In mijn jeugd werd nog geloofd dat je doof werd van masturbatie, zaten vrouwen en mannen apart op de kerkbanken en was scheiding een schande. Pas eind jaren 1960 begon de jeugd die bekrompen kijk op seksualiteit uit te dagen. Ze wilde komaf maken met taboes, vooroordelen en het binaire man-vrouw-denken. 'Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt', schreef Simone de Beauvoir in De tweede sekse. Toch claimde John Gray in zijn pseudowetenschappelijke bestseller uit de jaren 1990 van de weeromstuit dat 'mannen van Mars en vrouwen van Venus' komen. Zo wilde het oude vakjesdenken het: er was iets mis met je wanneer je niet aan het stereotype van een jongen of meisje voldeed.

Toch probeerden we, Simone de Beauvoir indachtig, onze kinderen uniseks groot te brengen - jongens mochten met poppen spelen en meisjes met autootjes. Lukken deed het niet echt. Al kwamen er barsten in het 'glazen plafond', de meeste vrouwen werden er netjes onder gehouden. Daarbij vond het oude hokjesdenken een nieuwe bondgenoot in de neurobiologie: het leek erop dat er 'biologische geprogrammeerde verschillen' waren tussen het mannelijke en het vrouwelijke brein. Vrouwen, zo luidde het, waren te intuïtief voor wiskunde en mannen te gefocust om het huishouden te doen.

Er tekenden zich in de wetenschappelijke wereld twee kampen die zich afvroegen of gedrag nu biologisch bepaald was, dan wel cultureel of sociaal aangeleerd. Nature versus nurture, genen versus omgeving, of biologie versus sociologie. Zijn eigenschappen genetisch bepaald of spelen omgevingsfactoren en wijzelf een bepalende rol?

'De mens is van nature een cultuurwezen'

Alle organismen in de natuur evolueren in wisselwerking met hun omgeving. Een boom verandert de bodem met zijn wortels en gevallen bladeren. Waar grazers leven, blijft een open landschap met specifieke fauna en flora behouden. Ook de mens ontwikkelt zich in dat samenspel van biologische mogelijkheden en omgevingsinvloeden, zo leert de geschiedenis ons.

In de lange periode tussen de oorsprong van de eerste mensachtigen 2,4 miljoen jaar geleden tot het ontstaan van de Homo sapiens 250.000 jaar geleden, werd de biologische onderbouw van ons seksueel gedrag verankerd. Maar toen onze verre voorouders vuistbijlen en andere gebruiksvoorwerpen gingen maken en collectieve jacht- en verzameltechnieken gingen uitproberen, groeide het brein ook stelselmatig. Er kwam een biologische én culturele evolutie op gang.

De maakbaarheid van seksualiteit: wat seks zegt over onze samenleving

Toen twaalfduizend jaar geleden mensen zich vestigden in nederzettingen, had dat ingrijpende gevolgen. Er ontstonden ingewikkelde samenwerkingsverbanden, het leven werd complexer. De voedselproductie steeg. Het werd mogelijk voorraden aan te leggen in aarden kruiken en graansilo's. Veestapels werden groter. Er ontstonden vormen van privébezit en er kwamen rijkere mensen. De verschillen tussen de sociale lagen groeiden uit tot klassen van mensen. Dat vertaalde zich in nieuwe menselijke relaties en in andere seksuele gewoonten. Bij de jagers-verzamelaars speelde het delen van seks en het gemeenschappelijk opvoeden van de kinderen een verbindende rol, in de nieuwe landbouwmaatschappij werden seks en opvoeding gaandeweg privézaken. De vroegere stammen, clans, gemeenschappen en de grotere familie verloren aan betekenis. De 'directe familie' met kinderen, bijvrouwen en slaven werd de basis van de samenleving. Op die manier garandeerden de elites het vaderschap en beschermden ze hun erfrecht.

Dat was een keerpunt. Voortaan was niet langer de biologische aanpassing via de veranderingen in het DNA de dominante factor. De mens paste zijn omgeving aan met zijn cultuur, zijn intelligentie en door samenwerking. Ook de ontwikkeling van (geschreven) taal droeg daaraan bij. De mens werd maker van zichzelf.

