'Ik groeide op met het verhaal dat ik geen familie heb, dat mijn biologische ouders overleden zijn en ik daardoor in een weeshuis in de buurt van het Kivumeer terechtkwam. Dus ik dacht altijd: ik ben gewoon een Brugse, ik ben gelukkig en verder valt er niets uit te zoeken.
...

'Ik groeide op met het verhaal dat ik geen familie heb, dat mijn biologische ouders overleden zijn en ik daardoor in een weeshuis in de buurt van het Kivumeer terechtkwam. Dus ik dacht altijd: ik ben gewoon een Brugse, ik ben gelukkig en verder valt er niets uit te zoeken. Toen ik op mijn zestiende op een filmfestival Ousmane Sembene sprak, vond ik het zelfs misplaatst dat die op het einde van ons gesprek tegen mij zei: 'Geef ooit iets terug aan Afrika.' Deze Senegalees is dé vader van de Afrikaanse cinema, maar ik dacht destijds alleen verontwaardigd: waarom zou ik verantwoordelijk zijn voor een plek waar ik nooit bewust ben geweest?! Toch plantte Sembene een zaadje, want zes jaar later reisde ik naar Rwanda om er een VRT-documentaire te maken over mijn zoektocht naar mogelijke familie die misschien toch meer van mijn verhaal wist. Ik had altijd heilig geloofd in mijn adoptiepapieren die stelden dat er over mijn ouders niets geweten was, maar een Ghanese man die ik interviewde voor mijn eindwerk voor het RITCS zei daarop: 'Er zijn in Afrika geen geheimen.' Alweer woorden die me aanspoorden. Die eerste reis verliep fenomenaal, want heel snel vond ik talloze neven, nichten, ooms en tantes. Pas na drie weken van bezoekjes aan hen onthulde een oom het grote familiegeheim: de tante die ik de eerste dag al had ontmoet was eigenlijk mijn moeder. Ik reageerde heel ingetogen, want hoe had ze dat drie weken lang kunnen verzwijgen? De ontmoeting met mijn vader verliep veel directer. Bij onze eerste handdruk ging er zo'n enorme elektrische lading door me heen dat ik intuïtief wist: hij is het. Ik beschouw hem nu als mijn grote voorbeeld. Hij had wel de fout gemaakt niet te trouwen met mijn zwangere moeder, zijn geliefde - dat was zo'n schande dat haar familie me bij het weeshuis achterliet - maar hij had altijd gehoopt zich hier ooit voor te kunnen verontschuldigen. Ook zijn 112-jarige vader is mijn held. Ondanks alles wat hij meemaakte, van de kolonisatie tot de genocide en heropbouw, blijft mijn grootvader zeer aimabel. Een van de moeilijkste beslissingen in mijn leven was om begin 2021 een reis naar hem uit te stellen door corona, maar volgende maand ga ik wel en kan ik hem verder interviewen. Mijn grootvader is een traditionele dokter en jager, en beleefde nog de tijd vóór de Belgen: toen de Duitsers baas waren, maar de Rwandese maatschappij en natuur er nog grotendeels uitzag zoals vóór de kolonisatie. Precies die vroege kennis en dat erfgoed maakt Afrika zoveel rijker dan het Westen. Ik bewaar die kennis via geluidsopnames voor de toekomst, wanneer jonge, nieuwsgierige Afrikanen, die nu vaak noodgedwongen focussen op overleven, misschien meer ruimte hebben en er hun eigenwaarde mee kunnen vergroten. Kunst maken in Afrika blijft ingewikkeld en ik plunder voor elke reis mijn spaarrekening, maar ik wil absoluut het continent begrijpen, weg van Kuifje-achtige stereotypering of neokoloniaal paternalisme. Dat vollediger beeld wil ik laten nazinderen bij een Europees én Afrikaans publiek. Bij Umva! betrek ik alvast makers uit beide werelddelen zodat het veel meer tweerichtingscommunicatie wordt. Nadien hoop ik ook zo'n Afro-Europees muziektheaterensemble op te richten. Ik geloof dat ik zo, via mijn kunst, doe wat Sembene mij als tiener voorstelde: mijn leergierigheid gebruiken om Afrika iets terug te geven.'