Staatkundig wonen we onder één dak. Voor onze vrije tijd trekken we graag naar de groene longen van de Ardennen. We slaan graag een babbeltje met onze gastvrije compatriotes. En toch weten veel Vlamingen zo weinig over Wallonië, zijn inwoners, geschiedenis, erfgoed en cultuur. Het lijkt alsof de taalgrens wel een kennisgrens is.

Maar nu Vlamingen tijdens de pandemie meer in Wallonië ontspanning zoeken, groeit ook hun belangstelling voor wat daar leeft. Vroeger trokken ze naar Wallonië om er met hard labeur de kost te verdienen. Nu is het een plek om te ontspannen en geld te spenderen. Ze vinden er een land dat rijk is aan natuur en geschiedenis.

Knack Historia Wallonië gidst u door Wallonië en werpt een verfrissende blik op onze naaste buren. Een oogopener die uw volgende uitstap nog waardevoller maakt en de actualiteit in een breder kader plaatst.

Knack Historia is vanaf 3 juni beschikbaar in de krantenwinkel en via www.shop.knack.be/Wallonië

196 pagina's, 14,95 euro

., GF
. © GF

In deze tekst uit Knack Historia Wallonië maken we een reis door de gescheidenis van het toerisme in Wallonië. Hoe heeft het toerisme in het zuiden van ons land zich ontwikkeld? Gerrit Verhoeven, professor aan de universiteit Antwerpen bij het departement Erfgoed en wetenschappelijk medewerker bij de Koninklijke musea voor Kunst en Geschiedenis, neemt u bij de hand.

Bij zijn bachelorpaper als student moderne geschiedenis kreeg Gerrit Verhoeven een onderwerp over toerisme aangereikt, sindsdien heeft de geschiedenis van het toerisme hem niet meer losgelaten. Zijn masterthesis ging over reisgidsen, zijn doctoraat over de Vlaamse en Nederlandse Grand Tour. Het concept toerisme en de veranderende inhoud ervan is een rode draad doorheen zijn historisch onderzoek.

Hoe is het toerisme in ons land eigenlijk populair geworden?

Gerrit Verhoeven: 'In de Nederlanden wordt de Grand Tour populair op het einde van de 16de, begin 17de eeuw. Dat is echt een educatiereis, je gaat 'reizen om te leren'. Je kan het vergelijken met een gap year nu: een jaar reizen als je afgestudeerd bent en voor je begint te werken. Alleen, zo'n Grand Tour duurt toch al gemakkelijk drie à vier jaar en is voorbehouden aan de rijken. Het zijn mannen die tussen hun studie en het begin van hun volwassen leven - voor hun huwelijk, bij het begin van hun carrière - eerst nog 'man van de wereld' worden door te reizen en te zien wat er in de wereld te koop is. Later evolueert dat naar een plezierreis, een cultuurreis naar kunststeden vooral. Die tour wordt ook korter... Dat zou je kunnen beschouwen als het begin van het toerisme zoals wij dat kennen.

Minicruises

Midden in de 18de eeuw zie je een ander soort reisjes opduiken, de 'small tours', kortere reisjes die veel minder lang duren, voor een veel breder publiek. Het zijn cultuurreisjes, plezierreisjes, ze dienen ter ontspanning, soms ook met het accent op gezondheid, met spa-bestemmingen. Eigenlijk is dat een goed excuus om te reizen, te ontspannen, mensen te leren kennen... op kosmopolitische plekken. Spa is zo'n plek. We zitten dan volop in de periode van de Romantiek, met verheerlijking van de natuur. Op het einde van de 18de eeuw zie je al het toerisme in de Maasvallei, in reisverhalen van rond 1720-1730 lees je over de bootjes die ze nemen in Namen om te varen naar Luik. Onderweg heb je de rotsen, de beboste heuvels, mysterieuze kasteelruïnes, die die romantische aantrekkingskracht hebben... Het is eigenlijk een soort minicruise, alhoewel de ontwikkeling ervan, de commercialisering, dan nog erg beperkt is. Het basisconcept - met een boot een route afvaren om onderweg te genieten van de natuur, de cultuur, het culinaire - is hetzelfde. Die lijn kan je doortrekken naar nu, je kan nog altijd cruises doen op de Maas.'