Monogamie (met een achterpoortje) als norm

Om het erfrecht te beschermen werd sociale monogamie de norm in de standenmaatschappij. Het huwelijk, een zakelijk contract, was er de hoeksteen van. Maar omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, werden seksuele betrekkingen buiten het huwelijk getolereerd. De monogamie focuste vooral op de opgelegde kuisheid van de vrouw binnen het huwelijk. Voor mannen waren de wetten veel inschikkelijker. Bij sociale monogamie lijkt het alleen maar dat iedereen monogaam is, maar tracht ieder individu toch al dan niet stiekem zijn genen door te geven aan meerdere partners. De achterliggende drijfveer was: het erfrecht en privébezit in mannelijke lijn beschermen en de overdracht ervan veilig reguleren. Het was meteen het begin van de dubbele moraal voor mannen en vrouwen.

Vroeger konden alleen vogels vliegen. Dat kunnen we vandaag ook, en nog wel verder en sneller. Die maakbaarheid vertoont zich ook in ons seksueel gedrag

Zo schatte men in het Victoriaanse Londen van de jaren 1840 het aantal prostituees op 50.000 op een bevolking van twee miljoen. Alleen Wenen, de keizerlijke hoofdstad van het Habsburgse rijk, overtrof Londen: de stad telde in 1820 20.000 prostituees op een bevolking van 400.000 inwoners. 'De prostituee is het offer op het altaar van de monogamie,' schreef de seksuoloog Jos Van Ussel daarover. Achter het Victoriaanse gordijn van preutsheid en burgerlijke moraal ging een ongeziene schijnheiligheid schuil. Die dubbele moraal blijft vooral in sommige kringen springlevend. Het seksschandaal van het Hongaarse Europarlementslid Jozsef Szajer van de oerconservatieve partij van Orban is daar een recent voorbeeld van.

Dat sinds de industriële revolutie ook vrouwen als werkneemsters aan de slag gingen, had twee gevolgen. Enerzijds ondermijnde de evolutie de traditionele gezinsstructuren omdat de vrouwen niet op dezelfde manier voor hun kinderen konden zorgen als daarvoor, anderzijds leidde het tot 'een hogere vorm van gezin' waarbij vrouwen de ware gelijken werden van de mannen. Ze kregen meer grip op hun privéleven want ze gingen nu geldelijk bijdragen aan het gezin en bleven niet langer onder de directe controle van hun mannen of vaders.

Cultureel gestuurde biologie

Vroeger konden alleen vogels vliegen. Dat kunnen we vandaag ook, en nog wel verder en sneller. Die maakbaarheid vertoont zich ook in ons seksueel gedrag. Was dat voorheen vooral biologisch gestuurd, dan nam de culturele sturing het in de loop van onze geschiedenis steeds meer over.

Laten we ter illustratie daarvan eens kijken naar de manier waarop we (geen) kinderen krijgen.

Tot 1964 hing een mogelijke zwangerschap als een zwaard van Damocles boven het bed van een vrijend koppel. Dat heeft lang meegespeeld in het dwingend verbod op voorhuwelijkse betrekkingen. In 1964 kwam de pil op de markt, gevolgd door een scala van andere betrouwbare voorbehoedsmiddelen. De culturele evolutie koppelde seks los van voortplanting. Voortaan kon je vrijer van seks genieten en konden mensen samen beslissen wanneer en hoeveel kinderen ze samen wilden.

Ook wanneer kinderen maken niet via de natuurlijke weg gaat, is daar tegenwoordig de cultuur. Vroeger konden vrouwen slechts op één manier zwanger raken: door coïtus. Vandaag maken spermabanken en bevruchtingstechnieken het vrijen en soms zelfs een man onnodig. En nu genetische screening van embryo's niet alleen op ziektes en gezondheidsrisico's maar ook op gewenste kenmerken in opmars is, willen veel ouders niet alleen een gezond, maar ook een perfect kind.

Nature zonder nurture betekent status quo

Alles reduceren tot nature - 'de aard van het beestje', de biologie - leidt tot stereotiepe beoordelingen en foute veralgemeningen in de stijl van: 'Meisjes zijn lief en jongens zijn stoer.' Vlaamse mannen hangen op feestjes inderdaad weleens aan de toog terwijl de vrouwen zich op de dansvloer uitleven, maar dat mag je niet veralgemenen tot 'typisch mannelijk' gedrag: in Afrika, Griekenland en Argentinië stelen immers net de mannen de show op de dansvloer.

