Geen mens die nog gelooft dat Odysseus leeft, maar Penelope wacht. De horde minnaars aan de deur, houdt ze af met volgend excuus : "Pas als het rouwkleed waar ik aan werk af is, zal ik kiezen." Overdag weeft ze, 's nachts trekt ze alle draden weer uit. Odysseus van zijn kant zwerft na de oorlog tien jaar rond, een boze Poseidon leidt zijn schip telkens om. Uiteindelijk strandt hij op een goddelijk mooi eiland, bij de goddelijk mooie nimf Kalypso. De eeuwige jeugd wil ze hem schenken, goddelijke liefde, een paradijselijk leven. Maar Odysseus treurt, verlangt naar zijn Penelope en onderneemt een laatste poging naar huis. Met de hulp van Zeus bereikt hij na twintig jaar zijn paleis. Hij verschalkt het leger minnaars, en sluit Penelope weer in de armen. Nog liever dan het eeuwige leven en goddelijke schoonheid : ware liefde. Meer dan twintig eeuwen later verzinnen we nog altijd variaties op dit verhaal. De mens is niet veranderd. De liefde ook niet. (*) De Ware, hij. En dat houden we voor het gemak de hele tekst aan. Uiteraard geldt alles ook voor een ware zij.Door Guinevere Claeys . Illustratie Arpaïs du Bois