De terugkeer van wolven naar het bekende Yellowstone National Park in de VS in 1995 gaf populariteit aan het idee om verloren gewaande diersoorten in moderne omgevingen te herintroduceren. En hoewel wetenschappers de ecologische gevolgen nog altijd volledig proberen te doorgronden, heeft de herintroductie van de wolf waarschijnlijk voordelen gehad voor andere soorten. Dat laat zien hoe natuurbehoud het verlies van biodiversiteit niet alleen kan afremmen, maar zelfs kan omkeren.

Het wolvenproject vond plaats in een uitgestrekte beschermde wildernis. Veel plaatsen waar biologen nu grote wilde dieren hopen te herintroduceren - of het nu gaat om de lynx in Groot-Brittannië of het jachtluipaard in India - liggen echter een stuk dichter bij door mensen bewoond gebied, met alle mogelijke botsingen tussen mens en natuur van dien.

In Zuid-Korea, een land dat ongeveer net zo groot en ongeveer net zo dichtbevolkt is als Engeland, zijn natuurbeschermers bezig met het herstel van de inheemse berenpopulatie. Het gaat om de Aziatische zwarte beer, ook wel kraagbeer genoemd. Hoewel iets kleiner dan zijn Noord-Amerikaanse neef, is dit nog steeds een groot wild dier, dat angst kan oproepen en een risico kan vormen voor mensenlevens en eigendommen.

Boerderijberen

Ik wilde weten hoe Zuid-Korea dit ambitieuze project uitvoert. Dus reisde ik naar het Jirisan National Park, een bergachtig gebied in het uiterste zuiden van het Koreaanse schiereiland.

Tegen de jaren 1990 vormde Jirisan, naast de incidentele waarneming in de Koreaanse gedemilitariseerde zone (DMZ), het laatste leefgebied voor de Aziatische zwarte beer in Zuid-Korea. Door pogingen aan het begin van de twintigste eeuw van het koloniale Japanse regime om het dier uit te roeien en overbejaging na de onafhankelijkheid in 1945, ging het al een tijd slecht met de soort. Tegen het einde van de vorige eeuw waren er naar schatting nog maar vijf wilde beren in het land, en stond de soort op het punt van uitsterven in Zuid-Korea.

Maar dit waren niet de enige beren in het land. Een grote populatie leefde nog op boerderijen, waar berengal en andere lichaamsdelen (voor gebruik in traditionele geneeskunde) en ook berenvlees geproduceerd werd. Sinds de jaren negentig treedt Zuid-Korea hard op tegen de handel in berenproducten, maar de overgebleven populatie van zo'n 380 in gevangenschap levende beren overstijgt nog altijd het aantal in het wild (ongeveer zeventig in 2021).

., Getty Images
. © Getty Images

Die gevangen beren lijken misschien de ideale dieren om een wilde populatie mee op te bouwen. Maar de beren behoorden tot een reeks ondersoorten en waren potentiële wandelende ziekterisico's. Jarenlange voeding door mensen betekende ook dat de beren contact konden zoeken - en conflicten veroorzaken - met mensen. In plaats van deze dieren werden daarom beren geïmporteerd uit China, Rusland en Noord-Korea. In 2004 werden de eerste zes welpen vrijgelaten in Jirisan.

Hoe werd het programma succesvol?

Er werden geen grootse claims gedaan over hervormen van de relatie tussen mens en natuur, noch werd er verandering beloofd in eeuwenoude methodes rond het beheer van landschappen - ideeën die we vaak tegenkomen in discussies over verwildering. In plaats daarvan stelden de Zuid-Koreaanse natuurbeschermers een bescheiden doel: een populatie van vijftig beren terugbrengen in een enkel beschermd gebied.

Zogenoemde 'zachte vrijlating', waarbij beren in hokken worden gehouden om te acclimatiseren aan hun omgeving voordat ze worden vrijgelaten, en uitgebreide monitoring van de beren na vrijlating, vergrootten de overlevingskansen voor een vrijgelaten beer. Beren die te ver afdwaalden, werden teruggebracht naar het nationale park.