Zulke stereotyperingen, die groepen mensen herleiden tot bepaalde biologische eigenschappen, ontwrichten gemeenschappen. Het reductionisme, dat het menselijk gedrag verklaart louter vanuit biologie, leidde zelfs tot de Jodenvervolging door de nazi's. Toch raakte de visie op mensen na de Tweede Wereldoorlog niet helemaal in diskrediet. Hij bereikte zelfs een nieuwe piek in de jaren 1970. De theorie van Darwin werd toen misbruikt om de almacht van de natuurlijke selectie te staven: ieders eigenschappen en gedragingen zouden daar de rechtstreekse producten van zijn.

De meeste mensen willen absoluut niet terug naar de bekrompen en seksistische oude opvattingen over seks, behalve extreemrechts

Reactie daartegen kwam er met het beroemde boek Not in our genes van de geneticus Richard Lewontin, de neurobioloog Steven Rose en de psycholoog Leon Kamin. Deze auteurs verdedigden dat 'alle organismen - maar vooral mensen - niet eenvoudigweg het resultaat zijn van hun omgeving, maar ook de oorzaak.' De drie legden ook een verband tussen de piek van het reductionistisch denken en de opgang van 'het nieuwe conservatisme van Thatcher en Reagan' in die jaren, wat men later 'het neoliberalisme' is gaan noemen.

Verbazend was dat verband niet. Want dat eigenschappen en gedragingen fataal onveranderlijk zouden zijn wegens de genen, impliceert dat ze onvermijdelijk door de natuur zijn gecreëerd. En wat 100 procent genetisch bepaald is, is dan ook onveranderlijk. Elke poging tot verandering die niet genetisch gedragen is, wordt dan futiel en zelfs schadelijk bevonden. De Britse premier Thatcher zag de samenleving als niets meer dan de optelsom van alle individuen. Werkloosheid, burn-out, armoede, psychische problemen: het was allemaal een teken van persoonlijk falen. Structurele oplossingen waren dan ook niet aan de orde.

De meeste mensen willen absoluut niet terug naar de bekrompen en seksistische oude opvattingen over seks. Behalve extreemrechts. Dat zweert bij de vader als autoritaire kostwinner en de moeder aan de haard. Vandaag vind je dat georganiseerd antifeminisme terug bij de neomasculienen van nieuw rechts, zoals bij Schild en Vrienden van Vlaams Belanger Dries van Langenhove. Op duizenden obscure blogs, fora en sites, die bekendstaan als de manosfeer, kloppen ze hun mannelijkheid op. Volgens hen hebben jobs, huishoudelijk comfort en de pil de vrouw lelijk en dik gemaakt. Wie zich inzet voor seksuele rechten en diversiteit, krijgt bakken beledigingen en bedreigingen over zich heen met als finaliteit dat er een piemel in moet.

Nochtans is de wetenschappelijke discussie over dat genetisch reductionisme vandaag, bijna zeventig jaar na het ontrafelen van de chemische structuur van het DNA en bijna twintig jaar na het ontrafelen van het menselijk genoom, wel beslecht. De veronderstelling dat je de verscheidenheid van het leven enkel kunt verklaren vanuit het oogpunt van het gen houdt geen steek. Ook ons seksueel gedrag is grotendeels gevormd door invloeden van bij de geboorte, door de opvoeding en de omgeving.

Vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid zijn sexy

Meer dan 90 procent van de tijd sinds het ontstaan van de homo sapiens hebben mensen geleefd in samenlevingen van jagers-verzamelaars die voedsel, onderdak en alles wat nodig was om te overleven, onder elkaar verdeelden in relatief egalitaire maatschappelijke omstandigheden. Zij konden overleven dankzij deze heersende cultuur van sociaal en coöperatief gedrag. Dat werd niet van buitenaf of door ethiek afgedwongen, maar was nodig om er gemeenschappelijke problemen mee op te lossen. Dat gedrag raakte ook de seksualiteit en het ouderschap. Mensen sliepen toen met meerdere mensen, zoals velen dat vandaag doen. Alleen hadden ze niet het gevoel dat ze daarnaast op zoek moesten naar De Ware.