Als je het geluk hebt dat de trein bij jou passeert, heb je toerisme

Van trein en koets tot koning auto

De ontwikkeling van het toerisme heeft natuurlijk ook te maken met bereikbaarheid en de ontwikkeling van transport. Hoe is Wallonië ontsloten voor toerisme?

Gerrit Verhoeven: 'In de 18de eeuw zijn de Maasvallei en Spa de enige toeristische bestemmingen die je relatief vlot kan bereiken. In de 19de eeuw zie je dat uitbreiden met de opkomst van de spoorwegen. Die worden aangelegd om de industriebekkens te verbinden met het centrum en met de haven van Antwerpen. Je ziet wel dat de verbindingen met de meer afgelegen regio's en steden nog altijd met de koets gedaan moeten worden. Pas op het einde van de 19de eeuw raken de Ardennen langzaam maar zeker ontsloten. De spoorwegen spelen daarbij een belangrijke rol. Die bieden hapklare excursies aan, zeggen welke treinen en welke koetsen je moet nemen, waar je kan overnachten, waar je kan eten, er worden brochures en reisgidsen ontwikkeld... De spoorwegen worden dus gelegd vanuit die industriële belangen, maar als je het geluk hebt dat die trein bij jou passeert, dan is er toerisme mogelijk. Dat gebeurt in Han, waar de trein naar Luxemburg passeert. Zo worden de eerste toeristische bestemmingen commercieel uitgebouwd.

Spa, Library of Congress, Prints & Photographs Division
Spa © Library of Congress, Prints & Photographs Division

Die ontsluiting gaat hoe langer hoe verder. Heel veel van de populaire bestemmingen van toen zijn nog steeds toeristische hotspots: Spa, de grotten van Han en Rochefort, de citadel van Dinant, het kasteel van Bouillon duiken al vrij vroeg op... Er komen verschillende toeristische circuits in zwang, vooral in de Ardennen: in de vallei van de Vesder, de Semois, de Ourthe, de streek rond Bouillon... Die koppelen zich allemaal een beetje aan elkaar. De ontwikkeling van de spoorwegen gaat dus hand in hand met de opkomst van het toerisme. Dan komt er ook een hele stroom van toeristische brochures, gidsen en dergelijke op gang. Het zijn de kust en de kuststeden die hiermee beginnen, maar al snel pikt Wallonië in met affiches en publicaties.'

In de jaren 1950 en 1960 ontploft het massatoerisme door de stijgende welvaart.

Toeristische wafelijzerpolitiek

'Tot dan is toerisme vooral nog voorbehouden voor de bovenlaag van de bevolking. Aan het einde van de 18de eeuw zie je de hogere middenklasse opduiken: advocaten, rechters, dokters... Die kunnen een paar keer in hun leven zo'n reisje bekostigen. Het evolueert ook in termen van gender: je ziet dat er al wat meer vrouwen reizen. Op het einde van de 19de eeuw wordt er al veel meer gereisd, met familietochtjes voor een breder publiek. De echte democratisering komt pas later, na 1900. Het massatoerisme voor langere trips zelfs pas na 1950. Tussen de twee wereldoorlogen zie je dat de dagtripjes populairder worden. De invoering van de betaalde vakantie in 1936 is daarbij een belangrijke mijlpaal. De langere vakanties zijn vooral iets van de jaren 1950, 1960. Het toerisme ontploft dan door de stijgende welvaart, het groter aantal vakantiedagen en natuurlijk de opkomst van koning auto.'

