De klimaatverandering gooit de seizoenen helemaal door elkaar, blijkt uit een studie in Geophysical Research Letters. In de jaren 1950 waren de seizoenen nog relatief gelijkmatig verdeeld en voorspelbaar, maar sindsdien werden de zomers gestaag langer en heter, terwijl de winters korter en warmer worden.

De studie gebruikt historische dagelijkse klimaatgegevens van 1952 tot 2011 om veranderingen in de lengte en het begin van de vier seizoenen op het noordelijk halfrond te meten. Daaruit blijkt dat de gemiddelde zomer is gegroeid van 78 naar 95 dagen, terwijl de winter kromp van gemiddeld 76 naar 73 dagen. Ook de lente en de herfst krompen. De veranderingen waren het grootst in het Middellandse Zeegebied en het Tibetaanse Plateau.

Op basis van klimaatmodellen voorspelt het onderzoeksteam hoe die trend zich verder zal doorzetten tot het einde van deze eeuw. Winters op het noordelijk halfrond zullen nog amper twee maanden duren, terwijl de zomer bijna zes maanden aanhoudt. Ook de overgangsperioden in de lente en de herfst krimpen verder.

Grote impact

Een langere zomer lijkt aanlokkelijk, maar de verschuivingen hebben enorme consequenties voor de landbouw, de volksgezondheid en hele ecosystemen, waarschuwt de studie. De snelle veranderingen kunnen ertoe leiden dat de kalenders van dier- en plantensoorten niet meer op elkaar zijn afgesteld, waardoor hele ecosystemen ontwricht raken.

Seizoensveranderingen kunnen ook grote schade aanrichten aan de landbouw, vooral wanneer 'valse lentes' of late sneeuwstormen ontluikende planten in de problemen brengen. Langere groeiseizoenen beteken ook meer pollen voor mensen met een allergie, en meer bereik voor muggen die ziektes kunnen overdragen.

Een warmere en langere zomer gaat bovendien gepaard met meer en intensievere hittegolven en bosbranden, terwijl instabiele, kortere winters gepaard kunnen gaan met koudegolven en winterstormen, net als de recente sneeuwstormen in Texas en Israël.

De klimaatverandering gooit de seizoenen helemaal door elkaar, blijkt uit een studie in Geophysical Research Letters. In de jaren 1950 waren de seizoenen nog relatief gelijkmatig verdeeld en voorspelbaar, maar sindsdien werden de zomers gestaag langer en heter, terwijl de winters korter en warmer worden.De studie gebruikt historische dagelijkse klimaatgegevens van 1952 tot 2011 om veranderingen in de lengte en het begin van de vier seizoenen op het noordelijk halfrond te meten. Daaruit blijkt dat de gemiddelde zomer is gegroeid van 78 naar 95 dagen, terwijl de winter kromp van gemiddeld 76 naar 73 dagen. Ook de lente en de herfst krompen. De veranderingen waren het grootst in het Middellandse Zeegebied en het Tibetaanse Plateau.Op basis van klimaatmodellen voorspelt het onderzoeksteam hoe die trend zich verder zal doorzetten tot het einde van deze eeuw. Winters op het noordelijk halfrond zullen nog amper twee maanden duren, terwijl de zomer bijna zes maanden aanhoudt. Ook de overgangsperioden in de lente en de herfst krimpen verder.Een langere zomer lijkt aanlokkelijk, maar de verschuivingen hebben enorme consequenties voor de landbouw, de volksgezondheid en hele ecosystemen, waarschuwt de studie. De snelle veranderingen kunnen ertoe leiden dat de kalenders van dier- en plantensoorten niet meer op elkaar zijn afgesteld, waardoor hele ecosystemen ontwricht raken.Seizoensveranderingen kunnen ook grote schade aanrichten aan de landbouw, vooral wanneer 'valse lentes' of late sneeuwstormen ontluikende planten in de problemen brengen. Langere groeiseizoenen beteken ook meer pollen voor mensen met een allergie, en meer bereik voor muggen die ziektes kunnen overdragen.Een warmere en langere zomer gaat bovendien gepaard met meer en intensievere hittegolven en bosbranden, terwijl instabiele, kortere winters gepaard kunnen gaan met koudegolven en winterstormen, net als de recente sneeuwstormen in Texas en Israël.