Op donderdag 25 november vond de vijfde editie van Fashion Talks, een tweejaarlijkse conferentie voor de modesector, plaats in de Antwerpse Handelsbeurs. Na een grondige renovatie opende deze neogotische parel opnieuw de deuren in 2019. De geschiedenis van het pand is lang en luisterrijk. Al in de zestiende eeuw werd hier handel gedreven in de 'moeder aller beurzen' van Europa. Het pand kreeg heel wat te doorstaan, van een brand tot het recente verval, maar herrees in 2019 opnieuw in z'n volle glorie. Dat op deze plaats, die bulkt van de geschiedenis, de Fashion Talks doorgaan, is dan ook symbolisch.
...

Op donderdag 25 november vond de vijfde editie van Fashion Talks, een tweejaarlijkse conferentie voor de modesector, plaats in de Antwerpse Handelsbeurs. Na een grondige renovatie opende deze neogotische parel opnieuw de deuren in 2019. De geschiedenis van het pand is lang en luisterrijk. Al in de zestiende eeuw werd hier handel gedreven in de 'moeder aller beurzen' van Europa. Het pand kreeg heel wat te doorstaan, van een brand tot het recente verval, maar herrees in 2019 opnieuw in z'n volle glorie. Dat op deze plaats, die bulkt van de geschiedenis, de Fashion Talks doorgaan, is dan ook symbolisch. Het evenement, dat georganiseerd wordt door Flanders DC, verenigt lokale en internationale modeprofessionals en geeft een podium aan de industrieleiders. Op het hoofdpodium worden talks gegeven en debatten gevoerd. Tegelijkertijd vinden er kleinere sessies plaats met inspirerende sprekers die voor een select publiek bepaalde thema's uitspitten. Wij legden ons oor te luister en hoorden heel wat odes voor creativiteit, authenticiteit, menselijkheid, duurzaamheid en diversiteit. De eerste gast sprak ons toe via een scherm. Daar had ze een goede reden voor: journalist, auteur en oprichter van de podcast The Wardrobe Crisis Clare Press woont in Sydney en wilde haar ecologische voetafdruk niet de hoogte injagen door naar België af te zakken. Niet dat ze geen fan is van ons land en haar ontwerpers, integendeel, maar 'de wereld rondvliegen om over duurzaamheid te praten, is toch een beetje problematisch,' stelde ze in haar speech. Voor haar artikels, boeken en podcast sprak ze mensen van over heel de wereld over hoe we mode kunnen verduurzamen. 'Het is een complex verhaal,' licht ze toe. Net daarom is het zo belangrijk om verschillende stemmen te horen in dit debat en is ze heel blij dat ze de conferentie mag openen met een talk rond duurzaamheid. Niet vliegen om op een evenement aanwezig te zijn klinkt misschien als een opgave, maar Press stelt zich de vraag: What can we give up in order to gain? Er zijn misschien zaken die we moeten laten varen, maar Press nodigt ons uit om na te denken over wat we daarbij kunnen winnen. Een oplossing voor het complexe vraagstuk van verduurzaming ziet de journaliste in creativiteit. 'De modesector is goed in het heruitvinden van zichzelf. Elk seizoen worden er nieuwe collecties bedacht en in de markt gezet, waarom dit talent dan ook niet inzetten om de sector duurzamer te maken? Al jaren maken, verkopen, verspreiden en consumeren we kleding op dezelfde manier. Het systeem is al die tijd niet veranderd geweest', stelt ze. Volgens Press is het de perfecte tijd om dit aan te pakken. 'We hebben geen idee wat de morgen zal brengen. Dat kan griezelig zijn, maar het kan ook ons vermogen om te creëren aanwakkeren. Hoewel we de toekomst niet kunnen voorspellen, kunnen we wel beslissen wie we willen zijn en waar we voor willen staan.' Bertony Da Silva, oprichter van het streetwearmerk Arte Antwerp, werd op het hoofdpodium geïnterviewd over zijn carrière en visie op streetwear in de Belgische modescene. Hij nam ons mee naar het prille begin van zijn label in 2009, toen hij student grafische vormgeving was. 'Ik trok in die periode naar steden zoals Amsterdam, Londen en Parijs en ontdekte merken en winkels die een weerspiegeling waren van wat er op straat leeft. Ik vroeg me af waarom we dat in Antwerpen niet hadden.' Uiteindelijk besliste Bertony Da Silva om een eigen, lokaal streetwear label te starten. 