'Kamperen wordt ook razend populair. Bij die hele ontwikkeling speelt de communautaire kwestie ook een grote rol, al vanaf de jaren 1930, maar vooral in de jaren 1960 en 1970. Door de wafelijzerpolitiek wordt het budget voor toerisme in België immers verdeeld op een 50/50-basis, terwijl het merendeel van de toeristische overnachtingen aan de kust en de Vlaamse kunststeden gesitueerd is, iets wat vooral bij de Vlaams-nationalistische partijen niet erg goed valt. Vanaf de jaren 1960 hebben we ook statistieken over overnachtingen in België. De Ardennen hebben dan een aandeel tussen 10 à 15 procent van alle toeristische overnachtingen in België. In die periode stijgt de populariteit van buitenlandse vakanties steeds meer. Lange vakanties in eigen land - aan zee en in de Ardennen - raken een beetje uit de gratie, maar verschillende toeristische hotspots in het zuiden van het land blijven wel populair voor dagtrips of een weekendje weg.'

Met z'n allen op reis

'Wat we zeker niet mogen vergeten in dit verhaal, is het sociaal toerisme, omdat dat in het verzuilde België ook belangrijk is. Reizen en toerisme waren bij het ontstaan van dat sociaal toerisme nog vooral voor de elite; de katholieke, liberale en socialistische zuilen probeerden dat te democratiseren. Dat resulteerde vooral in vakantiehuizen waar kinderen van minder gegoede stadsbewoners de gezonde lucht konden gaan opsnuiven in vakantiekampen, aan de kust, in de Kempen en in de Ardennen. Dat sociale toerisme zie je ook in daguitstappen terugkeren. De schoolreisjes naar plekken die we allemaal kennen: naar de grotten van Han, de watervallen van Coo, La Roche-en-Ardenne, het kasteel van Bouillon zijn we allemaal geweest. Ook organisaties als vrouwengildes, automobielclubs en culturele verenigingen ondernemen veel van dit soort daguitstappen en kortere reisjes. Het educatieve element dat in het begin van het toerisme, bij die Grand Tour, zo belangrijk is, speelt op deze manier ook een rol bij het binnenlands toerisme.'

Het erfgoedtoerisme zit in de lift.

Nieuw elan

'Reizen om te leren' is een constante gebleven, al verandert de focus wel. Sinds de jaren 1990 groeit ook de interesse voor de industriële plekken die ons land na de Industriële Revolutie groot hebben gemaakt, in de vorm van erfgoed-toerisme. Denk aan Le Grand Hornu en de mijn van Blegny... De bewondering daarvoor was er al langer: denk aan Victor Hugo die in 1837 al schreef over de Cockerill-fabrieken van Luik, die zo'n bijzonder schouwspel waren, 'waar je alle soorten van vuur kan zien, dat uit de fabrieken opstijgen'. Het erfgoed-toerisme zit in de lift, al valt daar nog heel veel te ontwikkelen, als je vergelijkt met de Britten met hun National Trust.'

'In contrast daarmee heb je de natuurrecreatie en de sportieve recreatie die nu zo populair is. Gaan langlaufen in de Hoge Venen die zeldzame keren dat er sneeuw valt, maar ook watersporters, fervente wandelaars en fanatieke fietsers en mountainbikers hebben dankzij de prachtige parken en natuurgebieden in Wallonië veel opties. Door de wereldwijde pandemie die op dit moment het internationale toerisme grotendeels lamlegt, groeit de interesse voor wat er allemaal te bezichtigen en te ontdekken valt in eigen land, over de taalgrens heen. Dat geeft het toerisme in Wallonië een nieuw elan.'

Spa & spa

Waarom heet een spa een spa? Omdat Spa als badplaats al in de 16de eeuw als een van de eerste begint met de handel in thermaal water en die flesjes 'gebottelde gezondheid' in grote hoeveelheden uitvoert over heel Europa. Zo zet Spa niet alleen z'n thermale kuren op de wereldkaart, maar wordt 'spa' ook het synoniem voor 'kuuroord'. Spa wordt zo'n populaire ontmoetingsplaats voor de adel en de hogere Europese burgerij, dat keizer Jozef na z'n bezoek in 1781 Spa herdoopt tot 'het café van Europa.' Tsaar Peter de Grote, Victor Hugo (die er een grondige hekel aan had) , Alexandre Dumas père zijn beroemde gasten, om er een paar te noemen. Giacomo Casanova, de grote vrouwenverleider, schrijft zelfs over Spa in zijn 'Histoire de ma vie'.

