'Ik zou niet meer kunnen aarden in Gent. Dat klinkt gek, want ik heb er ontzettend graag gewoond. Jarenlang werden we er opgeslokt door de energie en het gigantische aanbod aan films, theaterzalen, cafés en restaurants. Er was ook gewoon altijd iets te doen. Heerlijke jaren, maar ons sociaal leven ging non-stop door. Daardoor was er amper focus en die had ik nodig om mijn zaak te laten groeien (Elisabeth Leenknegt heeft haar eigen juwelenlabel, Elisa Lee, red.). Breng ik nu tijd door in de stad, dan vraagt het energie in plaats van dat het me oplaadt.
...

'Ik zou niet meer kunnen aarden in Gent. Dat klinkt gek, want ik heb er ontzettend graag gewoond. Jarenlang werden we er opgeslokt door de energie en het gigantische aanbod aan films, theaterzalen, cafés en restaurants. Er was ook gewoon altijd iets te doen. Heerlijke jaren, maar ons sociaal leven ging non-stop door. Daardoor was er amper focus en die had ik nodig om mijn zaak te laten groeien (Elisabeth Leenknegt heeft haar eigen juwelenlabel, Elisa Lee, red.). Breng ik nu tijd door in de stad, dan vraagt het energie in plaats van dat het me oplaadt. Ondertussen wonen we tien jaar in Ronse. Het is een beetje thuiskomen, want ik ben hier opgegroeid. Toch was dat niet de reden om terug te keren, en ook de nood aan natuur speelde op dat moment maar een kleine rol. Het budget dat we konden spenderen in Gent, leverde simpelweg te weinig vierkante meters op. De ruimte die ik als kind gewend was - mijn ouders wonen in een loft - deed me twijfelen of ik mijn eigen zonen wel in een stadswoning wilde laten opgroeien. Via mijn ouders ontdekten we een oude zeepfabriek in Ronse. Voor de een een onverkoopbaar krot, voor ons een idyllische plek. De natuur had het pand overwoekerd, er vlogen vogels in en uit. De zeepfabriek werd onze reden voor een stadsvlucht. Het werd een zachte overgang, want het pand bevond zich in het centrum van Ronse. Een deel ervan werd atelier, waardoor er dus altijd leven in huis was, want intussen had ik zeven personeelsleden. Anderzijds bleek dat we daardoor ook onvoldoende konden thuiskomen en dus tot rust komen. Daarom verhuisden we acht jaar later, intussen bijna twee jaar geleden, naar een oude hoeve in Ronse. Een krot with a view, want we hebben een grote verbouwing achter de rug én kochten heel wat hectare grond bij de woning. Vanuit het huis hebben we langs zowat elke zijde via grote ramen zicht op de natuur. Ik las eens dat in het groen wonen een mens gelukkiger maakt, wat wij intussen dus echt geloven. En eigenlijk zijn we hier ook gewoon blijer met kleine dingen. Iets simpels als het geruis van de populierenblaadjes, dat valt mij hier op en doet mij dus iets... Ik mis Gent zelden. Ronse is een beetje het Oostende van het platteland. Wat ruwer, waardoor het meer als een speeltuin voelt. Gent komt mij zelfs iets te gepolijst over nu. Samen met een aantal lokale artiesten richtten we 'den Tank' op, een collectief dat onder andere events organiseert. Onze picknick in het park lokte zo'n driehonderd mensen, tijdens Ronse Bad palmden we succesvol een grasveld in met opblaasbare zwembadjes, bubbelbaden en strandstoelen. Ook met de buren is er een fijn contact. We schuiven pizza's in de houtoven en maken plannen om samen een rietveld en een moestuin aan te leggen. We zien zowat elke voorstelling in het plaatselijke cultureel centrum en spreken nog vaak af met onze Gentse vrienden. Hier weliswaar, want ze vinden het fantastisch om rond het vuur te zitten en zelfs te kamperen in onze tuin om even helemaal tot rust te komen.' Volg het plattelandsleven van Elisabeth op Instagram via @elisabethleenknegt 'Een randgemeente van een stad ligt mij niet: ik wil midden in een stad of echt op het platteland wonen. Vijftien jaar lang had ik een appartement in het centrum van