Dat ze veel meer samenwerken dan we denken, onze zintuigen, is een van Charles Spences belangrijkste conclusies. Hij is professor in de experimentele psychologie aan Oxford, en combineert in dit boek zijn eigen en andermans onderzoek om voor verschillende aspecten van ons leven tweaks en hacks te suggereren om het leven fijner of makkelijker te maken. Iets wat sowieso al gebeurt, vertelt hij. ' Sensehacking is overal, of je nu in je auto, in de winkel of op je werk zit, maar we zijn ons er meestal niet van bewust. Het zal in de toekomst ook steeds vaker gebeuren, onder andere in de medische wereld en zelfs gewoon thuis. Het is belangrijk dat we onze multizintuiglijke omgeving goed vormgeven, want wie in een stad of stedelijke omgeving woont, brengt vandaag tot 95 procent van zijn tijd binnen door. Dat betekent niet alleen dat we waarschijnlijk te weinig natuurlijk licht krijgen, maar ook te weinig natuur tout court. Binnen is de waaier zintuiglijke ervaringen die we kunnen hebben bovendien beperkt. Design-, verf- en geurbedrijven zijn al een tijdje bezig met het toepassen van wetenschappelijke inzichten in onze zintuigen, maar ik heb ook gewerkt voor bedrijven en sportfaciliteiten, om ervoor te zorgen dat werknemers en klanten het meeste halen uit hun werk en sportactiviteit.'
...

Dat ze veel meer samenwerken dan we denken, onze zintuigen, is een van Charles Spences belangrijkste conclusies. Hij is professor in de experimentele psychologie aan Oxford, en combineert in dit boek zijn eigen en andermans onderzoek om voor verschillende aspecten van ons leven tweaks en hacks te suggereren om het leven fijner of makkelijker te maken. Iets wat sowieso al gebeurt, vertelt hij. ' Sensehacking is overal, of je nu in je auto, in de winkel of op je werk zit, maar we zijn ons er meestal niet van bewust. Het zal in de toekomst ook steeds vaker gebeuren, onder andere in de medische wereld en zelfs gewoon thuis. Het is belangrijk dat we onze multizintuiglijke omgeving goed vormgeven, want wie in een stad of stedelijke omgeving woont, brengt vandaag tot 95 procent van zijn tijd binnen door. Dat betekent niet alleen dat we waarschijnlijk te weinig natuurlijk licht krijgen, maar ook te weinig natuur tout court. Binnen is de waaier zintuiglijke ervaringen die we kunnen hebben bovendien beperkt. Design-, verf- en geurbedrijven zijn al een tijdje bezig met het toepassen van wetenschappelijke inzichten in onze zintuigen, maar ik heb ook gewerkt voor bedrijven en sportfaciliteiten, om ervoor te zorgen dat werknemers en klanten het meeste halen uit hun werk en sportactiviteit.' Een van de meest verrassende plekken waar onze zintuigen nu al gehackt worden, is onze auto. 'Designers en ingenieurs kunnen je auto in principe stil maken, zodat geluiden die van buiten komen, waaronder de eigen motor, niet te horen zijn. Maar dat willen klanten helemaal niet, ze willen horen waar hun geld naartoe ging. In de praktijk maken ingenieurs je auto dus min of meer geluidsdicht, om dan samen met psycho-akoestiek-specialisten te beslissen wat er weer toegelaten wordt. Een deel van het geluid van je auto is dus artificieel. Soms wordt er een bepaald gegrom toegevoegd aan familiewagens, om ze sportiever te laten klinken. En het gaat nog verder dan dat. Een auto kopen is een grote uitgave, dus hebben bedrijven als VW en Renault tijd en geld besteed aan het creëren van een 'kwalitatief' geluid als je de deur van hun auto's sluit. Die 'thunk' kan doorslaggevend zijn bij een aankoop. Net als het geluid dat het dashboard maakt als je erop tikt. Niemand tikt nog op zijn dashboard nadat hij eenmaal een auto gekocht heeft, maar in de showroom doen we het bijna allemaal, en dus zorgen ontwerpers