Vandaag kraakt het kerngezin - ouders met hun kinderen - in zijn voegen. In mijn leven als huisarts heb ik het Vlaamse gezin zien evolueren van 'mannetje-vrouwtje-kindjes' en 'huisje-tuintje-boompje' naar allerlei vormen van samenleven. In Europa maakt het kerngezin vandaag nog slechts 33 procent van alle gezinnen uit. Eénoudergezinnen - 10 procent van alle gezinnen wordt gerund door een alleenstaande moeder -, alleenwonenden, ongehuwd samenwonenden, latgezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, co-ouderschap, holebi-ouderschap, mikadogezinnen,... Al die nieuwe samenlevingsvormen maken ondertussen de meerderheid uit van de gezinnen. Niet zo verwonderlijk als je naar onze geschiedenis kijkt. Tussen 2,4 miljoen jaar geleden en vandaag bestond het kerngezin immers maar enkele eeuwen.

De seksuele emancipatie is nog volop in beweging

Nu er meer seksuele vrijheid is en meer materiële en juridische gelijkheid tussen mannen en vrouwen, steken weer nieuwe vragen de kop op zoals: is het neoliberale individualiteitsdenken ook doorgedrongen tot in ons liefdesleven? Is seks verworden tot een koopwaar als geen ander? Kiezen we voor het eigenbelang in plaats van voor partner of kinderen? En hoe belangrijk is kapitaalkrachtig zijn hier?

Zeker is dat al die factoren een rol spelen in onze seksualiteit. Seksueel gedrag is geen louter individueel gebeuren, het hangt samen met sociale verhoudingen tussen mensen en met de heersende opvattingen. Laat mij dat illustreren met een voorbeeld uit mijn dokterspraktijk. Goele komt bij mij op consultatie en vertelt dat ze van Frank wil scheiden: 'Ik kan niet met hem praten en in bed botert het ook niet meer'. Ik nodig Frank uit voor een gesprek. Hij vertelt me dat hij doodop is. Hij heeft een voltijdse job in de bouw en na zijn uren gaat hij nog bijklussen, want hij moet het huis afbetaald krijgen. Slapen is 's avonds laat zijn hoofdbekommernis. Bij hoeveel Belgen leidt een gelijkaardige situatie tot seksuele ontgoochelingen en echtscheidingen? We weten immers dat burn-out vaak een synoniem is voor impotentie. We weten dat antidepressiva sekskillers zijn. Dat nacht- en ploegenarbeid ons bioritme en onze relatie verstoort. Dat werkloosheid en interim werk je kansen om samen een stabiele relatie op te bouwen verlaagt.

Weg met het hokjesdenken!

Ieders seksuele identiteit is een kristallisatie van allerlei economisch, sociale, culturele en psychologische invloeden. Iedereen verschilt en niemand hoeft niet per se in een hokje te passen. Laten we die diversiteit omarmen, wars van de norm: van houwen en trouwen tot single zijn of polyamorie. Het sociale verwachtingspatroon evolueert toch continu en overal, en het staat vandaag nog dikwijls voor bewuste of onbewuste dwang. Zo zorgt het verwachtingspatroon van de 'typische vrouw' ervoor dat vele vrouwen nog altijd een dagelijkse veldslag leveren waarbij ze zeventien rollen willen combineren: kok, poetsvrouw, chauffeur, job, hulp bij huiswerk, luisterend oor en sexy partner. Ploetermoeders. De seksuele emancipatie is nog volop in beweging.

Technologische, economische en maatschappelijke veranderingen brengen andere seksuele gedragingen met zich mee. In een samenleving waarin ongelijkheid kolossale proporties aanneemt en waarin bezit een doel wordt in plaats van een middel, zullen macht, bezitsdrang en geld ook hun stempel drukken op de seksuele beleving. Gemeenschappen waar vrouwen echter gelijke toegang hebben tot een inkomen en status en waar ze zelf vrij en zelfstandig over hun seksualiteit kunnen beslissen, zijn toleranter en seksueel actiever. De keuze is aan ons.

