Wat speelt er zich af achter de gesloten deuren van de mode-industrie? Dat is de vraag waar Dana Thomas een antwoord op biedt in haar derde modeboek. De modejournaliste duikt in de geschiedenis van fast fashion en schudt tegelijk haar lezer wakker.

Waarom schreef je dit boek?

Als modejournalist wil ik niet enkel de mooie kanten tonen, maar het volledige verhaal vertellen. De meeste mensen weten niet hoe onze kleren gemaakt worden. Ik werk al dertig jaar in de modesector en zelfs ik wist er het fijne niet van. Tijdens het onderzoek voor dit boek viel ik van de ene verbazing in de andere. Ik bezocht fabrieken in landen zoals Bangladesh en kon mijn ogen niet geloven. Ik wist wel dat sweatshops bestonden, maar niet hoe ze er in het echt uitzagen en hoe courant ze nog zijn.

Ik hoop dat mijn boek mensen bewuster maakt van de impact van ons consumptiegedrag. Ons huidige consumptiepatroon en onze voorliefde voor fast fashion is als een drugsverslaving. We hebben een overdosis genomen en moeten afkicken, herstellen en ons gedrag verbeteren.

Ik ben vertrokken vanuit mijn eigen expertise, maar wat er verkeerd gaat in de mode, loopt ook mis in heel wat andere industrieën. Het boek gaat over de schaduwzijde van globalisering en het effect dat dit heeft op mens en milieu.

De voorbije dertig jaar is het aantal kledingstukken dat we gemiddeld kopen verzesvoudigd in het Westen

Wat heeft de offshore-aanpak in de mode teweeggebracht?

Door globalisering en het verplaatsen van de productie van goederen naar lageloonlanden, hebben we de band met de arbeiders die onze kleding maken doorgeknipt. Vroeger kenden we de mensen die werkten in de kledingindustrie, persoonlijk of onrechtstreeks. Je reed langs de fabrieken en ateliers of je moeder en grootmoeder maakten je kleren. Die kennis is verloren gegaan. De jonge generaties weten niet hoe ze kleren moeten maken of herstellen.

Daar komt bij dat akkoorden zoals NAFTA (Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst) ervoor gezorgd hebben dat textielbedrijven overzees handel gingen drijven en de lokale fabrieken tegen elkaar lieten concurreren voor de laagste prijs. Daardoor zijn mensen vergeten hoe kleding gemaakt wordt en hoeveel handarbeid ervoor nodig is.

En hoe vertaalt zich dat in ons consumptiegedrag?

De voorbije dertig jaar is het aantal kledingstukken dat we gemiddeld kopen verzesvoudigd in het Westen. Kleding is goedkoper dan ooit. Een artikel uit de New Yorker van 1940 over de retailer Hattie Carnegie bevestigde dit. Hattie verkocht kleding gebaseerd op Franse couture, maar gemaakt in de Verenigde Staten. Jurken of ensembles kostten toen tussen 800 en 3000 dollar. Dat is dezelfde prijs die designers nu vragen voor hun ontwerpen, terwijl de rest van de wereld veel duurder geworden is en we veel meer verdienen.

Ontwerpster Hattie Carnegie (links) en een van haar ontwerpen (rechts) © Getty

Tijdens de jaren van de grote depressie na de beurscrash van 1929 kochten mensen minder kleding. Hattie Carnegie speelde hierop in en lanceerde een goedkopere lijn, Spectators Sport. Een kledingstuk van deze collectie kon je al kopen vanaf 16.5 dollar. Bij ketens zoals H&M, Zara, Primark en Forever 21 kan je nu voor diezelfde prijs kleding kopen. We shoppen dus een hedendaagse outfit voor dezelfde prijs als tijdens de economische crisis van jaren dertig.

Maar je moet zelfs niet tot de jaren dertig teruggaan om te zien hoe ons idee over de waarde van een kledingstuk veranderd is. Toen ik jong was, in de jaren zestig en zeventig, kwamen we de winkel uit met één stuk per persoon. Nu kan je voor dezelfde prijs tien stuks kopen. Mensen zien kleding als een wegwerpproduct, omdat ze er financieel en mentaal niet in hebben moeten investeren. Vroeger was het normaal om kleding te herstellen, nu worden kleren die stuk zijn of waar een vlek op zit gewoon in de vuilnisbak gegooid.

Wist je dat een kledingstuk gemiddeld slechts zeven keer wordt gedragen voor het wordt weggesmeten? In China is dat zelfs maar drie keer. Bovendien wordt 99 procent van de weggegooide kleren niet gerecycleerd. De mensen die de prijs voor deze vorm van overconsumptie betalen, zijn de textielarbeiders. Niet meer dan twee procent van de naaisters verdient een leefbaar loon. Dat zijn hallucinante cijfers en deze aanpak is niet duurzaam. Het is niet milieuvriendelijk noch ethisch en we kunnen dit niet blijven volhouden. Waar gaan we al die kleren stoppen? Kledingkasten én vuilnisbelten puilen nu al uit.