Casino

Het is ook in Spa dat het eerste moderne casino wordt geopend. Als de omwentelingen van de Franse Revolutie door Europa rollen, ontsnapt ook Spa niet. In augustus 1807 wordt het centrum van de stad ook nog eens verwoest door een grote brand. Spa verliest veel van z'n internationale allure, maar onder impuls van Leopold II - die er de Galerie Leopold II laat bouwen - herleeft het kuuroord. Koningin Marie-Henriette trekt zich - samen met een deel van haar hofhouding - steeds vaker terug in het koninklijke buitenverblijf in Spa, vanaf 1895 woont ze er permanent. Ze ontspant er in het kuuroord, in de jaren 1860 worden de Thermen opgetrokken met 54 uitgeruste baden en turfbaden. In 1905 wordt het kuuroord helemaal gemoderniseerd. De beide Wereldoorlogen gooien roet in het eten, maar met de inhuldiging van de Heures Claires begint het sociale kuurtoerisme. De populariteit daarvan leidt tot de bouw van een nieuw thermaal centrum; de Thermen van Spa zijn een ontwerp van architect Strebelle, die ook de Place Saint Lambert ontworpen heeft.

Staatkundig wonen we onder één dak. Voor onze vrije tijd trekken we graag naar de groene longen van de Ardennen. We slaan graag een babbeltje met onze gastvrije compatriotes. En toch weten veel Vlamingen zo weinig over Wallonië, zijn inwoners, geschiedenis, erfgoed en cultuur. Het lijkt alsof de taalgrens wel een kennisgrens is. Maar nu Vlamingen tijdens de pandemie meer in Wallonië ontspanning zoeken, groeit ook hun belangstelling voor wat daar leeft. Vroeger trokken ze naar Wallonië om er met hard labeur de kost te verdienen. Nu is het een plek om te ontspannen en geld te spenderen. Ze vinden er een land dat rijk is aan natuur en geschiedenis.Knack Historia Wallonië gidst u door Wallonië en werpt een verfrissende blik op onze naaste buren. Een oogopener die uw volgende uitstap nog waardevoller maakt en de actualiteit in een breder kader plaatst. In deze tekst uit Knack Historia Wallonië maken we een reis door de gescheidenis van het toerisme in Wallonië. Hoe heeft het toerisme in het zuiden van ons land zich ontwikkeld? Gerrit Verhoeven, professor aan de universiteit Antwerpen bij het departement Erfgoed en wetenschappelijk medewerker bij de Koninklijke musea voor Kunst en Geschiedenis, neemt u bij de hand. Bij zijn bachelorpaper als student moderne geschiedenis kreeg Gerrit Verhoeven een onderwerp over toerisme aangereikt, sindsdien heeft de geschiedenis van het toerisme hem niet meer losgelaten. Zijn masterthesis ging over reisgidsen, zijn doctoraat over de Vlaamse en Nederlandse Grand Tour. Het concept toerisme en de veranderende inhoud ervan is een rode draad doorheen zijn historisch onderzoek. Gerrit Verhoeven: 'In de Nederlanden wordt de Grand Tour populair op het einde van de 16de, begin 17de eeuw. Dat is echt een educatiereis, je gaat 'reizen om te leren'. Je kan het vergelijken met een gap year nu: een jaar reizen als je afgestudeerd bent en voor je begint te werken. Alleen, zo'n Grand Tour duurt toch al gemakkelijk drie à vier jaar en is voorbehouden aan de rijken. Het zijn mannen die tussen hun studie en het begin van hun volwassen leven - voor hun huwelijk, bij het begin van hun carrière - eerst nog 'man van de wereld' worden door te reizen en te zien wat er in de wereld te koop is. Later evolueert dat naar een plezierreis, een cultuurreis naar kunststeden vooral. Die tour wordt ook korter... Dat zou je kunnen beschouwen als het begin van het toerisme zoals wij dat kennen.Midden in de 18de eeuw zie je een ander soort reisjes opduiken, de 