Muskusossen in Noorwegen en Alaska

Muskusossen zijn stevige dieren met een grote kop met imposante hoorns en een dikke vacht die tot op de grond hangt. Dankzij die dikke vacht kunnen ze extreem lage temperaturen verdragen. De dieren lopen al zo'n 250.000 jaar rond op aarde en waren tijdgenoten van de mammoeten.

Muskusossen kunnen enkel leven in gebieden waar het niet warmer wordt dan tien graden. Dat betekent dat ze kunnen overleven in arctische regio's in het noorden van Canada en Rusland, in Alaska, Groenland en Noorwegen.

Muskusossen, Getty Images
Muskusossen © Getty Images

In Alaska werd door Europese pioniers zoveel op muskusossen gejaagd dat ze tegen het jaar 1900 allemaal verdwenen waren. Muskusossen hebben de gewoonte om in een cirkel te gaan staan om zich te weren tegen aanvallen van wolven, een hele effectieve verdedigingsstrategie. Maar voor jagers met geweren, maken ze zich op die manier juist heel kwetsbaar. Jagers konden de dieren heel gemakkelijk doodschieten. Ze verdwenen dan ook in een snel tempo.

Bij muskusossen werd al vroeg geprobeerd ze terug te introduceren in het wild. In Groenland werden in de jaren dertig van de twintigste al 34 muskusossen uitgezet op Nunivak Island. De dieren konden daar zo goed gedijen dat in de jaren zestig en daarna nog eens in de jaren tachtig ossen overgebracht konden worden naar plaatsen als Seward Peninsula, Nelson Island en Arctic National Wildlife Refugee in Alaska. In het jaar 2000 was het aantal muskusossen al gegroeid tot vierduizend. De laatste jaren begint het aantal wel weer een beetje te dalen.

Muskusossen, Getty Images
Muskusossen © Getty Images

Dichter bij huis kan je ook naar Noorwegen reizen om muskusossen te zien. Daar werden tussen 1947 en 1953 muskusossen uit Groenland teruggebracht in het wild: in Dovrefjell National Park. Ondertussen is de populatie daar gegroeid tot zo'n tweehonderd dieren.

2. Europese bizons (wisenten) in Nederland

Bij de bizon denken we meestal meteen aan de prairies in de Verenigde Staten waar deze dieren massaal werden afgeslacht door blanke Amerikanen. Maar in Europa voltrok zich eenzelfde ramp. Of eigenlijk nog erger: van de miljoenen bizons die ooit in de VS rondliepen, bleven er in 1900 nog ongeveer duizend over, maar uit Europa verdwenen ze helemaal.

In Europa werd zo intensief op bizons gejaagd dat ze eerst werden verdreven naar de verste uithoeken van het contintent en daarna volledig uitstierven in het wild. In 1919 overleed de laatste wilde bizon in Polen, in 1927 de laatste in de Russische Kaukasus. Dat er tegenwoordig nog wisenten zijn, is te danken aan 54 dieren die in dierentuinen verbleven.

Wisent in de Maashorst, Getty Images
Wisent in de Maashorst © Getty Images

In 1952 werden er voor het eerst weer bizons teruggebracht naar de natuur, naar het Bialowieza bos in Polen. Andere landen volgden. Toch is de Europese bizon nog altijd in gevaar en staat hij op de IUCN Rode Lijst van Bedreigde Dieren. In totaal komen er ongeveer 5.500 Europese bizons voor in het wild.

Sinds 2007 ook in Nederland toen er drie bizons uit Polen naar Zuid-Kennemerland werden gebracht. Nu, ruim tien jaar later, is de groep gegroeid tot dertig. De dieren hebben meteen een positief effect op het landschap. Het duingebied dreigde dicht te groeien met bomen en struiken waardoor het een eenzijdig landschap zou worden. Wisenten eten graag houtige planten en zorgden er zo voor dat het landschap openbleef. Dankzij de komst van wisenten is er weer meer variatie in vegetatie te zien.

Wisenten in Kennemerland, Getty Images
Wisenten in Kennemerland © Getty Images

Omdat de herintroductie zo'n succes is geworden, zijn bizons nog op twee andere plaatsen in Nederland uitgezet: in de Maashorst in Noord-Brabant waar nu vijftien wisenten rondlopen en op de Veluwe waar zeven wisenten te vinden zijn.