Meer lezen over dit onderwerp? Dan is het nieuwe boek van Staf Henderickx, 'Zit seks tussen de oren?' een aanrader. Daarover schreef professor psychiatrie Dirk De Wachter: 'Volgens mij zit seks niet alleen tussen de oren, maar ook tussen de benen en vooral tussen de mensen. Wie is er beter geplaatst dan deze geëngageerde en ervaren huisarts om dit genuanceerd en wetenschappelijk onderbouwd te vertellen? Het is een verademing tegenover de oppervlakkige praatjes die over het onderwerp heersen. Bovendien is het vlot en toegankelijk geschreven zodat het een breed publiek kan bereiken.'

Zit seks tussen de oren?, Staf Henderickx (EPO uitgeverij, 19,99 euro)

In mijn jeugd werd nog geloofd dat je doof werd van masturbatie, zaten vrouwen en mannen apart op de kerkbanken en was scheiding een schande. Pas eind jaren 1960 begon de jeugd die bekrompen kijk op seksualiteit uit te dagen. Ze wilde komaf maken met taboes, vooroordelen en het binaire man-vrouw-denken. 'Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt', schreef Simone de Beauvoir in De tweede sekse. Toch claimde John Gray in zijn pseudowetenschappelijke bestseller uit de jaren 1990 van de weeromstuit dat 'mannen van Mars en vrouwen van Venus' komen. Zo wilde het oude vakjesdenken het: er was iets mis met je wanneer je niet aan het stereotype van een jongen of meisje voldeed. Toch probeerden we, Simone de Beauvoir indachtig, onze kinderen uniseks groot te brengen - jongens mochten met poppen spelen en meisjes met autootjes. Lukken deed het niet echt. Al kwamen er barsten in het 'glazen plafond', de meeste vrouwen werden er netjes onder gehouden. Daarbij vond het oude hokjesdenken een nieuwe bondgenoot in de neurobiologie: het leek erop dat er 'biologische geprogrammeerde verschillen' waren tussen het mannelijke en het vrouwelijke brein. Vrouwen, zo luidde het, waren te intuïtief voor wiskunde en mannen te gefocust om het huishouden te doen. Er tekenden zich in de wetenschappelijke wereld twee kampen die zich afvroegen of gedrag nu biologisch bepaald was, dan wel cultureel of sociaal aangeleerd. Nature versus nurture, genen versus omgeving, of biologie versus sociologie. Zijn eigenschappen genetisch bepaald of spelen omgevingsfactoren en wijzelf een bepalende rol? Alle organismen in de natuur evolueren in wisselwerking met hun omgeving. Een boom verandert de bodem met zijn wortels en gevallen bladeren. Waar grazers leven, blijft een open landschap met specifieke fauna en flora behouden. Ook de mens ontwikkelt zich in dat samenspel van biologische mogelijkheden en omgevingsinvloeden, zo leert de geschiedenis ons.In de lange periode tussen de oorsprong van de eerste mensachtigen 2,4 miljoen jaar geleden tot het ontstaan van de Homo sapiens 250.000 jaar geleden, werd de biologische onderbouw van ons seksueel gedrag verankerd. Maar toen onze verre voorouders vuistbijlen en andere gebruiksvoorwerpen gingen maken en collectieve jacht- en verzameltechnieken gingen uitproberen, groeide het brein ook stelselmatig. Er kwam een biologische én culturele evolutie op gang. Toen twaalfduizend jaar geleden mensen zich vestigden in nederzettingen, had dat ingrijpende gevolgen. Er ontstonden ingewikkelde samenwerkingsverbanden, het leven werd complexer. De voedselproductie steeg. Het werd mogelijk voorraden aan te leggen in aarden kruiken en graansilo's. Veestapels werden groter. Er ontstonden vormen van privébezit en er kwamen rijkere mensen. De verschillen tussen de sociale lagen groeiden uit tot klassen van mensen. Dat vertaalde zich in nieuwe menselijke relaties en in andere seksuele gewoonten. Bij de jagers-verzamelaars speelde het delen van seks en het gemeenschappelijk opvoeden van de kinderen een verbindende rol, in de nieuwe landbouwmaatschappij werden seks en opvoeding gaandeweg privézaken. De vroegere