Ik was 36 weken zwanger toen het land tot stilstand kwam. De laatste kinderloze dagen van ons leven brachten mijn vriend en ik door tussen de vier muren van ons appartement, afgewisseld met een wandeling door de stad. Het vooruitzicht dat we in het ziekenhuis, en ook na de geboorte van onze zoon geen bezoek zouden mogen ontvangen, was niet fijn, maar we hadden ons neergelegd bij de situatie. 'Heel jammer, maar het is nu eenmaal zo', lees ik in berichtjes die ik in die periode naar vrienden en familie stuurde. Ik wilde er geen drama van maken, en suste mezelf met woorden als 'we overleven dat wel' en 'niets aan te doen'. Als ons kind maar gezond zou zijn.
...

Ik was 36 weken zwanger toen het land tot stilstand kwam. De laatste kinderloze dagen van ons leven brachten mijn vriend en ik door tussen de vier muren van ons appartement, afgewisseld met een wandeling door de stad. Het vooruitzicht dat we in het ziekenhuis, en ook na de geboorte van onze zoon geen bezoek zouden mogen ontvangen, was niet fijn, maar we hadden ons neergelegd bij de situatie. 'Heel jammer, maar het is nu eenmaal zo', lees ik in berichtjes die ik in die periode naar vrienden en familie stuurde. Ik wilde er geen drama van maken, en suste mezelf met woorden als 'we overleven dat wel' en 'niets aan te doen'. Als ons kind maar gezond zou zijn. Dat was hij, toen hij op 4 april om 11u56 huilend en spartelend op de wereld kwam. De dagen in het ziekenhuis waren rustig maar mooi. Mijn ouders, mijn zus en haar gezin kwamen met spandoek en feesthoedjes op 'raambezoek'. We stuurden massa's foto's en filmpjes, en lieten via WhatsApp Video zien hoe Rik zijn kleine oogjes opendeed. Ik huilde en snotterde, maar vooral van geluk. Een dag na onze thuiskomst kwam de vroedvrouw langs voor de nodige check-ups. Pas toen brak ik in duizend stukjes. In onze woonkamer zat een vrouw die ik amper kende met ons kind in haar armen. Onze eigen ouders hadden hun kleinzoon alleen nog maar op een schermpje gezien. Dit klopte niet. Dit wílde ik niet. Zijn wang strelen, zijn vingertjes en teentjes tellen, zijn geur opsnuiven: dat is wat grootouders, ooms en tantes moeten doen. Zij zaten thuis, met een digitaal fotootje. Ik begreep het allemaal wel, de strenge maatregelen en de noodzaak ervan. Ik was niet boos op Maggie, Marc of de Belgische staat. Ik was vooral heel triest. Bijna een jaar later bel ik mijn vroedvrouw, Anne Bosschaert van vroedvrouwenteam De Koala, opnieuw op. Ook zij heeft het voorbije jaar nog vaak teruggedacht aan dat moment. 'Ik was toch even van mijn melk toen', geeft ze toe. 'Ik besefte maar al te goed dat het voor kersverse mama's en papa's verschrikkelijk was om hun familie te moeten missen, maar jij was de eerste die zo fel reageerde omdat ik wél mocht komen. Ik weet nog dat je me een 'wildvreemde' hebt genoemd. Met de meeste ouders bouw ik een beetje een band op voor de bevalling, maar wij hadden elkaar inderdaad maar één keer ontmoet. Ik begrijp absoluut dat je het een absurde situatie vond. Misschien vonden de andere moeders die ik bezocht dat ook, maar lieten ze het minder zien. Mijn ervaring was vooral dat de meeste ouders het niet erg vonden om de eerste twee, drie weken in alle rust te kunnen doorbrengen. De lockdown was een welkom excuus om bezoek te weigeren.' Zelf zat ik inderdaad niet te wachten op een aaneenrijging van vrienden over de vloer en een overprikkelde baby aan mijn borst. Wat ik wél wilde, was een knuffel van mijn moeder, onze slapende zoon in de armen van zijn glunderende grootvaders zien en over mijn bevalling vertellen aan een vriendin in de zetel, niet op WhatsApp. Ik had verdorie een kind gekregen, en ik kon mijn vreugde, vragen en verwondering nauwelijks delen. Daar zaten we dan, met ons drietjes op de vijfde verdieping waar we zelfs geen raambezoek konden krijgen. Intussen zijn we gewend aan de dagelijkse coronacijfers, maar toen was alles nieuw en ongezien. En ik was bang. De eerste weken spraken we bij elk uitstapje af wie er de liftknoppen en deurklinken zou aanraken, en wie de baby vasthield. Op straat wilde ik snauwen naar iedereen die te dicht bij de kinderwagen kwam. Het coronavirus trof vooral ouderen, maar je zult maar de eerste zijn wier baby eraan sterft. Ik lag wakker van de gedachte dat onze ouders aan corona zouden bezwijken en hun kleinzoon nooit zouden zien. Ik was bang dat mijn lief ziek zou worden en ik alleen zou moeten bevallen. Dat laatste overkwam Lynn (31). Haar man raakte zeven weken voor de uitgerekende datum besmet, en herstelde zeer moeizaam. Het werd hoe langer hoe meer duidelijk dat hij de geboorte van zijn dochter zou moeten missen. 