3. Wolven in Yellowstone National Park in Wyoming, Verenigde Staten

Een ander succesverhaal zijn de wolven die in 1995 uitgezet werden in Yellowstone National Park. De roofdieren waren 75 jaar weggeweest nadat de laatste wolf in 1920 werd gedood. De boeren rondom het national park zaten niet te wachten op de terugkeer van de wolf omdat ze bang waren dat wolven hun vee zouden doden.

Wolven, Getty Images
Wolven © Getty Images

Biologen daarentegen vonden de terugkeer noodzakelijk omdat door de afwezigheid van de wolf het aantal wapiti's (grote herten) in Yellowstone zo sterk was gestegen dat ze het hele ecosysteem beschadigden. De herten aten alle jonge struikjes en planten op voordat deze de kans kregen om te groeien. Niet alleen dreigde het gevaar dat sommige planten volledig zouden verdwijnen uit het park, maar ook de erosie verergde doordat de wortels van de planten de grond niet langer vasthielden.

Wolven, Getty Images
Wolven © Getty Images

En dus werden in 1995 acht grijze wolven uit Jasper National Park in Canada verplaatst naar Yellowstone. Ondertussen wandelen er weer 61 wolven verdeeld over 8 roedels rond door de natuur.

Hebben de wolven het verwachte resultaat opgeleverd? Het antwoord is volmondig 'ja'. Ze hebben zelfs meer positieve effecten gehad dan de biologen hadden voorzien en het proces is nog steeds gaande. Door de introductie van de wolven, blijven de wapiti's niet langer op één plaats grazen, maar trekken ze meer rond. Jonge wilgen langs de rivier konden daardoor weer gaan groeien.

Wolven, Getty Images
Wolven © Getty Images

Wilgen trekken op hun beurt weer grote groepen zangvogels en bevers aan want bevers hebben wilgen nodig om de winter te overleven. In 1995 was er nog maar één beverkolonie van ongeveer zes dieren over, ondertussen leven er weer zo'n vijfhonderd bevers. De dammen van bevers trekken weer otters en allerlei soorten vissen en amfibieën.

4. Reuzenschildpadden op de Galapagoseilanden

In 2012 overleed het laatste reuzenschildpad op Pinta Island: de beroemde Lonely George. Van twee andere eilanden van de Galapagoseilanden - Floreana en Santa Fe - verdwenen de dieren al in de achttiende eeuw. Ze stierven uit doordat walvisvaarders en zeerovers ze toen gebruikten als voedsel. Later werden ze gedood om hun olie. De genadeslag werd toegebracht door diersoorten die mensen meebrachten zoals ratten, katten, varkens, geiten en ezels die hun habitat vernielden.

Reuzenschildpad, Getty Images
Reuzenschildpad © Getty Images

Genetische analyse van schildpadden die op de andere Galapagoseilanden leefden en van exemplaren in musea, maakten het mogelijk de schildpadden weer te fokken en terug te brengen naar de eilanden waar ze twee eeuwen geleden verdwenen.

De eerste schildpadden werden op Pinta Island uitgezet in 2010. Op Sante Fe Island gebeurde dat tussen 2015 en 2017 en in 2017 werd ook een fokprogramma opgezet om de schildpadden die vroeger op Floreana Island rondwandelden weer tot leven te wekken.

Reuzenschildpad, Getty Images
Reuzenschildpad © Getty Images

Alhoewel het nog te vroeg is om te zeggen of het fokken en uitzetten succesvol is, zijn de eerste resultaat hoopvol. De dieren verspreiden zich over de eilanden en zijn tot nu toe allemaal in leven gebleven.

5. Californische condor in het zuidwesten van de Verenigde Staten

De Californische condor is, met een spanwijdte van bijna drie meter, de grootste landvogel in de Verenigde Staten. De enorme vogels kwamen oorspronkelijk voor van Californië tot Florida en van het westen van Canada tot Mexico. Hun aantal daalde dramatisch in de twintigste eeuw. De belangrijkste doodsoorzaak van de dieren was loodvergiftiging. Condors eten de karkassen van dode dieren en omdat die hoofdzakelijk aan hun einde kwamen door de kogels van jagers, kregen condors op die manier veel te veel lood binnen. Maar ook de jacht op de vogels zelf, het wegnemen van eieren, elektriciteitskabels en cyanide dat bedoeld was voor coyotes, speelden een rol.

