'Eindelijk kregen jongeren een antwoord'
...

'Eindelijk kregen jongeren een antwoord' In augustus organiseerde de Antwerpse Amir Bachrouri (17) een panelgesprek voor en door jongeren over de coronamaatregelen in ons land. Hij wilde leeftijdsgenoten de kans geven om rechtstreeks vragen te stellen aan verschillende experten en politici. Toen eind juli bleek dat het vooral jongeren waren die losser omsprongen met de maatregelen, kroop de 17-jarige Amir in de pen. Hij schreef een open brief waarin hij jongeren vroeg om hun verantwoordelijkheid op te nemen. 'Tegelijkertijd wilde ik ook duidelijk maken dat het om een superkleine minderheid ging', verduidelijkt Amir. 'Ik wilde de rest van de jongeren een hart onder de riem steken. Daarop kreeg ik heel veel reacties van jongeren die zich herkenden in mijn verhaal, maar ook aangaven dat ze de communicatie vaak onduidelijk vonden. Een week later stuurde ik een mail naar verschillende virologen en politici met de vraag of ze het zagen zitten om deel te nemen aan een panelgesprek waarbij jongeren hun vragen konden stellen.' De rechtenstudent wist uiteindelijk acht namen te strikken, waaronder Bart Somers, Koen Geens, Marc Van Ranst en Erika Vlieghe. 'Ik had niet verwacht dat ze allemaal zouden komen. De hele zaal zat vol jongeren, uiteraard met de nodige voorzorgsmaatregelen. We verzamelden op voorhand al heel wat vragen, maar ook tijdens de avond konden jongeren hun hand opsteken.' Het geplande gesprek van twee uur liep uiteindelijk drie kwartier uit. 'Er was heel veel interactie en veel jongeren waren blij dat ze eindelijk een duidelijk antwoord kregen op hun vragen. Het was de eerste keer dat ze de regels echt eens op jongerenmaat te horen kregen.' 'Een eenvoudig maar warm gebaar'Samen met haar collega's van het gemeenschapscentrum Essegem schreef Hanne Lahousse (31) tijdens de eerste lockdown honderden postkaartjes naar eenzame of alleenwonende buurtgenoten.'Nog voor de coronacrisis begon, hadden we de ambitie om meer verbinding te creëren in de wijk', zegt Hanne. 'Vanuit het gemeenschapscentrum hadden we onder meer het idee om creatieve ateliers te organiseren waar buurtbewoners hun eigen postkaartjes konden ontwerpen, om die vervolgens naar elkaar te sturen. Toen de lockdown begon, hebben we snel gezocht naar een andere manier om contact te houden met de buurt. Zo zijn we kaartjes beginnen te schrijven naar mensen van wie we, dankzij partnerorganisaties, wisten dat ze alleen woonden of eenzaam waren. Toen we via het platform Brussels Helps vernamen dat Brusselse woonzorgcentra een oproep deden om post te sturen naar hun bewoners, zijn we ook die mensen beginnen aan te schrijven.' Op de kaartjes schreef het team bemoedigende woorden of een gedichtje. 'Het leven speelde zich in die maanden volledig digitaal af. Met onze papieren post wilden we een eenvoudig maar warm gebaar stellen.' 'Elke dag een gestreken hemd voor Steven Van Gucht' Conny Schoonjans (55) is de behulpzame buurvrouw van Steven Van Gucht. 'Wij hebben elkaar nodig.' Dat staat op een tegel in Conny's keuken. 'Ik werk al 36 jaar in restaurant Au Vieux Saint Martin in Brussel en zat tijdens de eerste lockdown thuis. Steven en ik schieten goed op, we helpen elkaar, en als ik hutsepot of mosselen maak, nodig ik hem en zijn zoon graag uit. Hij vertelde in december al over corona, en toen hij in het begin van de lockdown zei hoe verschrikkelijk druk hij het had, stelde ik voor om elke dag een extra portie te koken en zijn hemden te strijken. Ik kook graag en had toch niets anders te doen. Ik heb mijn behulpzaamheid van mijn moeder, denk ik, zij hielp mensen ook altijd met volle goesting. En ja, toen Steven me op Radio 2 bedankte, heb ik een traantje weggepinkt. Ondertussen strijkt Steven weer zelf en kook ik nog maar af en toe. Corona lijkt dichterbij, het thuiszitten gaat vervelen en ik kom ook minder buiten. Ik vind het zwaarder, deze keer.' 