Stel je voor dat aan de ingang van elke winkel een waarschuwingsbord staat met de tekst: 'Opgepast, zestig procent van de producten van de wereldleider in de voedingsindustrie is schadelijk voor je gezondheid'. Zou je nog geneigd zijn er veel van in je winkelkarretje te laden? De uitspraak klinkt misschien wat grotesk, maar toch is het de waarheid. Meer zelfs: het is voedselgigant Nestlé zelf die dit zegt in een intern rapport, onthuld door de Financial Times (31.05.2021). 70 procent van de voedingsmiddelen, 96 procent van de dranken (met uitzondering van koffie) en 99 procent van het ijs en zoetwaren in de portefeuille van de multinational haalt de drempel van 3,5 Nutri-score niet. Alles onder 3,5 - wat overeenkomt met een Nutri-score C op de verpakking - wordt beschouwd als ongezond.

Schrik ik van die uitgelekte cijfers? Absoluut niet. Al lang waarschuwen artsen zoals ik tevergeefs tegen aomtegenwoordigheid van verwerkte voeding, en dat dat de noodlottige gevolgen heeft voor de gezondheid. Bovendien is het probleem nog veel groter dan de becijfering van Nestlé, want de Nutri-score is alleen een weerspiegeling van de samenstelling van het product en niet van de reële voedingswaarde.

Vanaf de industrialisatie van de landbouw en van de voedingsverwerking zijn er twee grote tendensen te zien: een toenemende monopolisering (soms wel eens beschreven als 'foodopoly') en een toename van het aandeel van verwerkte voeding. Die verschuivingen zorgden ervoor dat de voedingsketen - van landbouw, over de verwerking tot de distributie - vandaag voor een overgroot deel in handen is van agrifood-multinationals zoals Nestlé.

Een multinational laten inzetten op onbewerkte voeding is als een drugsdealer omscholen tot fruithandelaar

Op de commandopost van agrifood staat winst, niet gezonde voeding. In 2018 maakte Nestlé publiekelijk bekend dat ze haar winstmarge van 17,5 procent wou verhogen tot 18,5 procent in 2020. Unilever met 16,5 procent winstmarge wou in 2020 zelfs 20 procent halen. Kraft- Heinz rapporteerde 26 procent. Door dat streven naar winst en de foodopoly is agrifood een monster geworden dat floreert op vlak van land grabbing (buitenlandse investeerders kopen landbouwgrond op, vaak in het nadeel van de lokale bevolking), uitputting van waterreserves en een enorme afhankelijkheid van olie, pesticiden, meststoffen en een uitgebreid gamma aan chemische additieven.

Miljoenen jaren maakten mensachtigen en mensen deel uit van het gevecht om voldoende calorieën en mineralen. De evolutie heeft daardoor een voorkeur voor suiker, vet, eiwitten en zout in onze evolutionaire voedselkeuze geprent. Van dat gedrag maakt de voedingsindustrie misbruik. Quasi alle verwerkte voeding is te zoet, te vet, te zout en bevat te veel en ongezond vlees en vis. Bovendien bevat verwerkte voeding een chemische cocktail van pesticiden, enzymen, nanopartikels, kleur- en smaakstoffen, hormonen en nog vele andere additieven.

De voedingsindustrie blijft beweren dat die lage concentraties van chemische additieven geen gevaar opleveren voor de gezondheid, maar het is wetenschappelijk onmogelijk om een zicht te krijgen op de langetermijneffecten voor de gezondheid. Wat we zeker weten is dat een toename van verwerkte voeding leidt tot een angstwekkende toename van obesitas, hart- en vaatziekten, suikerziekte, allergieën, auto-immuun ziekten en kankers. Zo toonde een Nutrinet-studie uit 2018 bij 100.000 deelnemers aan dat een toename van tien procent van het aandeel ultraverwerkte voedingsmiddelen in het dieet geassocieerd wordt met 'een significante toename van tien procent van het risico op algehele kanker en borstkanker'.

