Waarom mensen die zich veel zorgen maken beter omgaan met slecht nieuws

05/11/15 om 11:09 - Bijgewerkt om 11:09

Hakuna Matata? Mensen die zich zorgen maken in afwachting van belangijk nieuws, kunnen beter omgaan met het uiteindelijke verdict. Dat toonde een Amerikanse studie aan.

Waarom mensen die zich veel zorgen maken beter omgaan met slecht nieuws

© iStock

Don't worry, be happy? Misschien toch niet de beste filosofie, zo blijkt. Een Amerikaanse studie toont aan dat mensen die zich veel zorgen maken in afwachting van belangrijk nieuws beter kunnen omgaan met het uiteindelijke verdict. Het zit zo: in tegenstelling tot de mensen die allerlei trucjes proberen om hun gedachten te verzetten, zijn de stresskippen beter voorbereid op alle mogelijke scenario's.

Deze studie richtte zich dan ook specifiek op die zenuwslopende wachttijd, de periode waarin het nieuws zowel goed als slecht kan zijn. Kate Sweeney, die de studie aan de universiteit van California leidde, onderzocht samen met een team 230 rechtenstudenten tijdens de vier maanden waarin ze zich voorbereidden, deelnamen en wachtten op resultaten van hun toegangsexamen. Daarbij bestudeerden ze of de manier waarop de studenten omgingen met angst tijdens de wachtperiode een effect had op de manier hoe ze reageerden op het uiteindelijke resultaat.

De paradox van pessimisme

Drie manieren van omgaan met angst en stress werden vastgesteld. Sommigen mensen onderdrukten hun angst, anderen bleven optimistisch en een derde categorie bereidde zich voor op de slechtst mogelijke uitkomst. Die laatste categorie doet volgens de studie aan 'defensief pessimisme' om proactief om te gaan met teleurstelling.

De mensen die optimistisch bleven, stortten volledig in bij slecht nieuws. Bij goed nieuws waren ze dan weer niet onder de indruk van hun prestatie. De mensen die angst onderdrukten, ondervonden net nog meer stress. Maar de mensen die heel negatief waren, konden het best omgaan met al het nieuws. 'Het is eigenlijk een paradox: niet het gedachteproces van negatieve emoties doorlopen, maakt je minder voorbereid', zegt Julie K. Norem, auteur van The Positive Power of Negative Thinking (die zelf niet betrokken is in de studie van Kate Sweeney nvdr.), aan New York Times.

Wil dat zeggen dat we ons nu allemaal mogen overgeven aan doemdenken? Dat is misschien ook weer niet ideaal. Het gaat hier namelijk over een kleinschalige studie met een steekproef die niet representatief is voor de hele bevolking. (AW)

Onze partners