'Waarom moest ik naar Amsterdam trekken als we dezelfde street scene in België hebben?''In het begin waren er veel obstakels. België heeft een internationale bekendheid in de mode omwille van high fashion, maar ik had geen voorbeelden op vlak van streetwear, ik moest het allemaal zelf uitvissen,' licht hij toe. 'Gelukkig heb ik een vriendengroep vol slimme mensen, die samen met mij oplossingen bedachten.' Da Silva trok naar Portugal op goed geluk. 'Ik kocht een treinticket en sprak mensen aan. In Lissabon vertelden ze me dat ik naar het noorden moest, dus ging ik met de trein naar Porto.' Door verschillende mensen aan te klampen, vond hij uiteindelijk wat hij zocht en kon hij z'n productie opstarten. Tien jaar geleden was het als zwarte ontwerper bovendien niet evident om binnen de modesector serieus genomen te worden stelt Da Silva. 'Er waren nog veel minder mensen van kleur in de mode en ik werd al snel in een bepaald hokje gestopt. Het is niet simpel om je in een wereld te begeven waarin niemand eruitziet zoals jij of dezelfde ervaringen heeft als jij.' Heel het gesprek lang benadrukt Da Silva het belang van een goed netwerk, een hechte gemeenschap. 'The community built my brand. We spreken dezelfde taal omwille van onze connectie. Het gaat niet enkel om kleding, we zijn een grote familie. Als een van m'n vrienden die muzikant is nog een podiumoutfit nodig heeft, dan belt die mij op en zak ik af naar de concertzaal. Het gebeurt heel organisch.' Voor Da Silva is dat de kern van zijn label: 'Start niet zomaar een merk zonder reden. Als je relevant wil zijn, moet je een verhaal hebben. Arte Antwerp groeide uit mijn community. We representeren waar we vandaan komen met onze kleding.' Dit is wat authenticiteit betekent voor de ontwerper: een merk oprichten vanuit een nood of een verhaal en het doen voor je gemeenschap. 'Dit zou de start van je merk moeten zijn, niet iets wat je achteraf voor marketingdoeleinden gaat forceren.' Om af te sluiten nodigt de ontwerper andere creatievelingen uit om samen met hem Belgische streetwear op de wereldkaart te plaatsen. 'België is op modevlak niet relevant omdat we maar één modemerk of bekende designer hebben, maar net omwille van de verschillende talenten. We hebben niet alleen Dries Van Noten, Ann Demeulemeester en Raf Simons, de lijst is echt eindeloos. Ik verwelkom dus met plezier andere Antwerpse streetwearlabels. Ik zou meer merken zoals het mijne willen zien. Zo kan de scene sterker worden en meer internationale erkenning krijgen.' De Belgische ontwerper Jan-Jan Van Essche, die zonet het tienjarige bestaan van zijn merk mocht vieren, maakte deel uit van een rondetafelgesprek over overconsumptie onder leiding van Anja Aronowsky Cronberg, oprichter van het magazine Vestoj. Na het panelgesprek kregen we de kans om met de ontwerper dieper in te gaan op de actuele thema's die bleven nazinderen na het debat.In mei vorig jaar, aan het begin van de pandemie, liet Dries Van Noten een open brief rondgaan. Deze 'Open letter to the fashion industry' was een oproep om de mallemolen van het modesysteem trager en bewuster te doen draaien. Van Essche ondertekende dit pamflet, vertelt hij tijdens het debat. 'Het was een enorm overweldigende tijd, maar ik vond het belangrijk om deze beweging te steunen. Tegelijkertijd gaf het me een dubbel gevoel. Waar er in de brief voor opgeroepen werd, was voor mijn merk al een evidentie van bij het begin. Ik zag het dus meer als een startpunt, van waaruit we verder kunnen debatteren over wat we moeten verbeteren. Ook ik denk elke dag na over hoe het beter kan, als merk, maar ook als modesysteem. De antwoorden heb ik voorlopig nog niet gevonden, maar we moeten ons blijven afvragen welke verandering we willen. De aarde duwt ons in een richting en het is onze taak om daarnaar te luisteren.'Het begin van de pandemie ging gepaard met een algemeen gevoel van solidariteit en een stijgende interesse om samen aan de slag te gaan, ook in de modesector. 