'Een dak boven je hoofd' Ignace Defever (48) ving in zijn hotel De Bonte Os in Roeselare thuis- en daklozen op. 'In mijn beroep sta je ten dienste van anderen', vertelt Ignace. 'Noem het gerust mijn roeping: mensen ontvangen, luisteren naar hun noden en verzuchtingen, iemand een thuisgevoel geven. Dit voorjaar viel dat plotseling allemaal weg en had ik professioneel gezien geen reden meer om uit bed te komen.' De hotelhouder aarzelde dan ook niet toen hij hoorde dat hotelkamers nodig waren om de wegens corona beperkte opvangcapaciteit in de centra voor thuis- en daklozen te compenseren. Sindsdien stelt De Bonte Os Hotel & Tower permanent twaalf kamers ter beschikking van zij die het nodig hebben. 'Ik beschouw het als een geluk dat ik me nuttig kan maken voor de samenleving. Anders zou ik toch maar zitten te piekeren, want de onzekerheid over de toekomst is groot. Ik doe misschien maar tien, twintig procent van wat ik normaal doe, maar ik heb dagelijks contact met mensen en kan verder werken, wat helpt om het hoofd koel te houden. Het gaat trouwens niet alleen om daklozen, maar ook om slachtoffers van huiselijk geweld, want ook voor hen zijn er in de centra nu minder plaatsen. En mensen een gevoel van comfort en veiligheid bieden, daar gaat het als hotelier sowieso om.' Van negatieve reacties bij andere klanten is geen sprake, benadrukt Defever. 'Iedereen beseft dat de omstandigheden uitzonderlijk zijn, dus vinden mensen het vooral een mooi initiatief. Het enige wat ik van alle gasten verlang, is dat ze beseffen dat het bij ons om een hotel gaat. Je kunt dus niet zomaar iedereen op je kamer uitnodigen. Veel daklozen leven ook al jaren zonder enige structuur en zijn het niet meer gewend om op te ruimen of zich te verzorgen. Wij kunnen hen ook op dat vlak een handje helpen, maar alles begint met wederzijds respect, en indien nodig ergernissen benoemen. Praten met elkaar, dat werkt altijd om tot een zachtere wereld te komen.' 'Sommigen namen afscheid via een tablet' Voetballer Toby Alderweireld (31) financierde tablets waarmee ouderen in zorginstellingen contact konden houden met hun naasten. 'Voor jongeren zijn videogesprekken de normaalste zaak van de wereld,' zegt de in Londen wonende verdediger van Tottenham Hotspur, 'maar bij de oudere generatie ligt dat moeilijker. Een verzorger die met een tablet langskomt en helpt bij videogesprekken maakt een groot verschil.' Dankzij de vzw Vlaams Patiëntenplatform, die de behoeften op het terrein in kaart bracht, doneerde de Antwerpse voetballer meer dan honderd tablets aan zorginstellingen in Vlaanderen. Zijn familie nam de verdeling van de tablets op zich. 'Videochatten kan het echte contact en de aanrakingen nooit vervangen, maar in deze tijden is het beter dan niets', zegt Alderweireld, die op vraag van zijn club ook aan een tiental Londense ziekenhuizen tablets schonk. 'Als ik hoor dat sommigen via zo'n tablet afscheid moesten nemen van hun naasten, ben ik daar even niet goed van. De foto's die de zorginstellingen me stuurden deden me veel plezier. Je ziet hoezeer die mensen ervan genieten toch met hun familie te kunnen praten. Als iedereen iets doet, houden we samen het hoofd boven water.''Troosten met een boek' Tijdens de eerste lockdown richtte Silvie Moors (45) samen met Winny Ang (45) de Boekendokter op, een gratis telefonische hulplijn voor iedereen die nood heeft aan boekentips en troostende woorden. 'Het concept is niet door ons bedacht', zegt Silvie. 