Antwerpen en plots voelde ik de nood aan meer zuurstof, die zuivere geur die je alleen in de natuur ruikt. Licht en zicht, liefst op weilanden en als het kon ook op heuvels en een paar dieren. Een ex-klasgenoot liet op Facebook weten dat de 'vintage villa' van zijn vader te koop stond. Ik was meteen verkocht: de villa bleek er eentje uit 1969 en lag in Schiplaken, een klein gehucht waar behalve een bakker en een slager zelfs geen café was. Maar Mechelen en ook Brussel en Antwerpen voelden vlakbij, bovendien bleken de natuur en de bossen er prachtig. Je zou denken dat een stad met al haar prikkels en continue bewegingen veel inspiratie oplevert, maar voor mij voelde het de laatste jaren te overweldigend. Ik moet in stilte kunnen inzoomen. De natuur met al haar grillige vormen en verrassende kleurencombinaties zit nu op een manier elk seizoen in mijn collectie verweven (Ellen Verbeek is schoenontwerpster, red.). En mijn sociaal leven blijkt ook niet te lijden onder mijn verhuizing: ik zie nog evenveel vrienden, theatervoorstellingen en tentoonstellingen, het is alleen iets minder spontaan. De ex-bewoner van de villa was een witloofboer. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom de badkamer in de kelder zat: zo kon hij rechtstreeks van het land in bad. De eerste jaren greep ik amper in: de esthetiek ging boven het praktische, want ik wou de authentieke stijl zoveel mogelijk behouden. Later, tijdens de verbouwingen, hield ik mij heel erg aan de seventieskleuren en materialen. Toen mijn keuken al lang verbouwd was, merkte iemand zelfs op 'dat die best wel nog in goede staat was...' Het huis heeft een splitlevel en grote ramen waardoor ik een maximaal zicht heb. De tuin was al aangelegd, compleet met jarenzeventigbeplanting. Sommige struiken zijn randje ouderwets, zoals de coniferen, toch klopt het geheel. Alleen de gigantische sparren liet ik weghalen door een paar plaatselijke boeren. Het braakland dat zo ontstond, werd mijn stukje experimenteergrond. Sindsdien ben ik me heel erg gaan verdiepen in wilde bloementuinen. Ik huurde een verticuteermachine en las alles over tuinarchitect Piet Oudolf en zijn natuurlijke, spontane stijl. Ik dacht na over kleuren en patronen en stemde de beplanting zo op elkaar af dat er altijd wel wat zou bloeien. Dat eerste jaar was fantastisch, om de twee weken kreeg ik een ander kleurenpalet in mijn bloementuin. Het tweede seizoen bloeide er al veel minder, maar daar had men mij voor gewaarschuwd. Wat ik geleerd heb, is dat ik nog veel moet leren. En dat je met een tuin echt bezig moet zijn. Elke zaterdag een paar uurtjes, vaak ook op zondag. Maar net dat is wat ik zocht: het voelt bijna meditatief om in de aarde te wroeten. Wanneer moet ik snoeien, waarom groeit die fruitboom niet, hoe knot ik een wilg, is dit onkruid? Ik moet me voortdurend informeren. Gelukkig kennen mijn buren er veel van. Dieren heb ik nog niet. Momenteel moet ik nog te vaak naar het buitenland, maar ooit houd ik kippen, alpaca's, misschien zelfs koeien of schapen. Intussen gebruikt een boer uit de buurt het weiland achter mijn huis. Tweemaal per jaar komt hij met een gigantische machine het hooi maaien. Wanneer dan de ooievaars uit Planckendael massaal neerstrijken op het pas gemaaide veld, voelt de stad zo heerlijk ver weg.'ellenverbeek.com 'Mijn roots liggen in Kraainem, in de Vlaamse rand rond Brussel. Jarenlang was de stad mijn habitat. Als tiener bracht ik er mijn avonden, mijn nachten en mijn weekends door. Ik was dol op de energie die de stad ademt, op de vrijheid die de anonimiteit van de Brusselse straten biedt. Ik heb in de stad gestudeerd en er gewoond. In Elsene, tussen de feesten in Matonge, wanneer de geur van geroosterde geit de straten vult en het bissap rijkelijk stroomt, de terrassen op het Flageyplein en de