Een huis is een machine om in te wonen, schreef modernist Le Corbusier in 1921. Het moest functioneel zijn om ons leven makkelijker te maken, vond hij. Functioneel is goed, vond de Britse filosoof Alain de Botton, maar onze woning moet vooral ook een machine zijn die emoties opwekt. Ze moet ons niet alleen tegen de elementen beschermen, maar ook een oase bieden weg van de drukke wereld, en ons elke dag tonen wie we zijn. Welbehagen is een ouderwets woord, maar dat is wat een huis ons moet geven, en met wat geluk maakt het ons ook rustig, blij of creatief op het moment dat we dat nodig hebben. Pas dan is het een thuis, vond hij. Dat idee leeft niet alleen onder theoretici en filosofen. Fenomenen als Marie Kondo, die ons deed opruimen tot we een huis hebben vol dingen die joy sparken, en hygge, de Deense versie van gezelligheid, hebben weinig met esthetiek en alles met emotie te maken. Interieurdesign wordt vaak misbegrepen, stelt ook designer Ilse Crawford in haar boek A Frame for Life. 'Het lijkt triviaal, die kleurtjes en meubelen. Alsof het niet meer dan een shoppinglijst is. Maar verwar de ingrediënten niet met de maaltijd. Die kleuren en meubelen heb je nodig om iets te maken. Design is een werkwoord, het gaat over een proces, en de bedoeling van dat proces is de plekken ontwerpen waar we leven.' Uiteraard gaat inrichten over wat praktisch is, over wat we kunnen betalen, wat duurzaam is en wat we mooi vinden, maar designers en architecten hebben het volgens Crawford te weinig over de existentiële dingen die onze leefruimtes tot goede leefplekken maken. 'Welzijn. Comfort. Atmosfeer. Geluk. Dat is waar 99 procent van de bevolking belang aan hecht. Alle mensen verschillen. We zitten, eten, slapen, ontspannen en leven op een andere manier. Maar we zoeken allemaal een plaats om thuis te zijn, en die zal dus voor iedereen anders zijn. Als we onze ruimtes zo inrichten dat we die dagelijkse dingen op onze eigen manier kunnen doen, zal het de kwaliteit van ons leven verbeteren.'
...

Een huis is een machine om in te wonen, schreef modernist Le Corbusier in 1921. Het moest functioneel zijn om ons leven makkelijker te maken, vond hij. Functioneel is goed, vond de Britse filosoof Alain de Botton, maar onze woning moet vooral ook een machine zijn die emoties opwekt. Ze moet ons niet alleen tegen de elementen beschermen, maar ook een oase bieden weg van de drukke wereld, en ons elke dag tonen wie we zijn. Welbehagen is een ouderwets woord, maar dat is wat een huis ons moet geven, en met wat geluk maakt het ons ook rustig, blij of creatief op het moment dat we dat nodig hebben. Pas dan is het een thuis, vond hij. Dat idee leeft niet alleen onder theoretici en filosofen. Fenomenen als Marie Kondo, die ons deed opruimen tot we een huis hebben vol dingen die joy sparken, en hygge, de Deense versie van gezelligheid, hebben weinig met esthetiek en alles met emotie te maken. Interieurdesign wordt vaak misbegrepen, stelt ook designer Ilse Crawford in haar boek A Frame for Life. 'Het lijkt triviaal, die kleurtjes en meubelen. Alsof het niet meer dan een shoppinglijst is. Maar verwar de ingrediënten niet met de maaltijd. Die kleuren en meubelen heb je nodig om iets te maken. Design is een werkwoord, het gaat over een proces, en de bedoeling van dat proces is de plekken ontwerpen waar we leven.' Uiteraard gaat inrichten over wat praktisch is, over wat we kunnen betalen, wat duurzaam is en wat we mooi vinden, maar designers en architecten hebben het volgens Crawford te weinig over de existentiële dingen die onze leefruimtes tot goede leefplekken maken. 'Welzijn. Comfort. Atmosfeer. Geluk. Dat is waar 99 procent van de bevolking belang aan hecht. Alle mensen verschillen. We zitten, eten, slapen, ontspannen en leven op een andere manier. Maar we zoeken allemaal een plaats om thuis te zijn, en die zal dus voor iedereen anders zijn. Als we onze ruimtes zo inrichten dat we die dagelijkse dingen op onze eigen manier kunnen doen, zal het de kwaliteit van ons leven verbeteren.' Michelle Ogundehin, auteur van Happy Inside, How to Harness the Power of Home for Health and Happiness, was 13 jaar hoofdredacteur van Elle Decoration. 'Ik zag honderden interieurs in de loop van mijn carrière. Vaak mooi, maar zonder ziel. Wat me aansprak waren altijd plekken die door hun eigenaars overspoeld waren met aandacht en affectie, tastbare uitdrukkingen van hun plezier om thuis te zijn. Een happy home is een thuis die je een fantastisch gevoel geeft.' Ja, denk je nu, natuurlijk wil ik een huis waar ik blij van word. Maar is dat echt zo belangrijk? Toch wel, zo blijkt. Een kleine rondvraag toont aan dat ons huis de potentie heeft om ons doodongelukkig te maken. Er zijn de details die ons elke dag storen. 