Ik kijk zoals een octopus voelt, met al mijn tentakels. Ik ben niet content met de eerste blik, maar blijf bewust nieuwe lagen zoeken. Dát is poëzie, het tegenovergestelde van oppervlakkig consumptiekijken. Onlangs was ik voor het eerst in Rome. Ik werd direct teruggeslingerd naar toen ik dertien was en bij het knetterende haardvuur in de encyclopedie van mijn vader de klassieke beeldhouwkunst ontdekte. Ik raakte bijna in ademnood, zo ongeëvenaard vond ik ze. In Rome heb ik als een gek notities zitten nemen. Ik wilde het meesterlijke onder woorden brengen. Wie het ooit leest, leert me kennen, want bijna niets is zo intiem als weten hoe iemand kijkt.

Sorry, ik ben geen billenkletser. Maar ik kan goed leven met mijn verdriet.

Dat ik publiceer, is niet omdat ik bejubeld wil worden. Dat gevoel ken ik al. Net als neergesabeld worden trouwens. Ik ben ook niet erg bezig met mijn publiek willen vergroten. Het gaat erom dat mijn boek bestaat en dat gebeurt pas als iemand het leest. Het is mijn vorm van communicatie, mijn poging om anderen het geluksgevoel te geven dat ik zelf ervaar als ik topliteratuur lees. Dan ga ik neuriën, vloeken - 'godverdomme, dat is goed' - en kan ik er niet over zwijgen. Dat genot kende ik als kind al. In de zomer telden er maar drie dingen: voetballen, naar het strand gaan en lezen, lezen, lezen. In een andere wereld verdwijnen en de adem van een boek overnemen - hoe opwindend.

Kunst heeft me zo verrijkt dat ik mezelf moet tegenhouden om geen missionaris te worden. Af en toe ga ik hier in Brugge de Madonna van Michelangelo gedag zeggen. Hoe meer ik van het leven weet, hoe rijker de blik van die vrouw wordt. Het prachtige aan kunst is dat ze niet alleen schoonheid biedt, maar meteen iets aanraakt van het verlies dat eigen is aan het leven. Achter de bocht is het voorbij. Ook in de liefde bestaat er geen happy end. Er is altijd gemis, zelfs al is het dat dat nog moet komen. Ja sorry, ik ben geen billenkletser. Maar ik kan goed leven met mijn verdriet.

Wat ik schrijf, moet vitaal zijn. In ZON ben ik voor het eerst uitgesproken politiek. Ik gebruik het beeld van de zon omdat er zich overal ter wereld een verschroeiend nieuw fascisme lijkt aan te kondigen. Maar ik bied tegengewicht met een ode aan liefde en kracht. Vroeger waren mijn vorm en inhoud destructiever, terwijl ik nu wil geloven: welke revoluties of rampzaligheden er ook plaatsvinden, er zal daarna altijd nog één fuckertje rondlopen met een vlammetje in zijn handen. Ze krijgen nooit iedereen kapot.

Alles in Zuid-Afrika is mooi: het licht, de mensen, de manier waarop mijn vrouw zich voortbeweegt.

Trouwen was een statement maken. Vorige zomer wilde ik aan veel mensen uitdrukkelijk laten zien dat ik wil zorgen voor Maud, die ik heel graag zie. Het was een belangrijke intentieverklaring. Een goed excuus ook om een feest te geven en dat vanaf nu elk jaar te herhalen.

In Zuid-Afrika word ik een vrolijker versie van mezelf. Ik ga er nu al tien jaar naartoe, in het spoor van mijn vrouw, die er werkt als steenkapper en een project heeft in de sloppenwijken. Het is een verdomde schande hoeveel kinderen daar van goed onderwijs verstoken blijven. Tegelijk zag ik nergens zoveel veerkracht, zoveel mensen die voor elkaar zorgen - goed om te weten mocht de overheid ons hier over een paar jaar ook totaal in de steek laten. Alles in Zuid-Afrika is mooi: het licht, de mensen, de manier waarop mijn vrouw zich voortbeweegt. Terwijl zij op het terras zit te ontwerpen, ben ik aan het schrijven of gewoon notities aan het nemen. Onze tijd daar is goed voor lijf en leden.

Pottenbakken is een bijzondere manier van verstillen. Ik ben pas begonnen met privéles - als ik iets wil leren, doe ik het direct goed - en het nodigt opnieuw uit tot aandachtig kijken, met mijn vingers. Het dwingt me tot traagheid, net zoals wanneer ik zalm rook, schrijf of lees. Dat is telkens zo vervullend dat ik niet meer nodig heb.

ZON (20,99 euro) verschijnt op 28 november bij De Bezige Bij. peterverhelst.be