ervoor dat dat geluid kwaliteit uitstraalt. Nieuwe-autogeur is eigenlijk een mengeling van hout en leer, twee dingen die je in niet veel wagens meer vindt, en dus is hij in jouw nieuwe aankoop waarschijnlijk artificieel. De geur wordt vandaag ook gebruikt om tweedehandswagens sneller te verkopen. En als je een Bentley koopt, dan maken je knipperlichten een geluid dat lijkt op het getiktok van een ouderwetse carriage klok, kwestie van erfgoed, cultuur en klasse uit te stralen.' Ook in bijvoorbeeld onze woonkamer en keuken willen we geen absolute stilte. 'Geluid speelt een belangrijke rol in onze ervaring van producten, het is zeer moeilijk om klanten ervan te overtuigen dat een totaal geluidloze stofzuiger effectief al het vuil opzuigt. Ik heb met mijn team ook aan koffiemachines gewerkt, en uit ons onderzoek blijkt dat de scherpte en het volume van het geluid van de machine een invloed heeft op hoe we de smaak van de koffie beleven. We staan aan het begin van een integratie van de wetenschap op dat vlak. Bedrijven zijn bijvoorbeeld bezig met de geur van hun nieuwe televisies. Ruiken die alsof ze uit een magazijn komen, of kunnen ze via de doos of verpakking een geur meegeven zodat je eerste ervaring met dat product positief is?' Een van je vorige boeken ging vooral over eten en hoe onze zintuiglijke waarneming een grote invloed heeft op hoe dingen smaken. 'Wat smaak betreft, zien we hoe belangrijk de samenwerking tussen onze zintuigen is. Een mooi gedekte tafel met een stoffen tafellaken en zwaar bestek doet het eten beter smaken omdat het een gevoel van kwaliteit en zorg oproept. Klassieke muziek helpt ook. Congruentie is hier belangrijk. De informatie die via je zintuigen binnenkomt, moet overeenstemmen. Uit onderzoek bleek dat shoppers in de war raken als ze tijdens het winkelen energieke, nerveuze muziek horen, gecombineerd met een ontspannende geur. Zo'n gemengde boodschap kan voor minder aankopen zorgen, ofwel omdat ze verwarrend is, ofwel omdat zintuiglijke overload onaangenaam is.' Soms hebben onze zintuiglijke voorkeuren volgens jou te maken met onze evolutie. 'Neem de temperatuur in onze huizen. Tot pakweg een eeuw geleden was die vrij moeilijk te regelen, maar sinds de komst van centrale verwarming zien we dat mensen overal ter wereld ongeveer voor dezelfde temperatuur kiezen, tussen 17 en 23 graden. Of we nu in Alaska of Hawaii wonen, we hebben blijkbaar een voorkeur voor de gemiddelde, zeer milde temperatuur van de regio waar onze diersoort ontstond, namelijk Centraal-Kenia en Ethiopië.' Je ziet ook mogelijkheden voor een duurzamere en gezondere omgeving door onze zintuigen te hacken. 'Denk aan waterverbruik. Een flauwe douchestraal is vervelend, maar we worden aangemaand om minder water te verbruiken. Wat als we het geluid van de kraan zo manipuleren dat de straal overvloedig klinkt, maar het niet echt is? Of neem het effect van kleuren op ons thermaal comfort, dat voor een deel bepaald wordt door wat we zien, onafhankelijk van de effectieve temperatuur. Een kamer in warme kleuren voelt daarom vanzelf warmer aan, wat ons misschien kan toelaten om de verwarming iets lager te draaien.' Designers praten veel over onze zintuigen, maar in de praktijk is het veel geblaat en weinig wol. Marketeers gebruiken geur, tast en smaak om ons spullen te verkopen, maar designers doen niet evenveel moeite om onze woon-, werk- en andere leefomgevingen aangenamer te maken. 