'Er zijn weinig taken die meer lijken op de kwelling van Sisyphus dan die van de huisvrouw; dag na dag moet de vaat gedaan worden, de meubels worden afgestoft, de kleren worden gerepareerd, en morgen zullen ze toch weer vies, stoffig of gescheurd zijn.' Zoals Simone de Beauvoir in 1949 al schreef in 'Le deuxième sexe', is huishoudelijk werk, koken en zorgen voor veel vrouwen eindeloos. Dat is het, zeven decennia later, voor vele vrouwen nog steeds. Wereldwijd voeren vrouwen nog altijd drie vierde van de onbetaalde zorgtaken uit. De impact op hun tijdsinvulling is enorm.

Veel werken, geen geld

In plattelandsgebieden in ontwikkelingslanden is deze situatie het extreemst. Daar besteden vrouwen, die vaak geen directe toegang hebben tot stromend water of elektriciteit, tot 14 uur aan het uitvoeren van onbetaalde zorgtaken. De enorme hoeveelheid tijd die vrouwen aan onbetaalde zorgtaken besteden zet een rem op hun kansen. Het leidt ertoe dat vrouwen minder tijd kunnen steken in het volgen van een opleiding, of nog, minder toetreden tot de arbeidsmarkt. Wereldwijd kan 42 procent van de vrouwen geen betaalde job aannemen omdat ze verondersteld worden onbetaalde zorgtaken uit te oefenen, terwijl dat slechts 6 procent is bij de mannen.

We moeten het idee dat vrouwen de grootste zorgverantwoordelijken zijn in vraag stellen

In welvarende landen, zoals België, is het beeld lichtelijk anders. Door technologische vooruitgang en veranderende maatschappelijke normen is het aantal uren dat vrouwen aan onbetaalde zorg besteden gevoelig gedaald. Toch is de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen wat betreft het opnemen van onbetaalde zorgtaken ook in België nog steeds markant: volgens cijfers van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen spendeert een Belgische vrouw op een gemiddelde weekdag 1 uur en 20 minuten meer aan onbetaalde zorgtaken dan mannen, terwijl die mannen dezelfde tijd meer spenderen aan betaalde arbeid. En het idee dat vrouwen de grootste verantwoordelijkheid dragen om voor kinderen te zorgen, heeft ook voor Belgische vrouwen economische gevolgen. Terwijl slechts 11 procent van de mannen deeltijds gaat werken, is dat bij de vrouwen niet minder dan 43 procent.

Of het nu gaat om vrouwen hier of in ontwikkelingslanden: de waarde van de zorg die zij uitoefenen is enorm. In monetaire termen alleen al gaat het om een onzichtbare bijdrage aan de wereldeconomie van 10,8 biljoen dollar per jaar. De maatschappelijke waarde ligt nog vele malen hoger. Het is immers de onbetaalde zorg van vrouwen die onze gezinnen, samenlevingen en economieën doet draaien.

Veel geld, weinig werken

De situatie van miljarden vrouwen, die zich dag na dag uit de naad werken, maar er geen geld en vaak te zelfs te weinig respect voor krijgen, staat in schril contrast met de situatie aan de top van onze economie. Daar slaagde een select clubje aan miljardairs er de voorbije tien jaar in om hun fortuin, zonder veel moeite, jaarlijks te laten groeien met gemiddeld 7,4 procent.

We zouden zorg en diegenen die de zorg verstrekken centraal moeten stellen

Dat alles gebeurt, in tegenstelling tot wat velen denken, niet altijd op basis van hard werk. Want in tegenstelling tot het wijdverspreide idee dat miljardairs hardwerkende mannen zijn, die hun fortuin vanuit het niets zelf opbouwden, vertellen de cijfers ons iets anders. Grofweg één derde van de miljardairs verwierf zijn of haar fortuin niet zelf, maar erfde het. Een ander derde creëerde het fortuin dankzij het verwerven van een monopolie of connecties met de politieke wereld.