Ook het besluit de beren in gevangenschap te fokken, ondersteund door verregaande veterinaire expertise, heeft bijgedragen aan de groei van de populatie. Een mijlpaal was de eerste succesvolle kunstmatige inseminatie ter wereld bij dit berengeslacht: een zegen voor het behoud van genetische diversiteit in een kleine populatie. Tot slot werden ook beren die gewond geraakt waren door valstrikken of aanrijdingen, met succes teruggezet in het wild.

De aanvankelijke doelstelling van vijftig beren werd ruimschoots gehaald en de populatie staat nu op meer dan zeventig. Een recente studie wees uit dat sommige beren zich nu over Zuid-Korea verspreiden, wat suggereert dat Jirisan National Park haar berenlimiet bijna heeft bereikt.

Beren buiten beschermd gebied

Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. De natuurbeschermers zijn er tot nu toe verrassend goed in geslaagd conflicten tussen beren en mensen tot het minimum te beperken. Ook investeren ze in steun voor het berenproject in Jirisan National Park door educatieve programma's, presentaties voor bewoners en wandelaars, een centrum waar bezoekers kunnen leren over het herintroductieprogramma en zelfs een beermascotte voor de Paralympische Winterspelen van Pyeongchang in 2018.

Maar zodra beren buiten het nationale park verschijnen, duiken de media er bovenop. Dit kan de inspanningen in de weg staan om tolerantie te kweken en een dialoog met de bevolking op te starten over de realiteit van leven met beren. Een ander probleem vormen de mensen die beren voeren, net als illegale wildvallen, die beren ernstig kunnen verwonden. Is Zuid-Korea, nu het land de volgende fase van het herintroductieprogramma ingaat, bereid om beren ook buiten beschermd gebied te accepteren?

Het is interessant om de beren de komende jaren te volgen terwijl natuurbeschermers zich over die vragen buigen. En Aziatische zwarte beren zijn nog maar het begin. Zuid-Korea heeft sindsdien programma's opgezet om de populatie van de rode vos, die verrassend zeldzaam is in het land, te herstellen, net als de langstaartgoral, een geitachtig zoogdier waarvan de populaties door stroperij en verlies van leefgebied zijn teruggelopen.

Ook deze programma's zullen met uitdagingen gepaard gaan, maar Zuid-Korea heeft veel expertise getoond op het gebied van de herintroductie van zoogdieren. Expertise waar andere landen van kunnen leren.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