'Schrijver Thomas Blondeau, die helaas veel te jong overleed, was jarenlang boekendokter op de Boekenbeurs en in Engeland is bibliotherapie een bekend therapeutisch hulpmiddel. Ik had al langer het sluimerende plan om er ook mee aan de slag te gaan. Die lockdown was dan ook het ideale moment om de Boekendokter op te richten. In allerijl lieten we een website maken en kochten we een telefoonnummer aan.' Als oprichter van De Dagen, een literaire organisatie die inzet op literatuur, verbinding en troost en voornamelijk kwetsbare lezers wil bereiken, weet Silvie als geen ander dat lezen helpt genezen. 'Ik wilde in de eerste plaats de mensen uit onze samenleesgroepen bereiken, hun mooie teksten blijven voorlezen bij wijze van eerstelijnszorg in een moeilijke tijd. Maar de lijn stond open voor iedereen die zich verdrietig of alleen voelde, of gewoon met een grote leeshonger zat.' De Boekendokter was van wacht op bepaalde dagen, luisterde naar je verhaal of kwaal, las voor en schreef voorschriften uit met boekentips. Het voorgeschreven leesvoer varieerde van Murakami tot Zweig, van Homeros tot Van Leeuwen. 'Ik keek tijdens de gesprekken uit op mijn boekenkast en had daarnaast een uitgebreide database bij de hand', zegt Silvie. 'De ene keer belde een overwerkte moeder, de andere keer een jongetje dat een verhaaltje wilde voor het slapengaan. Ieder gesprek duurde minstens een kwartier. Logisch, mensen belden echt vanuit een behoefte. Het was mijn taak om goed te luisteren en bellers vervolgens op een zachte manier terug de dag in te sturen. Voor mensen die mailden met zwaardere onderwerpen, want er was ook een mailadres, was het fijn dat ik advies kon vragen aan collega Winny Ang, die kinder- en jeugdpsychiater is.' Omdat de Boekendokter ook in postcoronatijden blijft bestaan, werd het team sinds kort versterkt met voormalige Radio 1-stem Barbara Rottiers, die ook boeken schrijft en illustreert. deboekendokter.be 'Even pauze van de coronacrisis' Gaël (23), Julot (17) en Janne (16) organiseerden het zomerkamp van BAZART, afdeling Kortrijk. Met duizenden waren ze, de leiders die ervoor zorgden dat de zomerkampen van jeugdbewegingen toch konden doorgaan. BAZART is er zo een. 'We zijn een kunstjeugdbeweging, maar dat wil niet zeggen dat we altijd rond de tafel zitten te tekenen', lacht Julot. 'We spelen ook gewoon buiten, al proberen we er ook dan creativiteit en kunst in te brengen.' Zo ook tijdens het jaarlijkse zomerkamp. 'De opluchting toen het mocht doorgaan was groot', vertelt Gaël. 'Stresserend ook, want wat weten wij van besmettingen en bubbels. Ambrassade, het steunpunt voor jeugdwerk, voorzag gelukkig een prima draaiboek en we kregen alle steun van de koepel.' De kookploeg bracht de groep op meer dan 50 mensen, dus die werd een aparte bubbel, vertelt Janne. 'Niet eenvoudig, want dat waren ouders van deelnemende kinderen, die elkaar dus een kamp lang niet mochten aanraken. Moeilijk.' Het kamp voelde voor deelnemers én leiding als een uitlaatklep. 'Natuurlijk werden de handen eindeloos veel gewassen, zorgden we meer dan anders voor genoeg nachtrust en waren er minder contactspelen', vertelt Gaël. 'Maar het voelde voor iedereen toch als een pauze van die hele coronacrisis.' Als leiding waren ze wel extra alert. 'Bij elke snotneus namen we meteen de koortsthermometer. Er is ook een kind ziek naar huis gegaan, gelukkig niet met corona.' In de verlengde herfstvakantie deed BAZART aan dagopvang. 'De ouders waren ons ontzettend dankbaar en ook de kinderen hadden er duidelijk nood aan', vertelt Julot. 'Ze waren drukker dan normaal, wat het voor ons zwaarder maakte. Maar het was wel keigoed dat we dat konden doen.' 'Ik heb veel geleerd op de spoedafdeling' Sander Caestecker (21) en ruim honderdvijftig andere studenten schoten het UZ Gent ter hulp. 'Helpen tijdens een pandemie: als student geneeskunde zou dat vanzelfsprekend moeten zijn. In mijn eigen omgeving heeft mijn grootmoeder corona gehad, zij is er ook dankzij goede zorg bovenop gekomen.' Sander startte eind oktober op een testafdeling voor mensen met milde coronasymptomen en in de acute zorg. 