Bovendien is de negatieve impact van de agrobusiness op onze gezondheid maar een onderdeel van de totale catastrofe die de sector creeërt. Ook op vlak van milieueffecten, opwarming van de aarde en verlies aan biodiversiteit doet ze haar duit in het zakje. Wouden worden vernietigd voor sojavelden waarvan de soja dienstdoet om stalvee vet te mesten, voor palmolieplantages waarvan de goedkoopste maar ongezonde olie in allerlei voedingsproducten wordt verwerkt, de oceanen worden leeggevist, de voedingsindustrie is goed voor een vierde van de totale CO²-uitstoot,... Allerlei catastrofes loeren om de hoek en de agrifood-mogols dragen daarvoor een overweldigende verantwoordelijkheid.

We kunnen het tij echter keren. Anthony Fardet, onderzoeker bij het National Research Institute for Agriculture, Food and the Environment (Inrae) zegt hierover: 'De echte boodschap voor bedrijven zou moeten zijn om een zo onbewerkt mogelijk aanbod te ontwikkelen.' Dat klinkt helaas als een preek in de woestijn: dat is zoveel als vragen aan een drugsdealer om zich om te scholen tot fruithandelaar.

Ik denk dat we de oplossingen best elders kunnen zoeken. Individueel kan je kopen bij lokale boeren, zoveel mogelijk biologische producten consumeren, steevast zelf koken en verwerkte voeding links laten liggen. Op wereldvlak is er echter meer nodig. Net zoals de Canadese auteur en activiste Naomi Klein onomwonden stelde 'change the system, not the climate', durf ik zeggen: 'no food change without system change'. Met dat systeem bedoel ik de kapitalistische productie in handen van multinationals, een systeem van onstilbare winsthonger, dat onbetaalde kosten afwentelt op de maatschappij en roofbouw pleegt op de natuur.

We hebben multinationals toegelaten om vandaag een enorme impact te hebben op onze gezondheid, maar dat kan morgen veranderen. We kunnen kiezen voor gezonde voeding, als we ons wereldbeeld creatief in vraag durven stellen.

Staf Henderickx schreef een uitgebreide analyse over de agrifood in zijn boek 'Van Mammoet tot Big Mac'. Van zijn hand verscheen onlangs ook nog 'Zit seks tussen de oren?'