'Het was een klap in ons gezicht', vertelt Lynn. 'Uiteindelijk mocht hij na veel overleg meekomen naar het ziekenhuis, waar hij onder strikte voorwaarden op de kamer mocht wachten tijdens de bevalling. Om medische redenen was beslist dat ik met een keizersnede zou bevallen. Ergens was dat een opluchting, want zo moest ik geen uren alleen in de verloskamer liggen tijdens de arbeid. Toen ik het operatiekwartier werd binnengereden, liepen de tranen over mijn wangen. Mijn vroedvrouw was geweldig, maar ik wilde de hand van mijn man voelen. Dat we dit moment niet konden delen, deed zoveel pijn. Toen ik na de bevalling met onze dochter op de kamer kwam, mocht mijn man haar alleen even vastnemen met een volledig beschermingspak aan. Pas na enkele weken heeft hij haar voor het eerst zonder mondmasker kunnen knuffelen en kusjes geven. Mijn man zelf heeft er geen trauma aan overgehouden, maar ik heb het er nog altijd moeilijk mee.' Dat er veel verdriet schuilt in de groep kersverse mama's, is ook Mama Baas niet ontgaan. De onlinecommunity bereikte vorig jaar drie miljoen unieke bezoekers, en bracht onlangs het boek Mama's van twintig twintig uit, met getuigenissen van vrouwen die zwanger werden of een kindje kregen in volle coronatijd. Toen de redactie een berichtje op haar Facebookpagina plaatste om verhalen te verzamelen, ontplofte hun mailbox. 'Ik heb na twee uur mijn e-mailadres uit de oproep gehaald omdat het niet meer bij te houden was', zegt Lore De Vilder, community manager bij Mama Baas en auteur van het boek. 'Dat zegt wel iets over de grote nood, denk ik. Jonge mama's hebben vandaag veel minder contact met mensen bij wie ze hun verhaal kunnen doen. Daarnaast vinden ze in hun omgeving ook minder herkenning én erkenning, omdat hun beleving heel specifiek is. Andere moeders kunnen zich er wel iets bij voorstellen, maar het gemis dat ze ervaren hebben, kunnen ze alleen echt delen met mama's die ook in coronatijden bevallen zijn. De verhalen die we binnenkregen, waren heel divers, maar het was toch opvallend dat de overgrote meerderheid het gevoel heeft iets te hebben gemist. Ze konden hun vreugde en trots niet delen, niet op hulp rekenen... En een kraamperiode is helaas geen periode die je kunt overdoen.' Zo onwezenlijk als mijn kraamtijd soms leek, zo normaal heb ik mijn zwangerschap kunnen beleven. Toen we de komst van Rik bekendmaakten, mochten we nog etentjes organiseren en elkaar omhelzen. Het contrast voor en na de geboorte was groot: niet alleen ons eigen, kleine leven, maar de hele wereld zag er plotseling anders uit. De coronamoeders die vandaag bevallen, zijn beter voorbereid op een kraamperiode midden in een pandemie, maar ook bij hen drukt corona een stempel op hun wolk. 'Sommige mensen hebben me nooit zwanger gezien', vertelt Liesa (28), die onlangs beviel van een dochter. 'Plots is er een baby in huis, alsof al die maanden zomaar overgeslagen zijn. Alles viel weg, terwijl je zelf zoveel veranderingen meemaakt. De zwangerschapsworkshop ging online door, het bezoek aan de materniteit in het ziekenhuis was afgelast. Het maakte dat ik me soms toch wat eenzaam en onzeker voelde. Mijn man is gelukkig wel naar elke afspraak bij de gynaecoloog mee mogen gaan.' Bij Liesa en Kevin is dichte familie welkom voor een bezoekje, ook al is dat niet helemaal volgens de regels. 'Zeker onze ouders willen we dat geluk niet ontzeggen. We houden het uiteraard veilig: iedereen draagt een mondmasker, we houden afstand en de baby gaat niet van arm tot arm.' Ook vroedvrouw Anne merkt op dat mensen vandaag nog steeds voorzichtig, maar duidelijk minder angstig zijn dan een jaar geleden. 