'Wat me het meest getroffen heeft, waren de jonge coronapatiënten en de draagkracht van de verpleegkundigen op de spoed. Zij hadden al een zware taak, maar nemen nu ook onze begeleiding voor hun rekening.' Veel van zijn dagelijkse handelingen waren nieuw voor hem, bekent Sander: 'Ik heb in heel korte tijd enorm veel bijgeleerd. Er hadden zich trouwens meer studenten aangemeld dan er plaatsen waren, ik prijs me gelukkig dat ik aan de slag kon.' 'We wilden álle kinderen bereiken' In de Sancta Maria basisschool in Leuven sprongen ze met z'n allen op de fiets om schoolmateriaal rond te brengen. Pedagogisch directeur Esther Wallace (43) en juf Katrien Vermaelen (37) vertellen. Esther: 'Niet alleen de leerkrachten fietsten mee, ook de directie en secretariaatsmedewerkers. Ik wist al langer dat we een straf team hadden en de lockdown heeft dat bevestigd. Niemand keek enkel naar zijn eigen klas, het was allemaal samen voor alle kinderen. Het was ons doel om alle leerlingen te blijven bereiken en dat is gelukt.' Katrien: 'We hebben fietsroutes uitgestippeld en die verdeeld, voor het rondbrengen van de boekjes en schoolmateriaal. Daarnaast hield elke leerkracht ook het overzicht over zijn klas, om de vinger aan de pols te houden. We hadden snel door in welke gezinnen meer ondersteuning nodig was, en dan gaven we die, al dan niet met de zorgleerkracht of de directie erbij. We hebben zo bepaalde conflictsituaties tijdig kunnen onderscheppen. Ik belde wekelijks, of vaker als dat nodig was, met ouders en kinderen, of ik deed een videochat. Indien nodig ging ik langs. De lockdown was een zware, maar intense tijd. Het werk liet ons niet los, maar we pakten het op als team.' Esther: 'Iedereen heeft heel hard gewerkt. Ik moest geregeld zeggen: neem dat weekend, je hebt dat nodig.' Katrien: 'Ik heb de kinderen en hun ouders op een andere manier leren kennen dan tijdens een gewoon schooljaar. Dat is toch iets moois dat is voortgekomen uit de lockdown. We hebben bij enkele gezinnen de kwetsbaarheid van dichtbij gezien. Dat geeft nog meer begrip. We hebben al gezegd dat we élk jaar huisbezoeken zouden moeten doen. We gaan bespreken of dat haalbaar en wenselijk is.' 'Sommigen durven geen hulp te aanvaarden' Paul De Wit (65) begon in maart samen met een team vrijwilligers een voedselbedeling in Retie. Het initiatief is zo'n succes dat ze besloten ermee door te gaan. Twee jaar geleden ging Paul met pensioen, na een lange carrière als ingenieur. Samen met vrienden startte hij vzw Schakel Retie, een welzijnsorganisatie die sociaal geïsoleerde dorpsgenoten wil bereiken en ondersteunen. 'We zijn in maart gecontacteerd door Actie Min, de vzw die de voedselbedeling in Mol organiseert, met de vraag om hulp. Sinds de start van de coronacrisis is het er heel druk, met lange wachttijden tot gevolg. En voor mensen uit Retie die zich moeten verplaatsen met de bus of te voet, is Mol toch ver. Daarom zijn we zelf een tijdelijke voedselbedeling begonnen. In een week tijd zijn we gestart, in de inkomhal van de parochiezaal. Het was de bedoeling om 13 gezinnen te helpen, maar dat werden er al gauw 45, zo'n 140 mensen in totaal. De nood is helaas hoog.' Door het grote succes werd besloten om de voedselbedeling permanent te maken. 'Het is intussen een halve dagtaak geworden. We hebben dringend nood aan extra handen om ons te helpen. Op zaterdag is ons 'winkeltje' open. Wij maken geen pakketten, mensen mogen zelf kiezen uit wat er die week voorradig is. Het voedsel halen we de dag voordien op in Mol. Dat wordt geschonken door de voedselbanken, maar ook door supermarkten en lokale handelaars.' Die lokale steun is heel belangrijk. 