'Er is inderdaad vooral breed zintuiglijk onderzoek als het over shoppen gaat, waarschijnlijk omdat daar het meeste geld te verdienen valt. De ervaringseconomie, weet je wel. Maar het breidt zich gelukkig wel uit. Ik ben nu betrokken bij een studie over ziekenhuizen en multizintuiglijk design, waarbij principes waarvan we weten dat ze werken in de verkoop in onze gezondheidszorg toegepast worden. Het belang van het beperken van geluid op ziekenhuiskamers bijvoorbeeld, waardoor patiënten beter slapen en sneller genezen. Planten, kleuren, beelden van de natuur, ook die hebben een duidelijk effect. Uit onderzoek blijkt dat het wittejasseneffect waarbij mensen een hogere bloeddruk krijgen omdat die gemeten wordt door een arts kan gecounterd worden door in de onderzoekskamer een grote foto van een natuurlandschap te hangen. Ook slaap kun je beter maken door met al je zintuigen rekening te houden. Wekkers die met licht werken of een warm bad voor het slapengaan behoren al tot de standaardadviezen voor wie slaapproblemen heeft. Het probleem is zoals zo vaak geld. Je moet als wetenschapper bewijzen dat de investeringen die je voorstelt opbrengen op het vlak van gezondheidswinst. Die onderzoeken zijn bezig, de mechanismes achter die effecten worden blootgelegd, maar het gaat traag. Ook rond werkomgevingen wordt nu meer onderzoek gedaan en toch duurt het lang voor vernieuwingen ingang vinden. Zonder grof te willen zijn: misschien maken niet alle bedrijven zich zorgen over het welzijn van hun personeel. Ze zijn vaak meer met productiviteit bezig en hogere verkoopcijfers zijn makkelijker te bewijzen dan snellere recuperatietijden of een hoger welzijn. Er gaapt nog een brede kloof tussen wat we weten en wat we gebruiken en niet iedereen leest academische verslagen, jammer genoeg.' Hoe zit het met onszelf, als individuen? Misschien ook geen lezers van jouw onderzoek. 'Ik vrees ervoor. (lacht) Neem tast, een van onze meest verwaarloosde zintuigen, die nochtans ontzettend belangrijk is voor ons emotioneel welzijn. Als je mensen vertelt dat ze een huisdier moeten nemen om zo een deel van hun eenzaamheidsgevoelens weg te strelen, of als je voorstelt dat ze een gladde kei of een stuk boomschors op hun bureau leggen om aan te raken als ze gestresseerd zijn, dan lachen ze dat weg. Omdat het idee dat tast of geur impact heeft ingaat tegen wat we denken. Stel je eens voor dat een van de symptomen van corona een verlies van zicht was geweest. Dat hadden we veel dramatischer gevonden dan 'maar' smaak en geurzin. Ik heb voor een whiskymerk aan een experiment meegewerkt, het Singleton Sensorium, waarbij klanten mochten proeven in een kamer die steeds veranderde, om te tonen hoeveel de smaak van dezelfde whisky beïnvloed werd door temperatuur, kleur, geuren, enzovoort. Als je het hen laat ervaren, dan geloven mensen je. Maar we zijn zo visueel ingesteld dat we moeilijk te overtuigen zijn van het feit dat andere zintuigen evenveel of misschien zelfs meer impact hebben dan wat we zien. Omdat ze het niet begrijpen, vinden mensen het raar om daar geld aan uit te geven, alsof het een extravagante luxe is.' In design, van stadsontwikkeling tot servies, gaat het inderdaad nog altijd vooral over wat we zien, heel af en toe over wat we horen, maar bijna nooit over wat we ruiken, voelen of proeven. Waarom? 'Dat ligt voor een deel aan de bedrading in onze hersenen. Ongeveer de helft van onze cortex is visueel real estate, terwijl maar tien tot vijftien procent voelen en horen verwerkt, en minder dan een procent geur of smaak. Dat we amper woorden hebben om over geuren te praten, bijvoorbeeld, is daar ook een gevolg van. Daarnaast speelt ook de technologie een rol. Beelden en geluiden kunnen we vastleggen, reproduceren en manipuleren. Ook al wordt er veel over geschreven en gepraat, tactiele digitale technologie is voorlopig niet veel meer dan hier en daar een vibrerend voorwerp. Van digitale smaak- en geurtechnologie is nog bijna geen sprake. Als