Stel je voor dat aan de ingang van elke winkel een waarschuwingsbord staat met de tekst: 'Opgepast, zestig procent van de producten van de wereldleider in de voedingsindustrie is schadelijk voor je gezondheid'. Zou je nog geneigd zijn er veel van in je winkelkarretje te laden? De uitspraak klinkt misschien wat grotesk, maar toch is het de waarheid. Meer zelfs: het is voedselgigant Nestlé zelf die dit zegt in een intern rapport, onthuld door de Financial Times (31.05.2021). 70 procent van de voedingsmiddelen, 96 procent van de dranken (met uitzondering van koffie) en 99 procent van het ijs en zoetwaren in de portefeuille van de multinational haalt de drempel van 3,5 Nutri-score niet. Alles onder 3,5 - wat overeenkomt met een Nutri-score C op de verpakking - wordt beschouwd als ongezond.Schrik ik van die uitgelekte cijfers? Absoluut niet. Al lang waarschuwen artsen zoals ik tevergeefs tegen aomtegenwoordigheid van verwerkte voeding, en dat dat de noodlottige gevolgen heeft voor de gezondheid. Bovendien is het probleem nog veel groter dan de becijfering van Nestlé, want de Nutri-score is alleen een weerspiegeling van de samenstelling van het product en niet van de reële voedingswaarde. Vanaf de industrialisatie van de landbouw en van de voedingsverwerking zijn er twee grote tendensen te zien: een toenemende monopolisering (soms wel eens beschreven als 'foodopoly') en een toename van het aandeel van verwerkte voeding. Die verschuivingen zorgden ervoor dat de voedingsketen - van landbouw, over de verwerking tot de distributie - vandaag voor een overgroot deel in handen is van agrifood-multinationals zoals Nestlé. Op de commandopost van agrifood staat winst, niet gezonde voeding. In 2018 maakte Nestlé publiekelijk bekend dat ze haar winstmarge van 17,5 procent wou verhogen tot 18,5 procent in 2020. Unilever met 16,5 procent winstmarge wou in 2020 zelfs 20 procent halen. Kraft- Heinz rapporteerde 26 procent. Door dat streven naar winst en de foodopoly is agrifood een monster geworden dat floreert op vlak van land grabbing (buitenlandse investeerders kopen landbouwgrond op, vaak in het nadeel van de lokale bevolking), uitputting van waterreserves en een enorme afhankelijkheid van olie, pesticiden, meststoffen en een uitgebreid gamma aan chemische additieven.Miljoenen jaren maakten mensachtigen en mensen deel uit van het gevecht om voldoende calorieën en mineralen. De evolutie heeft daardoor een voorkeur voor suiker, vet, eiwitten en zout in onze evolutionaire voedselkeuze geprent. Van dat gedrag maakt de voedingsindustrie misbruik. Quasi alle verwerkte voeding is te zoet, te vet, te zout en bevat te veel en ongezond vlees en vis. Bovendien bevat verwerkte voeding een chemische cocktail van pesticiden, enzymen, nanopartikels, kleur- en smaakstoffen, hormonen en nog vele andere additieven. De voedingsindustrie blijft beweren dat die lage concentraties van chemische additieven geen gevaar opleveren voor de gezondheid, maar het is wetenschappelijk onmogelijk om een zicht te krijgen op de langetermijneffecten voor de gezondheid. Wat we zeker weten is dat een toename van verwerkte voeding leidt tot een angstwekkende toename van obesitas, hart- en vaatziekten, suikerziekte, allergieën, auto-immuun ziekten en kankers. Zo toonde een Nutrinet-studie uit 2018 bij 100.000 deelnemers aan dat een toename van tien procent van het aandeel ultraverwerkte voedingsmiddelen in het dieet geassocieerd wordt met 'een significante toename van tien procent van het risico op algehele kanker en borstkanker'. Bovendien is de negatieve impact van de agrobusiness op onze gezondheid maar een onderdeel van de totale catastrofe die de sector creeërt. Ook op vlak van milieueffecten, opwarming van de aarde en verlies aan biodiversiteit doet ze haar duit in het zakje. Wouden worden vernietigd voor sojavelden waarvan de soja dienstdoet om stalvee vet te mesten, voor palmolieplantages waarvan de goedkoopste maar ongezonde olie in allerlei voedingsproducten wordt verwerkt, de oceanen worden leeggevist, de voedingsindustrie is goed voor een vierde van de totale CO²-uitstoot,... Allerlei catastrofes loeren om de hoek en de agrifood-mogols dragen daarvoor een overweldigende verantwoordelijkheid.We kunnen het tij echter keren. Anthony Fardet, onderzoeker bij het National Research Institute for Agriculture, Food and the Environment (Inrae) zegt hierover: 'De echte boodschap voor bedrijven zou moeten zijn om een zo onbewerkt mogelijk aanbod te ontwikkelen.' Dat klinkt helaas als een preek in de woestijn: dat is zoveel als vragen aan een drugsdealer om zich om te scholen tot fruithandelaar. Ik denk dat we de oplossingen best elders kunnen zoeken. Individueel kan je kopen bij lokale boeren, zoveel mogelijk biologische producten consumeren, steevast zelf koken en verwerkte voeding links laten liggen. Op wereldvlak is er echter meer nodig. Net zoals de Canadese auteur en activiste Naomi Klein onomwonden stelde 'change the system, not the climate', durf ik zeggen: 'no food change without system change'. Met dat systeem bedoel ik de kapitalistische productie in handen van multinationals, een systeem van onstilbare winsthonger, dat onbetaalde kosten afwentelt op de maatschappij en roofbouw pleegt op de natuur. We hebben multinationals toegelaten om vandaag een enorme impact te hebben op onze gezondheid, maar dat kan morgen veranderen. We kunnen kiezen voor gezonde voeding, als we ons wereldbeeld creatief in vraag durven stellen.