Lesotho, het land dat volledig wordt omsloten door Zuid-Afrika, is voor een groot stuk financieel afhankelijk van de textielindustrie. De kledingsector is de grootste werkgever in het land. Denim is de specialisatie van Lesotho en de meeste textielarbeiders maken dus jeans om te exporteren. Terwijl de mannen in de mijnen werken, gaan de vrouwen aan de slag in de textielfabrieken.

Tachtig procent van de kledingarbeiders in Lesotho is vrouwelijk. Bovendien zijn het voornamelijk de vrouwen die het brood op de plank brengen in Lesotho. Toen er nieuwe fabrieken in Maseru werden gebouwd, verdubbelde het aantal werkende vrouwen. Toch kunnen we niet spreken van een financiële emancipatie: de meeste arbeiders verdienen er minder dan zestig euro per maand, minder dan de kostprijs van een jeansbroek in onze winkels. Een andere optie is er echter niet, dus ploeteren ze voort aan een loon dat onder een leefbaar inkomen ligt.

Een rapport van de ngo WRC (Workers Rights Consortium) uit 2019 bracht veelvuldige incidenten van verkrachting, seksueel geweld en verbaal geweld in drie grote fabrieken in Lesotho aan het licht. Meer dan 120 vrouwen getuigden dat ze gedwongen werden tot seks door hun mannelijke supervisors. Sommige slachtoffers hielden hiv over aan de verkrachting omdat de mannen dreigden hun loon achter te houden als ze onbeschermde seks weigerden. Wie durfde klagen, werd op staande voet ontslagen. Tijdens het werk worden de vrouwen uitgescholden voor 'hoer' of 'hond'.

Dirty secret

De eigenaar van deze fabrieken, het Taiwanese bedrijf Nien Hsing, levert denim aan bekende merken zoals Wrangler, Lee en Levi Strauss. De merken voerden wel audits uit in de fabrieken, maar merkten de onmenselijke omstandigheden waar deze vrouwen in moeten werken niet op.

We krijgen te maken met een catastrofe op vlak van de rechten van de vrouwelijke textielarbeiders

Lesotho is zeker niet het enige land waar textielarbeiders te kampen krijgen met seksueel geweld. Een studie uit 2019 van Actionaid toont aan dat tachtig procent van de werkkrachten in de Bengaalse textielsector het slachtoffer of de getuige is geweest van seksueel geweld op de werkvloer. Aruna Kashyap van Human Rights Watch stelt dat seksueel geweld 'the dirty secret' is van de mode-industrie. Ook in lageloonlanden zoals India, Mexico, Brazilië, Vietnam, Turkije, Sri Lanka en China zijn er studies die aantonen dat textielarbeiders veelvuldig te maken krijgen met verkrachting, stalking, aanranding en verbaal geweld.

Catastrofe

In het geval van Nien Hsing werd er gelukkig actie ondernomen. De denimmerken Levi's, Wrangler en Lee gingen samen met vakbonden en vrouwenorganisaties de strijd aan tegen de verkrachtingscultuur in de fabrieken. Er werd een overeenkomst opgesteld tussen alle partijen, de Lesotho Agreement, waarbij een fabriek financiële sancties kan krijgen wanneer ze de afgesproken richtlijnen overtreden. De situatie verbeterde hierdoor, maar door de coronacrisis worden deze stappen voorwaarts teruggedraaid. 'Aan het begin van het jaar waren we oprecht optimistisch', stelt Scott Nova, de directeur van het WRC in een interview met Annie Kelly van The Guardian. 'Nu voelt de wereld helaas aan als een totaal andere plek. We krijgen te maken met een catastrofe op vlak van de rechten van de vrouwelijke textielarbeiders.'

Nu de arbeiders wanhopiger worden, durven ze zich niet meer te verzetten tegen het seksuele geweld

De coronacrisis hakt stevig in op de textielindustrie en is een enorme tegenslag voor het harde werk dat gebeurd is op gebied van mensenrechten. Toen merken hun bestellingen annuleerden, reageerden fabrieken door hun personeel op straat te zetten en uit te buiten. 'Nu de arbeiders wanhopiger worden om hun jobs te behouden of terug te winnen, durven ze zich niet meer te verzetten tegen het seksuele geweld,' licht Nova toe.

Nu de productie stilaan terug op gang komt, eisen heel wat retailers bovendien kortingen bij de fabrieken, omdat ze financiële klappen hebben gekregen de voorbije maanden. Dit verhoogt de druk op de textielarbeiders, die ook voor de crisis al voor een schamel loon moesten werken. Hoewel er dus wereldwijd wordt opgeroepen tot een nieuwe, frisse wind in de modesector, gaan heel wat retailers uit angst voor faillissement terug naar het oude systeem.

