Dat het slecht gaat met het aantal insecten staat vast. We merken het allemaal aan onze voorruiten in de wagen: zat de ruit vroeger nog vol met dode insecten na een lange autorit, nu zal je er amper nog vinden. Maar hoe slecht het precies gaat, was niet duidelijk. Uit een Duits-Nederlands onderzoek uit 2017 bleek dat het aantal insecten in 27 jaar tijd met 75 procent was gedaald. Uit een nieuw, nog groter onderzoek gepubliceerd in Science blijkt dat de terugval weliswaar gigantisch, maar gelukkig iets minder dramatisch is.

Onderzoekers van het Zentrum für integrative Biodiversitätsforschung aan de Universiteit van Leipzig onderzochten 166 langetermijnstudies gedaan tussen 1925 en 2018 op 1676 plaaten in de wereld en kwamen tot een genuanceerd beeld over de stand van de insecten.

De belangrijkste conclusie is dat het aantal insecten dat op het land leeft zoals vlinders, mieren, hommels en sprinkhanen gemiddeld met negen procent per tien jaar is gedaald. 'Dat klinkt misschien niet zo veel, maar in feite betekent het 24 procent minder insecten in 30 jaar tijd en 50 procent minder in 75 jaar tijd', zegt Roel van Klink, de hoofdauteur van de studie.

Vlinder, Getty Images
Vlinder © Getty Images

'De daling van het aantal insecten gebeurt geleidelijk en we houden er van het ene op het andere jaar geen rekening mee. Het is alsof je teruggaat naar de plaats waar je opgegroeid bent. Alleen wanneer je er jaren niet meer bent geweest, realiseer je je plotseling hoeveel er is veranderd en meestal niet in positieve zin.'

Waterinsecten nemen toe

Het aantal insecten dat in de grond leeft, bleef stabiel en het aantal insecten dat bij het water leeft, steeg met zo'n elf procent per tien jaar. Dat laatste is minder positief dan het lijkt want waterinsecten bedragen maar zo'n tien procent van het totaal aantal insecten in de wereld. Bovendien zorgen dit soort insecten niet voor verstuiving en kunnen ze ziektes zoals malaria en dengue verspreiden. Wanneer deze bij het water levende insecten zoals muggen, vooral door de klimaatopwarming, op meer plaatsen kunnen overleven, zorgen ze daar voor een verstoring van het ecosysteem.

Muggen, Getty Images
Muggen © Getty Images

Wel positief aan de stijging van de waterinsecten is dat deze toename voor een deel samenhangt met het schoner worden van vervuilde meren en rivieren. Dat daardoor de insectenpopulatie toeneemt, biedt ook hoop voor andere groepen insecten. 'Deze cijfers laten zien dat we deze negatieve trends kunnen omkeren', zegt medeauteur Jonathan Chase. 'In de afgelopen vijftig jaar zijn er op veel plaatsen in de wereld verschillende maatregelen genomen om onze vervuilde rivieren en meren op te ruimen. Dit heeft mogelijk het herstel van veel zoetwaterinsecten mogelijk gemaakt. Het geeft ons hoop dat we de trend kunnen keren voor populaties die momenteel afnemen.

Meer onderzoek nodig

Roel van Klink benadrukt dat deze studie, ondanks de omvang, nog lang niet volledig is. Het is heel moeilijk om insectenpopulaties te bestuderen. Het zijn de meest op aarde voorkomende en meest gevarieerde groep diersoorten die er bestaat en ze leven meestal niet lang waardoor de samenstelling voortdurend verandert. De onderzoeken die er naar insecten zijn gedaan, vonden grotendeels plaats in Europa en de Verenigde Staten en dan nog vooral in beschermde natuurgebieden. Gebieden waar de grond het intensiefst gebruikt wordt, vielen buiten de onderzoeken.

Hommel, Getty Images
Hommel © Getty Images

Roel van Klink: 'We weten uit onze resultaten dat de uitbreiding van de steden slecht is voor insecten want iedere plaats was vroeger een meer natuurlijke habitat. Dat gebeurt momenteel in Oost-Azie en Afrika in een snel tempo. In Zuid-Amerika wordt het Amazonewoud verwoest. Er bestaat geen twijfel dat dat slecht is voor de insecten en de andere dieren die er leven. Maar we hebben nog geen data.'

Volgens Roel van Klink is er niet één oorzaak aan te wijzen voor de achteruitgang van het aantal insecten. Enkel naar klimaatopwarming en landbouw wijzen is te kort door de bocht. Ook urbanisatie, lichtvervuiling, droogte, vernietiging van hun leegebied en versnippering van hun biotoop spelen een rol.