'Dat groen op de keukenmuur dat mijn man zo mooi vindt, maar waar ik hoofdpijn van krijg', zucht Riet (60). 'Het gevoel van laminaat onder mijn blote voeten, en het rare geluid dat schoenen erop maken', klaagt Matt (29). 'Het eeuwige stapeltje papieren op de eettafel. Ik kocht een leuk vintage kastje met lades om die papieren in te duwen,' vertelt Ellen (32), 'alleen zitten die vol met andere brol en blijft het eeuwige stapeltje liggen.' Soms gaat het om ernstiger ergernissen. 'Wanneer ik naar mijn voordeur wandel, zakt mijn gemoed', vertelt Hilde (54). Onze voortuin is een rommeltje, er staan twee vuilbakken en een tros fietsen langs het paadje en eenmaal de deur open is, zijn er gewoon te veel spullen. Ik probeer al jaren om jassen, schoenen en tassen beter te organiseren. Maar met vijf in een huis is dat blijkbaar onmogelijk. Dat maakt me een beetje triest.' Toon (35) heeft een mooie open keuken, maar durft tegen niemand te vertellen dat hij dat niet fijn vindt. 'We wonen niet erg groot, en als mijn vrouw of ik staan te koken, hangen de kinderen ook altijd rond in de keuken. Als ik alleen bezig ben, zit mijn partner aan de toog over haar dag te vertellen of de oudste te helpen met zijn huiswerk. Na een drukke dag lijkt het soms of mijn hoofd gaat ontploffen. Dan denk ik: kon ik nu maar, zoals mijn oma vroeger, de deur van de keuken dichtdoen.' Terugkerende ergernis over een stuk van je huis dat echt niet werkt voor jou zorgt voor conflicten en chronische stress. 'Ons huis zou een plek moeten zijn die ons welzijn ondersteunt, niet ondermijnt', schrijft Ogundehin. En nee, dat vraagt niet per se om drastische maatregelen. 'Mensen denken vaak dat verbouwingen en meer plaats de oplossing zijn voor hun stress, maar het gaat hem erom dat we de ruimte die we hebben goed gebruiken en zo inrichten dat die ons brengt wat we nodig hebben. Daarvoor moeten we de ruimtes die we hebben grondig herdenken.' Herdenken, dat impliceert dat je een duidelijk idee hebt van wat je noden en wensen zijn. En daar wringt het schoentje, stelt Ogundehin. 'We hebben allemaal een idee van wie we zouden willen zijn. Minder slordig, fitter, beter georganiseerd... Alleen, dat zijn niet de dingen waarvoor we herinnerd willen worden op onze begrafenis.' Dus kun je dat beeld van je ideale zelf beter opgeven, vindt Ogundehin, en realistisch zijn. 'We moeten durven te kijken naar wie we echt zijn en wat we belangrijk vinden.' Vind je rommel verschrikkelijk of net gezellig? Stoort het je als er geen vlotte doorgang is of heb je graag een duidelijke aflijning van elke zone in een kamer? Hou je van natuurlijk of van glamoureus? Welke kleuren vind je echt mooi, onafhankelijk van trends? Ga bewust kijken naar wat je wilt en nodig hebt. 'We willen een huis waarvan onze omgeving een beetje onder de indruk is', stelt Ogundehin.'Maar laat ideeën over wat moet of hoort achterwege en kijk vooral naar hoe je je huis echt gebruikt.' Iets waarmee haar collega Kate Watson-Smyth, auteur van twee bestsellende Mad About The House-boeken, het 100 procent eens is. 'Eerlijkheid is cruciaal. Je kunt dromen van avonden met het gezin rond de tafel met gezelschapsspelletjes, maar misschien zie je je nukkige tienerkinderen amper in de living. Een huis werkt maar goed als elke kamer een duidelijke functie heeft, dan komt een goede inrichting vanzelf.' Houd daarbij niet vast aan klassieke ideeën, raadt ze aan. Als de badkamer de plek is waar je goede gesprekken met je partner hebt, zorg dan dat je die daar comfortabel kunt voeren. Heeft één hoekje van je slaapkamer 's morgens zon, dan is dat een goede ochtendleesplek. Werk je thuis, dan heb je een werktafel nodig, niet per se in je woonkamer, maar daar waar jij je het beste kunt concentreren.' Probleem is dat we vaak wel ongeveer weten wat we mooi en lelijk vinden, maar veel minder wat ons een gevoel van welbehagen of net onrust geeft. Laat staan dat we een duidelijk idee hebben van wat we echt nodig hebben om ons een gelukkig huis te geven. Kate Watson-Smyth was lang designjournaliste en grijpt terug naar de basisvragen van de journalistiek. Beantwoord die eerlijk, en je zult een duidelijker beeld krijgen. Wie? Lijkt een voor de hand liggende vraag, maar wie gaat deze kamer gebruiken? Als je partner de kok van dienst is, dan doen vooral zijn of haar mening en noden ertoe. Een woonkamer ziet er anders uit als je geen kinderen hebt. Is de logeerkamer ook iemands atelier/naaikamer/bureau/mancave