Door zijn hoge bevolkingsdichtheid en intensieve economische activiteiten op een kleine oppervlakte, is Vlaanderen een waterarme regio. De voorbije zomers waren ongezien droog en de droogte van de zomer van 2018 werd als landbouwramp erkend. Ook dit voorjaar is het kurkdroog. Landbouwers en beleidsmakers maken zich nu al zorgen. Zorgvuldig omgaan met het beschikbare water is in tijden van klimaatopwarming meer dan ooit de boodschap.

Waterarm Vlaanderen moet inzetten op een landbouw die kiest voor meer plantaardige productie

Als burger worden we al een tijdje gevraagd om spaarzaam te zijn met kraanwater. Ons waterverbruik beperkt zich echter niet tot het water dat uit de kraan komt. Voor alle producten die we consumeren is tijdens het productieproces, water nodig. Dit volume, het 'indirect waterverbruik', is vele malen groter dan onze directe consumptie. Waar ons direct waterverbruik zich beperkt tot ongeveer 120 liter water per persoon per dag, verbruiken we indirect maar liefst 4.500 tot 7.000 liter water per persoon per dag. 75 procent van onze watervoetafdruk wordt bepaald door wat we eten. Onze vleesconsumptie alleen al is verantwoordelijk voor een kwart van onze watervoetafdruk. Meer en meer consumenten willen oprecht milieubewuste keuzes door hun vleesconsumptie te minderen, maar dan moeten er ook aan productiezijde ingrijpende en consequente keuzes gemaakt worden.

Veeteelt

Zowel Europa als Vlaanderen nemen een ambigue houding aan. In de Europese Green Deal wordt gewezen op de mogelijke gevolgen van waterschaarste in de landbouw. Een goed begin. In het Vlaamse actieplan 'Water voor land- en tuinbouw Vlaanderen 2019-2023' worden opslag van regenwater, hergebruik van afvalwater en onderzoek naar klimaatbestendige rassen en gewassen gepromoot. Mooi zo. Maar zowel in de Europese als in de Vlaamse strategie wordt zedig gezwegen over wat echt het verschil zal maken: een landbouw die kiest voor meer plantaardige dan voor dierlijke productie.

Om de druk op onze watervoorraden te verminderen, moeten we naar een landbouw die efficiënter omspringt met hemel-, grond-, en oppervlaktewater, en daar scoort veeteelt niet goed. Zo is er voor de productie van 1 kilo rundsvlees in de industriële veeteelt 15.000 liter water nodig. Het grootste deel van dat water is nodig om hun voeder te produceren: maïs en andere graangewassen. Maar ook voor bijvoorbeeld het schoonmaken van de stallen of als drinken voor de runderen wordt ook veel water gebruikt.

In 2020 gaat meer dan de helft van het budget van het VLAM naar de promotie van dierlijke producten.

Voor de productie van plantaardige producten is aanzienlijk minder water nodig dan voor dierlijke. Niet alle gronden, die vandaag voor veeteelt gebruikt worden, zijn geschikt voor akkerbouw, maar voor een goed deel van die terreinen kan de omschakeling wel. Veetelers zouden - waar mogelijk - actief moeten gestimuleerd worden om over te schakelen naar akkerbouw en groenteteelt.

Subsidies

Van alle landbouwsectoren is de watervoetafdruk van veeteelt dus het grootst. Toch gaat liefst 20 procent van alle Europese middelen (tussen 28 en 32,6 miljard euro) als subsidie naar de veeteeltsector. Met een dergelijk belangrijk budget kan Europa de landbouw ondersteunen en sturen naar waterduurzame teelten.

Ook de promotie voor de veeteelt draait op volle toeren. In 2020 gaat meer dan de helft van het budget van het VLAM - 'Vlees van bij ons' - naar de promotie van dierlijke producten. De andere helft wordt verdeeld over de promotie van alle andere sectoren: akkerbouw, groenten en fruit, sierteelt, visserij, bier, bio- en streekproducten. Ook de Europese Unie verstrekte de afgelopen jaren tientallen miljoenen euro subsidie aan reclamecampagnes van de vleesindustrie in Europa.

Het beheer van de watervoorraden is nochtans een kernopdracht voor de overheid

Noch de Europese, noch de Vlaamse overheid maken duidelijke en consequente keuzes om onze landbouw te vrijwaren voor waterschaarste. Zo is er minder water nodig bij de teelt van groenten en fruit. Granen en peulvruchten hebben bijvoorbeeld een relatief lage watervoetafdruk en een hoge voedingswaarde. Zolang de overheid geen incentives geeft om voor teelten te kiezen met een kleinere watervoetafdruk, zal de veeteeltsector geen andere richting inslaan.

Het beheer van de watervoorraden is nochtans een kernopdracht voor de overheid. Join For Water roept daarom de beleidsmakers in Vlaanderen en in Europa op om duidelijk te kiezen voor een subsidiebeleid dat de draagkracht van ons watersysteem en onze watervoorraden respecteert. Omdat water essentieel is voor de landbouw, zal dit uiteindelijk ook de sector ten goede komen.

