Al bijna vier decennia zijn de Tabi boots, gebaseerd op de Japanse tabi-enkelsok, een van de iconen van Maison Margiela. Vandaag is de schoen met gespleten neus populairder dan ooit. Om de rage nog wat verder op te drijven, geeft het modehuis nu een inkijk in hoe ze gemaakt worden.
Iedereen kent ze wel: de Tabi boots van Margiela. In 1989 toonde Martin Margiela tijdens zijn allereerste show zijn leren laarzen met split-toe. Tijdens de finale lieten de schoenen, waarvan de zolen in rode verf waren gedrenkt, hoefafdrukken achter op de witte stof die de catwalk bedekte. Dat ze daarna bleven terugkomen, was een praktische beslissing: er was geen budget om een nieuw model te ontwikkelen. Voor de zomercollectie van 1990 kregen ze, in typische Margiela-stijl, een laag witte muurverf.
Van 1989 tot 2009 bleef de designer de Tabi heruitvinden, met als meest extreme versie de ‘Topless Tabi’: zolen op een hoge hak die met een rolletje transparante tape aan de voeten werden bevestigd. Die eerste modellen zijn vandaag gegeerd bij verzamelaars, vaak werden er maar enkele paren van gemaakt, uitsluitend voor de catwalk.
Productieproces Tabi boots Margiela
Pas vanaf 1999 werden de laarzen gecommercialiseerd. Goedkope kopieën vind je intussen overal online, maar dat heeft lang geduurd: de gespleten leest van de schoen maakte het productieproces bijzonder complex. De meeste schoenmachines zijn daar simpelweg niet op voorzien. Margiela vond uiteindelijk, via modeondernemer Geert Bruloot, een Italiaanse fabrikant die bereid was om al zijn kennis en vakmanschap boven te halen voor de Tabi zoals we die vandaag kennen.
De video hieronder toont hoe dat maakproces verloopt en verklaart meteen ook het prijskaartje van de iconische schoen.