'Er heerste een enorm potentieel voor verandering. Naar mijn gevoel is die energie helaas terug gaan liggen,' stelt Van Essche. Tijd om die energie terug aan te zwengelen dus. En daar kunnen evenementen zoals de Fashion Talks toe bijdragen. Het is een moment om de tijd te nemen om te luisteren naar elkaar. Aan praten in echokamers hebben we niks, vindt de ontwerper. 'Praat met elkaar, ook als je het in eerste instantie niet met elkaar eens bent. Vandaar dat ik heb toegezegd op dit debat. Ik heb misschien maar een klein merk en kan geen oplossingen aanreiken voor merken die anders werken, maar door erover te praten met elkaar kunnen we zaadjes planten. Deze zaadjes dagen mensen uit om er op een andere manier naar te kijken. Conflict is niet slecht, je hebt rebellen nodig, anders wordt het saai. Zonder wrijving geen creativiteit. Eenheidsworst is niet de oplossing.'Rebelleren betekent voor Van Essche niet dat er geen collectieve shift moet plaatsvinden. 'Voor we de handen in elkaar kunnen slaan, moeten de neuzen in dezelfde richting wijzen. Dat is stilaan aan het gebeuren, maar het gaat niet snel genoeg.'VerantwoordelijkheidAls we nadenken over het verduurzamen van de modesector, klinkt al snel de vraag: wie moet de verantwoordelijkheid opnemen? 'Voor mij is dit geen of-of-verhaal,' klinkt het bij Van Essche. 'Een van de minst productieve manieren om een probleem op te lossen, is op moreel superieure wijze elkaar beschuldigen en zelf je handen ervan af trekken. De consument die vragen stelt en beslist om een bepaald merk niet meer te kopen heeft macht. Anderzijds moet de oplossing ook komen vanuit het veld zelf en vanuit beleidsmakers. Ook consumenten die geen tijd, zin of energie hebben om uit te pluizen welk T-shirt eerlijk gemaakt werd, moet in de winkel ethisch gemaakte kleding kunnen kopen.' 'Ik ben niet voor verplichtingen, daar gaat de punk in mijn diepe binnenste van steigeren. Ik geloof meer in een collectieve shift, waarbij het evident is dat iedereen zijn deeltje van de puzzel legt. Naar mijn aanvoelen is de huidige vorm van kapitalisme, geobsedeerd door groei, daar geen goed systeem voor. Zolang succes door het fiscale systeem wordt gedefinieerd als groei is het heel moeilijk om als merk buiten de lijntjes te kleuren en bewust te kiezen voor stabiliteit. Op die manier blijven we de aarde kapitaliseren. Is het makkelijker voor mij als kleiner nichemerk om hier tegenin te gaan en verantwoord te werken? Ja, maar anderzijds hebben de grote bedrijven meer financiële middelen. Ze hebben een groter schip te keren, akkoord, maar de voorraad naft in hun tank is groter. Elk bedrijf heeft z'n eigenheiden en schaalgrootte en dus ook z'n eigen kansen om het beter aan te pakken. Om het op z'n Vlaams te zeggen: we moeten voor onze eigen deur keren.''Die gedeelde verantwoordelijkheid kan alleen maar werken als iedereen op individueel, sociaal en professioneel niveau zijn deeltje doet. Ik heb er begrip voor dat dit vermoeiend is, dat mensen het lastig vinden dat hen verteld wordt wat ze moeten doen en dat ze te kampen hebben met de dagelijkse realiteit van het leven. Toch geloof ik dat er verandering mogelijk is als er genoeg mensen op collectieve wijze in dezelfde richting bewegen. Dat zou het nieuwe normaal moeten zijn.' Aandacht voor ambachtAan het einde van het debat vraagt Aronowsky Cronberg de panelleden wat zij als een belangrijke stap in de goede richting zien. Zowel Vanessa Bruno als Jan-Jan Van Essche trekken aan de alarmbel dat lokale productie aan het verdwijnen is. 