'small tours', kortere reisjes die veel minder lang duren, voor een veel breder publiek. Het zijn cultuurreisjes, plezierreisjes, ze dienen ter ontspanning, soms ook met het accent op gezondheid, met spa-bestemmingen. Eigenlijk is dat een goed excuus om te reizen, te ontspannen, mensen te leren kennen... op kosmopolitische plekken. Spa is zo'n plek. We zitten dan volop in de periode van de Romantiek, met verheerlijking van de natuur. Op het einde van de 18de eeuw zie je al het toerisme in de Maasvallei, in reisverhalen van rond 1720-1730 lees je over de bootjes die ze nemen in Namen om te varen naar Luik. Onderweg heb je de rotsen, de beboste heuvels, mysterieuze kasteelruïnes, die die romantische aantrekkingskracht hebben... Het is eigenlijk een soort minicruise, alhoewel de ontwikkeling ervan, de commercialisering, dan nog erg beperkt is. Het basisconcept - met een boot een route afvaren om onderweg te genieten van de natuur, de cultuur, het culinaire - is hetzelfde. Die lijn kan je doortrekken naar nu, je kan nog altijd cruises doen op de Maas.'De ontwikkeling van het toerisme heeft natuurlijk ook te maken met bereikbaarheid en de ontwikkeling van transport. Hoe is Wallonië ontsloten voor toerisme? Gerrit Verhoeven: 'In de 18de eeuw zijn de Maasvallei en Spa de enige toeristische bestemmingen die je relatief vlot kan bereiken. In de 19de eeuw zie je dat uitbreiden met de opkomst van de spoorwegen. Die worden aangelegd om de industriebekkens te verbinden met het centrum en met de haven van Antwerpen. Je ziet wel dat de verbindingen met de meer afgelegen regio's en steden nog altijd met de koets gedaan moeten worden. Pas op het einde van de 19de eeuw raken de Ardennen langzaam maar zeker ontsloten. De spoorwegen spelen daarbij een belangrijke rol. Die bieden hapklare excursies aan, zeggen welke treinen en welke koetsen je moet nemen, waar je kan overnachten, waar je kan eten, er worden brochures en reisgidsen ontwikkeld... De spoorwegen worden dus gelegd vanuit die industriële belangen, maar als je het geluk hebt dat die trein bij jou passeert, dan is er toerisme mogelijk. Dat gebeurt in Han, waar de trein naar Luxemburg passeert. Zo worden de eerste toeristische bestemmingen commercieel uitgebouwd. Die ontsluiting gaat hoe langer hoe verder. Heel veel van de populaire bestemmingen van toen zijn nog steeds toeristische hotspots: Spa, de grotten van Han en Rochefort, de citadel van Dinant, het kasteel van Bouillon duiken al vrij vroeg op... Er komen verschillende toeristische circuits in zwang, vooral in de Ardennen: in de vallei van de Vesder, de Semois, de Ourthe, de streek rond Bouillon... Die koppelen zich allemaal een beetje aan elkaar. De ontwikkeling van de spoorwegen gaat dus hand in hand met de opkomst van het toerisme. Dan komt er ook een hele stroom van toeristische brochures, gidsen en dergelijke op gang. Het zijn de kust en de kuststeden die hiermee beginnen, maar al snel pikt Wallonië in met affiches en publicaties.''Tot dan is toerisme vooral nog voorbehouden voor de bovenlaag van de bevolking. Aan het einde van de 18de eeuw zie je de hogere middenklasse opduiken: advocaten, rechters, dokters... Die kunnen een paar keer in hun leven zo'n reisje bekostigen. Het evolueert ook in termen van gender: je ziet dat er al wat meer vrouwen reizen. Op het einde van de 19de eeuw wordt er al veel meer gereisd, met familietochtjes voor een breder publiek. De echte democratisering komt pas later, na 1900. Het massatoerisme voor langere trips zelfs pas na 1950. Tussen de twee wereldoorlogen