mensen het vandaag over zintuiglijke overbelasting hebben, dan gaat het meestal over visuele en auditieve belasting. Over een teveel aan beelden en informatie en een te luide omgeving. Maar op het vlak van geur, smaak en tast zijn we vaak net onderprikkeld. Onze wereld is gedeodoriseerd, veel design is gericht op het verwijderen van geuren, niet op het creëren ervan. Oudere of alleenstaande mensen worden vaak nog amper aangeraakt en bij ouderen gaan de zintuigen ook achteruit, dus ze hebben eigenlijk net meer en niet minder zintuiglijke prikkels nodig. De covidcrisis heeft ons daar hopelijk over doen nadenken. Neem bijvoorbeeld de 'hands of love', de latex handschoenen die in een Braziliaans ziekenhuis met warm water gevuld werden en rond de handen van zieke patiënten geschoven werden, om hun het gevoel te geven dat iemand hun hand vasthield. Hartverscheurend om te zien. Dat soort oplossingen moeten we overwegen. Maar omdat we over tast, smaak en geur minder vlot communiceren en geen technologie hebben om ze te vatten, is het als designer een stuk moeilijker om die in je werk te integreren. Het maakt ook mijn werk als wetenschapper soms wat moeilijk. Ik weet dat als ik in een experiment de heerlijke geur van vers gemaaid gras kan laten vrijkomen terwijl mensen thuis naar een voetbalmatch kijken, ze meer van de uitzending zouden genieten. Maar dat soort experimenten, en bewijzen voor het effect van die grasgeur leveren, is moeilijk.' U doet vandaag nogal wat onderzoek naar de positieve effecten van natuur. 'Klopt. Uiteraard weten we dat we ons beter voelen als we tijd in de natuur doorbrengen, daar heb je geen psycholoog voor nodig. Maar als je mensen vraagt hoeveel gelukkiger ze zijn na een wandeling, kunnen ze dat niet inschatten. Wij kunnen dat meten, het is veel meer dan mensen vermoeden. (lacht) Weet je, ik had een heel hoofdstuk in mijn boek over sensehacking van steden voorzien, maar de uitgever vond het te donker. Het ging over toxische luchtkwaliteit, vervuiling, over hoe de stad met geluid, hoekigheid en stress een constante aanval is op onze zintuigen. Als mensen echt beseffen hoe groot de impact van de natuur is, zullen ze planten in huis halen, in de tuin werken en hun steden vol bomen planten, zou je denken. Toch doen we het niet, en als we het wel proberen, zoals Annie Hidalgo nu in Parijs, dan komt er weerstand. Terwijl de natuur de ultieme sensehacker is, ze voedt al onze zintuigen en maakt ons blij.' Wat opvalt in het hoofdstuk over natuur is hoeveel onderzoek er gedaan wordt naar het nabootsen ervan. Fake geluiden, huisplanten, foto's, geuren... Terwijl we ook gewoon een extra boom kunnen planten of een wandeling maken. De kantoren van Knack Weekend liggen bijvoorbeeld in een mooie grote tuin, maar er staan amper bankjes. Jammer, want sommige van onze taken, zoals het lezen van je boek om dit interview voor te bereiden, kunnen we prima onder een boom doen. 'We zijn niet bepaald een logische soort, inderdaad. En vergeet niet dat heel wat kantoren en huizen niet de luxe van een mooie tuin hebben, dus dat onderzoek kan toch nuttig zijn. Ook daar hoop ik dat kennis ons kan aanzetten tot betere praktijken. Als blijkt dat het Japanse idee van bosbaden echt effect heeft op onze stressniveaus, bloeddruk en immuniteit, dan hoop ik dat het gewoon ingang vindt in de medische praktijk. Ik denk dat het langzaam maar zeker de goede kant opgaat en we gaan de volgende decennia zeer boeiend onderzoek doen. We zien nu op sommige plekken al welzijnskamers voor werknemers of klanten en biofilie-ontwerp gaat mainstreamdesign beïnvloeden, zeker als het over gezondheid en productiviteit gaat. Design voor welzijn zit eraan te komen, geloof me.'