Duurzaam succes in de luxesector ligt niet voor de hand. Ontwerpers zijn huursoldaten, en dus inwisselbaar. De Karl Lagerfelds (drie generaties and counting) zijn eerder uitzondering dan regel. Gaat de omzet lichtjes naar beneden? Verliest een merk buzz? Dan is de oplossing snel gevonden: nieuw creatief bloed aan de top. Kris Van Assche staat intussen tien jaar aan het hoofd van Dior Homme. Dat is, in modetermen, een halve eeuwigheid. Het is in zekere zin ook onverwacht.
...

Duurzaam succes in de luxesector ligt niet voor de hand. Ontwerpers zijn huursoldaten, en dus inwisselbaar. De Karl Lagerfelds (drie generaties and counting) zijn eerder uitzondering dan regel. Gaat de omzet lichtjes naar beneden? Verliest een merk buzz? Dan is de oplossing snel gevonden: nieuw creatief bloed aan de top. Kris Van Assche staat intussen tien jaar aan het hoofd van Dior Homme. Dat is, in modetermen, een halve eeuwigheid. Het is in zekere zin ook onverwacht. Toen Van Assche in 2007 de scepter overnam van Hedi Slimane, zagen veel critici hem al op voorhand falen. Dat was niet fair, en allicht ook niet fijn. 'Hedi werd verafgood in de mode', zegt hij nu. 'Ik wist dat het moeilijk zou worden. Ik ben daar nuchter bij gebleven. Het is altijd makkelijker om een huis over te nemen dat doodgebloed is, of niet meer draait. Dior Homme was een ongelooflijke hype. Ik stond voor een onmogelijke keuze. Meer van hetzelfde doen, dan word je daarvoor door iedereen gehaat, of alles veranderen, en dan is ook niemand tevreden. Wat doe je in zo'n geval? Je werkt hard, je kruist je vingers en je hoopt dat je het overleeft.' 'Ik heb gekozen voor evolutie', zegt Van Assche. Hij zit aan de tafel van zijn studio in het hoofdkwartier van Dior Homme, een halve balzaal groot, minimaal ingericht, met witte muren en een reusachtige spiegel. Hij draagt Dior Homme, zwart van top tot teen: sweatshirt en sneakers. En voor de fotoshoot, op het trottoir van rue de Marignan, een lange mantel. Het is een koude, grijze winterdag. Hij drinkt thee. 'Ik heb beetje bij beetje mijn stempel gedrukt op Dior,' zegt hij, 'het hoefde niet noodzakelijk Kris Van Assche te worden: ik had al mijn eigen label. Dior mocht Dior blijven. Maar dan wel op mijn manier. Ik was dertig. Ik wist dat ik veel zou leren. Ik wist dat er middelen waren, een atelier. Ik was niet naïef. Ik wist dat het hard zou worden. En dat is het ook geweest.' Hij wordt soms nog ondergewaardeerd, niet het minst in eigen land. 'België heeft een heel aparte kijk op mijn werk. Toen Raf Simons de vrouwencollecties kwam ontwerpen, werd hier en daar plotseling geschreven dat ik voor Raf werkte, terwijl ik hier toch al een paar jaar aan de slag was. En ook: er is geen land in de wereld dat nog niets heeft geschreven over mijn tien jaar hier, behalve België. Dit is mijn allerlaatste verjaardagsinterview. Dat is toch vreemd?' Is dat frustrerend? 'Zelf lig ik daar niet wakker van. Maar voor de familie, de buren, de nicht en de achternicht is het niet aangenaam, want die lezen natuurlijk alleen de Belgische pers.' Je hebt ook nog geen tentoonstelling gekregen in het MoMu. 'Antwerpen is vooruitstrevend. Maar een mannenlabel van een groot huis, dat vinden ze blijkbaar toch niet zo interessant. Dan denk ik: goed, doe maar.' Hij kwam naar Parijs vers van de academie. 'Ik kreeg een aanbod om vier maanden stage te lopen bij Yves Saint Laurent in Parijs, op de mannenafdeling. Ik ben afgestudeerd als vrouwenontwerper. Ik nam die stage aan omdat ik dacht: dan ben ik in Parijs en kan ik ander werk zoeken. Ik was ervan overtuigd dat ik vier maanden dassen en sokken zou ontwerpen, en dat er tijd genoeg zou zijn voor sollicitatiegesprekken bij andere huizen. Maar de praktijk bleek heel anders. Bij Yves Saint Laurent was er, vanuit creatief oogpunt, weinig of geen verschil tussen mannen- en vrouwenmode.' Dat was een openbaring? 