Het is ondertussen een cliché: wie Sarah Moon zegt, denkt aan Kate Bush, hoewel er nooit een artistieke verbintenis tussen de twee kunstdames heeft plaatsgevonden. Die hardnekkige vergelijking heeft alles te maken met uiterlijkheden. Moon en Bush (hun twee achternamen passen wel erg goed bij elkaar) hebben van ijl hun handelsmerk gemaakt en van het meisjesdom een erestatuut. Beide artiestes worden als zweverig beschouwd, soms ook als gewoonweg raar. Hun werk blijft populair bij een anoniem miljoenenpubliek dat niet erg hoog oploopt met hiep hiep hoera-moderniteit. Bijgevolg moeten de twee het vaak afleggen tegen andere juffrouwen wanneer de historische lijst van baanbrekende feministes wordt opgesteld. Noch Moon noch Bush zijn societyfiguren, hun privé-leven schermen ze behoedzaam af, hoewel de barometer van hun huiselijk geluk de hoogtes en laagtes van hun output hoor- en zichtbaar bepaalt. Kate Bush baart platen, Sarah Moon foto's, elk voor het commerciële circuit, en dus voor de popcultuur. Dat een verlichte geest hen nooit samen in eenzelfde kamer heeft kunnen opsluiten, heeft waarschijnlijk met hun zelfgekozen splendid isolation te maken; een trofee immers voor wie hun respectievelijke adressen weet te achterhalen. Ja, ze horen samen, ma...

Het is ondertussen een cliché: wie Sarah Moon zegt, denkt aan Kate Bush, hoewel er nooit een artistieke verbintenis tussen de twee kunstdames heeft plaatsgevonden. Die hardnekkige vergelijking heeft alles te maken met uiterlijkheden. Moon en Bush (hun twee achternamen passen wel erg goed bij elkaar) hebben van ijl hun handelsmerk gemaakt en van het meisjesdom een erestatuut. Beide artiestes worden als zweverig beschouwd, soms ook als gewoonweg raar. Hun werk blijft populair bij een anoniem miljoenenpubliek dat niet erg hoog oploopt met hiep hiep hoera-moderniteit. Bijgevolg moeten de twee het vaak afleggen tegen andere juffrouwen wanneer de historische lijst van baanbrekende feministes wordt opgesteld. Noch Moon noch Bush zijn societyfiguren, hun privé-leven schermen ze behoedzaam af, hoewel de barometer van hun huiselijk geluk de hoogtes en laagtes van hun output hoor- en zichtbaar bepaalt. Kate Bush baart platen, Sarah Moon foto's, elk voor het commerciële circuit, en dus voor de popcultuur. Dat een verlichte geest hen nooit samen in eenzelfde kamer heeft kunnen opsluiten, heeft waarschijnlijk met hun zelfgekozen splendid isolation te maken; een trofee immers voor wie hun respectievelijke adressen weet te achterhalen. Ja, ze horen samen, maar dan in het logboek van hun fans, die vaker dan niet dezelfde zijn. Toch is Sarah Moon geen wereldvreemde zonderlinge. Ze woont en werkt ergens in Parijs, is gelukkig getrouwd en drukbezet. Ze laat zich uitnodigen door lifestylebladen en couturehuizen en tegelijk exposeert ze bij gerespecteerde galeriehouders die niet malen om dat modewerk. Moon heeft een reputatie, zowel bij de grote massa als bij insiders. In de vroege jaren zeventig verschenen haar eerste foto's in luxueuze modemagazines, Marie Claire, Vogue, Harper's Bazaar, Nova. Ze stootte gauw door naar de top, waar ze concurrenten, of beter tegenpolen als Helmut Newton en Guy Bourdin ontmoette. De foto's van Moon toonden geen decadentie en zwartgelakte glamour, wel weiden vol bloemen, opwaaiende zomerjurken en blanke meisjes met een krullenbos. In haar scenario's figureerden vrouwen die de frullige mode van toen droegen en zich toch kraniger dan voorgeschreven voordeden. Tenminste, dat was het gevoel dat uit haar beelden sprak. Visueel hield Moon van poeder en mist, van pastels en flou, ietwat zoals in scènes van stomme films, maar dan in gedempte, waterige kleuren. Vrouwen waren allesbehalve objecten, zoveel is zeker, maar ook niet helemaal van vlees en bloed. Nimfen veeleer, of verschijningen met roze gestifte monden, schijnbaar verdwaald in de flitsende modewereld. Moon regisseerde ook reclamecampagnes en -films, haar