Zolang ik mij herinner, hou ik van dingen die je uit de penarie kunnen helpen. Denk aan zaklampen, touwladders, kompassen, vuurstarters, noodfluiten en tabletten waarmee je ondrinkbaar water zuiver kunt maken. Ik ben voorbereid op elke ramp die zich wellicht nooit zal voltrekken. Op zolder heb ik een geigerteller uit een oude legervoorraad. Ik voelde een steek van jaloezie toen ik las dat een vierentachtigjarige Duitser een complete pantserwagen uit de Tweede Wereldoorlog had staan in zijn kelder.
...

Zolang ik mij herinner, hou ik van dingen die je uit de penarie kunnen helpen. Denk aan zaklampen, touwladders, kompassen, vuurstarters, noodfluiten en tabletten waarmee je ondrinkbaar water zuiver kunt maken. Ik ben voorbereid op elke ramp die zich wellicht nooit zal voltrekken. Op zolder heb ik een geigerteller uit een oude legervoorraad. Ik voelde een steek van jaloezie toen ik las dat een vierentachtigjarige Duitser een complete pantserwagen uit de Tweede Wereldoorlog had staan in zijn kelder. Die liefde voor survivalgear zat er bij mij al vroeg in. Ik was maar een jaar of negen toen ik mijn oma de oren van het hoofd zeurde om mij mee te nemen naar een winkel vol Zwitserse zakmessen. In de etalage stond een reuzegroot exemplaar zichzelf onvermoeibaar open en dicht te knippen. Die bewegingen hadden een hypnotiserende werking, ik had er mij aan kunnen vergapen tot de duisternis viel. Mijn oma bleef er bijna in toen ze de prijzen zag. Ik kreeg een eenvoudig mes dat kon snijden, knippen en flessen ontkurken. Maar ik droomde van meer ingenieuze functies. 'Op je achttiende verjaardag,' glimlachte oma, 'krijg je van mij het grootste model.' De zon scheen en op weg naar huis liep ik op wolken. Ik voelde een soort zelfvertrouwen dat de mens vanuit de IJzertijd tot hier gevolgd moet zijn. De jaren vorderden, ik trok weleens een fles open met de weinig praktische kurkentrekker. Voor de rest deed mijn jongensdroom niet veel wezenlijkers dan onder in een lade te liggen verstoffen. Op mijn achttiende verjaardag dacht ik allang niet meer aan Zwitserse zakmessen. Later huurde ik een appartement, vond een job, was plots 39 en vader van een dochter. Mijn oma verhuisde naar een plek achter de wolken waar ze geen kurkentrekkers nodig hebben. Onlangs kwam ik het zakmes weer tegen. Het leek kleiner dan vroeger en van het schaartje was de springveer afgebroken. Het glansde vergeeflijk en voerde mij terug naar die zomerdag van lang geleden. De belofte van mijn oma was onvervuld gebleven. Ik nam haar dat niet kwalijk, maar het voelde vreemd voor iemand die altijd woord hield. Ik bracht het mes naar de winkel in Brussel. Daar zegden ze mij dat het ter reparatie moest worden opgestuurd naar het hoofdkwartier in Zwitserland. Zwitserland klinkt vertrouwenwekkend als chocolade en klokken. Met een gerust hart liet ik mijn mes in onbekende handen achter. Toen ik het een maand later mocht afhalen, bleek het tijdens het transport verdwenen zonder spoor of teken. De winkelierster zat daar erg mee verveeld toen zij hoorde van de emotionele waarde. Zij stelde voor dat ik een ander mes zou kiezen, het mocht gerust een groter model zijn. Zo kreeg ik alsnog de loep, de krimptang, de nagelreiniger en de visontschubber te pakken waar ik op mijn negende zo vurig naar verlangde. Bij het mes kocht ik een foedraal, een heerlijk woord uit tijden waarin nog niet alles herleid was tot 'een zakje'. Thuisgekomen toonde ik vol trots het mes aan mijn oma: 'Kijk, ik kan nu zelfs overal vissen ontdoen van hun schubben!' Op de foto glimlacht zij tegen een achtergrond van loofbomen en wolken.