Dimitri Verhulst

‘Uithuilen op elkanders schouder is een misdaad’

Dimitri Verhulst Schrijver

Dimitri Verhulst brengt vanop het Franse platteland verslag uit over de wereld in tijden van corona

Nu er minder verkeer is zou je denken dat de politie minder processen-verbaal heeft uit te schrijven. De gele hesjes zitten in quarantaine, de revolutie zal wel weer voor een ander keertje zijn, en er zijn vast enkele flikken die heimwee krijgen naar die al bij al recent verleden tijd waarin ze met hun matrak nog schedels in de prak matsten. Ze hebben een reputatietje, de bewakers van het wettelijk gezag. Niet enkel hun honden kunnen blaffen. Elke gendarme herinnert mij eraan hoe vriendelijk de Belgische politie eigenlijk is.

Gelukkig voor de overijverige gendarme wordt er nog altijd gestorven, meer dan behoorlijk flink gestorven zelfs, en als er geen medailles voor moed meer kunnen worden verdiend middels de bekeuring van een verkeerd geparkeerde kar, dan kan men tegenwoordig misschien wel tot brigadegeneraal promoveren door op de kerkhoven te patrouilleren. Want men mag er misschien wel op los sterven tegenwoordig, dat betekent nog niet dat men erop los kan begraven. Inderhaast gestemde decreten hebben de Hexagoners opgelegd dat men met niet meer dan twintig mensen aanwezig mag zijn op een begrafenis. Wegens al te groot besmettingsgevaar mogen er geen hosties worden gegeten, er valt niets van het verhemelte te schrepelen.

Uithuilen op elkanders schouder is een misdaad.

Tussen iedere rouwende, hetzij in de kerk, hetzij in het crematorium, dient er zich een lege stoel te bevinden. Wie ouder is dan zeventig heeft thuis te blijven, ook al is het de eigen geliefde die wordt neergelaten in de goedertieren grond. En er mogen geen handen worden gegeven, laat staan dat men elkaar mag knuffelen en troosten. Uithuilen op elkanders schouder is een misdaad. Gruwelijke tijden vragen kennelijk om gruwelijke maatregelen. We zijn zo ver in onze strijd tegen een virus dat de harteloosheid moet worden ingezet. Dus o wee de kersverse wees die in de armen van zijn moeder om zijn dode vader weent. In Falaise (Calvados) was het van dattum. Daar werd een familie op de bon geslingerd omdat ze de zopas opgelegde regels niet respecteerden.

Hoe kun je dat, vraag ik me af. Afstappen op diegenen die zich verzamelden rond het vers gegraven en zo dadelijk weer voor eeuwig dicht te gooien gat. En dan zeggen: ‘Mag ik jullie paspoorten even alstublieft?’ Al weet ik niet helemaal zeker of men hier gelooft dat met het woord ‘alstublieft’ de orde kan worden gehandhaafd. Daarna worden de attesten gecontroleerd die iedereen heeft in te vullen wanneer hij zich buitenshuis begeeft.

Louis de Funès zou dat kunnen. En er zou om gelachen worden in iedere woonkamer. Het zou heruitgezonden worden ook, iedere kerstavond opnieuw.

Maar het is jandorie werkelijkheid, onbevattelijke werkelijkheid.

‘Dat is dan 135 euro boete, mevrouwtje!’

Als de prognoses morgen of overmorgen blijken te kloppen, dan zullen enkele families zijn gedecimeerd. En dan zullen er ook nabestaanden zijn die meermaals op te korte tijd aan een gapend grafgat hadden kapot staan te gaan van verdriet. Met andere woorden, recidivisten, als ze niet met al hun pampierderij in orde waren. Of als ze elkaar aanraakten. Hoe kunnen wij ons troosten voor onze doden als we elkaar niet mogen aanraken?

Er staat sinds 23 maart zes maand gevangenis op het meermaals overtreden van de coronaregels. Gaan we daadwerkelijk daarheen, dat we weldra iemand op een kerkhof in de boeien slaan?

De wapenspreuk van de gendarmerie: ‘Une force humaine.’

We moeten om elkaars verdwijnen schreien terwijl we er nog zijn, want straks mag het misschien niet meer.

Ik heb mijn laatste calvados gedronken.

Zeker weten, meer dan ooit wordt er uitgekeken naar de bevrijdende dag waarop er op de Champs-Élysées weer ramen naar de klingelklangel kunnen worden gesmeten.

Als ze willen dat ons hart van steen is, dan gooien we straks daar wel mee.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content