'Retie is een kleine gemeente, veel mensen kennen elkaar. Er zijn er die het daar moeilijk mee hebben en uit schroom niet komen. Maar voor veel mensen, ook voor onze vrijwilligers, is dat net de kracht van het initiatief. Ons winkeltje is een ontmoetingsplek voor lotgenoten. Ze vinden steun bij elkaar en bij ons.' 'Ik u ook' De kaartjes en posters van de Gentse Jill Mathieu (34) en haar team boden troost en een lach tijdens de eerste lockdown. 'Als copywriter schrijf ik allerlei teksten voor klanten, maar ben ik ook nogal een believer wat betreft spielereien. Voor dit annus horribilis begon, had ik me voorgenomen om minder ideeën in schriftjes te laten sterven, maar ze tot uiting te brengen. Zo kwam ik samen met mijn team op het idee om kaartjes te maken met troostrijke spreuken. We hebben heel snel een website opgezet en binnen de 24 uur hadden we eigenlijk al meer bestellingen dan voorzien. Ik predik altijd dat woorden iets kunnen losmaken, en nu zag ik dat zo tastbaar gebeuren. Omdat veel mensen ook begonnen te wandelen, wilden we een manier verzinnen om te tonen dat we hun gevoel erkenden. Mijn collega Nicolas kwam toen op de proppen met de zin 'Ik u ook'. We lieten enkele posters drukken en zijn die in het weekend gaan aanplakken op borden doorheen de stad. Nu is er opnieuw nood aan nieuwe initiatieven en besloten we letterslingers te maken, met zinnen als 'Flatterende curves' of 'Derde golf is trakteren'. Hopelijk raken we daar niet. Fingers crossed.' (lacht) 'Veel artiesten kregen geen coronapremie' Pauline Duclaud-Lacoste (36) richtte een voedselbank op voor de cultuursector. 'Als medewerker van de Dienst Cultuur van de Stad Brussel weet ik al langer hoe onzeker het bestaan van artiesten, technici en andere mensen in de culturele sector is. Tijdens de eerste lockdown hoorde ik overal schrijnende verhalen. Velen kwamen niet in aanmerking voor een coronapremie, en hoe langer de situatie duurde, hoe duidelijker het werd dat er geen bijkomende hulpinitiatieven zouden volgen.' Pauline creëerde er in juni dan maar zelf een met Feed the Culture, een voedselbank die elke zaterdag haar tenten opslaat in de voormalige kazernes van Etterbeek. Wekelijks slaan zeventig tot negentig huishoudens er voor gemiddeld 90 euro aan levensmiddelen in: van straatkunstenaars, modeontwerpers en schrijvers tot regisseurs en cameramensen. 'Iedereen moet zich op voorhand inschrijven en naar eer en geweten verklaren dat ze in de culturele, de creatieve of de evenementensector werken, maar we vragen niet naar persoonlijke details of officiële documenten. Zo laten we mensen in hun waarde en bereiken we de meest behoeftigen, want die hebben vaak geen statuut of vaste werkgever.' Feed the Culture gebruikt uitsluitend onverkochte voedseloverschotten van onder meer supermarkten, bakkerijen en restaurants, benadrukt Pauline. 'Sommige voedselbanken en het OCMW kopen lang houdbare producten aan waarmee ze gestandaardiseerde pakketten samenstellen, maar daar had ik niet de middelen voor. Bij ons hebben mensen ook niet het gevoel dat ze een beroep doen op liefdadigheid: ze doen gewoon hun boodschappen, en ondertussen strijden ze mee tegen de massale voedselverspilling. We hebben geen controle over de producten die we wekelijks ontvangen, maar door met meerdere leveranciers te werken en producten uit te wisselen met andere voedselbanken hebben we toch een gevarieerd aanbod, met veel verse producten.' Op eigen initiatief hebben zich ondertussen meer dan dertig vrijwilligers aangemeld bij Feed the Culture. 'Ik vrees dat initiatieven als het onze nog lang en ook elders nodig zullen zijn, maar mensen willen zich meer dan ooit verenigen en helpen. Het was nog nooit zo makkelijk om dingen in beweging te krijgen.' facebook.com/feedtheculturebrussels 'Een laptop is een vertrekpunt' Ton Lemmens (36) bracht samen met tientallen andere IT'ers en vrijwilligers honderden laptops in orde voor leerlingen die er geen hadden. 