Hoe het ook zij, eens de eerste miljoenen binnen zijn, zorgen oneerlijke economische regels ervoor dat het voor een kleine elite gemakkelijker is om hun fortuin verder uit te bouwen. Zo is het voor de allerrijksten en de grootste multinationals makkelijker om belastingen te ontwijken, en zijn de reguliere belastingtarieven voor hen de laatste decennia sowieso al in vrije val.

Wat is van waarde?

Het rapport 'Time to Care' dat Oxfam aan de vooravond van het Wereldeconomisch Forum publiceerde, daagt ons uit om onze traditionele hypothesen over de productie van rijkdom om te draaien: wat voor soort rijkdom? Van wie, en vooral, voor wie? Het vertrekt vanuit de idee dat we onze economie moeten proberen plannen rond het sociale uitgangspunt van zorg voor anderen. Niemand heeft miljarden nodig, maar we hebben allemaal zorg nodig. We moeten allemaal om anderen geven. We zijn allemaal verzorgd geweest. Hoe zijn we in een situatie gekomen waarin zorgeloosheid economisch en sociaal het meest worden gewaardeerd?

Overheden moeten hun verantwoordelijkheid nemen en meer investeren in kwalitatieve en universele publieke dienstverlening, zodat de verantwoordelijkheid niet alleen bij gezinnen komt te liggen

Als Oxfam stellen we voor om het dringend anders aan te pakken, door zorg en diegenen die de zorg verstrekken, centraal te stellen. We stellen voor om de maatschappelijke normen, die nog steeds dicteren dat vrouwen de grootste verantwoordelijkheid moeten nemen voor zorg, in vraag te stellen, zodat zorgtaken beter verdeeld worden onder mannen én vrouwen. En we stellen voor dat overheden hun verantwoordelijkheid nemen en meer investeren in kwalitatieve en universele publieke dienstverlening, zoals kinderopvang en ouderenzorg, zodat de verantwoordelijkheid niet alleen bij gezinnen komt te liggen.

De pessimisten onder de lezers zullen zeggen dat meer investeringen in zorg natuurlijk utopisch zijn. Nochtans is het niet onmogelijk. Een taks van 0,5 procent van de rijkdom van de 1 procent zou de komende tien jaar bijvoorbeeld volstaan om 113 miljoen jobs in de zorgsector wereldwijd te creëren, die de extra zorgnoden, die er 2050 zullen zijn, kunnen ledigen. Waar wachten we op?

