De vleesindustrie kreeg het afgelopen jaar behoorlijk wat klappen. In 2017 ging Animal Rights undercover in verschillende slachthuizen en klaagde via verborgen camera's de wantoestanden in de sector aan. Ook in 2018 ontsnapten verschillende abattoirs niet aan kritiek. De vraag naar een transparante en vernieuwde vleessector klinkt luider dan ooit.
...

De vleesindustrie kreeg het afgelopen jaar behoorlijk wat klappen. In 2017 ging Animal Rights undercover in verschillende slachthuizen en klaagde via verborgen camera's de wantoestanden in de sector aan. Ook in 2018 ontsnapten verschillende abattoirs niet aan kritiek. De vraag naar een transparante en vernieuwde vleessector klinkt luider dan ooit.Dat is ook vleesfabrikant Noyen niet ontgaan. Zo'n twee jaar geleden, een ruime tijd voor de vele schandalen, stak het Oost-Vlaamse familiebedrijf het hand in eigen boezem. 'We waren niet helemaal gelukkig met hoe alles in de sector liep', vertelt CEO Johan Noyen. 'Alles moest steeds sneller, steeds meer en steeds goedkoper. Dat houd je als bedrijf niet vol.' Ook het feit dat het Noyen slechts twintig procent van de aangekochte varkenslichamen kon gebruiken voor haar kenmerkende (bloed)worsten moest anders, zegt de CEO. Door het overnemen van een ander bedrijfje kon de Gentse vleesfabrikant de overige tachtig procent nu ook verwerken als charcuterie. Ze doopten de nieuwe cel van het bedrijf tot Boucherie du Nord, naar de slagerij die Johan Noyens grootvader opende in 1923. 'We gingen daarna op zoek naar slagers die in eenzelfde verhaal als wij geloven en ook verder willen vertellen', legt de CEO uit. 'Zo gingen we bijna als getuigen van Jehova van deur tot deur.' (lacht)Hun filosofie? Een open discours en een zo kort mogelijke keten vinden om een eerlijk en duurzaam product op de markt te kunnen brengen. 'Je moet innovatief durven zijn', verklaart Johan Noyen. Het bedrijf ging langs bij tal van varkenskwekerijen om de ideale partner te vinden. Die vonden ze in Munkzwalm, bij boerin Mieke Verniest. De varkenskweekster is nu de enige leverancier voor Noyen. Na hun verblijf bij Verniest, worden de varkens naar een slachthuis gebracht en meteen daarna verwerkt bij Noyen. 'Zo zijn vrouwen: altijd ruzie.' Mieke Verniest knipoogt terwijl in de hoek van de stal twee zeugen hun conflict uitvechten. Ze aait de gekalmeerde dieren over hun hoofd en geeft een van haar varkens een kusje. 'Ja, het moet klikken tussen boerin en varken', lacht Verniest. 'Ik ben tenslotte hun vroedvrouw, hé.' De liefde voor haar varkens is niet gespeeld. Tijdens een rondleiding door de kwekerij pakt Verniest regelmatig een biggetje op en streelt ze haar varkens. Een zeug die door de groep uitgesloten en gepest werd, gaf ze haar eigen stal zodat het varken even goed verzorgd kon worden als de rest. 'Het is belangrijk dat je deze job gepassioneerd doet', zegt ze. 'Als wij niet goed voor onze dieren zorgen, is dat namelijk ook slecht voor je bedrijf.' 'Dit is niet de grootste of mooiste kwekerij die we gezien hebben', aldus Johan Noyen. 'Maar we voelden wel aan dat Mieke hetzelfde verhaal wilt vertellen. Je voelt de passie.' Hij is duidelijk trots op de korte keten die zijn bedrijf heeft, van varken tot worst. 'Wij zijn niet perfect, maar we proberen wel om een transparant product aan de man te brengen.'Maar hoe garandeert Noyen zijn belofte van transparantie? Bij de vele schandalen die de afgelopen maanden het nieuws beheersten, bleek achteraf immers steeds dat de bazen 'van niets wisten'. 'Door samen te werken met mensen die we echt vertrouwen, zoals Mieke', legt de CEO uit. 'Ook met het slachthuis van Zele hebben we op voorhand vele gesprekken gehad. Zo worden onze varkens altijd 's morgens vroeg als eerste geslacht, zodat ze zo min mogelijk stress ervaren.'Zowel Noyen als Verniest voelen dat het vertrouwen in de vleesindustrie met momenten ver zoek is. 'Maar klagen helpt niet', glimlacht Noyen. 'Niets doen is geen optie. Ik denk ook dat deze schandalen de sector hebben wakker geschud. En het slachthuis van Tielt is nu wellicht het beste slachthuis van Vlaanderen.''Dergelijke schandalen hebben vaak impact over de ganse keten', zucht Mieke Verniest. 'Als varkenshouder word je dan in een hoekje geduwd. Ik wil graag tonen dat het anders kan.'Om haar dieren optimaal te verzorgen, laat Verniest de varkens regelmatig buiten rondlopen. Dankzij genoeg ruimte, voedsel naar believen en afleidende speeltjes, is de boerin er zeker van dat haar varkens gelukkig zijn. 'Hoe ik dat zie? Ze zitten niet in een hoekje en lopen de hele dag rond.'Dankzij hun parcours van varken tot worst, kan Noyen zich onderscheiden als fabrikant, klinkt Johan Noyen overtuigd. 'Zo hoop ik terug het vertrouwen te kunnen winnen van de mensen die zijn beginnen twijfelen. Voor een familiebedrijf als het onze is dat mogelijk. Maar ik denk niet dat iedereen dat kan. Voor grotere bedrijven is het veel moeilijker om zo'n ommezwaai te maken.'Noyen: 'Door de keten zo kort te houden, blijven onze producten betaalbaar. Ik wil niet dat enkel de elite zich nog een eerlijk en lekker stuk vlees kan veroorloven. Een consument wil wel meer betalen voor een duurzaam product, maar niet twee of drie keer de gemiddelde prijs.''Er gaan altijd twee soorten mensen zijn', vertelt Mieke Verniest. 'Mensen die het goedkoopste vlees kopen en mensen die door de gebeurtenissen in de sector bewuster omgaan met vlees. Niet alleen door minder vlees te eten, maar ook door op zoek te gaan lokale producten.'Vegetarisme is geen hype, beseft ook Johan Noyen. En toch ziet hij de toekomst van zijn vleesbedrijf niet somber in. 'Ik eet ook niet elke dag vlees. Dat hoeft ook helemaal niet. Maar ik geloof dat mensen op termijn wel zullen kiezen voor vlees waarvan ze het verhaal kennen. En wat dat betreft, geloof ik heel sterk in ons discours.'