De voorlopige conclusie van Roel van Klink op basis van het onderzoek tot nu toe: 'Het gaat niet goed met insecten, maar het gaat ook niet overal slecht met ze.'

Dat het slecht gaat met het aantal insecten staat vast. We merken het allemaal aan onze voorruiten in de wagen: zat de ruit vroeger nog vol met dode insecten na een lange autorit, nu zal je er amper nog vinden. Maar hoe slecht het precies gaat, was niet duidelijk. Uit een Duits-Nederlands onderzoek uit 2017 bleek dat het aantal insecten in 27 jaar tijd met 75 procent was gedaald. Uit een nieuw, nog groter onderzoek gepubliceerd in Science blijkt dat de terugval weliswaar gigantisch, maar gelukkig iets minder dramatisch is. Onderzoekers van het Zentrum für integrative Biodiversitätsforschung aan de Universiteit van Leipzig onderzochten 166 langetermijnstudies gedaan tussen 1925 en 2018 op 1676 plaaten in de wereld en kwamen tot een genuanceerd beeld over de stand van de insecten. De belangrijkste conclusie is dat het aantal insecten dat op het land leeft zoals vlinders, mieren, hommels en sprinkhanen gemiddeld met negen procent per tien jaar is gedaald. 'Dat klinkt misschien niet zo veel, maar in feite betekent het 24 procent minder insecten in 30 jaar tijd en 50 procent minder in 75 jaar tijd', zegt Roel van Klink, de hoofdauteur van de studie. 'De daling van het aantal insecten gebeurt geleidelijk en we houden er van het ene op het andere jaar geen rekening mee. Het is alsof je teruggaat naar de plaats waar je opgegroeid bent. Alleen wanneer je er jaren niet meer bent geweest, realiseer je je plotseling hoeveel er is veranderd en meestal niet in positieve zin.'Waterinsecten nemen toeHet aantal insecten dat in de grond leeft, bleef stabiel en het aantal insecten dat bij het water leeft, steeg met zo'n elf procent per tien jaar. Dat laatste is minder positief dan het lijkt want waterinsecten bedragen maar zo'n tien procent van het totaal aantal insecten in de wereld. Bovendien zorgen dit soort insecten niet voor verstuiving en kunnen ze ziektes zoals malaria en dengue verspreiden. Wanneer deze bij het water levende insecten zoals muggen, vooral door de klimaatopwarming, op meer plaatsen kunnen overleven, zorgen ze daar voor een verstoring van het ecosysteem. Wel positief aan de stijging van de waterinsecten is dat deze toename voor een deel samenhangt met het schoner worden van vervuilde meren en rivieren. Dat daardoor de insectenpopulatie toeneemt, biedt ook hoop voor andere groepen insecten. 'Deze cijfers laten zien dat we deze negatieve trends kunnen omkeren', zegt medeauteur Jonathan Chase. 'In de afgelopen vijftig jaar zijn er op veel plaatsen in de wereld verschillende maatregelen genomen om onze vervuilde rivieren en meren op te ruimen. Dit heeft mogelijk het herstel van veel zoetwaterinsecten mogelijk gemaakt. Het geeft ons hoop dat we de trend kunnen keren voor populaties die momenteel afnemen.Meer onderzoek nodigRoel van Klink benadrukt dat deze studie, ondanks de omvang, nog lang niet volledig is. Het is heel moeilijk om insectenpopulaties te bestuderen. Het zijn de meest op aarde voorkomende en meest gevarieerde groep diersoorten die er bestaat en ze leven meestal niet lang waardoor de samenstelling voortdurend verandert. De onderzoeken die er naar insecten zijn gedaan, vonden grotendeels plaats in Europa en de Verenigde Staten en dan nog vooral in beschermde natuurgebieden. Gebieden waar de grond het intensiefst gebruikt wordt, vielen buiten de onderzoeken. Roel van Klink: 'We weten uit onze resultaten dat de uitbreiding van de steden slecht is voor insecten want iedere plaats was vroeger een meer natuurlijke habitat. Dat gebeurt momenteel in Oost-Azie en Afrika in een snel tempo. In Zuid-Amerika wordt het Amazonewoud verwoest. Er bestaat geen twijfel dat dat slecht is voor de insecten en de andere dieren die er leven. Maar we hebben nog geen data.'Volgens Roel van Klink is er niet één oorzaak aan te wijzen voor de achteruitgang van het aantal insecten. Enkel naar klimaatopwarming en landbouw wijzen is te kort door de bocht. Ook urbanisatie, lichtvervuiling, droogte, vernietiging van hun leegebied en versnippering van hun biotoop spelen een rol. De voorlopige conclusie van Roel van Klink op basis van het onderzoek tot nu toe: 'Het gaat niet goed met insecten, maar het gaat ook niet overal slecht met ze.'