'Ik was blij dat ik uit mijn kot mocht komen om iets voor de samenleving te doen', vertelt Ton. Als ICT-coördinator en leerkracht fysica stapte hij tijdens de eerste lockdown in het initiatief van de stad Leuven om laptops te verzamelen en gebruiksklaar te maken. Niet elke leerling had immers zomaar toegang tot de digitale klas. Gebruikte toestellen werden aangekocht door de stad of gedoneerd door bedrijven. In totaal werden er tot nu toe zo'n zeshonderd laptops uitgedeeld. 'Ik werk vooral achter de schermen en breng de laptops in orde. Op mijn eigen school deelde ik de toestellen ook zelf uit. In het begin hielp ik een dag in de week naast mijn werk, maar al snel werden dat er drie tot vier. In één geval durfde een leerling geen toestel te komen halen, dus heb ik hem met de fiets dan zelf zijn laptop gebracht.' Vaak hadden leerlingen ook hulp nodig met de kwaliteit van hun internetverbinding. 'Een enkele keer kreeg ik zelfs de vraag of ik meteen eens naar de kapotte televisie wilde kijken.' (lacht) Het initiatief is trouwens nog niet afgelopen: er worden nog steeds toestellen verzameld, zowel voor leerlingen als andere kwetsbare mensen die geen toegang hebben tot de digitale wereld. 'Het is makkelijk om te zeggen: hier is een laptop en trek uw plan. Het toestel is slechts het vertrekpunt, verdere ondersteuning is en blijft ook in de toekomst noodzakelijk.' 'Die fietsen stonden hier toch maar' Olivier Sels (46) van Fietsen King in Kessel-Lo gaf enkele Leuvense handelaars gratis een Bullitt (elektrische bakfiets) ter beschikking om hun thuisleveringen te doen.Half god, half fietsenmaker, zo noemde Maartje Swillen van boekhandel Boekarest hem op Facebook, nadat ze een fiets van hem te leen kreeg. Maar Olivier heeft niet het gevoel dat hij iets bijzonders gedaan heeft: 'Die fietsen stonden hier tijdens de sluiting van de winkel toch maar. Het zijn testexemplaren die geïnteresseerde klanten voor een dag kunnen lenen. Het enige dat het me gekost heeft, is wat slijtage aan de fietsen. Een handelaar vertelde me dat hij in zeven weken lockdown meer dan duizend kilometer had afgelegd. Ik hoop dat mensen het belang van lokaal kopen inzien, nu ze gezien hebben hoe handelaars zich tijdens de lockdown gesmeten hebben voor hun klanten, en dat voor een fractie van hun normale omzet. Aan huis leveren deed geen enkele handelaar voor het geld, maar omdat ze hun klanten niet in de steek wilden laten. Ik zag dat het veel voor onze klanten betekende dat ze bij ons terechtkonden voor een herstelling. We hadden ook kunnen sluiten, zoals sommigen deden. Ieder zijn keuze, maar ik ben fietsenhandelaar geworden om mensen gelukkig te maken.' 'Zelfs in China keken ze ervan op' Alfons Leempoels (103) wandelde een marathon in zijn tuin voor het goede doel. 42 kilometer en 195 meter, en dat in dagelijkse rondjes van anderhalve kilometer in de tuin: 's lands oudste huisdokter verzamelde er in juni 30.000 euro mee voor een studie rond antivirale middelen tegen Covid-19 onder leiding van KU Leuven en UZ Leuven. 'In het begin was het pure zottigheid: ik zal een marathon lopen', lacht Alfons. Maar met de aanmoediging van zijn kinderen en kleinkinderen stapelden de rondjes zich op. 'Fysiek ging dat best. Ik had alleen nooit verwacht dat zoveel mensen geld zouden storten en dat er zoveel mediabelangstelling voor zou zijn, zelfs uit China.' Voor de eeuweling is het de tweede pandemie in zijn leven, na de Aziatische griep in 1957. 'Ik heb als huisdokter toen zes zware weken beleefd, met minder doden, maar wel meer zieken dan nu.' 