Opinie

‘Je kan de mode-industrie niet duurzaam maken zonder gendergelijkheid’

Net zoals elke andere industrie, moet ook de modesector genderongelijkheid op de werkvloer helpen doorbreken om écht duurzaam te worden. Maar net nu de klimaatcrisis steeds ernstiger wordt, loopt de beweging richting gendergelijkheid vertraging op. ‘Zij die het hardst getroffen worden door de problemen in de mode-industrie, staan niet mee aan het roer,’ schrijven Ellen Haverhals en Tatiana De Wée van Fashion Revolution Belgium.

Het klimaat treft vrouwen disproportioneel. Vrouwen leven namelijk vaker in armoede, hebben minder ’toegang’ tot mensenrechten en krijgen vaker te maken met gendergerelateerd geweld. Tijdens instabiele periodes, zoals klimaatveranderingen en pandemieën, verergeren die factoren. Dat is exact wat we tijdens de huidige klimaatcrisis en coronapandemie ook bij kledingarbeiders zien.

De meerderheid van de textielarbeiders uit Azië, waar veel westerse modemerken hun kleding laten produceren, bestaat namelijk uit vrouwen, die nu al tegen een veel te laag loon werken. Uit een rapport van de Asia Floor Wage Alliance blijkt bovendien dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in onzekere professionele posities in de textielindustrie in Sri Lanka. Dat houdt in dat zij lagere lonen, minder sociale zekerheid en minder werkzekerheid hebben dan hun mannelijke collega’s.

Je kan de mode-industrie niet duurzaam maken zonder gendergelijkheid

Tijdens de uitbraak van Covid-19 hield die ongelijkheid tussen mannelijke en vrouwelijke werkers stand. Hoewel de lonen van zowel vrouwen als mannen in 2020 lager waren dan vóór de pandemie, waren die van vrouwelijke arbeidsters immers nóg lager dan die van hun mannelijke collega’s. Daarnaast klopten vrouwen meer overuren dan mannen in die periode.

Wapenen tegen klimaatcrisis

Ook in Pakistan, waar textielarbeiders sowieso een van de slechtst betaalden zijn ter wereld, heeft Covid-19 volgens het onderzoek van de Asia Floor Wage Alliance de genderongelijkheid nog versterkt. Massa’s arbeidsters kregen niet het loon waar ze recht op hadden, werden ontslagen of verplicht om onbetaald te blijven werken tijdens de pandemie. Dat heeft ervoor gezorgd dat velen van hen onder de armoedegrens zijn terechtgekomen. In 2020 verloren vrouwelijke arbeidsters gemiddeld 43 procent van hun loon, terwijl dat bij mannen 27 procent was. In de maanden april en mei steeg dat percentage naar respectievelijk 80 procent en 90 procent voor vrouwen, in vergelijking met 68 procent en 56 procent voor mannen.

We zien ook dat de gevallen van gendergerelateerd geweld en (seksueel) misbruik op de werkvloer verhogen ten gevolge van de klimaatveranderingen

Laat nu net dat loon belangrijk zijn voor vrouwen om zich te wapenen tegen de klimaatcrisis. De looncrisis versterkt namelijk de reeds desastreuze gevolgen van de die klimaatcrisis. Net door hun lage loon zijn vrouwen immers afhankelijker van bijvoorbeeld natuurlijke hulpmiddelen zoals hout of water om te koken en te wassen dan wanneer ze het loon zouden krijgen dat hen toekomt. Tegelijkertijd maakt de klimaatverandering de toegang tot die hulpmiddelen steeds moeilijker. Als er onvoldoende geld ter beschikking is, kunnen werknemers zulke levensnoodzakelijke basismiddelen niet inkopen.

Daarnaast zien we ook dat de gevallen van gendergerelateerd geweld en (seksueel) misbruik op de werkvloer, wat nu al veel voorkomt, verhogen ten gevolge van de klimaatveranderingen. Bovendien stijgt de temperatuur binnen de fabrieken wanneer het buiten warm is, door een gebrek aan degelijke ventilatiesystemen. Daardoor valt de productiviteit 3 procent per graad terug als de temperatuur boven 29 graden stijgt. Omdat fabrieken vaak al onder grote druk staan om bestellingen op tijd af te krijgen, zouden fabriekseigenaars en -toezichters ook in zulke omstandigheden meer geweld gebruiken om kledingarbeiders sneller te laten werken.

Vrouwelijk leiderschap

Om gendergerelateerde problemen op de werkvloer effectief aan te pakken, moeten de meest benadeelden, zoals vrouwen, de kans krijgen hun rechten te verdedigen en af te dwingen. Toch staan zij die het hardst getroffen worden door zulke problemen in de mode-industrie, niet mee aan het roer. Als we een écht duurzame mode-industrie willen, moeten we dus op verschillende niveaus ingrijpen: geef vrouwen meer kansen op beleidsniveau, laat hen teams en vakbonden leiden in fabrieken en zet hen mee aan het hoofd van merken. Op die manier kunnen we stilaan genderongelijkheid uit de wereld helpen en in één klap ook de klimaatcrisis aanpakken.

Er moet u0026#xE9;cht werk gemaakt worden van een inclusiever beleid dat iedereen vertegenwoordigt en klimaatproblemen aanpakt met een diverse blik

Klimaatrechtvaardigheid moet hand in hand gaan met een inclusieve representatie van alle partijen die getroffen worden door de klimaatcrisis, zeker omdat vrouwen in leiderschapsposities een groot verschil kunnen maken in de aanpak van die crisis. Zonder het leiderschap van vrouwen of andere ondervertegenwoordigde genders, krijg je een zeer enge kijk op de realiteit.

Fashion Revolution Belgium spoort overheden dan ook aan werk te maken van een bindende regelgeving. Die moet de werkomstandigheden van textielarbeiders aanpakken, merken verplichten hun toeleveringsketen transparant te maken en ketenzorg of human rights due diligence (identificeren en adresseren van mensenrechtenschendingen binnen volledige productieketen, red.) te implementeren. Daarnaast moet er écht werk gemaakt worden van een inclusiever beleid dat iedereen vertegenwoordigt en onder andere klimaatproblemen aanpakt met een diverse blik. Daarnaast vragen we ook dat merken zelf transparanter en inclusiever werken, met respect voor mens en milieu.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content