In Amerikaanse magazines en kranten vind je elke lente artikels over de Adirondack Chair: de nieuwste uitvoeringen, welk materiaal je het best kiest, waar ze vandaan komen. Deze tuinstoel is dan ook waanzinnig populair in de VS, zeker in landelijke gebieden. Hij is het symbool van de Amerikaanse zomer.
...

In Amerikaanse magazines en kranten vind je elke lente artikels over de Adirondack Chair: de nieuwste uitvoeringen, welk materiaal je het best kiest, waar ze vandaan komen. Deze tuinstoel is dan ook waanzinnig populair in de VS, zeker in landelijke gebieden. Hij is het symbool van de Amerikaanse zomer. Het was ook een van de eerste dingen die mij opvielen toen we in de zomer van 2016 in de Midwest kwamen wonen. In zo veel tuinen en op zo veel balkons zag je die lage stoelen met schuine poten. In onze progressieve stad zag ik meer dan eens Adirondacks opgesteld in een halve cirkel, elke stoel een andere kleur, concreet: de kleuren van de LGBTQ+-regenboogvlag. Ik begreep eerlijk gezegd de aantrekkingskracht niet, maar vijf zomers later, na ontelbare uren relaxed zitten en hangen in een Adirondack - bij vrienden, zelf hebben we er nog geen - ben ik een fan. De Adirondackregio is een bergmassief in het noordoosten van de staat New York, op zowat vier uur van New York City. De hele streek, met bergen, meren en bossen - beschermd als staatspark - en tal van charmante historische stadjes, is een toeristische trekpleister. Aan het begin van de 20ste eeuw hield Thomas Lee, een welgestelde East Coaster met een Harvarddiploma, hier elk jaar vakantie met zijn familie. Hij had een zomerhuis in Westport, aan Lake Champlain. Omdat Lee geen comfortabel tuinmeubilair vond, begon hij zelf te knutselen. Hij experimenteerde met knoestvrije stukken hout die hij ter plaatse vond. Telkens als hij een ontwerp af had, werd dat getest door zijn familie. De winnende stoel was een assemblage van elf stukken hout: simpel en comfortabel. Met de brede armleuningen was hij stoel en tafeltje in één. En je kon hem op een oneffen terrein zetten. Volgens de Canadese historicus Douglas Hunter was de innovatieve businessman Thomas Lee op meer uit dan een makkelijk stoeltje voor de familie. Hij wilde een goedkope stoel die je in grote oplage kon produceren voor de resorts en golfclubs in de buurt. In elk geval was het een stilistisch buitenbeentje, aldus Hunter: de zitting en de rug van de stoel werden in een schuine hoek in elkaar gezet zodat je automatisch achteroverleunt. Voor deze 'chair of the bungalow type' werd in 1905 een US-patent uitgereikt. Niet aan de ontwerper, maar aan Harry Bunnell, een bevriend schrijnwerker, die een oplossing zocht om zijn atelier ook in de winter draaiende te houden. Of Lee het ontwerp aan Bunnell gegeven heeft of dat het gewoon door Bunnell gestolen werd, is niet duidelijk. Zeker is wel dat Bunnell van zijn Westports, zo heetten de stoelen dan nog, een groot zakelijk succes maakte en dat Lee het patent nooit heeft aangevochten. In 1938 kreeg een uitvinder in New Jersey een patent voor een variatie op de Adirondack: met dunne latten voor de zitting en de leuning (in plaats van in één stuk hout), meer zoals de Adirondacks die we vandaag kennen. Na Wereldoorlog II raakte de Adirondack uit de mode tot de jaren tachtig van de vorige eeuw. In de Reagantijden - vol nostalgie naar een simpeler en beter Amerika - werd dit tuinmeubel weer reuzepopulair. Vandaag heb je ligstoelen, tweezits, schommelstoelen, bijbehorende kussens, stoelen in verschillende houtsoorten of van gerecycleerd plastic. Ook prijzen variëren. De duurste zijn de originele Westports van Bunnell, waarvoor je op gespecialiseerde veilingsites al gauw enkele duizenden dollars neertelt.