'Steeds meer Europese fabrieken en ateliers sluiten de deuren. Dit baart me zorgen. De persoonlijke relatie met de mensen die vervaardigen wat designers ontwerpen is enorm belangrijk. Hoe verder die productie plaatsvindt, hoe moeilijker de relatie te onderhouden valt. Er moet meer respect komen voor ambachten en hen in ere herstellen. Vroeger had onze regio een enorm aanbod aan kennis en talent in de textielsector. Dat is aan het verdwijnen en deze evolutie bemoeilijkt duurzaam werken. Het is echt tijd om de kar te keren en lokale ambachten te ondersteunen.' Hannelore Knuts is topmodel en sinds kort ook gediplomeerd mindfulness- en meditatiecoach. Ze volgde een opleiding aan het Greater Good Science Center, waar oosterse leer en het boeddhisme worden vertaald naar ons westerse leven. Tijdens de Fashion Talks gaf ze een lezing 'Growing Up In Fashion' over de minder fraaie kanten van het modellenbestaan. Het lijkt voor velen een glamoureuze job, maar om dat ene perfecte beeld te verkrijgen dat een fotograaf, artistiek directeur of ontwerper voor ogen heeft, moeten modellen vaak lange dagen kloppen, waarbij de verwachtingen torenhoog liggen. Knuts spreekt in haar tekst over hoe je als model moet opgroeien in het openbaar, terwijl je continu vergeleken wordt met anderen. Je lichaam en gezicht zijn het ene moment gegeerd door iedereen, om vervolgens niet goed genoeg bevonden te worden. 'Je weet wel dat je het niet persoonlijk moet nemen, maar dat weet je enkel in theorie,' klinkt het. Financieel is het ook niet altijd rozengeur en maneschijn. Gratis werken als 'test' om dan wekenlang je agenda te blokkeren en te wachten op het nieuws of de casting director jou wil boeken, zijn schering en inslag. 'Als model moet je loyaal blijven zonder enige garantie,' legt Knuts uit. De zware arbeidsomstandigheden die modellen vaak te verduren krijgen, staan in schril contrast met de glitter en glamour die mensen associëren met de modesector. Het motto 'klant is koning' zorgt voor chronische stress, maar modellenagentschappen durven er niet tegenin te gaan en houden hun modellen voor dat dit nu eenmaal de manier van werken is. 'Hoe ze je eigenlijk een stap terug? Hoe maak je je los van je lichaam, wetende dat dat het meest giftige en belastende is wat je je eigen ware zelf kunt aandoen. Het is in die kloof tussen jou en je lichaam dat verschillende vormen van misbruik kunnen voorvallen. Ik heb nooit geweten dat ik terug moest naar mijn lichaam, naar mezelf. Totdat ik die muur van burn-out raakte', vertelt het model openhartig. Voor Knuts werd het duidelijk. Als ze mentaal gezond wou blijven, moest ze haar modellencarrière anders invullen. 'Als het systeem zegt "spring", dan spring ik nog steeds, maar ik bepaal wel zelf hoe hoog.' Dankzij eerlijke getuigenissen zoals deze, en het moedige werk van de Model Alliance - die Knuts ondersteunt, worden de problemen stilaan aangepakt. 'Mijn werk wordt misschien gezien als oppervlakkig, maar het is omdat ik dit werk doe dat ik de dynamiek van oppervlakkig denken begrijp,' schrijft Knuts. 'Als modellen veruiterlijken we de cultuur van glitter en glamour, maar net daardoor weten we dat daar niet per se het geluk ligt. Dat ligt bij jezelf.De kracht van meditatie 'Het schrijven van de tekst was een lang proces,' vertelt Knuts ons. 'Toen het op papier stond, kwam de angst bovendrijven omdat ik mijn verhaal zou vertellen voor een publiek dat werkt in de modesector. Het is een ding om problemen aan te kaarten bij mensen die er niets mee te maken hebben, maar dit voelde toch meer als spreken in het hol van de leeuw,' lacht ze. Na een flinke peptalk aan haar eigen adres, stond ze er dan toch. 'Ik wilde dit gezegd hebben. Mensen mogen er hun eigen ideeën over hebben, dat maakt mijn ervaringen niet minder waar. Natuurlijk ben ik ook dankbaar voor de kansen die het modellenleven mij gegeven hebben, maar dat wil niet zeggen dat de schaduwzijde niet benoemd mag worden.' Dat ze haar sociale angst en stress kon overwinnen, heeft het model ook te danken aan mediteren. De voorbije jaren was Hannelore Knuts immers niet enkel moeder en model, maar ook student aan het Greater Good Science Center. 'Een aantal jaren geleden, toen mijn zoon net geboren was, kwam ik voor het eerst in aanraking met mindfulness en meditatie. Ik had net mijn moeder verloren en ik ging door een zware periode in mijn leven. Mindfulness en boeddhisme hebben me toen enorm geholpen. Het schonk me een andere manier van kijken naar het leven en omgaan met tegenslagen.' Deze introductie kwam op een goed moment. 