De textielproductie in landen als India, Bangladesh en China kwam in een slecht daglicht te staan door misstanden in grote fabrieken met duizenden medewerkers. Regelmatig duiken studies op die aantonen dat heel wat textielarbeiders in onveilige omstandigheden moeten werken voor een schamel loon, terwijl basisrechten zoals plaspauzes hen worden ontzegd.
...

De textielproductie in landen als India, Bangladesh en China kwam in een slecht daglicht te staan door misstanden in grote fabrieken met duizenden medewerkers. Regelmatig duiken studies op die aantonen dat heel wat textielarbeiders in onveilige omstandigheden moeten werken voor een schamel loon, terwijl basisrechten zoals plaspauzes hen worden ontzegd.Organisaties als Arisa en De Schone Kleren Campagne doen onderzoek naar deze slechte arbeidsomstandigheden, in de hoop de rechten van de arbeiders in het globale zuiden hoger op de agenda te krijgen. 'Arisa legt zich vooral toe op de verdediging van mensenrechten in India. Het gaat dan over sociale thema's als kinderarbeid, gedwongen arbeid, seksuele intimidatie, discriminatie, lage lonen, lange werktijden, gevaarlijk werk en gezondheid op de werkvloer', legt Sandra Claassen, directeur van Arisa, uit. Door onderzoeken uit te voeren waarvoor arbeiders in Indiase fabrieken worden bevraagd, wil de organisatie meer aandacht vestigen op problemen in verschillende delen van de keten. 'We zien dat steeds meer bedrijven inzicht proberen te krijgen tot heel ver in de keten, bijvoorbeeld tot aan de katoenproductie, maar er is nog veel werk.'Tamil NaduZo blijkt uit een onderzoek van de organisatie Arisa dat de arbeidsomstandigheden in de Zuid-Indiase staat Tamil Nadu meestal erbarmelijk zijn. 'In bepaalde regio's in India is kastendiscriminatie nog een groot probleem. Met ons onderzoek in Tamil Nadu richten we ons vooral op gedwongen arbeid in de textielindustrie. Het is belangrijk dat alle bedrijven die zaken doen in specifieke landen, weten dat er een risico is op gedwongen arbeid, kinderarbeid, seksuele intimidatie en kastendiscriminatie en daarover praten met de leveranciers in hun keten', legt Sandra Claassen van Arisa uit. Dit soort onderzoeken tonen aan dat het extra belangrijk is dat merken en bedrijven het anders en eerlijker aanpakken. Om daaraan bij te dragen, bouwt de organisatie Enviu gezonde, economische bedrijven op verschillende plaatsen in de wereld, die goed zijn voor zowel mens als planeet. Dat doen ze door verandering aan te brengen in bepaalde schakels in de keten. 'Bij elk bedrijf dat we opzetten, staat het sociale aspect en het empoweren van de lokale werknemers centraal', legt Thea van Unen van Enviu uit. 'We zijn actief in de productieketen omdat je daar het grote verschil kan maken. Hoe dat kan, willen we graag uitleggen aan de wereld en aan bedrijven.'ReweaveOm gezondere bedrijven te bouwen, werkt Enviu in verschillende sectoren. Zo richt de organisatie zich ook op de textielketen, waarbij oplossingen worden gezocht om textielproductie en -gebruik duurzamer te maken. Hun textielprojecten, die zich in India bevinden, worden gebundeld onder de noemer 'Reweave'. Omdat bij de productie van katoen veel chemicaliën, water en pesticiden gebruikt worden, zochten ze naar een manier om katoen opnieuw te gebruiken. 'Voor UPSET, één van Enviu's opgerichte bedrijven, werken we samen met de technologiepartner PurFi die een baanbrekende methode ontwikkelde om katoenvezels te hergebruiken in nieuwe kleding, wat de basis is voor een circulaire economie', licht Marieke Lenders van Enviu toe. 'Wanneer hebben we beslist dat iets afval is? Eigenlijk is het gewoon een grondstof, maar dat zijn we vergeten.'Gerecycleerde garensEen ander innovatief bedrijf dat Enviu's Reweaveproject oprichtte is Khaloom. Khaloom biedt een goede werkplek met een eerlijk loon voor lokale arbeiders die op een artisanale manier stoffen weven van gerecycleerde garens. 'In India is er zo'n krachtige cultuur van ambacht, van traditionele technieken en kennis over stoffen dat het de perfecte plek is om die stoffen te produceren', zegt Thea.KALANI-homeOok Bruno Van Steenberghe van het Belgische beddengoedbedrijf KALANI-home is zich bewust van de slechte arbeidsomstandigheden in bepaalde Indiase streken en wil het verschil maken met zijn onderneming. Voor Bruno met KALANI-home startte, was hij actief in de kledingsector. Voor deze job reisde hij door meer dan twintig landen om in verschillende fabrieken te bekijken hoe ze kleding produceerden. 'Eigenlijk zijn er in elk land goede, gemiddelde en slechte fabrieken. Als je met een goede fabriek werkt, die hun werknemers correct betaalt, los je het probleem grotendeels op', aldus Bruno. 'Het is dus niet omdat een product uit India, Bangladesh of China komt dat het meteen slecht is of dat het altijd goed is als het in Europa wordt gemaakt', voegt hij toe. 