'Een openbaring én een verandering van parcours. Die eerste vier maanden zijn verlengd met nog eens zes maanden, en uiteindelijk ben ik twee jaar gebleven. In 2000 is Saint Laurent overgenomen door Gucci. Hedi Slimane ( die toen artistiek directeur was van de mannencollectie van YSL, red.) is naar Dior gegaan om daar de mannenlijn uit de grond te stampen: Dior Homme. En hij vroeg me mee. In 2004 ben ik weggegaan om mijn eigen label te starten. Geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht dat ik ooit zou terugkeren naar Dior. Het was ook niet zo'n prettig moment. Ik ben langs de achterdeur vertrokken. Toen ik mijn eigen label begon, was dat met het idee: dit is voor altijd. Twee jaar later boden ze me de baan aan. We vieren nu wel mijn tiende verjaardag bij Dior, maar ik heb het gevoel dat ik sinds een jaar of twee voor een nieuw huis werk. Toen is er beslist om de mannencollecties verder te ontwikkelen. Er werd ook voor het eerst een toegewijde directeur benoemd. Er is meer ambitie, en zelf concentreer ik me nu ook voor honderd procent op Dior. Twee jaar geleden heb ik ook mijn eigen label op pauze gezet. Financieel ging dat zo moeilijk dat ik er creatief onder leed. Ik had er geen zin meer in.' Kijk je soms terug naar je eigen werk? 'Weinig. Ik bedenk voor elke collectie een verhaal, met personages, muziek, decor. Die verhalen zitten wel in mijn hoofd. De kleren veel minder. Terugkijken is verlammend: ik zie de fouten. Waarom beginnen we in de mode vier keer per jaar aan een nieuw verhaal? Omdat we elke keer denken dat we het beter gaan doen. In een buitenwijk van Parijs heb ik een pand met de archieven van mijn label. Ik ben er zelf nog nooit geweest. De kleren hangen daar, en eigenlijk hangen ze er vooral omdat ik niet wil dat iemand anders ze in handen krijgt.' Waarom? ( lacht) 'Omdat dat dat van mij is.' Welk verhaal heb je willen vertellen met de zomercollectie? 'Dior vierde vorig jaar zijn zeventigste verjaardag. Daar is veel over te doen geweest, maar het ging zelden over Dior Homme. Ik dacht: wij hebben in ons atelier toch ook de nodige knowhow en savoir-faire? Die verjaardag viel dan ook nog eens samen met mijn tien jaar hier. En het atelier was, echt waar, misschien wel de belangrijkste reden waarom ik naar Dior ben gekomen. Daarom ligt de nadruk dit seizoen op tailoring, op het metier. Je hoort de hele tijd dat pakken voorbij zijn, dat het in de mannenmode nu allemaal draait om streetwear. Maar ik ben het daar absoluut niet mee eens. De jonge modellen en acteurs met wie ik werk voelen zich uitstekend in een pak. Maar het moet wel het juiste pak zijn. Er is ook een link met meneer Dior. Zijn grootste bijdrage aan de modegeschiedenis is de veste-bar, en die heeft zijn oorsprong in de mannengarderobe. Bij mij draait sowieso alles om contrast. Hoe klassieker de collectie, hoe meer elementen uit de street- en sportswear ik erbij wil. Er moet een evenwicht zijn. Pakken, maar ook sweatshirts, sneakers en blousons.' En heel korte shorts. 'Héél korte shorts.' Mis je je eigen label soms? Je gebruikte het woord pauze. Dat klinkt niet definitief? 'Kijk, als de juiste partner aan de deur klopt, dan kan die deur altijd terug open. Mis ik mijn label? Neen, want het heeft me de laatste jaren vooral met problemen en frustraties opgezadeld. Ik hoef niet meer zo nodig twee shows tijdens de modeweek, met 24 uur ertussen. Ik heb dat niet nodig om gelukkig te zijn. Ik kan mijn ei perfect kwijt bij Dior. Ik geniet er nu meer van dan vroeger. Maar stel dat de juiste middelen op tafel worden gelegd, ja, waarom niet. En het moet aangenaam zijn. Op het eind van Kris Van Assche was ik ongelukkig. Dat wil ik niet meer.' Hoe is je leven in Parijs geëvolueerd? 'Mijn eerste jaren hier, met bijna geen loon als stagiair, waren hard. Ik heb alle clichés meegemaakt. Dat heeft best een tijd geduurd. Ik kreeg telkens contracten van korte duur, en daar huur je geen deftig appartement mee. Achteraf heeft het iets romantisch, dat wel. De eerste maand kon ik terecht in een studentenhuis in Savigny-sur-Orge, in de banlieue. Later heb ik een vreselijke zolderkamer gevonden in rue Cognacq Jay, in het zevende arrondissement. Het was een hel: kakkerlakken, een buur die altijd dronken was. Ik heb in het jaar dat ik daar woonde walgelijke, mens-onwaardige toestanden meegemaakt. Mijn ouders wisten dat niet. Anders hadden ze me zeker geholpen om iets beters te vinden. Maar daar was ik dan weer te trots voor: je woont hier nu, zoek het zelf maar uit. Uiteindelijk kreeg ik een vast contract bij Saint Laurent, en kon ik iets fatsoenlijkers huren. Zo zijn er vierkante meters bij gekomen, en aangenamere ervaringen. Tegenwoordig woon ik in de buurt van l'Etoile, in het zeventiende arrondissement, niet ver van hier. In betere omstandigheden, ja.'