en moet je badkamer dienen voor een heel gezin of voor een koppel dat van een spa-ervaring droomt? Claim je als ouders de grootste slaapkamer van het huis of parkeer je daar een kind in dat er de nodige speelruimte vindt, waardoor je woonkamer niet meer overspoeld wordt door speelgoed? Wat? Sta nu in detail stil bij wat die mensen in die verschillende kamers gaan doen, hoe ze zich daar willen voelen, en wat ze daarvoor nodig hebben. Dient je woonkamer vooral om voor de tv te hangen, ontvang je er ook gasten en is er een rustig hoekje nodig om te lezen of administratie te doen? Moet een badkamer rust brengen, of je wakker schudden 's ochtends? Moet een werkkamer rustig zijn of net creativiteit opwekken? Zo kom je bij de juiste meubelen en materialen uit. Wanneer? Op welk moment van de dag ga je de kamer gebruiken? Is je woonkamer ook je thuiskantoor of de plek waar iedereen 's avonds verzamelt? Doe je aan yoga in de slaapkamer of is het exclusief een slaapplek? Details die belangrijk zijn voor de kleurkeuze en belichting. Waarom? Een bad of een douche, een groene of blauwe hal, een immense sofa of twee tweezitsbanken, je moet eindeloos veel keuzes maken. Vraag je elke keer af: waarom wil ik dit? Omdat het je blij maakt of je leven makkelijker, om je partner of huisgenoten te plezieren, of omdat je het op een blog gezien hebt...? Waar? Waar vind je de materialen, meubelen en vakmannen die je nodig hebt? Hoe? Dit is het praktische hoofdstuk. Wat moet je concreet doen, hoe pak je het aan, wat is je budget...? Zelfonderzoek, realiteitszin en veel vragen, dat zien zowel Michelle Ogundehin als Kate Watson-Smyth als de sleutel tot een huis dat je leven beter maakt. Designer Christopher Travis gaat nog verder. 'Architecten hebben de reputatie diva's te zijn die hun visie opleggen. Vaak is dat ook zo, maar het is niet helemaal hun eigen schuld. Als je klanten niet onder woorden kunnen brengen wat ze belangrijk vinden en nodig hebben, dan doe je maar wat.' Als Travis je huis ontwerpt, krijg je een vragenlijst van 140 pagina's. Klanten verzamelen daarnaast ook foto's en knipsels, zoeken uit welke spullen ze al hun hele leven van huis naar huis meenemen, en doen visualisatieoefeningen. Helemaal origineel is Travis hier niet mee, ook modernist Richard Neutra beoefende wat hij ' de kunst en wetenschap van klantenondervraging' noemde. Hij maakte met vragenlijsten en gesprekken een psychologisch profiel van zijn klanten. 'Alles wat we meemaken geeft onze persoonlijkheid vorm', stelt Travis. 'Al die dingen gebeuren ergens, vandaar dat we associaties hebben met onze woon- en werkplekken. We peilen naar mooie en moeilijke jeugdherinneringen, om die te recreëren of vermijden. Maar we zoeken ook uit wie de klanten zijn. Waar voel je je welkom, waar word je rustig van, wat is voor jou overvloed/intimiteit/privacy, wat maakt je zenuwachtig? Word je rustig van het geluid van ruisende bladeren? Dan kan een groepje bomen een druk gezin dat broodnodige gevoel van rust geven. Een vrouw vertelde dat ze genoot van het gevoel van overvloed als ze aan het koken was, dus gaven we haar een grote bijkeuken voor een uitgebreide voorraad die haar elke dag een beetje gelukkig maakt. Een koppel genoot van die eerste kop koffie samen, voor de kinderen wakker waren. Met grotere kinderen werd dat moeilijker en ze misten dat, want in de drukte van hun leven liepen ze langs elkaar heen. Dus hebben we een koffiebar in hun slaapkamer gebouwd, zodat ze rustig samen de dag konden beginnen. Zo eenvoudig kan het soms zijn. Je kunt de drukte van een gezin niet weghalen, maar je kunt de aangename aspecten van het leven wel benadrukken. We vragen zelfs naar slechte gewoontes, want ook daar moeten we rekening mee houden. Je leefruimte speelt ook een rol in hoe je met elkaar omgaat. Erger je je aan de slordigheid van je gezin of heeft je partner een andere interieurstijl? Doe daar dan iets mee. Het is veel makkelijker om je design aan te passen dan het karakter van je partner te veranderen. Ergernis wegnemen heeft een impact op het leven van mensen. Als je een huis of kamer ontwerpt die perfect bij de klanten past, maak je hen niet alleen blij, we besparen ook 35 procent op alles wat we bouwen, gewoon omdat het vanaf de eerste keer juist zit. Het basisidee is dat je geen woning ontwerpt, maar een plek waar je ervaringen opdoet. A suite of emotional experiences.' Niet dat een happy home ooit klaar is, stelt Watson-Smyth. Een thuis evolueert mee met je leven, en dat hele leven lang is het belangrijk dat elke kamer die je binnenwandelt, iets heeft wat je blij maakt.