'Ik wilde al langer iets doen voor mezelf, wat me de kans zou geven om niet volledig afhankelijk te zijn van de modesector. Om m'n eigen leven in handen te nemen heb ik dus die cursus gevolgd. Het was een fantastische ervaring en voor mij vielen de puzzelstukjes in elkaar.' We vragen Knuts of de modesector baat zou hebben bij meer ruimte voor meditatie en mindfulness. 'Absoluut. Mensen in de mode zouden heel veel kunnen hebben aan vaker pauzeren en ademen. Het geeft je de tools om niet meteen te reageren vanuit je ego, gedreven door onzekerheid. Meditatie zorgt ervoor dat je terugkomt tot jezelf en een tweede perspectief toelaat. Je wordt als het ware een observator van je eigen gedrag. Op die manier krijg je meer inzicht en meer empathie. Wie rustig reageert, ziet niet alleen z'n eigen noden, maar ook die van de ander. Het is een menselijkere manier van omgaan met elkaar. Als model kan het je bijstaan tijdens het vele wachten en wanneer je het gevoel hebt vergeleken te worden met anderen. Het helpt om dat een plaats te geven.' De hoofdspreker tijdens de Fashion Talks is een naam die misschien niet meteen een belletje doet rinkelen bij mensen buiten de modewereld, maar die achter de schermen al een tijd aan zijn carrière timmerde toen hij in februari door Alaïa op de voorgrond werd geplaatst als creatief directeur. Pieter Mulier studeerde eigenlijk architectuur, maar vond zijn weg in de mode als stagiair bij Raf Simons. Vijftien jaar lang werd hij dan ook in één adem genoemd met de bekende ontwerper als diens rechterhand. Zowel bij het label Raf Simons als bij Jil Sander, Dior en Calvin Klein werkten ze zij aan zij. Begin dit jaar werd Mulier aangesteld als creatief directeur bij het iconische modehuis Alaïa, opgericht door de Frans-Tunesische ontwerper Azzedine Alaïa. 'Deze job voelt aan als het winnen van de loterij', vertelde Mulier tijdens de Fashion Talks. De vraag kwam net op een moment dat Mulier beslist had even afstand te nemen van de modesector, maar deze kans kon hij niet laten liggen. 'Ik had als het ware een fashion burn-out, maar te mogen werken voor een merk waarvan het niveau al die jaren torenhoog is gebleven, voelt als een enorme luxe. Ik ben niet belangrijk in dit verhaal. Het gaat over Alaïa, niet over mij. Dat is tegelijkertijd een grote klus en een kleine klus', klinkt het. Mulier is de eerste ontwerper die bij het modehuis in de voetsporen mag treden van de in 2017 overleden Azzedine Alaïa. Ter voorbereiding van zijn nieuwe functie kocht Mulier vintage stukken op. Wat hem opviel was de tijdloosheid van de ontwerpen. 'Ze waren stuk voor stuk nog steeds prachtig en draagbaar.' Simpel was het overigens niet om oude designs op de kop te tikken. 'Vrouwen geven de kledingstukken door van moeder op dochter. De kwaliteit staat dat toe. Ook de pracht van de ontwerpen zorgt ervoor dat mensen de stuks bijhouden. Wat mooi is doe je niet weg.' Dat betekent voor Mulier overigens ook echte duurzaamheid. 'Alaïa werkte op zo'n manier dat ontwerpen uit het verleden niet gedateerd werden. Het ontwerp van een rok kon telkens terugkeren in zijn collecties. Het was dezelfde rok, maar details ervan werden verbeterd.' Een onderwerp waar de aanwezigen stiekem van hoopten dat het besproken zou worden tijdens de talk was Muliers tijd bij Calvin Klein. 'Ik kan niet echt details vrijgeven over mijn ervaringen, maar... ik zal het toch een beetje doen,' steekt hij van wal. Raf Simons en Pieter Mulier hadden in het begin het gevoel een soort Amerikaanse droom binnen te wandelen. 'Maar wie naar de sterren reikt kan ook terug naar beneden donderen, en wij zijn hard naar beneden gevallen. Ik werd ziek van de hoeveelheid kleding die we moesten uitbraken. Ik begon me af te vragen wie al die kleding koopt en draagt. Ik weet het nog steeds niet,' vertelt hij over de gigantische hoeveelheid collecties die het merk per jaar uitbrengt. Gelukkig hoeft hij zich die vraag niet te stellen bij Alaïa, een veel kleiner en trager merk. 'Ik weet wie deze kleding zal dragen', klinkt het. Het kleine team en de menselijke aanpak zijn voor Mulier een verademing. 'Het kleine, getalenteerde team voelt als een hechte familie.'