Voor 4 tot 6 personen

  • 85 g kristalsuiker
  • een rechthoekige vuurvaste schaal of oude ­ puddingvorm van 1 liter

Verwarm de kristalsuiker met 2 eetlepels water in een pan met een dikke bodem op halfhoog vuur en schud de pan intussen tot alle suiker ­ge­smolten is en een goudbruine kleur heeft. Laat je niet ­verleiden om in de karamel te roeren, anders ­kunnen zich ­suikerkristallen vormen die niet willen ­smelten. Schenk de karamel in de schaal of vorm. Pas op, ­gloeiend heet! Draai de vorm rond, zodat de ­zij­kanten worden bedekt met karamel. Het geeft niet als de karamel afkoelt voor alle zijden perfect ­bedekt zijn. Zet, als de karamel niet meer uitloopt, de vorm op zijn kop op een bord en zet opzij.

PUDDING

  • 1 vanillestokje
  • 550 ml volle melk
  • 85 g kristalsuiker
  • 3 eieren
  • 3 eidooiers

Verhit de oven tot 175 °C. Snijd het vanillestokje in de lengte doormidden en schraap het merg eruit. Verhit het vanillestokje, merg en de melk in een pan en tot de melk begint te ­dampen. Neem van het vuur en leg het deksel op de pan. Klop de kristalsuiker door de eieren en eidooiers tot alles goed vermengd en een beetje ­luchtig is. Haal het vanille­stokje uit de melk. Blijf de eieren kloppen terwijl je de warme melk in een ­dunne straal erbij schenkt. Giet het mengsel door een zeef in de geglaceerde vorm.

Zet de vorm in een braadslee onder in de oven. Schenk warm water in de braadslee, tot de gegla­ceerde vorm in een flinke laag water staat. ­Sluit de oven­deur en verlaag de temperatuur naar 165 °C. Regel de temperatuur tijdens het bakken. Het water mag niet koken, anders ontstaan er kratertjes in de pudding. Dat wil zeggen dat er belletjes in de pudding ontstaan, die luchtgaatjes veroorzaken. Ingrid Espelid zou een stuk karton onder de vorm ­hebben gelegd als truc om kraters te voorkomen, dus volg voor alle zekerheid gerust de tips van ­zowel Julia als Ingrid. Stoom de pudding circa 40 minu­ten of tot een dunne breinaald of satéstokje dat je erin steekt er schoon uit komt. Laat afkoelen tot ­kamertemperatuur, dek af en zet een nacht in de koelkast.

Ga voor het storten met een scherp mes langs de ­bovenrand van de pudding. Leg een serveerschaal met de bovenkant naar beneden op de vorm en keer hem dan snel om. Haal de vorm eraf en ­serveer de pudding ­bijvoor­beeld met wat licht geklopte ­slagroom. Als de ­pudding niet uit de vorm wil, ­heeft zich ­waarschijnlijk een ­vacuüm gevormd. Steek een mes tussen de vorm en de pudding, zo dicht mogelijk bij de vorm, ­terwijl je die op de kop houdt. Duw voorzichtig ­tegen de pudding met het lemmet, ­zodat er lucht langs de zijkant kan, dan glijdt of valt de pudding vanzelf op het bord.

Uit: Vrouwvolk: legendarische dames eten ook, Marianne Pfeffer Gjengedal & Klaudia Iga Pérès (Nijgh Cuisine, 39,99 euro)