Wat voorafging

H&M-ceo Karl-Johan Persson haalt tijdens een interview uit naar mensen die het huidige consumptiepatroon in vraag stellen, zoals klimaatactivist Greta Thunberg. 'Ja, stoppen met consumeren of vliegen zou kunnen leiden tot een kleine milieu-impact, maar het zal ook verschrikkelijke sociale consequenties hebben.' Persson meldde het klimaat wel degelijk belangrijk te vinden, maar het bestrijden van armoede minstens even noodzakelijk. 'We moeten jobs blijven creëren en alle dingen die samenhangen met economische groei, zoals gezondheidszorg verbeteren.'

Beste meneer Persson, je hebt gelijk. Net als jij, zoals we konden lezen, vind ik ook dat we armoede uit de wereld moeten helpen. Net als jij, vind ik ook dat we het klimaat moeten aanpakken. De manier waarop echter, daarin verschillen onze meningen hemelsbreed.

Hoe kan je roepen om armoede te bannen als je zelfs je eigen kledingarbeiders geen leefloon betaalt?

Je wijst klimaatjongeren als Greta Thunberg met de vinger omdat ze mensen 'verbieden' te consumeren. Dit is een groot probleem volgens jou omdat dit maar een kleine impact zal hebben op het milieu, maar wel vreselijke sociale gevolgen zal hebben. Zo moeten we volgens jou jobs blijven creëren om onder meer armoede te bestrijden. Maar daar knelt het spreekwoordelijke schoentje: hoe kan je als hoofd van een van de grootste kledingretailers ter wereld roepen om armoede uit de wereld te helpen als je je eigen kledingarbeiders zelfs geen leefloon uitbetaalt?

H&M beloofde namelijk in 2013 tegen 2018 ongeveer 850 000 textielarbeiders een leefloon uit te keren. Van die belofte is niets in huis gekomen. Het probleem is veel groter dan H&M alleen. Ook andere kledingmerken zijn, ondanks ambitieuze beloftes, volgens dit onderzoek van de universiteit van Sheffield in hetzelfde bedje ziek. Volgens de Fashion Transparency Index 2019 geeft maar 18,5 procent van de merken die gescreend zijn op hun transparantie aan hoe zij in hun kledingproductieketen naar leeflonen toewerken. In een onderzoek uit 2019 van twintig grote merken als Nike, Primark, Adidas, H&M blijkt ook dat velen het uitkeren van leeflonen uitbesteden, wat de geloofwaardigheid van zulke beloften sterk aantast.

Vaak moeten kledingarbeiders geld lenen om maandelijks rond te komen en te voorzien in minimale levensbehoeften als voeding en onderdak, zo bleek uit de 'Garment Worker Diaries' van Microfinance Opportunities, in partnerschap met Fashion Revolution. De verkoop van kleding blijft aan dumpingprijzen. De winsten die retailers boeken, gaan niet naar de arbeiders in de fabriek, maar naar de top. Om hogere minimumlonen te eisen, om zo tot een leefloon te komen, trokken duizenden arbeiders zelf al meerdere malen in Bangladesh de straat op, wat door de overheid vaak gewelddadig werd afgestraft.

Daarnaast moeten we, als we over 'vreselijke' sociale gevolgen praten, de aandacht ook vestigen op het (seksueel) misbruik waar ongeveer tachtig procent van de kledingarbeiders in Bangladesh, het tweede grootste productieland van kleding na China, mee geconfronteerd wordt. Afgelopen maart gingen er bij een fabriek zelfs zestien kledingarbeiders in hongerstaking, na een aanranding van een achttien-jarige collega door een van de managers. Al even frappant: Amazon, het derde rijkste bedrijf in de wereld, verkoopt kleding die gemaakt wordt in Bengaalse fabrieken die op de zwarte lijst staan door misbruik van kledingarbeiders en slechte veiligheidsomstandigheden. Ook bij kledingarbeiders in andere productielanden is misbruik schering en inslag.

Inspanningen en beloften

'Technologische innovatie, alternatieve grondstoffen en schonere energie.' Het zijn woorden waar graag mee geschermd wordt als het over het klimaat gaat. Maar als we kijken naar hoe we kleding produceren en consumeren, blijkt dat nogal een faux pas. De kleding- en de schoenenindustrie samen zijn volgens een rapport van Quantis namelijk verantwoordelijk voor meer dan acht procent van de globale uitstoot van broeikasgassen. Kledingproductie, die voornamelijk in Azië geconcentreerd is, is nog erg afhankelijk van kool en gas om elektriciteit en warmte te genereren.

Je kan klimaatjongeren niet uitjouwen zonder eerst in eigen boezem te kijken

Doen H&M en andere merken dan echt niets goed op ecologisch gebied? Ze slaan ons immers regelmatig om het hoofd met welluidende inspanningen en mooie beloften. Zo beloofde H&M inderdaad tegen 2030 enkel 'gerecycleerd of ander duurzaam materiaal' te gebruiken voor kleding. Nu doet de keten dit al voor haar Conscious collectie. Ook Inditex, het moederbedrijf van onder andere Zara, maakte serieuze beloftes: tegen 2025 willen zij dat al hun katoen, linnen en polyester ofwel biologisch, ofwel duurzaam ofwel gerecycleerd is. Maar de vraag blijft: hoe geloofwaardig kan dat zijn als je tegelijk wel het fast fashionmodel blijft omarmen? Als je massaconsumptie blijft promoten? Tussen 2000 en 2014 is de kledingproductie wereldwijd verdubbeld. We dragen onze kleding maar half zo lang als ervoor. Iedere seconde gaat er een equivalent van een vrachtwagen vol textiel richting het stort of wordt dit verbrand. Amper één procent van de kleding wordt gerecycleerd. Dit is onhoudbaar.

Dus, beste meneer Persson, je kan klimaatjongeren niet uitjouwen zonder eerst in eigen boezem te kijken. Wat deze jongeren willen en wat we nodig hebben, is een systemische aanpak, een transitie naar een duurzaam economisch model voor de kledingindustrie waarbij winsten niet hand in hand gaan met misbruik en schrijnende ecologische gevolgen. Er zijn kleinere spelers op de markt die wel een transparant en duurzaam verdienmodel aan de dag kunnen leggen. Wanneer maken grote retailers hier werk van?

Deze opinie verscheen eerder op fashionrevolution.org.