Ik heb mijn rechtvaardigheidsgevoel voor een deel te danken aan de hiphop. Mijn papa is van Congolese afkomst en vertelde thuis veel over thema's als slavernij en kolonisatie, maar als tiener werd ik vooral geprikkeld door Franstalige rappers als Kery James, Médine en Pitcho Womba Konga, een Brusselaar. Via hun teksten ging ik me verdiepen in maatschappelijk onrecht en Afrikaanse vrijheidsstrijders als Thomas Sankara in Burkina Faso en Kwame Nkrumah in Ghana. In mijn schoolboeken las ik nooit iets over hen, maar zo ben ik wel sociologie en vergelijkende internationale politiek gaan studeren en vervolgens bij Oxfam Solidariteit gestart.

In Brussel komt iedereen van ergens anders en toch zijn we allemaal Brusselaar. Een heerlijk gevoel.

Iedereen is een kind van zijn omgeving en opvoeding. Mijn zus en ik waren de eersten in de familie met een universitair diploma, maar ik weet ook wat het is om jong te zijn in een arbeidersgezin en op te groeien in sociale woonblokken. Veel van mijn kameraden van toen hadden minder geluk. Maar waar ik het meest dankbaar voor ben, is dat de omstandigheden me een brede waaier aan kennissen en vrienden gegeven hebben. Ik heb er zelf weinig verdienste aan, maar de confrontatie met andere ervaringen en ideeën is een enorme rijkdom.

Ik heb lang geaarzeld om voor deze functie te solliciteren. Zo'n organisatie leiden gaat ook over peoplemanagement, zakelijk bestuur en strategische keuzes - allemaal zaken waarbij aanleg en ervaring van pas komen. Dat ik jong ben, heeft me nooit tegengehouden. Zoals veel leeftijdsgenoten wil ik iets doen met mijn maatschappelijk engagement en mee op het beleid wegen. Leeftijd mag daarbij geen issue zijn: jongeren en twintigers moeten mee aan tafel kunnen zitten.

Zwijgen over racisme is toestemmen. Zeker nu leerkrachten signaleren dat jongeren organisaties als Schild & Vrienden verdedigen en zelfs de Holocaust in twijfel trekken. Acties als de nationale betoging tegen racisme ( op24 maart, red.) lossen niet alles op, maar je moet wel reageren. Anders verdwijnen de tegenstemmen en normaliseer je racisme.

Ik werk niet voor mezelf, maar voor een organisatie. Voortdurend mijn mening geven op Twitter en in de pers ligt niet in mijn aard. Meer dan vijf minuten aandacht levert dat ook niet op, want de volgende dag beheerst iets anders het nieuws. Laat staan dat je er beleidsmaatregelen of amendementen mee voor elkaar krijgt. Een goed debat ga ik niet uit de weg, maar uiteindelijk gaat het om je verwezenlijkingen op lange termijn.

Verandering is altijd een collectief gegeven. Individueel opkomen voor vrouwen, lgbtq's, het klimaat of sociale rechtvaardigheid is goed, maar je hebt collectieve actie nodig om echt iets in beweging te brengen. Tegenstanders van kansengroepen weten dat ook: het is geen toeval dat ze mensen in armoede of met een migratieachtergrond op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreken. Alsof werk vinden louter een kwestie is van genoeg moeite doen en niets te maken heeft met structurele uitsluitingsmechanismen.

Extremisme sijpelt steeds verder door in het publieke discours en onze omgangsvormen.

Brussel is voor mij echt thuiskomen. Vroeger lieten mensen me bewust of onbewust wel voelen dat ik een vreemde eend in de bijt was: een Franstalige kleurling in Herne, de enige zwarte student van mijn jaar op de campus sociale wetenschappen van de KU Leuven, een halfwitte Europeaan toen ik in Congo was voor mijn thesis. In Brussel ervaar ik dat nooit: het is een stad van alleen maar minderheden en kruisbestuivingen, en dus pas ik helemaal in het plaatje. Iedereen komt van ergens anders en toch zijn we allemaal Brusselaar - een heerlijk gevoel.

Verwensingen van onbekenden doen me niets. Ik krijg ze al in mijn mailbox sinds mijn aanstelling, en na elk interview of opiniestuk is het gegarandeerd weer van dat. Racistische bagger beneden alle peil, maar ik weet ook dat die mensen me totaal niet kennen. Wat niet betekent dat haatmail me niet verontrust: extremisme sijpelt steeds verder door in het publieke discours en onze omgangsvormen.

minderhedenforum.be