bruisende universiteitswijk. Vijftien jaar lang heb ik door de stad gewandeld. Ik koos bewust niet voor een auto. Te voet doorkruiste ik hele Brusselse gemeenten en zo leerde ik nieuwe gemeenschappen en nieuwe culturele centra kennen. Ik ontdekte winkeltjes waar ik Peruviaanse bonen, Marokkaanse ras el hanout of tweeliterflessen Russische kvas kon kopen. Intussen had ik een vrouw uit de Ardennen ontmoet die mijn passies deelde. Dankzij haar ontdekte ik de geneugten van lange trektochten. Ik vatte een intense liefde op voor de natuur, in die mate zelfs dat ik een opleiding tot natuurgids ging volgen en ik van de natuur mijn beroep heb gemaakt. Toen mijn vriendin zwanger bleek, hebben we beslist om te vertrekken. Naar de Gaume, het land van malse weiden, de Semois en glooiende heuvels. We wilden de longen van onze dochter de uitlaatgassen van de hoofdstad besparen. We wonen nu in een voormalige molen. Als ik door het raam van mijn werkkamer kijk, zie ik ijsvogels naar de vijver duiken. Ik zie honderden kraanvogels voorbijtrekken en ik zie eekhoorntjes hun nest maken in een oude linde. Wat mij na mijn verhuizing het meest heeft getroffen, is dat ik nu opnieuw het ritme van de seizoenen kan voelen en dag na dag kan vaststellen hoe fauna en flora reageren en zich aanpassen. Of ik de stad mis? Natuurlijk. Ik mis het rijke aanbod van de Vlaamse culturele centra, de graffiti, de undergroundhappenings. En ik hoop echt dat mijn kinderen dat tijdens hun studies ooit allemaal zullen ontdekken. Intussen geniet ik hier van de ontluikende lente. En als ik het echt niet meer kan houden, rijd ik naar Brussel om er opnieuw te verdwalen in de straten.' 'Mijn 'eerste' leven - om het zo te noemen - speelde zich voornamelijk af in de stad. Ik zat in de mediasector, werkte hard en had een druk sociaal leven. Toch voelde er iets niet goed. Destijds al vertrok ik zodra het maar even kon naar Finland, waar ik me terugtrok in een blokhut aan de oever van een meer. In de natuur voelde ik me thuis. Ik vond er opnieuw aansluiting bij mezelf en kwam er tot rust. Er de hele tijd leven leek me evenwel niet mogelijk. Maar de druk bleef maar toenemen. Ik heb toen besloten om gas terug te nemen en mezelf tijd te gunnen om na te denken. Ik heb een hond geadopteerd en ben in het bos gaan wonen, op een terrein zonder stromend water of elektriciteit. Wat ik echt wilde, was een zelfvoorzienend bestaan leiden in de natuur, tot dat besef ben ik toen gekomen. Dat verlangen heeft mijn transitie vormgegeven: ik at daarvoor al vegetarisch, maar ben toen veganist geworden. En omdat ik groenten moest zien te kweken, heb ik een cursus permacultuur gevolgd. Dat was een van de grote eyeopeners. De andere was mijn ontmoeting met een kinesioloog-reikibehandelaar. Die ontmoeting heeft mijn leven veranderd en ik ben zelf een opleiding gaan volgen. Ik wilde mensen begeleiden die ervaarden wat ik zelf eerder had doorgemaakt. De kern van het probleem is dat we onze band met de natuur kwijt zijn. Maar de natuur wijst ons daar voortdurend op. Wie opnieuw aansluiting vindt bij de natuur, vindt opnieuw aansluiting bij zichzelf. Alles wat ik via mijn vzw Rainbowlogie aanbied, is doordrongen van die overtuiging, van zero waste over vollemaansvieringen met vrouwen tot natuurlijke cosmetica. Sinds anderhalf jaar bezit ik dit terrein in Rongy, te midden van 80 hectare bos. Er is een vijver, er staan treurwilgen, kastanjebomen, fruitbomen... Een onwaarschijnlijk mooie plek. Ik organiseer er retraites voor wie wil leren mediteren of wil leren koken met lokale seizoenproducten. Ik geef uitleg over geneeskrachtige kruiden en planten, organiseer cursussen permacultuur en bosbaden. Niets geeft mijn leven méér zin dan de lokroep van de natuur. De natuur is het begin van alles. En alles valt er op zijn plaats.'