zie je dat de dagtripjes populairder worden. De invoering van de betaalde vakantie in 1936 is daarbij een belangrijke mijlpaal. De langere vakanties zijn vooral iets van de jaren 1950, 1960. Het toerisme ontploft dan door de stijgende welvaart, het groter aantal vakantiedagen en natuurlijk de opkomst van koning auto.''Kamperen wordt ook razend populair. Bij die hele ontwikkeling speelt de communautaire kwestie ook een grote rol, al vanaf de jaren 1930, maar vooral in de jaren 1960 en 1970. Door de wafelijzerpolitiek wordt het budget voor toerisme in België immers verdeeld op een 50/50-basis, terwijl het merendeel van de toeristische overnachtingen aan de kust en de Vlaamse kunststeden gesitueerd is, iets wat vooral bij de Vlaams-nationalistische partijen niet erg goed valt. Vanaf de jaren 1960 hebben we ook statistieken over overnachtingen in België. De Ardennen hebben dan een aandeel tussen 10 à 15 procent van alle toeristische overnachtingen in België. In die periode stijgt de populariteit van buitenlandse vakanties steeds meer. Lange vakanties in eigen land - aan zee en in de Ardennen - raken een beetje uit de gratie, maar verschillende toeristische hotspots in het zuiden van het land blijven wel populair voor dagtrips of een weekendje weg.''Wat we zeker niet mogen vergeten in dit verhaal, is het sociaal toerisme, omdat dat in het verzuilde België ook belangrijk is. Reizen en toerisme waren bij het ontstaan van dat sociaal toerisme nog vooral voor de elite; de katholieke, liberale en socialistische zuilen probeerden dat te democratiseren. Dat resulteerde vooral in vakantiehuizen waar kinderen van minder gegoede stadsbewoners de gezonde lucht konden gaan opsnuiven in vakantiekampen, aan de kust, in de Kempen en in de Ardennen. Dat sociale toerisme zie je ook in daguitstappen terugkeren. De schoolreisjes naar plekken die we allemaal kennen: naar de grotten van Han, de watervallen van Coo, La Roche-en-Ardenne, het kasteel van Bouillon zijn we allemaal geweest. Ook organisaties als vrouwengildes, automobielclubs en culturele verenigingen ondernemen veel van dit soort daguitstappen en kortere reisjes. Het educatieve element dat in het begin van het toerisme, bij die Grand Tour, zo belangrijk is, speelt op deze manier ook een rol bij het binnenlands toerisme.''Reizen om te leren' is een constante gebleven, al verandert de focus wel. Sinds de jaren 1990 groeit ook de interesse voor de industriële plekken die ons land na de Industriële Revolutie groot hebben gemaakt, in de vorm van erfgoed-toerisme. Denk aan Le Grand Hornu en de mijn van Blegny... De bewondering daarvoor was er al langer: denk aan Victor Hugo die in 1837 al schreef over de Cockerill-fabrieken van Luik, die zo'n bijzonder schouwspel waren, 'waar je alle soorten van vuur kan zien, dat uit de fabrieken opstijgen'. Het erfgoed-toerisme zit in de lift, al valt daar nog heel veel te ontwikkelen, als je vergelijkt met de Britten met hun National Trust.''In contrast daarmee heb je de natuurrecreatie en de sportieve recreatie die nu zo populair is. Gaan langlaufen in de Hoge Venen die zeldzame keren dat er sneeuw valt, maar ook watersporters, fervente wandelaars en fanatieke fietsers en mountainbikers hebben dankzij de prachtige parken en natuurgebieden in Wallonië veel opties. Door de wereldwijde pandemie die op dit moment het internationale toerisme grotendeels lamlegt, groeit de interesse voor wat er allemaal te bezichtigen en te ontdekken valt in eigen land, over de taalgrens heen. Dat geeft het toerisme in Wallonië een nieuw elan.'