stammen, clans, gemeenschappen en de grotere familie verloren aan betekenis. De 'directe familie' met kinderen, bijvrouwen en slaven werd de basis van de samenleving. Op die manier garandeerden de elites het vaderschap en beschermden ze hun erfrecht. Dat was een keerpunt. Voortaan was niet langer de biologische aanpassing via de veranderingen in het DNA de dominante factor. De mens paste zijn omgeving aan met zijn cultuur, zijn intelligentie en door samenwerking. Ook de ontwikkeling van (geschreven) taal droeg daaraan bij. De mens werd maker van zichzelf. Om het erfrecht te beschermen werd sociale monogamie de norm in de standenmaatschappij. Het huwelijk, een zakelijk contract, was er de hoeksteen van. Maar omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, werden seksuele betrekkingen buiten het huwelijk getolereerd. De monogamie focuste vooral op de opgelegde kuisheid van de vrouw binnen het huwelijk. Voor mannen waren de wetten veel inschikkelijker. Bij sociale monogamie lijkt het alleen maar dat iedereen monogaam is, maar tracht ieder individu toch al dan niet stiekem zijn genen door te geven aan meerdere partners. De achterliggende drijfveer was: het erfrecht en privébezit in mannelijke lijn beschermen en de overdracht ervan veilig reguleren. Het was meteen het begin van de dubbele moraal voor mannen en vrouwen.Zo schatte men in het Victoriaanse Londen van de jaren 1840 het aantal prostituees op 50.000 op een bevolking van twee miljoen. Alleen Wenen, de keizerlijke hoofdstad van het Habsburgse rijk, overtrof Londen: de stad telde in 1820 20.000 prostituees op een bevolking van 400.000 inwoners. 'De prostituee is het offer op het altaar van de monogamie,' schreef de seksuoloog Jos Van Ussel daarover. Achter het Victoriaanse gordijn van preutsheid en burgerlijke moraal ging een ongeziene schijnheiligheid schuil. Die dubbele moraal blijft vooral in sommige kringen springlevend. Het seksschandaal van het Hongaarse Europarlementslid Jozsef Szajer van de oerconservatieve partij van Orban is daar een recent voorbeeld van. Dat sinds de industriële revolutie ook vrouwen als werkneemsters aan de slag gingen, had twee gevolgen. Enerzijds ondermijnde de evolutie de traditionele gezinsstructuren omdat de vrouwen niet op dezelfde manier voor hun kinderen konden zorgen als daarvoor, anderzijds leidde het tot 'een hogere vorm van gezin' waarbij vrouwen de ware gelijken werden van de mannen. Ze kregen meer grip op hun privéleven want ze gingen nu geldelijk bijdragen aan het gezin en bleven niet langer onder de directe controle van hun mannen of vaders. Vroeger konden alleen vogels vliegen. Dat kunnen we vandaag ook, en nog wel verder en sneller. Die maakbaarheid vertoont zich ook in ons seksueel gedrag. Was dat voorheen vooral biologisch gestuurd, dan nam de culturele sturing het in de loop van onze geschiedenis steeds meer over. Laten we ter illustratie daarvan eens kijken naar de manier waarop we (geen) kinderen krijgen. Tot 1964 hing een mogelijke zwangerschap als een zwaard van Damocles boven het bed van een vrijend koppel. Dat heeft lang meegespeeld in het dwingend verbod op voorhuwelijkse betrekkingen. In 1964 kwam de pil op de markt, gevolgd door een scala van andere betrouwbare voorbehoedsmiddelen. De culturele evolutie koppelde seks los van voortplanting. Voortaan kon je vrijer van seks genieten en konden mensen samen beslissen wanneer en hoeveel kinderen ze samen wilden. Ook wanneer kinderen maken niet via de natuurlijke weg gaat, is daar tegenwoordig de cultuur. Vroeger konden vrouwen slechts op één manier zwanger raken: door coïtus. Vandaag maken spermabanken en bevruchtingstechnieken het vrijen en soms zelfs een man onnodig. En nu genetische screening van embryo's niet alleen op ziektes en gezondheidsrisico's maar ook op gewenste kenmerken in opmars is, willen veel