'De beren maakten ons blij' Geike Gonnissen (11) bedankte honderden mensen die een knuffelbeer voor het raam zetten met een tekening. Het populaire prentenboek We're Going on a Bear Hunt van Michael Rosen en Helen Oxenbury is inmiddels een kwarteeuw oud. Dit voorjaar inspireerde het de Britten en de Australiërs massaal om een beer voor het raam te zetten, waarna de 'berenjacht' via de sociale media ook naar onze contreien overwaaide. Niet veel later vonden driehonderd Kortrijkse bereneigenaars een tekening met een persoonlijke bedanking in de bus. 'Al die knuffelberen in onze buurt maakten het wandelen met mijn ouders nog leuker', vertelt Geike, die na haar eerste berentocht in maart zelf op het idee kwam en meteen aan het tekenen ging. Nadien ging ze samen met mama Lies op stap om haar berentekeningen in de bus te steken, met een kaart waarop ze de reeds afgewandelde straten markeerde. 'Ik verveelde me een beetje tijdens de lockdown en dankzij die tekeningen bleef ik bezig. Maar ik wilde mensen ook een plezier doen. Sommigen hebben mijn tekening achteraf aan het raam gehangen, of deelden een foto ervan op Facebook.' 'Soms was ik de eerste die ze in dagen spraken' Saïda Rian (43) ging tijdens de lockdown bij hulpbehoevende ouderen langs, al dan niet met boodschappen. Saïda werkt als sociaal werker voor BuurtPensioen in de wijk de Marollen en leidt er de vrijwilligerswerking in goede banen. Ze organiseert er onder andere activiteiten om ouderen uit hun isolement te halen. 'Omdat die tijdens de lockdown niet konden doorgaan en de vrijwilligers ook niet meer aan huis mochten komen, ben ik begonnen met de mensen op te bellen. Veel ouderen hadden het lastig: ze waren bang, mochten hun familie niet zien, ze vereenzaamden. Sommigen belde ik meerdere keren per week op, omdat ik voelde dat ze het nodig hadden. Ik ging ook graag eens bij ze op bezoek. Soms was ik de eerste die ze in dagen spraken. Daarnet nog zei een vrouw ontroerd: 'Oh Saïda, ik ben zo blij dat ik je zie.' Dat doet deugd.' Voor Saïda was de lockdown ook een warme periode: 'Toen we met BuurtPensioen een oproep plaatsten voor helpende handen om voedselpakketten rond te brengen naar ouderen en hulpbehoevenden, was de respons enorm. Het heeft me ontroerd hoeveel jongeren uit de buurt hun hulp aanboden. Vrijwilligerswerk is een win-winsituatie, daar ben ik van overtuigd: de mensen zijn geholpen, en de vrijwilliger krijgt een goed gevoel in ruil.' 'Ook eigenwaarde is belangrijk' Isabelle Cuyt (28) knipt als Kwaffuur oep Wielen gratis het haar van dak- en thuislozen. Tijdens de lockdown was ze vooral een luisterend oor. 'Wil je mijn haar eens knippen?' In het opvangcentrum voor daklozen waar Isabelle werkte, ging ze dan aan de slag met de bureauschaar. 'Hulpverlening is in ons land: bed, bad en brood. Maar ook eigenwaarde is belangrijk. Het gevoel dat je proper bent, dat je niet opvalt, doet je iets meer rechtop lopen.' Ze volgde een opleiding tot kapster, en eentje tot pedicure. Met een bakfiets rijdt ze al drie jaar Antwerpen rond en knipt gratis haar en verzorgt voeten van wie dak- of thuisloos is. 'Wie op straat leeft, heeft vaak problemen met zijn voeten. Daar komt veel schaamte bij kijken, maar ook pijn, dus is dat een belangrijke dienst.' Een van de grootste complimenten? Iemand die in slaap valt terwijl ze hem verzorgt. 'Dat is echte ontspanning en even niet denken aan alle problemen in het leven. Weet je, in de hulpverlening zijn de begeleiders vaak jonger dan de klanten, er is toch een soort afhankelijkheid. Dat maakt het soms moeilijk om echt open te zijn. Als je elkaar aanraakt, verandert je verhouding, mensen zijn meer op hun gemak. Ik vraag ook helemaal niets, ik geef alleen maar. Bovendien voelt wie op straat leeft constant de afwijzing van zijn stadsgenoten: oogcontact wordt vermeden, een handtas wat steviger vastgepakt.... Verzorgd worden doet dan deugd.' Isabelle werkt ondertussen voor Mobilant, een hulporganisatie voor mensen met een handicap, maar ze fietst nog altijd Antwerpen rond. 