., Getty Images
. © Getty Images

Sinds 1967 is de condor officieel bedreigd en in 1987 waren er nog maar 27 exemplaren over in het wild. Deze 27 vogels werden allemaal gevangen en opgenomen in een fokprogamma. Condors planten zich heel moeizaam voort. Ze krijgen slechts één jong om de twee jaar. Door de vogels een handje te helpen, groeide hun aantal in gevangeschap snel van 27 naar 177.

., Getty Images
. © Getty Images

In januari 1992 werden de eerste condors vrijgelaten in Californië. Nu leven er weer 127 condors in die staat. Ondertussen zijn er ook condors uitgezet in Arizona en in Baja Mexico. In totaal zijn er nu weer vierhonderd Californische condors op de wereld, waarvan de helft in het wild leeft.

6. Scimitor oryx in Tsjaad

De Scimitor oryx, ook wel de Sahara oryx genoemd, is een grote antelopesoort met indrukwekkend hoorns. Vroeger kwam de oryx voor in woestijngebieden in het noorden van Afrika: van Mauretanië en Marokko in het westen tot Egypte en Soedan in het oosten. Maar hun aantal liep gestaag achteruit omdat mensen op de dieren joegen voor het vlees en de hoorns. Bovendien bleef er steeds minder leefgebied voor de oryxen over. De dieren hadden ook zwaar te lijden tijdens de Burgeroorlog in Tsjaad tussen 1979 en 1982. In 2000 stierf de oryx volledig uit in het wild.

Scimitor oryx, Getty Images
Scimitor oryx © Getty Images

Daarop werd een wereldwijd fokprogramma gestart waaraan 1750 in gevangenschap levende oryxen meededen. Ondertussen zijn de dieren met succes vrijgelaten in het wild. Dat gebeurde in 1985 in Tunesië, in 1996 in Marokko en in 1998 in Senegal.

Scimitor oryx, Getty Images
Scimitor oryx © Getty Images

Het grootste herintroductieprogramma loopt in Tsjaad waar de dieren in 2016 voor het eerst werden vrijgelaten in het 78.000 vierkante kilometer grote Ouadi Rime-Ouadi Achim Game Reserve. Ondertussen leven er alweer zo'n tweehonderd oryxen, maar de komende jaren zullen er nog meer dieren vrijgelaten worden om de populatie nog een duwtje in de rug te geven.

7. Lynx in Zweden en de Alpen

Vroeger kwam de lynx in bijna heel Europa voor. De eerste plaatsen waar ze verdwenen waren Nederland en Denemarken. In de Alpen raakte het leefgebied van het katachtige dier zwaar versnipperd en werd er intensief op lynxen gejaagd omdat ze het vee zouden bedreigen. Het gevolg was dat lynxen in de negentiende eeuw volledig uit het berggebied verdwenen.

Lynx, Getty Images
Lynx © Getty Images

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werden lynxen voor het eerst weer vrijgelaten in de Franse en Zwitserse Alpen. Later volgden Duitsland, Polen, Slovenie, Oostenrijk en Tsjechie. Het werd een groot succes: het dier breidde zijn leefgebied flink uit. Maar het verhaal is nog niet afgelopen en blijvende inspanningen zijn nodig.

Lynx, Getty Images
Lynx © Getty Images

Door de versnippering van het leefgebied van de lynxen, dreigt inteelt. Bovendien zien lokale boeren de dieren nog altijd als een vijand en dat terwijl ze maar een hele kleine bedreiging vormen voor het vee.

Ondertussen bestaan er ook plannen om de lynx weer terug te brengen in de natuur van het Verenigd Koninkrijk. Daar verdween het dier al zo'n 1300 jaar geleden.

8. Bevers in het Verenigd Koninkrijk

Bevers zijn wel al, na een afwezigheid van vierhonderd jaar, teruggekeerd naar de Britse rivieren. De dieren stierven er uit omdat er veel op ze gejaagd werd om hun vacht, hun vlees en ook gewoon omdat de inwoners de bevers zagen als ongedierte. Uit heel Europa verdwenen ze aan het einde van de achttiende eeuw.

., Getty Images
. © Getty Images

De bevers werden niet met opzet teruggebracht naar de natuur. Het gebeurde aanvankelijk per ongeluk. In 2005 werd in de Devon River een kolonie bevers gezien die waarschijnlijk ergens uit gevangenschap ontsnapt zijn. Er werd aanvankelijk besloten de bevers naar een dierentuin over te brengen, maar na veel gehakketak en een onderzoek waaruit bleek dat de dieren geen ziektes bij zich droegen, werd besloten ze te laten blijven. Ze zouden wel vijf jaar goed in de gaten gehouden worden.

