'We moeten erdoor.' Zo reageert mijn tante, eigenaar van een modeboetiek in een van de drukste winkelstraten in Brugge, als ik haar een berichtje met een hart onder de riem stuur.
...

'We moeten erdoor.' Zo reageert mijn tante, eigenaar van een modeboetiek in een van de drukste winkelstraten in Brugge, als ik haar een berichtje met een hart onder de riem stuur.De wensen zijn welgekomen. De eens zo drukke winkelstraten zijn nu - terecht- helemaal verlaten en zullen nog een tijdlang leeg blijven. Voor de retailers is dat een ramp, zegt Isolde Delanghe van Mode Unie, de sectororganisatie voor zelfstandige modedetailhandel. Zij herhaalt de vraag om de soldenperiode een maand uit te stellen en spreekt van 'nakende faillissementen'.Om omzet te blijven draaien, kiezen verschillende retailers ervoor om te verkopen via webshops of sociale media. Mode Unie vreest dat online verkopen de opgelopen verliezen verre van goedmaken. Dat bevestigt Niki De Schryver, de bezieler van COSH , een online platform dat duurzame winkels oplijst. 'Retailers die nu een online verkoop lanceren, benadrukken dat hun verkoop slechts 2 tot 6 procent is van hun normale verkopen in de fysieke winkel.'De Schryver heeft schrik dat vooral duurzame retail de dupe zal zijn van de coronamaatregelen. 'Pioniers werken aan kleinere marges, ten voordele van betere werkomstandigheden en duurzamere praktijken in de toeleveringsketen. Zij konden minder een buffer opbouwen dan de grote ketens. Ik zie niet alle duurzame detailhandels zomaar bijlenen om voor volgend seizoen evenveel nieuwe kleding aan te kopen.''Sowieso zal corona een wereldwijde impact hebben', gaat De Schryver verder. 'Op stikfabrikanten, hun werknemers, de merken en alle textieltoeleveranciers. Als we onze resterende koopkracht willen benutten voor de economie, waarom dat niet voor duurzame producten? Zo kunnen we shiften van erbarmelijke jobs naar menswaardige jobs met leefbare lonen.'De impact van de coronacrisis op stikfabrikanten en hun arbeiders is alleszins immens. Dat benadrukken sectororganisaties zoals Clean Clothes Campaign, Workers Rights Consortium, International Labor Rights Forum en Maquila Solidarity Network. De organisaties trekken aan de alarmbel omdat steeds meer kledingfabrieken in producerende landen de deuren sluiten. Dat is een ramp voor de arbeidsters, die bij een tijdelijke of definitieve sluiting vaak geen salaris uitbetaald krijgen, laat staan een ontslagvergoeding.Naast de nood aan social distancing zien de organisaties twee grote redenen waarom de sluitingen plaatsvinden. Eerst kwam het aanbod in gedrang, omdat een deel van de grondstoffen waarmee de fabrikanten aan de slag gaan uit China komt en leveringen vertraging oplopen door de opkomst van het virus. Daarna stagneerde de vraag: kledingmerken verminderen hun bestellingen omwille van de verplichte sluitingen van retailers en de dalende consumentenvraag in de hele wereld.Veel merken trekken hun geplaatste bestellingen zelfs in. In Bangladesh, dat voor vier vijfde van zijn export afhangt van de textielindustrie, lopen textielfabrikanten momenteel bijna drie miljard euro aan leveringen mis, meldt de lokale werkgeverskoepel BGMEA. Onder andere Primark , dat geen online verkoop doet, heeft wereldwijd zijn bestellingen opgeschort en trekt zo orders ter waarde van 273 miljoen dollar (249 miljoen euro) in. Op de tweede plaats in dat rijtje staat C&A , goed voor 166 miljoen dollar (151 miljoen euro) aan geannuleerde bestellingen. Dat blijkt uit berekeningen van Workers Rights Consortium , dat de merken met de vinger wijst.Volgens onder meer Human Rights Watch ligt het grote probleem bij het feit dat merken pas hun bestellingen betalen bij de inscheping van de levering, en niet bij het plaatsen van de bestelling. Als een bestelling opgeschort of zelfs volledig geannuleerd wordt, betekent dat ook dat de betalingen uitblijven. Die praktijk klaagt ook globale vakbond IndustriALL aan. 'Nu retailers in het westen hun shops noodgedwongen sluiten,' klinkt het cynisch, 'zijn het de kledingarbeiders zelf die de prijs betalen voor de kleren die ze al in elkaar gestikt hebben.'Intussen hebben merken zoals H&M, Zara (via moederbedrijf Inditex), Calvin Klein en Tommy Hilfiger (via hun moederbedrijf PVH) bekend gemaakt dat ze van plan zijn hun geplaatste bestellingen alsnog uit te betalen. Christie Miedema van Clean Clothes Campaign hoopt dat nog meer merken zullen volgen. 'Al zou het gekkenwerk zijn om dat niet te betalen, want die orders staan gewoon klaar om te vertrekken', zegt Miedema daar meteen bij. 'Alsof je een pizza bestelt, maar zodra de koerier aan de deur staat, beslist dat je er toch geen zin in hebt.'Voor Sara Ceustermans van de Schone Kleren Campagne, dat deel uitmaakt van de internationale Clean Clothes Campaign, is het duidelijk wat merken te doen staat. 