'Sinds 2017 neemt de stadsvlucht van jonge gezinnen in Vlaanderen opnieuw toe', las ik deze winter in de krant. En ik heb, net als Benjamin en Ellen, dat cijfer mee doen stijgen. Niet omdat het bon ton was zoals in de jaren zestig, toen de rijkere middenklasse het zich kon veroorloven om te bouwen buiten de stad. Ook niet omdat ik - zoals velen in de jaren negentig - het moeilijk had met de groeiende diversiteit in het straatbeeld. Luchtkwaliteit was mijn motivatie. De paarse stip die boven mijn woning zweefde op de kaart van het CurieuzeNeuzen-onderzoek van de...

'Sinds 2017 neemt de stadsvlucht van jonge gezinnen in Vlaanderen opnieuw toe', las ik deze winter in de krant. En ik heb, net als Benjamin en Ellen, dat cijfer mee doen stijgen. Niet omdat het bon ton was zoals in de jaren zestig, toen de rijkere middenklasse het zich kon veroorloven om te bouwen buiten de stad. Ook niet omdat ik - zoals velen in de jaren negentig - het moeilijk had met de groeiende diversiteit in het straatbeeld. Luchtkwaliteit was mijn motivatie. De paarse stip die boven mijn woning zweefde op de kaart van het CurieuzeNeuzen-onderzoek van de UAntwerpen en De Standaard deed me verkassen. Toegegeven, exurbia - de landelijke regio tegen de buitenwijken van de stad - behoorde niet tot plan A. Als stadskind, geboren en getogen in de schaduw van de Sint-Baafskathedraal, zag ik me eerder terugkeren naar het centrum van Gent, dat bleekgroen kleurde op de CurieuzeNeuzen-kaart. Helaas kon mijn portefeuille dat idee niet volgen. Het is een pijnpunt dat al sinds de eeuwwisseling dertigers met kinderen de stad uitdrijft. Toch merken trendwatcher Lucie Greene en etnograaf Karen Rosenkranz, auteur van het boek City Quitters, de laatste jaren een nieuwe tendens in de globale stadsvlucht. De migratie naar het groen verjongt. Millennials verlaten de stad niet enkel meer uit financiële overwegingen, maar ook om aan de overdaad aan prikkels en de overbevolkte stadscentra te ontkomen. Samen met gelijkgestemden gaan ze op zoek naar een eenvoudiger buitenleven en blazen ingeslapen gehuchten nieuw leven in. Zo worden in de VS culinaire hubs in upstate New York en de Appalachen gesignaleerd, in het Verenigd Koninkrijk én in België rurale art scenes. Telewerken, het freelancen (bij gebrek aan vaste werkcontracten), sociale media en e-commerce werken de trend allemaal in de hand, samen met berichten dat het landelijke leven je mentale toestand verbetert. De traagheid, de beperkte verplichtingen, keuzes en stimuli van buitenaf en een grotere verbondenheid met de natuur zouden de creativiteit alleen maar boosten en angsten of aandachtsstoornissen doen afnemen. Of de huidige ophokplicht de stadsvlucht, zowel voltijds als in het weekend, zal stimuleren valt nog af te wachten. Al zijn er eerste vermoedens. Pascal De Decker, socioloog en planoloog aan de KU Leuven, vreest dat pleidooien voor meer verdichting en cohousing worden gesmoord door covid-19. Het virus heeft stedelingen doen inzien dat ze thuis meer ruimte nodig hebben, dat dicht op elkaar leven doorweegt en dat de stad te weinig groen biedt. Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck vindt in de crisis net een nieuw elan om steden kwaliteitsvoller heruit te vinden. Want, zo meent hij, de kosten die gepaard gaan met de stadsvlucht wegen nog altijd niet op tegen de voordelen.