'We zijn de dreiging van het virus gewoon. De meeste ouders laten vandaag wél korte bezoekjes toe van de naaste familie, met mondmasker en op veilige afstand. Ik begrijp dat wel. Een kind krijgen doe je misschien maar één of twee keer in je leven.' Ik luister met lichte jaloezie en veel spijt. Hoewel Anne me aangemoedigd had om mijn ouders of zus toch te laten komen, omdat ze zag dat ik er haast aan kapotging, waren we erg streng voor onszelf. Mijn ouders hebben hun kleinzoon voor het eerst gezien aan de ingang van ons appartementsgebouw, waar zij op de stoep en wij drie meter verder stonden. Pas na twee maanden hebben ze hem voor het eerst mogen vastpakken, mijn zus en broer hebben nog langer geduld moeten uitoefenen. Mijn schoonouders, die niet op fietsafstand wonen, maakten een verboden, niet-essentiële verplaatsing om toch een glimp van Rik in de kinderwagen op te vangen. Een week na de geboorte maakten we zelf een verboden autoritje naar de bomma, om haar vanachter het raam haar zeventiende achterkleinkind te tonen dat ze tot op vandaag nog steeds niet aangeraakt heeft, op een kriebel op een klein, bloot voetje na. Als ik de tijd kon terugdraaien, zou ik misschien ook minder strikt geweest zijn. Niet alleen wij, ook onze familie leed onder het gemis. Maar naast bang waren we ook gemotiveerde burgers die hun verantwoordelijkheid wilden opnemen. Als iedereen die het moeilijk had met dit gedwongen isolement zichzelf een uitzondering zou gunnen, bleef niemand nog in zijn kot. Daarbij, ons kind was blij en gezond. We waren geen ouders die tot wanhoop gedreven werden door een huilbaby, of in alle eenzaamheid moesten rouwen om een gestorven kindje. Door het verplichte thuiswerk had ik de luxe om mijn lief dag en nacht in de buurt te hebben. De eerste maanden hebben we als een hechte drievuldigheid doorgebracht. Ik mocht van mezelf niet te veel zeuren, ook al voelde ik me soms best ongelukkig. 'Ik merk dat veel kersverse ouders niet goed durven uit te spreken dat ze het lastig hebben', hoor ik van Mireille Hardy, een collega van mijn vroedvrouw. 'Het is voor iedereen erg, denken ze. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, dus durven ze niet te klagen. Terwijl je natuurlijk wél het recht hebt om te voelen wat je voelt. Verdriet mag je niet in de weegschaal leggen.' Dat de belangrijkste mensen in ons leven onze pasgeboren zoon nooit gevoeld, gestreeld en aangeraakt hebben, daar heb ik nog altijd hartzeer van. Want - oh cliché - het gaat zo snel. Dat kleine wormpje van 2,7 kilogram kruipt intussen rond als een dol diertje, trekt de keukenkasten open en spietst onze vingers met zijn melktandjes. Na de verplichte afzondering tijdens de eerste lockdown hebben we elke kans gegrepen om met hem naar buiten te trekken. Lang leve de bubbelwandelingen en terrasbabbels, waar we gretig aan meedoen. Ik wil niets liever dan dat iedereen ziet hoe onze zoon groeit en bloeit. In de supermarkt loop ik fier als een gieter tussen de rekken met Rik in het winkelkarretje. Ik ga zelfs graag naar de consultaties van Kind en Gezin, waar ik mag vertellen hoe goed Rik het doet, en stiekem geniet van de vertederde blikken van de vrijwilligers wanneer ik hem in zijn blootje op mijn arm houd. Soms voelt het alsof ik midden op straat wil roepen: 'Kijk, dit is mijn kind! Ik ben een moeder!' Rik, mijn prachtige zoon. Er werd veel weggeknipt in dat eerste levensjaar van jou, maar één ding was er in overvloed. Mocht de liefde van de mensen rond je een virus zijn, je zou eindeloos in quarantaine zitten. Ze verpulvert elke anderhalve meter. Met of zonder mondmasker, je weet perfect wie de mensen zijn die van je houden. Wanneer ik dit schrijf, ben je net voor het eerst een hele dag naar je grootouders geweest. De eerste keer dutjes doen, papjes eten en boekjes lezen zonder moeder of vader in de buurt. We weten niet wie er het meest van genoten heeft, jij of zij. Wat we wél weten, is dat we er helemaal klaar voor zijn. Klaar om jou eindelijk (aan) de wereld te laten zien.