De kunstacademie in Gent kwam te laat voor mij. Als student publiceerde ik mijn tekeningen in Humo en Hari-Kiri, de voorloper van Charlie Hebdo, en in mijn hoofd wist ik al wat ik allemaal wilde doen. Niemand kon me tegenhouden, en dus had ik ook geen zin om jaren te zitten wachten aan de academie. Bovendien hadden sommige leraars een vreselijk enge kijk op kunst. Ze bestaan nog steeds trouwens, zogenaamde kenners die denken dat schilderijen kunst zijn, en cartoons en optredens niet.
...

De kunstacademie in Gent kwam te laat voor mij. Als student publiceerde ik mijn tekeningen in Humo en Hari-Kiri, de voorloper van Charlie Hebdo, en in mijn hoofd wist ik al wat ik allemaal wilde doen. Niemand kon me tegenhouden, en dus had ik ook geen zin om jaren te zitten wachten aan de academie. Bovendien hadden sommige leraars een vreselijk enge kijk op kunst. Ze bestaan nog steeds trouwens, zogenaamde kenners die denken dat schilderijen kunst zijn, en cartoons en optredens niet. Een tekening is een herhaling die altijd iets anders oplevert. De werktuigen blijven dezelfde, pen en papier, maar ik doe er altijd iets anders mee. Dat ik soms op dezelfde nagel klop, stoort me steeds minder - je kunt het de mensen niet genoeg gezegd hebben, denk ik dan. Want uiteindelijk is het de wereld die zich herhaalt. Verander enkele woorden aan mijn tekeningen over de Joegoslavische burgeroorlog en ze gaan over de oorlog in Syrië. Ik heb altijd een kamikazementaliteit gehad. Als kind nam ik zelden de trap als er een regenpijp in de buurt was, en in mijn tienerjaren uitte zich dat ook op het podium. Onvoorspelbare, voor die tijd totaal nieuwe dingen doen, codes doorbreken, reacties uitlokken: die dingen zaten gewoon in mij. Angst kende ik niet: als iets me gevaarlijk leek, dan moest ik het gewoon doen. Zeker nadat ik in Cinema Corso in Oostende een film zag over Lenny Bruce, een Amerikaanse komiek die in de jaren vijftig vaak in de cel belandde omdat hij destijds ongehoorde dingen zei over drugs, prostitutie en andere taboeonderwerpen. Gearresteerd worden omdat je een grap verteld had: zalig leek me dat. Ik ben stilaan een toeschouwer van mijn eigen werk. In 's-Hertogenbosch zijn teksten en tekeningen te zien die ik me nauwelijks nog herinnerde, maar zo gaat dat als je van jongs af aan dingen maakt en véél doet. Toen ik de teksten van mijn eerste optredens als zestienjarige teruglas, dacht ik: wow, die gast wil ik aan het werk zien. (lacht) Qua ingesteldheid ben ik niets veranderd, en toch stond ik haast even vreemd tegenover die knul als iemand die zijn teksten voor het eerst ontdekt. Optreden is een simpel medium. Bij een tekening in de krant of een tijdschrift zijn er tussenstappen en ontdekken lezers ze pas na enige tijd. Ik maak gemiddeld vijftig tekeningen per week - als iemand dan reageert op eentje van drie weken geleden moet ik al eens goed nadenken. Bij een theatershow heb je dat niet, daar reageert het publiek meteen. Bovendien kan ik de zaal direct aanspreken en mensen ook vragen wat hen bezighoudt. Waardoor ik soms met mijn mond vol tanden sta en vliegensvlug een antwoord moet verzinnen. Om die ongefilterde, onvoorspelbare momenten doe ik het. Vaak zeg je dan de dingen die het meest raken. Een show moet niet al te vlot lopen. Vast materiaal geeft je een houvast, maar er moet wel iets gebeuren op dat podium. Als artiest kan ik dus niet anderhalf uur in de comfortzone zitten. De mist ingaan is ook geen ramp - ik kan altijd terugvallen op een beproefde grap en eens zo hard terugslaan. Zeker wanneer mensen denken dat je het even helemaal niet meer weet. Een beetje mist is dus wel nodig. Moraalridders zijn van alle tijden. Mensen die vinden dat je bepaalde grappen niet mag maken, dat sommige tekeningen niet door de beugel kunnen: ik heb nooit anders geweten. Alleen hebben die lui nu een smartphone en vergroten de sociale media alles uit. Zowel de aandacht voor zulke opstootjes als hun onbeduidendheid. Er komt zoveel op ons af dat de mensen zich de volgende dag alweer over iets anders druk maken. Wat niet wegneemt dat er grenzen zijn aan de ernst. Altijd maar zeggen dat dit en dat niet kan: als humorist choqueert en kwetst me dat, ik eis dat we daarmee stoppen. (lacht)