'Er zijn weinig taken die meer lijken op de kwelling van Sisyphus dan die van de huisvrouw; dag na dag moet de vaat gedaan worden, de meubels worden afgestoft, de kleren worden gerepareerd, en morgen zullen ze toch weer vies, stoffig of gescheurd zijn.' Zoals Simone de Beauvoir in 1949 al schreef in 'Le deuxième sexe', is huishoudelijk werk, koken en zorgen voor veel vrouwen eindeloos. Dat is het, zeven decennia later, voor vele vrouwen nog steeds. Wereldwijd voeren vrouwen nog altijd drie vierde van de onbetaalde zorgtaken uit. De impact op hun tijdsinvulling is enorm. In plattelandsgebieden in ontwikkelingslanden is deze situatie het extreemst. Daar besteden vrouwen, die vaak geen directe toegang hebben tot stromend water of elektriciteit, tot 14 uur aan het uitvoeren van onbetaalde zorgtaken. De enorme hoeveelheid tijd die vrouwen aan onbetaalde zorgtaken besteden zet een rem op hun kansen. Het leidt ertoe dat vrouwen minder tijd kunnen steken in het volgen van een opleiding, of nog, minder toetreden tot de arbeidsmarkt. Wereldwijd kan 42 procent van de vrouwen geen betaalde job aannemen omdat ze verondersteld worden onbetaalde zorgtaken uit te oefenen, terwijl dat slechts 6 procent is bij de mannen. In welvarende landen, zoals België, is het beeld lichtelijk anders. Door technologische vooruitgang en veranderende maatschappelijke normen is het aantal uren dat vrouwen aan onbetaalde zorg besteden gevoelig gedaald. Toch is de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen wat betreft het opnemen van onbetaalde zorgtaken ook in België nog steeds markant: volgens cijfers van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen spendeert een Belgische vrouw op een gemiddelde weekdag 1 uur en 20 minuten meer aan onbetaalde zorgtaken dan mannen, terwijl die mannen dezelfde tijd meer spenderen aan betaalde arbeid. En het idee dat vrouwen de grootste verantwoordelijkheid dragen om voor kinderen te zorgen, heeft ook voor Belgische vrouwen economische gevolgen. Terwijl slechts 11 procent van de mannen deeltijds gaat werken, is dat bij de vrouwen niet minder dan 43 procent. Of het nu gaat om vrouwen hier of in ontwikkelingslanden: de waarde van de zorg die zij uitoefenen is enorm. In monetaire termen alleen al gaat het om een onzichtbare bijdrage aan de wereldeconomie van 10,8 biljoen dollar per jaar. De maatschappelijke waarde ligt nog vele malen hoger. Het is immers de onbetaalde zorg van vrouwen die onze gezinnen, samenlevingen en economieën doet draaien.De situatie van miljarden vrouwen, die zich dag na dag uit de naad werken, maar er geen geld en vaak te zelfs te weinig respect voor krijgen, staat in schril contrast met de situatie aan de top van onze economie. Daar slaagde een select clubje aan miljardairs er de voorbije tien jaar in om hun fortuin, zonder veel moeite, jaarlijks te laten groeien met gemiddeld 7,4 procent. Dat alles gebeurt, in tegenstelling tot wat velen denken, niet altijd op basis van hard werk. Want in tegenstelling tot het wijdverspreide idee dat miljardairs hardwerkende mannen zijn, die hun fortuin vanuit het niets zelf opbouwden, vertellen de cijfers ons iets anders. Grofweg één derde van de miljardairs verwierf zijn of haar fortuin niet zelf, maar erfde het. Een ander derde creëerde het fortuin dankzij het verwerven van een monopolie of connecties met de politieke wereld. Hoe het ook zij, eens de eerste miljoenen binnen zijn, zorgen oneerlijke economische regels ervoor dat het voor een kleine elite gemakkelijker is om hun fortuin verder uit te bouwen. Zo is het voor de allerrijksten en de grootste multinationals makkelijker om belastingen te ontwijken, en zijn de reguliere belastingtarieven voor hen de laatste decennia sowieso al in vrije val.Wat is van waarde? Het rapport 'Time to Care' dat Oxfam aan de vooravond van het Wereldeconomisch Forum publiceerde, daagt ons uit om onze traditionele hypothesen over de productie van rijkdom om te draaien: wat voor soort rijkdom? Van wie, en vooral, voor wie? Het vertrekt vanuit de idee dat we onze economie moeten proberen plannen rond het sociale uitgangspunt van zorg voor anderen. Niemand heeft miljarden nodig, maar we hebben allemaal zorg nodig. We moeten allemaal om anderen geven. We zijn allemaal verzorgd geweest. Hoe zijn we in een situatie gekomen waarin zorgeloosheid economisch en sociaal het meest worden gewaardeerd?Als Oxfam stellen we voor om het dringend anders aan te pakken, door zorg en diegenen die de zorg verstrekken, centraal te stellen. We stellen voor om de maatschappelijke normen, die nog steeds dicteren dat vrouwen de grootste verantwoordelijkheid moeten nemen voor zorg, in vraag te stellen, zodat zorgtaken beter verdeeld worden onder mannen én vrouwen. En we stellen voor dat overheden hun verantwoordelijkheid nemen en meer investeren in kwalitatieve en universele publieke dienstverlening, zoals kinderopvang en ouderenzorg, zodat de verantwoordelijkheid niet alleen bij gezinnen komt te liggen. De pessimisten onder de lezers zullen zeggen dat meer investeringen in zorg natuurlijk utopisch zijn. Nochtans is het niet onmogelijk. Een taks van 0,5 procent van de rijkdom van de 1 procent zou de komende tien jaar bijvoorbeeld volstaan om 113 miljoen jobs in de zorgsector wereldwijd te creëren, die de extra zorgnoden, die er 2050 zullen zijn, kunnen ledigen. Waar wachten we op?