., Getty Images
. © Getty Images

In de jaren na 2005 werden op meer plaatsen bevers terug in het wild geplaatst. Dat betekent niet alleen het terugbrengen van een verdwenen diersoort, maar ook het veranderen van een volledig ecosysteem. Bevers helpen overstromingen te voorkomen want hun dammen en kanalen houden het water vast tijdens hevige regenbuien. Bovendien houden ze het water schoon en zorgen ze voor een vermindering van aanslibbing. Nu leven er vermoedelijk weer zo'n vierhonderd bevers in het land.

Muskusossen in Noorwegen en AlaskaMuskusossen zijn stevige dieren met een grote kop met imposante hoorns en een dikke vacht die tot op de grond hangt. Dankzij die dikke vacht kunnen ze extreem lage temperaturen verdragen. De dieren lopen al zo'n 250.000 jaar rond op aarde en waren tijdgenoten van de mammoeten. Muskusossen kunnen enkel leven in gebieden waar het niet warmer wordt dan tien graden. Dat betekent dat ze kunnen overleven in arctische regio's in het noorden van Canada en Rusland, in Alaska, Groenland en Noorwegen. In Alaska werd door Europese pioniers zoveel op muskusossen gejaagd dat ze tegen het jaar 1900 allemaal verdwenen waren. Muskusossen hebben de gewoonte om in een cirkel te gaan staan om zich te weren tegen aanvallen van wolven, een hele effectieve verdedigingsstrategie. Maar voor jagers met geweren, maken ze zich op die manier juist heel kwetsbaar. Jagers konden de dieren heel gemakkelijk doodschieten. Ze verdwenen dan ook in een snel tempo.Bij muskusossen werd al vroeg geprobeerd ze terug te introduceren in het wild. In Groenland werden in de jaren dertig van de twintigste al 34 muskusossen uitgezet op Nunivak Island. De dieren konden daar zo goed gedijen dat in de jaren zestig en daarna nog eens in de jaren tachtig ossen overgebracht konden worden naar plaatsen als Seward Peninsula, Nelson Island en Arctic National Wildlife Refugee in Alaska. In het jaar 2000 was het aantal muskusossen al gegroeid tot vierduizend. De laatste jaren begint het aantal wel weer een beetje te dalen.Dichter bij huis kan je ook naar Noorwegen reizen om muskusossen te zien. Daar werden tussen 1947 en 1953 muskusossen uit Groenland teruggebracht in het wild: in Dovrefjell National Park. Ondertussen is de populatie daar gegroeid tot zo'n tweehonderd dieren. 2. Europese bizons (wisenten) in NederlandBij de bizon denken we meestal meteen aan de prairies in de Verenigde Staten waar deze dieren massaal werden afgeslacht door blanke Amerikanen. Maar in Europa voltrok zich eenzelfde ramp. Of eigenlijk nog erger: van de miljoenen bizons die ooit in de VS rondliepen, bleven er in 1900 nog ongeveer duizend over, maar uit Europa verdwenen ze helemaal. In Europa werd zo intensief op bizons gejaagd dat ze eerst werden verdreven naar de verste uithoeken van het contintent en daarna volledig uitstierven in het wild. In 1919 overleed de laatste wilde bizon in Polen, in 1927 de laatste in de Russische Kaukasus. Dat er tegenwoordig nog wisenten zijn, is te danken aan 54 dieren die in dierentuinen verbleven.In 1952 werden er voor het eerst weer bizons teruggebracht naar de natuur, naar het Bialowieza bos in Polen. Andere landen volgden. Toch is de Europese bizon nog altijd in gevaar en staat hij op de IUCN Rode Lijst van Bedreigde Dieren. In totaal komen er ongeveer 5.500 Europese bizons voor in het wild.Sinds 2007 ook in Nederland toen er drie bizons uit Polen naar Zuid-Kennemerland werden gebracht. Nu, ruim tien jaar later, is de groep gegroeid tot dertig. De dieren hebben meteen een positief effect op het landschap. Het duingebied dreigde dicht te groeien met bomen en struiken waardoor het een eenzijdig landschap zou worden. Wisenten eten graag houtige planten en zorgden er zo voor dat het landschap openbleef. Dankzij de komst van wisenten is er weer meer variatie in vegetatie te zien. Omdat de herintroductie zo'n succes is geworden, zijn bizons nog op twee andere plaatsen in Nederland uitgezet: in de Maashorst in Noord-Brabant waar nu vijftien