Er zijn ook mensen in het Westen die zich geen dure kleren kunnen veroorloven. Fast fashion ketens kloppen zich op de borst dat ze dankzij hun democratische prijzen toch modieuze items kunnen aanschaffen.

Het probleem is niet dat mensen zich geen wekelijkse shoppingtrips kunnen veroorloven, maar dat we het normaal vinden dat iedereen constant nieuwe kleren koopt. Iets kopen en er zorg voor dragen is niet meer de norm. Mensen met een lager inkomen willen net zoals de middenklasse gezinnen véél kleren bezitten. Er is een mentaliteitsshift nodig. Shoppen is een hobby geworden, zoals videogames spelen of gaan tennissen.

Is de prijs van een fast fashion kledingstuk democratisch? Absoluut niet.

Denk even na hoe kledingkasten er vroeger uitzagen. Als je in een oud huis of appartement woont, bestaat de kans dat je nog een kledingkast bezit met de afmetingen van weleer. Hoewel de vrouwen begin van de vorige eeuw vooral volumineuze outfits hadden, waren de kledingkasten klein. Nu hebben mensen gigantische kasten, sommigen hebben zelfs een walk-in-closet, die volgepropt zitten met kleren. Waarom hebben we zoveel kleren? Ze zijn veel te goedkoop en we waarderen de makers van de kleding niet genoeg om er langer bij stil te staan.

Wat stel je voor als alternatief?

Koop één stuk in plaats van tien. Als je dat jarenlang zo doet, ga je een kledingkast hebben met enkel kleren die je echt mooi vindt en waardeert. Mijn dochter is negentien en ze heeft geen groot kledingbudget. Omdat ze van mode houdt en graag eens afwisselt, deelt ze kleren met haar vriendinnen. Ze draagt ook mijn oude jeans van in de jaren tachtig. Jeans werd toen nog gemaakt van stevige denim, zonder stretch. Ik heb die broek moeten 'inlopen', zoals stevige schoenen. Mijn dochter draagt dus een 'original mom jeans'. Hét bewijs dat kwalitatieve kleding z'n geld waard is.

In plaats van iets kopen, enkele keren dragen en weggooien, kunnen we even goed kleding lenen, wegschenken, doorverkopen en huren. Stella McCartney is een grote voorstander van dit principe. Ze is zich er bewust van dat niet iedereen haar ontwerpen kan betalen wanneer zij ze in de winkelrekken legt, maar misschien wel tijdens de soldenperiode of wanneer iemand een stuk tweedehands aanbiedt of je bij een kledingbib haar kleding gaat huren. Er zijn zoveel mogelijkheden waarop kledingstukken van goede kwaliteit verschillende levens kunnen leiden. We moeten ernaar streven dat mensen nog van mode kunnen genieten zonder dat de ziel van iedereen die ermee in aanraking komt wordt gedood.

Is de prijs van een fast fashion kledingstuk democratisch? Absoluut niet. In Bangladesh verdient een textielarbeider 68 dollar per maand. We buiten dus letterlijk mensen uit zodat we hier 'democratische prijzen' kunnen aanbieden. De CEO's van die modeketens horen bij de rijkste mensen ter wereld. Democratische mode, is mode waarbij iedereen eerlijk wordt betaald en niet alleen de bazen met de winst gaan lopen. Als wij de juiste prijs niet betalen voor de kleding, dan betaalt de arbeider de prijs. Zo simpel is het.

Textielarbeiders in Bangladesh komen op straat om een leefbaar loon te eisen © Getty

Hoe moeilijk of gemakkelijk was het om achter de cijfers en feiten te komen? Was het een moeizaam onderzoek?

Eigenlijk niet. Er is de voorbije jaren hard gewerkt door verschillende organisaties om de modewereld transparanter te maken. De Ellen McArthur Foundation, McKinsey, de Boston Consulting Group en Fashion Revolution doen allemaal onderzoek naar dit onderwerp. Vijf jaar geleden zou het veel moeilijker geweest zijn om exacte cijfers te vinden. Dankzij evenementen zoals de Copenhagen Fashion Summit, waar duurzaamheid op de internationale agenda wordt gezet, wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar wat er misgaat in de modeketen en wat we eraan kunnen doen.

Zal de shift naar een duurzame modetoekomst snel genoeg gaan?

Ik hoop het. En ik geloof erin. Ik heb tijdens mijn onderzoek zoveel fantastische mensen ontmoet die heel innovatief te werk gaan. Zowel in de slow fashion-beweging als in de technologische wereld en de retailsector zijn er mensen die van wanten weten.

De nieuwe generatie laat niet met zich sollen.

