Ik hou van musea en vind kunst boeiend. Maar eerlijk gezegd weet ik me niet altijd een houding te geven en vraag ik me soms oprecht af wat mensen die minuten lang naar een werk staren precies denken. En ook al heb ik over bijna alles een mening, bij kunstwerken duurt het vaak een paar dagen voor ik echt weet wat ik ervan vind. Daarom ga ik graag alleen naar tentoonstellingen. Ik huur altijd een audiogids, niet alleen om de nerd in mezelf blij te maken met informatie, maar ook omdat ik dan weet waar ik naar moet kijken. Die audiogidsen vertellen vaak alles over de kunstenaar, de school of stijl waar hij - bijna nooit zij, jammer genoeg - in werkte, wat hem inspireerde, maar niet zo veel over wat ik voor me zie. Dus trek ik naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel, meer bepaald het Fin de Siécle-deel, met een selectie van de Artonaut-kaartjes.

Wat is het precies?

De Artonaut-box bevat 55 kaartjes met uiteenlopende, concrete opdrachten. Dat zijn er sowieso nogal veel om mee te nemen, dus maakte ik vooraf een keuze. Alles waarbij je moest tekenen - dat kan ik niet - of schrijven - dat moet ik al genoeg doen - viel af. Ik ging alleen, dus opdrachten voor twee personen vallen ook af. Ik houd na een strenge selectie twaalf kaartjes over.

Hoe werkt het?

De kaartjes branden in mijn jaszak als ik de eerste zaal binnenwandel. Ik besluit meteen aan de slag te gaan. Een kaartje vraagt me om me in te beelden hoe een kunstwerk ruikt, proeft, aanvoelt of klinkt. Dat lukt perfect bij het portret van Alfred Stevens door Henry Gervex. Een oudere man met een hoge hoed, dikke jas en handschoenen aan, met een rokende sigaret tussen zijn vingers. Ik ben opgegroeid bij verstokte rokers, en kan me de geur in die kamer en die kleren perfect voorstellen. Het lukt een zaal verder ook prima met Het Strand van Félicien Rops. De zilte zeelucht, spelende kinderen, wapperende zeilen aan de vissersbootjes, het ruisen van de branding en de wind in het duingras. Andere kaartjes moedigen me aan om alternatieve titels voor schilderijen te bedenken, me in te beelden welke muziek de violiste speelt en op te merken dat een juffrouw op een schilderij als twee druppels water op Rachel Weisz lijkt. Het fijne is dat ik me niet meer hoeft te schamen omdat ik een mooie muurkleur of een chagrijnige suppoost opmerk. Dat moet namelijk van de kaartjes.

De leukste opdracht draait rond de vraag 'Zijn we leuke buren na de uren?'. Ik moet me inbeelden dat de werken na sluitingsuren tot leven komen. Hebben ze het leuk samen of maken ze ruzie? In een zaal staat een beeld van Constantin Meunier tegenover een zelfportret van dezelfde man. Er zitten verschillende decennia tussen, en ik fantaseer een gesprek waarbij Meunier senior advies geeft aan junior over klanten, vrouwen en lekkere recepten, terwijl junior geërgerd met zijn ogen rolt. Zoals juniors plegen te doen, nietwaar.

In een zaal vol vrouwenportretten stel ik me voor dat de dames het na de uren hebben over de bezoekers die hen die dag vol bewondering hebben aangestaard. Wie keek zuur, wie was sexy, wie had een slechte adem en wie zouden ze graag nog eens zien? De oudere vrouw in het zwart is streng maar rechtvaardig, de jonge schoonheid in de roze jurk vindt iedereen maar meh en het meisje in de grote hoed is gewoon blij dat ze hier hangt. In tegenstelling tot haar vriendin met een nog veel grotere hoed iets verder, want haar slechtgezinde blik doet me denken aan de mooie modellen in schitterende kleren die in onze fotoshoots figureren.

Een zaal verder hangt een fenomenaal portret van Marguerite Khnopff, en ik vermoed dat zij het soms jammer vindt dat ze hier alleen hangt, en niet bij de vrouwen van daarnet. Het laatste kaartje voor dit museum wil dat ik een brief schrijf aan een kunstenaar die ik tegenkwam. Ik wil liever naar impressionistische schilderes Juliette Wytsman schrijven met de vraag waarom ze wel een mooie buste kreeg in het museum, maar er geen enkel van haar werken hangt. Of misschien moet die brief naar de curator? Ik amuseer me twee uur lang te pletter.