wisenten rondlopen en op de Veluwe waar zeven wisenten te vinden zijn. 3. Wolven in Yellowstone National Park in Wyoming, Verenigde StatenEen ander succesverhaal zijn de wolven die in 1995 uitgezet werden in Yellowstone National Park. De roofdieren waren 75 jaar weggeweest nadat de laatste wolf in 1920 werd gedood. De boeren rondom het national park zaten niet te wachten op de terugkeer van de wolf omdat ze bang waren dat wolven hun vee zouden doden. Biologen daarentegen vonden de terugkeer noodzakelijk omdat door de afwezigheid van de wolf het aantal wapiti's (grote herten) in Yellowstone zo sterk was gestegen dat ze het hele ecosysteem beschadigden. De herten aten alle jonge struikjes en planten op voordat deze de kans kregen om te groeien. Niet alleen dreigde het gevaar dat sommige planten volledig zouden verdwijnen uit het park, maar ook de erosie verergde doordat de wortels van de planten de grond niet langer vasthielden.En dus werden in 1995 acht grijze wolven uit Jasper National Park in Canada verplaatst naar Yellowstone. Ondertussen wandelen er weer 61 wolven verdeeld over 8 roedels rond door de natuur. Hebben de wolven het verwachte resultaat opgeleverd? Het antwoord is volmondig 'ja'. Ze hebben zelfs meer positieve effecten gehad dan de biologen hadden voorzien en het proces is nog steeds gaande. Door de introductie van de wolven, blijven de wapiti's niet langer op één plaats grazen, maar trekken ze meer rond. Jonge wilgen langs de rivier konden daardoor weer gaan groeien. Wilgen trekken op hun beurt weer grote groepen zangvogels en bevers aan want bevers hebben wilgen nodig om de winter te overleven. In 1995 was er nog maar één beverkolonie van ongeveer zes dieren over, ondertussen leven er weer zo'n vijfhonderd bevers. De dammen van bevers trekken weer otters en allerlei soorten vissen en amfibieën. 4. Reuzenschildpadden op de GalapagoseilandenIn 2012 overleed het laatste reuzenschildpad op Pinta Island: de beroemde Lonely George. Van twee andere eilanden van de Galapagoseilanden - Floreana en Santa Fe - verdwenen de dieren al in de achttiende eeuw. Ze stierven uit doordat walvisvaarders en zeerovers ze toen gebruikten als voedsel. Later werden ze gedood om hun olie. De genadeslag werd toegebracht door diersoorten die mensen meebrachten zoals ratten, katten, varkens, geiten en ezels die hun habitat vernielden. Genetische analyse van schildpadden die op de andere Galapagoseilanden leefden en van exemplaren in musea, maakten het mogelijk de schildpadden weer te fokken en terug te brengen naar de eilanden waar ze twee eeuwen geleden verdwenen. De eerste schildpadden werden op Pinta Island uitgezet in 2010. Op Sante Fe Island gebeurde dat tussen 2015 en 2017 en in 2017 werd ook een fokprogramma opgezet om de schildpadden die vroeger op Floreana Island rondwandelden weer tot leven te wekken. Alhoewel het nog te vroeg is om te zeggen of het fokken en uitzetten succesvol is, zijn de eerste resultaat hoopvol. De dieren verspreiden zich over de eilanden en zijn tot nu toe allemaal in leven gebleven.5. Californische condor in het zuidwesten van de Verenigde StatenDe Californische condor is, met een spanwijdte van bijna drie meter, de grootste landvogel in de Verenigde Staten. De enorme vogels kwamen oorspronkelijk voor van Californië tot Florida en van het westen van Canada tot Mexico. Hun aantal daalde dramatisch in de twintigste eeuw. De belangrijkste doodsoorzaak van de dieren was loodvergiftiging. Condors eten de karkassen van dode dieren en omdat die hoofdzakelijk aan hun einde kwamen door de kogels van jagers, kregen condors op die manier veel te veel lood binnen. Maar ook de jacht op de vogels zelf, het wegnemen van eieren, elektriciteitskabels en cyanide dat bedoeld was voor coyotes, speelden een rol. Sinds 1967 is de condor officieel bedreigd en in 1987 waren er nog maar 27 exemplaren over in het wild. Deze 27 vogels werden allemaal gevangen en opgenomen in een fokprogamma. Condors planten zich heel moeizaam voort. Ze krijgen slechts één jong om de twee jaar. Door de vogels een handje te helpen, groeide hun aantal in gevangeschap snel van 27 naar 177. In januari 1992 werden de eerste condors vrijgelaten in Californië. Nu leven er weer 127 condors in die staat. Ondertussen zijn er ook condors uitgezet in Arizona en in Baja Mexico. In totaal zijn er nu weer vierhonderd Californische condors op de wereld, waarvan de helft in het wild leeft. 