'Multinationals hebben decennialang geprofiteerd van een systeem waarin ze konden produceren in landen zonder sociaal vangnet. Nu is het aan hen om de arbeiders op te vangen.'Dat zeggen ook lokale vakbondsvrouwen Kalpona Akter in Bangladesh en Tola Moeun in Cambodja. 'Als er ontslagen vallen, moeten kledingmerken zorgen voor onmiddellijke betalingen aan fabrieken, zodat arbeiders hun volledige wettelijk verschuldigde ontslagvergoeding ontvangen', stelt Akter (Bangladesh Center for Worker Solidarity) voor. 'Arbeiders moeten desnoods thuis kunnen blijven totdat de situatie beheersbaar is', vult Moeun (Cambodjaanse Alliantie voor Arbeids- en Mensenrechten) aan. 'Het is aan de merken om ervoor te zorgen dat ze gedurende deze periode hun volledige loon ontvangen.'Aan de bron van de textielketen, op de katoenplantages van Noord-Amerika, West-Afrika, Centraal- en Zuid-Azië, vrezen ook katoenboeren dat de coronacrisis hun opbrengsten teniet zal doen. 'Het leven van heel veel boeren staat op het spel', zegt Christina Ben Bella van Cotton Made In Africa. Op dat continent moet de oogst nog beginnen. 'Meer dan ooit moeten we solidariteit tonen met de mensen achter ons textiel en met het milieu.'Centraal-Aziatische katoenboeren zijn momenteel aan het oogsten. Net als veel textielfabrikanten zitten ze nu al met stock die ze niet meer verkocht krijgen. Dat vertelt Charles Snoeck van Fairtrade Belgium. 'Vaak gaat het om ingehuurde arbeiders die op grote plantages werken. Als zij zonder inkomen vallen, is dat een drama voor de volledige gemeenschap.'Dat beaamt El Mamoun Amrouk, econoom bij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). 'Katoenplantages zijn erg arbeidsintensief. De verspreiding van het coronavirus zal mogelijks een impact hebben op het werk waar zoveel kleinschalige boeren van afhankelijk zijn. Wij blijven waakzaam wat betreft de gezondheidsrisico's.'Volgens Snoeck zullen zoveel mogelijk boeren aan het werk blijven, ondanks alle maatregelen. 'Zolang er social distancing mogelijk is, gaat de katoenproductie in Azië alvast verder.' De gezondheid van de boeren ten volle garanderen is nochtans geen evidentie. 'Het is een feit dat nieuws over nieuwe veiligheidsvoorschriften minder makkelijk doorsijpelen in landen als Pakistan dan bijvoorbeeld België', reageert Snoeck. 'Via fairtrade coöperatieven kunnen we onze boeren informeren en ondersteunen.' Keurmerk Better Cotton Initiative hanteert een soortgelijke strategie. 'Onze lokale partners organiseren infosessies', zegt medewerkster Morgan Ferrar. 'Ze delen ook materiaal uit, zoals mondmaskers en handschoenen, om de boeren beter te beschermen.'Naast gezondheidsrisico's ziet Snoeck vooral grote problemen op vlak van transport. 'Het is heel moeilijk om toegang te krijgen tot vrachtcontainers om katoen uit te voeren.' De katoen die geëxporteerd wordt, gaat nu over de toonbank voor een spotprijs, weet Amrouk. 'De prijs voor katoen is het laagst in dertien jaar tijd: nog geen euro per kilogram katoen.' Uit cijfers van beurswebsite Nasdaq blijkt dat dat 30 procent minder is ten opzichte van de gemiddelde verkoopprijs de laatste vijf jaar. 'Dit heeft alles te maken met het gebrek aan vraag voor eender welke grondstof vanuit merken, retailers en consumenten', gaat Amrouk verder. 'Producenten van allerlei soorten grondstoffen voor textiel hebben te lijden onder de crisis. Bovendien is er een stofoverschot, omdat er vorig jaar meer katoen werd geproduceerd dan verkocht.'FAO-collega Christopher Emsden vult aan dat de VN-organisatie regeringen aanspoort om zoveel mogelijk arbeiders op te vangen door een (cash) vervanginkomen te voorzien. 'Natuurlijk blijft het een probleem om zo'n inkomen te garanderen, niet in het minste omdat de meeste arbeiders ook voor deze crisis geen gegarandeerde wedde kregen. Elk land en elke organisatie zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.'Daar horen ook volgens Miedema (Clean Clothes Campaign) de merken bij. 'We hopen dat er in de toekomst uiteindelijk een systeem komt waarin merken gaan bijdragen aan de sociale zekerheid van de landen waar ze produceren. Deze crisis maakt eens te meer duidelijk hoe kapot het huidige systeem is. Hopelijk leren we hieruit dat we in de toekomst op een duurzame manier moeten omgaan met mensen en ketens.'Dat besluit trekt ook Snoeck. 'We hebben nood aan elke schakel in de textielketen. Ketens zullen op termijn ook maar even sterk zijn als hun zwakste schakel. Net daarom zijn bedrijven die al een ethische manier van werken hebben, andere merken en bedrijven een stap voor. Fairtrade coöperatieven kunnen een belangrijke maatschappelijke rol vervullen door onze leden en werknemers zo goed mogelijk te beschermen en er zo voor te zorgen dat er nog kan voortgeboerd worden. Anders zijn de boeren hun inkomen volledig kwijt.'