'Zo worden bijvoorbeeld ook Chinese immigranten uitgebuit in Italiaanse fabrieken. Ze werken illegaal in Europa voor een loon van twee of drie euro per uur.' Dat blijkt uit een onderzoek van de Schone Kleren Campagne. Ten slotte benadrukt hij dat het niet zozeer het land is waar je produceert dat bepaalt of een product ethisch is of niet, maar eerder het type fabriek waar je voor kiest en hoe de samenwerking verloopt. Speciale katoenplantBruno Van Steenberghe koos bewust voor India om de lakens van KALANI-home te produceren. 'Daarvoor heb ik twee belangrijke redenen', verklaart hij. 'Ten eerste groeien de stabiele katoenvezels die ik nodig heb om garens te maken van zeer hoge kwaliteit slechts op drie plaatsen in de wereld. Die speciale katoenplant vind je enkel in Californië, Egypte en India. In Californië zijn de stoffen niet biologisch, in Egypte is de hoeveelheid beperkt en bovendien moeilijk te vinden, waardoor India de beste keuze was.'Een tweede belangrijke reden om in India te produceren, is het verkleinen van de ecologische voetafdruk via transport. 'Wanneer je een container gevuld met katoen en garens vanuit India naar Portugal vervoert om er producten van te maken en die producten nadien naar België transporteert, is de ecologische voetafdruk vier keer groter dan dat je het eindproduct meteen van India naar België brengt', legt Bruno uit. Betaalbare luxeOmdat Bruno zijn carrière begon in de kledingsector, had hij al ervaring met textielproductie. 'Ik wist dat de kwaliteit van beddengoed bij IKEA niet even goed was als die van een hotel bijvoorbeeld. Het probleem is dat merken van hoge kwaliteit enkel verkopen aan een publiek dat die luxe kan betalen. Daar wilde ik verandering in brengen', vertelt Bruno. Zo bedacht hij een oplossing om duurzaam bedlinnen met een hoge kwaliteit op de markt te brengen dat wel betaalbaar is en dus bereikbaar voor een groter publiek. 'Door te werken zonder tussenpersonen, kan ik het beddengoed verkopen tegen een toegankelijke prijs. En dat met dezelfde kwaliteit als luxemerken.'J-LABELNet als Bruno doen ook Janneke Honings en Judith Van Der Wolde van het modemerk J-LABEL beroep op de ambachtelijke talenten van de lokale, Indiase bevolking. Ze gaan er prat op hen een eerlijk loon te betalen. Daarmee dragen ze hun steentje bij aan een welvarende industrie die beter is voor mens en natuur. 'Toen we erachter kwamen hoe vervuilend en oneerlijk de textielindustrie is, motiveerde dat ons juist om het beter te doen', vertelt Judith van J-LABEL. Als voormalige juriste en advocate waren mensenrechten altijd een belangrijke waarde voor Janneke en Judith. Het idee om een eigen kledinglabel te starten, ontstond uit hun interesse voor mode. 'We kozen ervoor om onze kledij in India te produceren omdat de lokale ambacht daar goed aansluit met de fantasierijke details in onze kledingstukken', aldus Judith. Ook de vrouwen achter J-LABEL kiezen voor productie in het land van de herkomst van hun textiel. 'Viscose, de stof die we veel gebruiken voor onze items, komt uit India. Daarnaast vinden we het belangrijk om de werkgelegenheid daar te stimuleren. Voor de coronacrisis gingen we regelmatig langs bij de fabrieken; we vinden de relatie met onze productiepartners heel belangrijk.'SisterhoodTer plaatse in de Indiase fabrieken raakte Judith erg ontroerd door de sisterhood die ze zag bij de Indiase vrouwen. 'In India is het niet vanzelfsprekend dat vrouwen werken; ze moeten zich soms losmaken van patronen en gedachten om voor hun onafhankelijkheid te kiezen. Deze vrouwen zijn erg trots dat ze mogen en kunnen werken. Zelfs als hun familie ertegen is, kiezen ze voor hun eigen onafhankelijkheid en die van hun gezin. Daardoor raakte ik geëmotioneerd door de vrouwen die samenkomen en elkaar empoweren door hun overwinningen te vieren. Die sisterhood, waarbij ze elkaar motiveren, vind ik prachtig. Ik hoop dat de westerse bevolking daarvan kan leren.'Taking JusticeJanneke en Judith maakten twee hoopgevende, korte documentaires om de positieve kant in de industrie te belichten. Bij de start van hun merk maakten de oprichtsters van J-LABEL de documentaire 'Taking Justice'. Dat deden ze in samenwerking met Chanel Trapman, documentairemaakster én oprichtster van MUMSTER, een beweging die zich actief inzet voor duurzame mode. Bovendien werd de hoopvolle film gelanceerd op Fashion Revolution Day, de dag waarop aandacht wordt gevraagd voor arbeiders die in onmenselijke omstandigheden werken in de kledingindustrie. Hun tweede documentaire 'We Are' focust op vrouwen in textielindustrie en toont de kracht van Indiase vrouwen die elkaar versterken. 'We wilden graag ons marketingbudget investeren op een manier die iets bijdraagt. Zo hopen we mensen te inspireren en een publiek aan te trekken dat bij onze filosofie past', legt Judith uit. 'Onze documentaires zijn positief geïnspireerd; er zijn al genoeg voorbeelden van misstanden die spelen in de industrie', sluit ze af.