6. Scimitor oryx in TsjaadDe Scimitor oryx, ook wel de Sahara oryx genoemd, is een grote antelopesoort met indrukwekkend hoorns. Vroeger kwam de oryx voor in woestijngebieden in het noorden van Afrika: van Mauretanië en Marokko in het westen tot Egypte en Soedan in het oosten. Maar hun aantal liep gestaag achteruit omdat mensen op de dieren joegen voor het vlees en de hoorns. Bovendien bleef er steeds minder leefgebied voor de oryxen over. De dieren hadden ook zwaar te lijden tijdens de Burgeroorlog in Tsjaad tussen 1979 en 1982. In 2000 stierf de oryx volledig uit in het wild.Daarop werd een wereldwijd fokprogramma gestart waaraan 1750 in gevangenschap levende oryxen meededen. Ondertussen zijn de dieren met succes vrijgelaten in het wild. Dat gebeurde in 1985 in Tunesië, in 1996 in Marokko en in 1998 in Senegal. Het grootste herintroductieprogramma loopt in Tsjaad waar de dieren in 2016 voor het eerst werden vrijgelaten in het 78.000 vierkante kilometer grote Ouadi Rime-Ouadi Achim Game Reserve. Ondertussen leven er alweer zo'n tweehonderd oryxen, maar de komende jaren zullen er nog meer dieren vrijgelaten worden om de populatie nog een duwtje in de rug te geven.7. Lynx in Zweden en de AlpenVroeger kwam de lynx in bijna heel Europa voor. De eerste plaatsen waar ze verdwenen waren Nederland en Denemarken. In de Alpen raakte het leefgebied van het katachtige dier zwaar versnipperd en werd er intensief op lynxen gejaagd omdat ze het vee zouden bedreigen. Het gevolg was dat lynxen in de negentiende eeuw volledig uit het berggebied verdwenen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werden lynxen voor het eerst weer vrijgelaten in de Franse en Zwitserse Alpen. Later volgden Duitsland, Polen, Slovenie, Oostenrijk en Tsjechie. Het werd een groot succes: het dier breidde zijn leefgebied flink uit. Maar het verhaal is nog niet afgelopen en blijvende inspanningen zijn nodig.Door de versnippering van het leefgebied van de lynxen, dreigt inteelt. Bovendien zien lokale boeren de dieren nog altijd als een vijand en dat terwijl ze maar een hele kleine bedreiging vormen voor het vee. Ondertussen bestaan er ook plannen om de lynx weer terug te brengen in de natuur van het Verenigd Koninkrijk. Daar verdween het dier al zo'n 1300 jaar geleden.8. Bevers in het Verenigd KoninkrijkBevers zijn wel al, na een afwezigheid van vierhonderd jaar, teruggekeerd naar de Britse rivieren. De dieren stierven er uit omdat er veel op ze gejaagd werd om hun vacht, hun vlees en ook gewoon omdat de inwoners de bevers zagen als ongedierte. Uit heel Europa verdwenen ze aan het einde van de achttiende eeuw.De bevers werden niet met opzet teruggebracht naar de natuur. Het gebeurde aanvankelijk per ongeluk. In 2005 werd in de Devon River een kolonie bevers gezien die waarschijnlijk ergens uit gevangenschap ontsnapt zijn. Er werd aanvankelijk besloten de bevers naar een dierentuin over te brengen, maar na veel gehakketak en een onderzoek waaruit bleek dat de dieren geen ziektes bij zich droegen, werd besloten ze te laten blijven. Ze zouden wel vijf jaar goed in de gaten gehouden worden.In de jaren na 2005 werden op meer plaatsen bevers terug in het wild geplaatst. Dat betekent niet alleen het terugbrengen van een verdwenen diersoort, maar ook het veranderen van een volledig ecosysteem. Bevers helpen overstromingen te voorkomen want hun dammen en kanalen houden het water vast tijdens hevige regenbuien. Bovendien houden ze het water schoon en zorgen ze voor een vermindering van aanslibbing. Nu leven er vermoedelijk weer zo'n vierhonderd bevers in het land.