'Na 13 maart mocht ik niemand meer verzorgen, maar deze crisis is zwaar voor wie geen dak of thuis heeft. Dus nu deel ik koffie en eten uit, ik luister, beantwoord vragen en verwijs door. We hebben een goed vangnet, maar er zitten gaten in, en met wat ik doe probeer ik die een beetje te dichten. Ik geloof in de kracht van de bakfiets, van naar mensen toe gaan. Een vertrouwd gezicht dat tijd voor je maakt, dat kan het verschil maken.' 'Ze konden toch niet alleen suikerwafels eten' Op 15 maart deed chef Nils Proost (36) van Petit Cuistot in Lier een oproep op sociale media om te koken voor onze zorgverleners. Dertig chefs en heel wat vrijwilligers sloten zich aan bij Feed the Nurses. Wekelijks bereidden zij 15.000 gerechten, en dat tien weken lang. 'Mijn schoonzus is verpleegkundige in het Heilig Hartziekenhuis van Lier. Zij vertelde me dat zij en haar collega's wafels uit het krantenwinkeltje aten, omdat de cafetaria in het ziekenhuis gesloten was door corona. Mijn reactie was: 'Dan kook ik voor jullie met wat er nog in mijn koelkast zit.' Ik had toch niks om handen. Maar ik besefte ook dat ik in mijn eentje niet ver zou komen. Daarom deed ik een oproep op sociale media met de hashtag Feed the Nurses. Die oproep is meer dan 700 keer gedeeld. Na drie weken hadden we een netwerk van chefs, leveranciers en vrijwilligers over heel Vlaanderen.' Tien weken lang, zeven dagen op zeven, werkten zij zich belangeloos uit de naad voor het zorgpersoneel. 'Ik ben het gewend om zestien uur per dag te werken. Drie maanden stilzitten, dat zou niets voor mij zijn. Al had ik niet verwacht dat het zo groot zou worden. Het koken zelf bleek uiteindelijk peanuts, het was de organisatie erachter die veel tijd opslokte. Na een week heb ik een bevriend managementbureau aangesproken om het te professionaliseren. Zij hebben, ook vrijwillig, de backoffice gedaan: iedereen die wilde helpen door bijvoorbeeld ingrediënten te doneren, kwam via de website bij hen terecht. Zij gaven dat op hun beurt door aan de verantwoordelijke chefs in elke regio.' Op het menu stond vooral dagelijkse kost. 'Pasta, balletjes in tomatensaus, chili con carne... Dat zijn gerechten die iedereen graag eet. Maar alles hing af van wat we konden krijgen en of we het ter plaatse kregen. Een bedrijf uit Brugge wilde ons twaalf palletten diepvriesgroenten geven, maar dan moesten we die wel ophalen met een koelwagen. Eén telefoontje naar een transportbedrijf en het was geregeld. Alles zat mee. We hebben ook veel hulp gehad van lokale handelaars. Iedereen was ermee bezig. Zo heeft de bakker in mijn straat rijstpap gemaakt met melk van de lokale melkboer en Belgische saffraan. Het is ongelofelijk wat je kunt bereiken als je samenwerkt.' 'Allemaal voorzichtig zijn' Juul De Leersnyder (6) maakte nieuwsfilmpjes met tips om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Juul heeft een longaandoening en is dus een risicopatiënt. 'Vaak je handen wassen, schoenen uitdoen wanneer je thuiskomt, geen feestjes en altijd naar het nieuws kijken.' Deze en andere tips gaf de zesjarige Juul uit Aalter zijn kijkers mee toen hij in maart, samen met zijn ouders, zelfgemaakte nieuwsvideo's begon te maken. 'Als ik verkouden ben, heb ik altijd last van mijn longen', zegt hij. 'Ik moet dan puffen en naar de kinesiste om de slijmen in mijn longen los te maken. De dokter denkt dat het coronavirus extra gevaarlijk kan zijn voor mij, dus bleef ik in mijn kot en maakte ik filmpjes met tips zodat iedereen zeker wist wat hij moest doen.' De eerste video, bedoeld voor vrienden en familie, werd opgepikt door de makers van het tv-programma #Corona2020, die Juul meerdere filmpjes lieten maken die op Vier te zien waren. De jongen riep onder meer op om mondmaskers in te zamelen voor de dokters en gaf hun als extraatje zijn voetbalstickers cadeau.