ouders niet alleen een gezond, maar ook een perfect kind.Alles reduceren tot nature - 'de aard van het beestje', de biologie - leidt tot stereotiepe beoordelingen en foute veralgemeningen in de stijl van: 'Meisjes zijn lief en jongens zijn stoer.' Vlaamse mannen hangen op feestjes inderdaad weleens aan de toog terwijl de vrouwen zich op de dansvloer uitleven, maar dat mag je niet veralgemenen tot 'typisch mannelijk' gedrag: in Afrika, Griekenland en Argentinië stelen immers net de mannen de show op de dansvloer. Zulke stereotyperingen, die groepen mensen herleiden tot bepaalde biologische eigenschappen, ontwrichten gemeenschappen. Het reductionisme, dat het menselijk gedrag verklaart louter vanuit biologie, leidde zelfs tot de Jodenvervolging door de nazi's. Toch raakte de visie op mensen na de Tweede Wereldoorlog niet helemaal in diskrediet. Hij bereikte zelfs een nieuwe piek in de jaren 1970. De theorie van Darwin werd toen misbruikt om de almacht van de natuurlijke selectie te staven: ieders eigenschappen en gedragingen zouden daar de rechtstreekse producten van zijn.Reactie daartegen kwam er met het beroemde boek Not in our genes van de geneticus Richard Lewontin, de neurobioloog Steven Rose en de psycholoog Leon Kamin. Deze auteurs verdedigden dat 'alle organismen - maar vooral mensen - niet eenvoudigweg het resultaat zijn van hun omgeving, maar ook de oorzaak.' De drie legden ook een verband tussen de piek van het reductionistisch denken en de opgang van 'het nieuwe conservatisme van Thatcher en Reagan' in die jaren, wat men later 'het neoliberalisme' is gaan noemen. Verbazend was dat verband niet. Want dat eigenschappen en gedragingen fataal onveranderlijk zouden zijn wegens de genen, impliceert dat ze onvermijdelijk door de natuur zijn gecreëerd. En wat 100 procent genetisch bepaald is, is dan ook onveranderlijk. Elke poging tot verandering die niet genetisch gedragen is, wordt dan futiel en zelfs schadelijk bevonden. De Britse premier Thatcher zag de samenleving als niets meer dan de optelsom van alle individuen. Werkloosheid, burn-out, armoede, psychische problemen: het was allemaal een teken van persoonlijk falen. Structurele oplossingen waren dan ook niet aan de orde. De meeste mensen willen absoluut niet terug naar de bekrompen en seksistische oude opvattingen over seks. Behalve extreemrechts. Dat zweert bij de vader als autoritaire kostwinner en de moeder aan de haard. Vandaag vind je dat georganiseerd antifeminisme terug bij de neomasculienen van nieuw rechts, zoals bij Schild en Vrienden van Vlaams Belanger Dries van Langenhove. Op duizenden obscure blogs, fora en sites, die bekendstaan als de manosfeer, kloppen ze hun mannelijkheid op. Volgens hen hebben jobs, huishoudelijk comfort en de pil de vrouw lelijk en dik gemaakt. Wie zich inzet voor seksuele rechten en diversiteit, krijgt bakken beledigingen en bedreigingen over zich heen met als finaliteit dat er een piemel in moet. Nochtans is de wetenschappelijke discussie over dat genetisch reductionisme vandaag, bijna zeventig jaar na het ontrafelen van de chemische structuur van het DNA en bijna twintig jaar na het ontrafelen van het menselijk genoom, wel beslecht. De veronderstelling dat je de verscheidenheid van het leven enkel kunt verklaren vanuit het oogpunt van het gen houdt geen steek. Ook ons seksueel gedrag is grotendeels gevormd door invloeden van bij de geboorte, door de opvoeding en de omgeving. Meer dan 90 procent van de tijd sinds het ontstaan van de homo sapiens hebben mensen geleefd in samenlevingen van jagers-verzamelaars die voedsel, onderdak en alles wat nodig was om te overleven, onder elkaar verdeelden in relatief egalitaire maatschappelijke omstandigheden. Zij konden overleven dankzij deze heersende cultuur van sociaal en coöperatief gedrag. Dat werd niet van buitenaf of door