Portret van Marguerite Khnopff, 1896, Getty Images
Portret van Marguerite Khnopff, 1896 © Getty Images

Werkt het ook met niet figuratieve kunst?

Om dat te testen, koop ik een kaartje voor de Aboriginalities-tentoonstelling in hetzelfde museum. De kunst van de oorspronkelijke bewoners van Australië is indrukwekkend en vaak ontroerend, maar er is geen mens op te bespeuren. En dus probeer ik een paar andere kaartjes uit. Ik denk na over welke materialen de kunstenaars nodig had om deze werken te maken, hoe veel lagen verf ik kan spotten, hoe een veegje het proces van de puntjes waar veel van de werken mee geschilderd zijn, en of een werk warm of koud is.

Veel doeken gaan over de droomwereld of over landschappen, en dus fantaseer ik over hoe die dromen of landschappen waren voor de kunstenaars. Een doek is verpletterend mooi, en dus besluit ik de vreemdste oefening die ik mee heb te doen. Iets met drie keer diep in en uitademen, je ogen sluiten en dan een seconde, tien seconden en één minuut weer openen en registreren wat je ziet. In deze Tali Tjuta van Debbie Brown Napaltjarri zie ik knipperend met mijn ogen bomen in een dicht bos, een groep mensen als sardienen in een blik zo dicht op elkaar, golven gefilmd vanuit een drone en microscopische beelden van een plant of misschien wel mens. Dit kaartje gaf me het excuus om heel intens naar dit werk te kijken, en alleen al daarvoor ben ik de maaksters van de Artonaut-kaartjes dankbaar. Dat en het feit dat zij me toestemming gaven om mijn mede-bezoekers af te luisteren.

Was het leuk, interessant of nuttig?

Zonder enige twijfel. De kaartjes en opdrachten helpen me niet alleen om langer naar de kunstwerken te kijken, maar vooral ook op een andere, inventieve manier. Dat ik erover mag fantaseren helpt. Die andere manier van kijken is niet alleen doodgewoon leuk op het moment zelf, het zorgt er ook voor dat details die ik anders misschien niet had gezien, de volgende dagen weer in mijn gedachten opduiken. Maar alles speelde zich af in mijn hoofd, en ik weet niet hoe goed dit werkt met twee of meer. Ik vermoed dat je daarvoor toch wat schroom moet overwinnen. Desalniettemin kan ik de Artonaut-kaarten honderd procent aanraden.

De Artonaut-kaartenset van Karolien Bogaerts en Joke Schrauwen, uitgegeven bij Pelckmans, 15 euro