Door zijn hoge bevolkingsdichtheid en intensieve economische activiteiten op een kleine oppervlakte, is Vlaanderen een waterarme regio. De voorbije zomers waren ongezien droog en de droogte van de zomer van 2018 werd als landbouwramp erkend. Ook dit voorjaar is het kurkdroog. Landbouwers en beleidsmakers maken zich nu al zorgen. Zorgvuldig omgaan met het beschikbare water is in tijden van klimaatopwarming meer dan ooit de boodschap. Als burger worden we al een tijdje gevraagd om spaarzaam te zijn met kraanwater. Ons waterverbruik beperkt zich echter niet tot het water dat uit de kraan komt. Voor alle producten die we consumeren is tijdens het productieproces, water nodig. Dit volume, het 'indirect waterverbruik', is vele malen groter dan onze directe consumptie. Waar ons direct waterverbruik zich beperkt tot ongeveer 120 liter water per persoon per dag, verbruiken we indirect maar liefst 4.500 tot 7.000 liter water per persoon per dag. 75 procent van onze watervoetafdruk wordt bepaald door wat we eten. Onze vleesconsumptie alleen al is verantwoordelijk voor een kwart van onze watervoetafdruk. Meer en meer consumenten willen oprecht milieubewuste keuzes door hun vleesconsumptie te minderen, maar dan moeten er ook aan productiezijde ingrijpende en consequente keuzes gemaakt worden. Zowel Europa als Vlaanderen nemen een ambigue houding aan. In de Europese Green Deal wordt gewezen op de mogelijke gevolgen van waterschaarste in de landbouw. Een goed begin. In het Vlaamse actieplan 'Water voor land- en tuinbouw Vlaanderen 2019-2023' worden opslag van regenwater, hergebruik van afvalwater en onderzoek naar klimaatbestendige rassen en gewassen gepromoot. Mooi zo. Maar zowel in de Europese als in de Vlaamse strategie wordt zedig gezwegen over wat echt het verschil zal maken: een landbouw die kiest voor meer plantaardige dan voor dierlijke productie. Om de druk op onze watervoorraden te verminderen, moeten we naar een landbouw die efficiënter omspringt met hemel-, grond-, en oppervlaktewater, en daar scoort veeteelt niet goed. Zo is er voor de productie van 1 kilo rundsvlees in de industriële veeteelt 15.000 liter water nodig. Het grootste deel van dat water is nodig om hun voeder te produceren: maïs en andere graangewassen. Maar ook voor bijvoorbeeld het schoonmaken van de stallen of als drinken voor de runderen wordt ook veel water gebruikt. Voor de productie van plantaardige producten is aanzienlijk minder water nodig dan voor dierlijke. Niet alle gronden, die vandaag voor veeteelt gebruikt worden, zijn geschikt voor akkerbouw, maar voor een goed deel van die terreinen kan de omschakeling wel. Veetelers zouden - waar mogelijk - actief moeten gestimuleerd worden om over te schakelen naar akkerbouw en groenteteelt. Van alle landbouwsectoren is de watervoetafdruk van veeteelt dus het grootst. Toch gaat liefst 20 procent van alle Europese middelen (tussen 28 en 32,6 miljard euro) als subsidie naar de veeteeltsector. Met een dergelijk belangrijk budget kan Europa de landbouw ondersteunen en sturen naar waterduurzame teelten. Ook de promotie voor de veeteelt draait op volle toeren. In 2020 gaat meer dan de helft van het budget van het VLAM - 'Vlees van bij ons' - naar de promotie van dierlijke producten. De andere helft wordt verdeeld over de promotie van alle andere sectoren: akkerbouw, groenten en fruit, sierteelt, visserij, bier, bio- en streekproducten. Ook de Europese Unie verstrekte de afgelopen jaren tientallen miljoenen euro subsidie aan reclamecampagnes van de vleesindustrie in Europa. Noch de Europese, noch de Vlaamse overheid maken duidelijke en consequente keuzes om onze landbouw te vrijwaren voor waterschaarste. Zo is er minder water nodig bij de teelt van groenten en fruit. Granen en peulvruchten hebben bijvoorbeeld een relatief lage watervoetafdruk en een hoge voedingswaarde. Zolang de overheid geen incentives geeft om voor teelten te kiezen met een kleinere watervoetafdruk, zal de veeteeltsector geen andere richting inslaan. Het beheer van de watervoorraden is nochtans een kernopdracht voor de overheid. Join For Water roept daarom de beleidsmakers in Vlaanderen en in Europa op om duidelijk te kiezen voor een subsidiebeleid dat de draagkracht van ons watersysteem en onze watervoorraden respecteert. Omdat water essentieel is voor de landbouw, zal dit uiteindelijk ook de sector ten goede komen.