ethiek afgedwongen, maar was nodig om er gemeenschappelijke problemen mee op te lossen. Dat gedrag raakte ook de seksualiteit en het ouderschap. Mensen sliepen toen met meerdere mensen, zoals velen dat vandaag doen. Alleen hadden ze niet het gevoel dat ze daarnaast op zoek moesten naar De Ware.Vandaag kraakt het kerngezin - ouders met hun kinderen - in zijn voegen. In mijn leven als huisarts heb ik het Vlaamse gezin zien evolueren van 'mannetje-vrouwtje-kindjes' en 'huisje-tuintje-boompje' naar allerlei vormen van samenleven. In Europa maakt het kerngezin vandaag nog slechts 33 procent van alle gezinnen uit. Eénoudergezinnen - 10 procent van alle gezinnen wordt gerund door een alleenstaande moeder -, alleenwonenden, ongehuwd samenwonenden, latgezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, co-ouderschap, holebi-ouderschap, mikadogezinnen,... Al die nieuwe samenlevingsvormen maken ondertussen de meerderheid uit van de gezinnen. Niet zo verwonderlijk als je naar onze geschiedenis kijkt. Tussen 2,4 miljoen jaar geleden en vandaag bestond het kerngezin immers maar enkele eeuwen. Nu er meer seksuele vrijheid is en meer materiële en juridische gelijkheid tussen mannen en vrouwen, steken weer nieuwe vragen de kop op zoals: is het neoliberale individualiteitsdenken ook doorgedrongen tot in ons liefdesleven? Is seks verworden tot een koopwaar als geen ander? Kiezen we voor het eigenbelang in plaats van voor partner of kinderen? En hoe belangrijk is kapitaalkrachtig zijn hier?Zeker is dat al die factoren een rol spelen in onze seksualiteit. Seksueel gedrag is geen louter individueel gebeuren, het hangt samen met sociale verhoudingen tussen mensen en met de heersende opvattingen. Laat mij dat illustreren met een voorbeeld uit mijn dokterspraktijk. Goele komt bij mij op consultatie en vertelt dat ze van Frank wil scheiden: 'Ik kan niet met hem praten en in bed botert het ook niet meer'. Ik nodig Frank uit voor een gesprek. Hij vertelt me dat hij doodop is. Hij heeft een voltijdse job in de bouw en na zijn uren gaat hij nog bijklussen, want hij moet het huis afbetaald krijgen. Slapen is 's avonds laat zijn hoofdbekommernis. Bij hoeveel Belgen leidt een gelijkaardige situatie tot seksuele ontgoochelingen en echtscheidingen? We weten immers dat burn-out vaak een synoniem is voor impotentie. We weten dat antidepressiva sekskillers zijn. Dat nacht- en ploegenarbeid ons bioritme en onze relatie verstoort. Dat werkloosheid en interim werk je kansen om samen een stabiele relatie op te bouwen verlaagt. Ieders seksuele identiteit is een kristallisatie van allerlei economisch, sociale, culturele en psychologische invloeden. Iedereen verschilt en niemand hoeft niet per se in een hokje te passen. Laten we die diversiteit omarmen, wars van de norm: van houwen en trouwen tot single zijn of polyamorie. Het sociale verwachtingspatroon evolueert toch continu en overal, en het staat vandaag nog dikwijls voor bewuste of onbewuste dwang. Zo zorgt het verwachtingspatroon van de 'typische vrouw' ervoor dat vele vrouwen nog altijd een dagelijkse veldslag leveren waarbij ze zeventien rollen willen combineren: kok, poetsvrouw, chauffeur, job, hulp bij huiswerk, luisterend oor en sexy partner. Ploetermoeders. De seksuele emancipatie is nog volop in beweging. Technologische, economische en maatschappelijke veranderingen brengen andere seksuele gedragingen met zich mee. In een samenleving waarin ongelijkheid kolossale proporties aanneemt en waarin bezit een doel wordt in plaats van een middel, zullen macht, bezitsdrang en geld ook hun stempel drukken op de seksuele beleving. Gemeenschappen waar vrouwen echter gelijke toegang hebben tot een inkomen en status en waar ze zelf vrij en zelfstandig over hun seksualiteit kunnen beslissen, zijn toleranter en seksueel actiever. De keuze is aan ons.