'Op mijn 21ste danste ik op zo'n hoog niveau dat Anne Teresa De Keersmaeker me vroeg om bij haar gezelschap te komen. Maar ik droomde van neoklassieke huizen als het Nederlands Dans Theater. Net toen ik daar een finale auditie mocht doen, kreeg ik een klonter in mijn longen. Daardoor ontdekten de dokters dat ik lijd aan proteïne S-deficiëntie, een zeldzame stollingsafwijking die ik blijkbaar van mijn mama geërfd heb en intussen aan mijn dochters doorgegeven heb.
...

'Op mijn 21ste danste ik op zo'n hoog niveau dat Anne Teresa De Keersmaeker me vroeg om bij haar gezelschap te komen. Maar ik droomde van neoklassieke huizen als het Nederlands Dans Theater. Net toen ik daar een finale auditie mocht doen, kreeg ik een klonter in mijn longen. Daardoor ontdekten de dokters dat ik lijd aan proteïne S-deficiëntie, een zeldzame stollingsafwijking die ik blijkbaar van mijn mama geërfd heb en intussen aan mijn dochters doorgegeven heb. Na die longembolie was ik een tijd niet honderd procent, waardoor ik mijn belangrijke auditie kon vergeten en een heel dansseizoen verloor. Dat was in your face, maar ik ben het soort persoon dat niet naar het ongeluk kijkt, maar naar het geluk dat op zijn pad komt. Voor mij kwam er toevallig iets leuks voor dansen in de plaats: ik versierde een hoofdrol in de VT4-serie Vennebos en was vertrokken voor drie jaar acteerervaring. Daarna vond ik het al even geweldig om partner te worden in het visueel marketingbedrijf van mijn man en tegelijk Jade en Noa op te voeden. Tja, mocht er in mijn jeugd al een ADHD-etiket bestaan hebben, ik had het waarschijnlijk gekregen. Maar ik geníét van heel veel doen. Mijn gulzigheid verminderde pas toen ik in 2014 ook een hersenembolie kreeg. Plots viel mijn hand uit - ik liet mijn sleutels de hele tijd vallen - en hoorde ik mezelf iets bizars zeggen als: 'Ik wil een rode auto knippen.' Tot ik zelfs helemaal niet meer kon praten. Ik vond het heel eng, want ik dacht dat ik mijn dochters nooit meer zou zien. Ik kreeg ook te horen dat ik vanaf dan elke dag bloedverdunners moest nemen. Door die pillen moet ik extra voorzichtig zijn, want als ik val, kan ik sneller dan iemand anders doodbloeden. Sindsdien denk ik toch twee keer na over welke risico's ik neem. Maar er blijft een rebel en topsporter in mij zitten. Dus toen mijn man vorige zomer voorstelde om samen de mountainbikemarathon Roc du Maroc te rijden, beet ik me meteen in de training vast. De hematologe die me begeleidt was wel bezorgd, maar ze weet dat ik uitdagingen nodig heb. Zij was ook degene die me na de hersenembolie zei: 'Je moet nu wel die medicatie nemen, maar je moet vooral leven.' Natuurlijk moet ik voorzichtig zijn, maar ik kan evengoed op het voetpad struikelen en daaraan sterven. Ik was keiblij met haar advies, want het bevestigde me in mijn gevoel dat ik liever vijf jaar intens leef dan vijftig jaar te bedenken wat een intens leven ik hád kunnen hebben. Ik geef toe dat er wel een angst in mij is geslopen die ik niet toon. Zo ben ik op steile hellingen banger om te vallen dan vroeger, maar ik ben iemand die door die angst gaat in plaats van hem te laten etteren. De wetenschap kan mijn hersenembolie ook niet met zekerheid aan mijn deficiëntie linken, dus waarom zou ik me laten tegenhouden? Ook mijn dochters leer ik met durf en passie in het leven te staan. Ze combineren, net als ik vroeger, hun studies met sport, in hun geval hockey. Mijn jongste droomt zelfs al van de Spelen. Onlangs zag ik hoe ze zich smeet voor een districtsselectie en voelde ik hoe hard ik doe wat mijn hematologe me aanraadde. Ik lééf, want ik laat ook mijn kinderen, zij het goed omkaderd, van alles proeven. Anders ontzeggen we onszelf te veel van wat het leven zo de moeite waard maakt.'