Ik hou van musea en vind kunst boeiend. Maar eerlijk gezegd weet ik me niet altijd een houding te geven en vraag ik me soms oprecht af wat mensen die minuten lang naar een werk staren precies denken. En ook al heb ik over bijna alles een mening, bij kunstwerken duurt het vaak een paar dagen voor ik echt weet wat ik ervan vind. Daarom ga ik graag alleen naar tentoonstellingen. Ik huur altijd een audiogids, niet alleen om de nerd in mezelf blij te maken met informatie, maar ook omdat ik dan weet waar ik naar moet kijken. Die audiogidsen vertellen vaak alles over de kunstenaar, de school of stijl waar hij - bijna nooit zij, jammer genoeg - in werkte, wat hem inspireerde, maar niet zo veel over wat ik voor me zie. Dus trek ik naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel, meer bepaald het Fin de Siécle-deel, met een selectie van de Artonaut-kaartjes.De Artonaut-box bevat 55 kaartjes met uiteenlopende, concrete opdrachten. Dat zijn er sowieso nogal veel om mee te nemen, dus maakte ik vooraf een keuze. Alles waarbij je moest tekenen - dat kan ik niet - of schrijven - dat moet ik al genoeg doen - viel af. Ik ging alleen, dus opdrachten voor twee personen vallen ook af. Ik houd na een strenge selectie twaalf kaartjes over.De kaartjes branden in mijn jaszak als ik de eerste zaal binnenwandel. Ik besluit meteen aan de slag te gaan. Een kaartje vraagt me om me in te beelden hoe een kunstwerk ruikt, proeft, aanvoelt of klinkt. Dat lukt perfect bij het portret van Alfred Stevens door Henry Gervex. Een oudere man met een hoge hoed, dikke jas en handschoenen aan, met een rokende sigaret tussen zijn vingers. Ik ben opgegroeid bij verstokte rokers, en kan me de geur in die kamer en die kleren perfect voorstellen. Het lukt een zaal verder ook prima met Het Strand van Félicien Rops. De zilte zeelucht, spelende kinderen, wapperende zeilen aan de vissersbootjes, het ruisen van de branding en de wind in het duingras. Andere kaartjes moedigen me aan om alternatieve titels voor schilderijen te bedenken, me in te beelden welke muziek de violiste speelt en op te merken dat een juffrouw op een schilderij als twee druppels water op Rachel Weisz lijkt. Het fijne is dat ik me niet meer hoeft te schamen omdat ik een mooie muurkleur of een chagrijnige suppoost opmerk. Dat moet namelijk van de kaartjes. De leukste opdracht draait rond de vraag 'Zijn we leuke buren na de uren?'. Ik moet me inbeelden dat de werken na sluitingsuren tot leven komen. Hebben ze het leuk samen of maken ze ruzie? In een zaal staat een beeld van Constantin Meunier tegenover een zelfportret van dezelfde man. Er zitten verschillende decennia tussen, en ik fantaseer een gesprek waarbij Meunier senior advies geeft aan junior over klanten, vrouwen en lekkere recepten, terwijl junior geërgerd met zijn ogen rolt. Zoals juniors plegen te doen, nietwaar. In een zaal vol vrouwenportretten stel ik me voor dat de dames het na de uren hebben over de bezoekers die hen die dag vol bewondering hebben aangestaard. Wie keek zuur, wie was sexy, wie had een slechte adem en wie zouden ze graag nog eens zien? De oudere vrouw in het zwart is streng maar rechtvaardig, de jonge schoonheid in de roze jurk vindt iedereen maar meh en het meisje in de grote hoed is gewoon blij dat ze hier hangt. In tegenstelling tot haar vriendin met een nog veel grotere hoed iets verder, want haar slechtgezinde blik doet me denken aan de mooie modellen in schitterende kleren die in onze fotoshoots figureren. Een zaal verder hangt een fenomenaal portret van Marguerite Khnopff, en ik vermoed dat zij het soms jammer vindt dat ze hier alleen hangt, en niet bij de vrouwen van daarnet. Het laatste kaartje voor dit museum wil dat ik een brief schrijf aan een kunstenaar die ik tegenkwam. Ik wil liever naar impressionistische schilderes Juliette Wytsman schrijven met de vraag waarom ze wel een mooie buste kreeg in het museum, maar er geen enkel van haar werken hangt. Of misschien moet die brief naar de curator? Ik amuseer me twee uur lang te pletter.Om dat te testen, koop ik een kaartje voor de Aboriginalities-tentoonstelling in hetzelfde museum. De kunst van de oorspronkelijke bewoners van Australië is indrukwekkend en vaak ontroerend, maar er is geen mens op te bespeuren. En dus probeer ik een paar andere kaartjes uit. Ik denk na over welke materialen de kunstenaars nodig had om deze werken te maken, hoe veel lagen verf ik kan spotten, hoe een veegje het proces van de puntjes waar veel van de werken mee geschilderd zijn, en of een werk warm of koud is. Veel doeken gaan over de droomwereld of over landschappen, en dus fantaseer ik over hoe die dromen of landschappen waren voor de kunstenaars. Een doek is verpletterend mooi, en dus besluit ik de vreemdste oefening die ik mee heb te doen. Iets met drie keer diep in en uitademen, je ogen sluiten en dan een seconde, tien seconden en één minuut weer openen en registreren wat je ziet. In deze Tali Tjuta van Debbie Brown Napaltjarri zie ik knipperend met mijn ogen bomen in een dicht bos, een groep mensen als sardienen in een blik zo dicht op elkaar, golven gefilmd vanuit een drone en microscopische beelden van een plant of misschien wel mens. Dit kaartje gaf me het excuus om heel intens naar dit werk te kijken, en alleen al daarvoor ben ik de maaksters van de Artonaut-kaartjes dankbaar. Dat en het feit dat zij me toestemming gaven om mijn mede-bezoekers af te luisteren.Zonder enige twijfel. De kaartjes en opdrachten helpen me niet alleen om langer naar de kunstwerken te kijken, maar vooral ook op een andere, inventieve manier. Dat ik erover mag fantaseren helpt. Die andere manier van kijken is niet alleen doodgewoon leuk op het moment zelf, het zorgt er ook voor dat details die ik anders misschien niet had gezien, de volgende dagen weer in mijn gedachten opduiken. Maar alles speelde zich af in mijn hoofd, en ik weet niet hoe goed dit werkt met twee of meer. Ik vermoed dat je daarvoor toch wat schroom moet overwinnen. Desalniettemin kan ik de Artonaut-kaarten honderd procent aanraden.