Lesotho, het land dat volledig wordt omsloten door Zuid-Afrika, is voor een groot stuk financieel afhankelijk van de textielindustrie. De kledingsector is de grootste werkgever in het land. Denim is de specialisatie van Lesotho en de meeste textielarbeiders maken dus jeans om te exporteren. Terwijl de mannen in de mijnen werken, gaan de vrouwen aan de slag in de textielfabrieken. Tachtig procent van de kledingarbeiders in Lesotho is vrouwelijk. Bovendien zijn het voornamelijk de vrouwen die het brood op de plank brengen in Lesotho. Toen er nieuwe fabrieken in Maseru werden gebouwd, verdubbelde het aantal werkende vrouwen. Toch kunnen we niet spreken van een financiële emancipatie: de meeste arbeiders verdienen er minder dan zestig euro per maand, minder dan de kostprijs van een jeansbroek in onze winkels. Een andere optie is er echter niet, dus ploeteren ze voort aan een loon dat onder een leefbaar inkomen ligt. Een rapport van de ngo WRC (Workers Rights Consortium) uit 2019 bracht veelvuldige incidenten van verkrachting, seksueel geweld en verbaal geweld in drie grote fabrieken in Lesotho aan het licht. Meer dan 120 vrouwen getuigden dat ze gedwongen werden tot seks door hun mannelijke supervisors. Sommige slachtoffers hielden hiv over aan de verkrachting omdat de mannen dreigden hun loon achter te houden als ze onbeschermde seks weigerden. Wie durfde klagen, werd op staande voet ontslagen. Tijdens het werk worden de vrouwen uitgescholden voor 'hoer' of 'hond'. Dirty secret De eigenaar van deze fabrieken, het Taiwanese bedrijf Nien Hsing, levert denim aan bekende merken zoals Wrangler, Lee en Levi Strauss. De merken voerden wel audits uit in de fabrieken, maar merkten de onmenselijke omstandigheden waar deze vrouwen in moeten werken niet op. Lesotho is zeker niet het enige land waar textielarbeiders te kampen krijgen met seksueel geweld. Een studie uit 2019 van Actionaid toont aan dat tachtig procent van de werkkrachten in de Bengaalse textielsector het slachtoffer of de getuige is geweest van seksueel geweld op de werkvloer. Aruna Kashyap van Human Rights Watch stelt dat seksueel geweld 'the dirty secret' is van de mode-industrie. Ook in lageloonlanden zoals India, Mexico, Brazilië, Vietnam, Turkije, Sri Lanka en China zijn er studies die aantonen dat textielarbeiders veelvuldig te maken krijgen met verkrachting, stalking, aanranding en verbaal geweld. Catastrofe In het geval van Nien Hsing werd er gelukkig actie ondernomen. De denimmerken Levi's, Wrangler en Lee gingen samen met vakbonden en vrouwenorganisaties de strijd aan tegen de verkrachtingscultuur in de fabrieken. Er werd een overeenkomst opgesteld tussen alle partijen, de Lesotho Agreement, waarbij een fabriek financiële sancties kan krijgen wanneer ze de afgesproken richtlijnen overtreden. De situatie verbeterde hierdoor, maar door de coronacrisis worden deze stappen voorwaarts teruggedraaid. 'Aan het begin van het jaar waren we oprecht optimistisch', stelt Scott Nova, de directeur van het WRC in een interview met Annie Kelly van The Guardian. 'Nu voelt de wereld helaas aan als een totaal andere plek. We krijgen te maken met een catastrofe op vlak van de rechten van de vrouwelijke textielarbeiders.' De coronacrisis hakt stevig in op de textielindustrie en is een enorme tegenslag voor het harde werk dat gebeurd is op gebied van mensenrechten. Toen merken hun bestellingen annuleerden, reageerden fabrieken door hun personeel op straat te zetten en uit te buiten. 'Nu de arbeiders wanhopiger worden om hun jobs te behouden of terug te winnen, durven ze zich niet meer te verzetten tegen het seksuele geweld,' licht Nova toe. Nu de productie stilaan terug op gang komt, eisen heel wat retailers bovendien kortingen bij de fabrieken, omdat ze financiële klappen hebben gekregen de voorbije maanden. Dit verhoogt de druk op de textielarbeiders, die ook voor de crisis al voor een schamel loon moesten werken. Hoewel er dus wereldwijd wordt opgeroepen tot een nieuwe, frisse wind in de modesector, gaan heel wat retailers uit angst voor faillissement terug naar het oude systeem.