De terugkeer van wolven naar het bekende Yellowstone National Park in de VS in 1995 gaf populariteit aan het idee om verloren gewaande diersoorten in moderne omgevingen te herintroduceren. En hoewel wetenschappers de ecologische gevolgen nog altijd volledig proberen te doorgronden, heeft de herintroductie van de wolf waarschijnlijk voordelen gehad voor andere soorten. Dat laat zien hoe natuurbehoud het verlies van biodiversiteit niet alleen kan afremmen, maar zelfs kan omkeren.Het wolvenproject vond plaats in een uitgestrekte beschermde wildernis. Veel plaatsen waar biologen nu grote wilde dieren hopen te herintroduceren - of het nu gaat om de lynx in Groot-Brittannië of het jachtluipaard in India - liggen echter een stuk dichter bij door mensen bewoond gebied, met alle mogelijke botsingen tussen mens en natuur van dien.In Zuid-Korea, een land dat ongeveer net zo groot en ongeveer net zo dichtbevolkt is als Engeland, zijn natuurbeschermers bezig met het herstel van de inheemse berenpopulatie. Het gaat om de Aziatische zwarte beer, ook wel kraagbeer genoemd. Hoewel iets kleiner dan zijn Noord-Amerikaanse neef, is dit nog steeds een groot wild dier, dat angst kan oproepen en een risico kan vormen voor mensenlevens en eigendommen.Ik wilde weten hoe Zuid-Korea dit ambitieuze project uitvoert. Dus reisde ik naar het Jirisan National Park, een bergachtig gebied in het uiterste zuiden van het Koreaanse schiereiland.Tegen de jaren 1990 vormde Jirisan, naast de incidentele waarneming in de Koreaanse gedemilitariseerde zone (DMZ), het laatste leefgebied voor de Aziatische zwarte beer in Zuid-Korea. Door pogingen aan het begin van de twintigste eeuw van het koloniale Japanse regime om het dier uit te roeien en overbejaging na de onafhankelijkheid in 1945, ging het al een tijd slecht met de soort. Tegen het einde van de vorige eeuw waren er naar schatting nog maar vijf wilde beren in het land, en stond de soort op het punt van uitsterven in Zuid-Korea.Maar dit waren niet de enige beren in het land. Een grote populatie leefde nog op boerderijen, waar berengal en andere lichaamsdelen (voor gebruik in traditionele geneeskunde) en ook berenvlees geproduceerd werd. Sinds de jaren negentig treedt Zuid-Korea hard op tegen de handel in berenproducten, maar de overgebleven populatie van zo'n 380 in gevangenschap levende beren overstijgt nog altijd het aantal in het wild (ongeveer zeventig in 2021).Die gevangen beren lijken misschien de ideale dieren om een wilde populatie mee op te bouwen. Maar de beren behoorden tot een reeks ondersoorten en waren potentiële wandelende ziekterisico's. Jarenlange voeding door mensen betekende ook dat de beren contact konden zoeken - en conflicten veroorzaken - met mensen. In plaats van deze dieren werden daarom beren geïmporteerd uit China, Rusland en Noord-Korea. In 2004 werden de eerste zes welpen vrijgelaten in Jirisan.Er werden geen grootse claims gedaan over hervormen van de relatie tussen mens en natuur, noch werd er verandering beloofd in eeuwenoude methodes rond het beheer van landschappen - ideeën die we vaak tegenkomen in discussies over verwildering. In plaats daarvan stelden de Zuid-Koreaanse natuurbeschermers een bescheiden doel: een populatie van vijftig beren terugbrengen in een enkel beschermd gebied.Zogenoemde 'zachte vrijlating', waarbij beren in hokken worden gehouden om te acclimatiseren aan hun omgeving voordat ze worden vrijgelaten, en uitgebreide monitoring van de beren na vrijlating, vergrootten de overlevingskansen voor een vrijgelaten beer. Beren die te ver afdwaalden, werden teruggebracht naar het nationale park.Ook het besluit de beren in gevangenschap te fokken, ondersteund door verregaande veterinaire expertise, heeft bijgedragen aan de groei van de populatie. Een mijlpaal was de eerste succesvolle kunstmatige inseminatie ter wereld bij dit berengeslacht: een zegen voor het behoud van genetische diversiteit in een kleine populatie. Tot slot werden ook beren die gewond geraakt waren door valstrikken of aanrijdingen, met succes teruggezet in het wild.De aanvankelijke doelstelling van vijftig beren werd ruimschoots gehaald en de populatie staat nu op meer dan zeventig. Een recente studie wees uit dat sommige beren zich nu over Zuid-Korea verspreiden, wat suggereert dat Jirisan National Park haar berenlimiet bijna heeft bereikt.Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. De natuurbeschermers zijn er tot nu toe verrassend goed in geslaagd conflicten tussen beren en mensen tot het minimum te beperken. Ook investeren ze in steun voor het berenproject in Jirisan National Park door educatieve programma's, presentaties voor bewoners en wandelaars, een centrum waar bezoekers kunnen leren over het herintroductieprogramma en zelfs een beermascotte voor de Paralympische Winterspelen van Pyeongchang in 2018.Maar zodra beren buiten het nationale park verschijnen, duiken de media er bovenop. Dit kan de inspanningen in de weg staan om tolerantie te kweken en een dialoog met de bevolking op te starten over de realiteit van leven met beren. Een ander probleem vormen de mensen die beren voeren, net als illegale wildvallen, die beren ernstig kunnen verwonden. Is Zuid-Korea, nu het land de volgende fase van het herintroductieprogramma ingaat, bereid om beren ook buiten beschermd gebied te accepteren?Het is interessant om de beren de komende jaren te volgen terwijl natuurbeschermers zich over die vragen buigen. En Aziatische zwarte beren zijn nog maar het begin. Zuid-Korea heeft sindsdien programma's opgezet om de populatie van de rode vos, die verrassend zeldzaam is in het land, te herstellen, net als de langstaartgoral, een geitachtig zoogdier waarvan de populaties door stroperij en verlies van leefgebied zijn teruggelopen.Ook deze programma's zullen met uitdagingen gepaard gaan, maar Zuid-Korea heeft veel expertise getoond op het gebied van de herintroductie van zoogdieren. Expertise waar andere landen van kunnen leren.Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.