Het is grappig, maar bijna alle mensen die ik heb geïnterviewd voor dit deel van het boek zijn vrouwen. Ik heb niet expres gezocht naar vrouwelijke pioniers in de duurzame mode, maar het valt wel op. Van vrouwelijke telers van biologisch katoen tot professor Dilys Williams van het Centre for sustainable fashion in Londen: in alle lagen van de keten kwam ik inspirerende vrouwen tegen.

Door met hen te praten, ontdekte ik dat het tot voor kort niet simpel was voor start-ups van vrouwen om financiële middelen te krijgen. Alle investeerders waren mannen, die traditioneel gezien niet in vrouwelijke bedrijfsleiders investeerden. Ze deden dat vast niet bewust, maar het was wel zo. Dat is nu stilaan aan het veranderen. Een van de redenen hiervoor is dat er meer en meer vrouwen veel geld verdienen in de tech-industrie. Een andere reden is dat er heel wat vrouwen op de proppen komen met heel vooruitstrevende, innovatieve ideeën om mode te verduurzamen. Als je die twee samenbrengt, krijg je hoopvolle projecten. Er is nog lang geen gendergelijkheid, maar de voorbije jaren zie je wel dat het de goede kant uitgaat.

Weet je wat ik zo cool vind? Deze vrouwen breken niet gewoon het glazen plafond. Ze bouwen een volledig nieuw gebouw door nieuwe manieren van zakendoen te introduceren. Ze kregen zo vaak te horen dat ze gek moesten zijn om op een totaal andere manier aan zaken te doen, maar kijk waar ze nu staan: aan de wieg van een nieuwe, duurzame mode-industrie. Hopelijk inspireren deze vrouwen ook de fast fashion merken om in plaats van loze beloftes écht systemisch te veranderen.

Ik heb ook heel veel respect voor de jongeren die op straat komen. Ook dat geeft me hoop. De nieuwe generatie laat niet met zich sollen. Greta is echt fantastisch.

Je bent ondertussen een echte expert op het gebied van een duurzame garderobe. Hoe ziet jouw kleerkast eruit?

Ik ben altijd vrij bewust geweest over wat ik eet en draag. Ik kweek biologische groenten in de tuin en ik hou mijn kleren decennialang bij. Vroeger spaarde ik soms maandenlang voor mooie kleren. Ik heb een keer honderd uur in totaal moeten babysitten voor ik een jas kon kopen van honderd dollar. Dat was een goede beslissing, want ik heb die jas nog steeds. Onlangs was ik aan het praten met iemand die zei dat de stijl van de jaren negentig terug super modieus is. Ik antwoordde: 'Ideaal, want ik draag mijn kleren van die tijd nu nog steeds.'

Auteur Dana Thomas © Michael Roberts Maconochie Photography

Sinds ik ben beginnen werken aan dit boek, is mijn shopgedrag wel veranderd. Als ik nieuwe kleding koop, kies ik héél bewust merken die duurzaam zijn. Vandaag heb ik bijvoorbeeld een kostuum aan van Phillip Lim, gemaakt van duurzame merinowol. Ook heb ik een jurk gekocht van Alabama Chanin, gemaakt van biokatoen en op eerlijke wijze geproduceerd in de Verenigde Staten. Ik heb ook twee pakken van Stella McCartney. Meer kan ik me niet veroorloven, maar ik draag ze heel vaak en je kunt de broeken en blazers ook apart dragen. Ik geef toe dat dit dure aankopen waren, maar als je kijkt naar de cost per wear, zijn ze eigenlijk niet zo duur. Ik heb liever één fantastische jurk, dan tien waar ik niet warm voor loop. Ik ga die kleren dragen tot ik tachtig ben.

Ik huur ook kleding. Als ik naar een feestelijk gala moet of een chic feest, huur ik liever een hele mooie outfit. Ik heb niet iedere dag een rodeloperjurk nodig, dus waarom zou ik er een kopen? Ook heb ik al enkele kleren verkocht. Sommige outfits passen gewoon niet meer bij mijn leeftijd, ze voelden niet meer echt als 'ik'. Mijn dochter wilde deze kleren ook niet, dus ik heb ze doorverkocht. Ze noemen zo'n kleren wel eens 'preloved' en dat vind ik mooi: ik heb ooit van ze gehouden en nu geef ik ze met liefde door.

Dana Thomas schreef eerder al 'Deluxe: How Luxury Lost Its Luster ( 2007) en 'Gods and Kings: The Rise and Fall of Alexander McQueen and John Galliano' (2015). Al sinds de start van haar carrière als modejournaliste in 1988 houdt ze de vinger aan de pols. Thomas wil haar lezers niet aansporen om steeds de nieuwste trends op de kop te tikken, maar hoopt meer inzicht te bieden in wat er zich allemaal achter gesloten deuren afspeelt.

Dana Thomas, 'Fashionopolis, The price of fast fashion and the future of clothes', Penguin Press, 23 euro.

. © GF