bekendste voor Cacharel ( Anaïs Anaïs), andere voor L'Oréal, Revlon, Dim en Dupont. Aldus bepaalde haar stijl een tijdperk: de seventies hadden glamrock en punk, maar ook poëziealbumromantiek, een lang verguisd genre dat momenteel weer in de revivalfase zit. Sarah Moon heeft haar vroegere werk evenwel achter zich gelaten. Wie tegenwoordig wat retroromantiek wil bestellen, hoeft immers niet meer bij haar aan te kloppen. Zoveel is duidelijk bij het doorbladeren van Coincidences, haar nieuwe, lijvige monografie die een secuur carrièreoverzicht beweert te zijn. Mode- of reclamefoto's uit haar populaire jaren staan er niet in, wel veel recent werk, daterend uit de jaren negentig tot nu. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar het is merkbaar dat Moon zelf grotendeels voor de beeldenselectie heeft gezorgd. In essentie werkt ze nog steeds met dezelfde thema's, alleen hebben haar stille waters nu onpeilbaar diepe gronden. Weg zijn de bloesems en de nostalgische cellotonen, nu is alles lijzig grijs, onweerachtig en stil. Haar beelden zijn persoonlijker dan voorheen, hoewel uit het aanbod, in al zijn diversiteit, niet meteen op te maken valt wat haar drijft. In een zelfgeschreven inleiding op haar kijkboek kan ook Moon de vinger niet op de pols leggen. Ze heeft het over illusies, hallucinaties, dromen en herinneringen, niet eens in volzinnen maar in warrige spreekflarden die aan elkaar hangen met gedachtestreepjes. Haar vroegere tijdschriftenfotografie noemt ze kordaat 'sentimenteel', haar recente oeuvre, vrijelijk dichterlijk, 'echo's' van wat in haar hoofd zit, of 'drijvende flessen in de oceaan'. Veel foto's zijn in zwart-wit, of sepia, en hebben kapotte randen, krassen en stofresten. Artistiekerig dus, en met opzet archaïsch aandoend, hoewel het alledaagse zaken zijn die haar aandacht trekken. Natuurtaferelen, dieren, vergezichten, kinderen en vrouwen, allemaal toegedekt door donkere schaduwen en verduisterd door diffuus licht. De wereld van Sarah Moon draait in slow motion, zo is alles vanzelf vaag en melancholisch, soms ontredderd. Een verlaten picknicktafel in het park, een zwerm zwarte vogels boven een meer, een kroonluchter waar geen leven in zit, een onherkenbare vrouw schuifelend door een dicht bladerdek. Wat op het eerste gezicht lijkt op een pagina vol gemorste Chinese inkt, is een afbeelding van een landschap. Wat beter bekeken is een abstract en geometrisch schaduwspel een dame in een modejurk. Moon kiest vaak trieste taferelen (kerstverlichting met uitgedoofde lampjes, circusolifanten in hun hok) maar ook gewone zonovergoten velden of botanische tuinen zien er bij haar wat onheilspellend uit, op een wijze die de regisseurs van Engelse misdaadseries à la Morse en Frost niet onbekend is. Neen, het is niet langer het soort foto's dat past bij het aanprijzen van meisjesparfums. Bij tijden, niet toevallig wanneer bevallige mannequins en chique japonnen zich aandienen, schakelt Moon over op kleurenfotografie. Dan schildert ze met vurige kleuren, ter vervanging van het lila en roze uit haar verleden. Haar modellen, gekleed in kunstzinnige outfits van Yohji Yamamoto, Comme des Garçons, Junya Watanabe of Dior, mogen niet poseren. Moon achtervolgt hen liever met haar camera, backstage bij een modeshow of tijdens een pauze bij een modeshoot. Vrouwen moeten zichzelf zijn, vrij zijn, zo vindt ze, zelfs als ze de fantasie van een ontwerper, ja zelfs van een fotografe uitbeelden. Het werk van Sarah Moon is niet zo licht, en omgekeerd ook niet zo zwartgallig als het soms lijkt. Het is vooral niet zo wegwerp als men van een (voormalige) vrouwenbladfotografe zou verwachten. Met die wetenschap moet het goed leven zijn, zelfs voor iemand die tevergeefs maar keer op keer alle moeite doet om sommige mysteries te grijpen. Coincidences, Sarah Moon, uitgeverij Thames & Hudson, ISBN 0-500-54250-3, 288 pagina's, 63,40 euro.Peter De Potter / Foto's Sarah Moon