"Op een dag vind je de job van je leven. En dan ben je weg." Het overkwam Ilaria Venturini Fendi. Een achternaam die bij modeadepten een belletje doet rinkelen. Ilaria stamt inderdaad uit de Romeinse modefamilie Fendi. Jarenlang was ze creatief directeur van de accessoires en werkte ze samen met haar zus Silvia en Karl Lagerfeld, die samen de vrouwencollecties tekenden. De job van je leven zou je denken, maar Ilaria liep ervan weg en begon een bioboerderij. Van een radicale carrièreswitch gesproken. Al gebeurde het haast toevallig, vertelt ze. "Eigenlijk zocht ik een plek om mijn paarden te stallen. Ergens om in het weekend tot rust te komen en te paardrijden. Op die immo-zoektocht stootte ik op een prachtig landgoed net buiten Rome: I Casali del Pino, midden in het beschermde natuurgebied Veio, dat bezaaid is met archeologische overblijfselen. Ik was op slag verliefd. Maar met zijn 174 hectare was het veel te groot voor mijn paarden. Ik wist: als ik dit koop, moet ik mijn leven omgooien."
...

"Op een dag vind je de job van je leven. En dan ben je weg." Het overkwam Ilaria Venturini Fendi. Een achternaam die bij modeadepten een belletje doet rinkelen. Ilaria stamt inderdaad uit de Romeinse modefamilie Fendi. Jarenlang was ze creatief directeur van de accessoires en werkte ze samen met haar zus Silvia en Karl Lagerfeld, die samen de vrouwencollecties tekenden. De job van je leven zou je denken, maar Ilaria liep ervan weg en begon een bioboerderij. Van een radicale carrièreswitch gesproken. Al gebeurde het haast toevallig, vertelt ze. "Eigenlijk zocht ik een plek om mijn paarden te stallen. Ergens om in het weekend tot rust te komen en te paardrijden. Op die immo-zoektocht stootte ik op een prachtig landgoed net buiten Rome: I Casali del Pino, midden in het beschermde natuurgebied Veio, dat bezaaid is met archeologische overblijfselen. Ik was op slag verliefd. Maar met zijn 174 hectare was het veel te groot voor mijn paarden. Ik wist: als ik dit koop, moet ik mijn leven omgooien." Dus deed je dat zonder verpinken? Ilaria Venturini Fendi: "Mijn coup de foudre voor de plek maakte het gemakkelijker om die radicale beslissing te nemen. Ik hield van de modewereld, maar tegelijkertijd wilde ik er weg. Mijn ontevredenheid groeide door collecties die na een half jaar worden afgedankt, de steeds strakkere schema's en het hectische leven. De boerderij was dé kans om daaraan te ontsnappen en dichter bij mijn gezin en de natuur te leven. Die kon ik niet laten schieten." Van de stadse drukte en de luxueuze modedynastie naar de rust en de noeste boerenstiel. Hoe groot was de cultuurschok? "Ik ben altijd een buitenmens geweest. Dankzij mijn vader. Hij was een enorme natuurliefhebber en nam me vaak mee naar het platteland. Ik had een heel bijzondere band met hem. Helaas stierf hij toen ik tien was. Ik heb twee oudere zussen en ik was voor hem zijn langverwachte zoon. Hij bracht me de liefde bij voor paarden, honden en het buitenleven. Deze radicale verandering in mijn leven zou je zijn spirituele erfenis kunnen noemen." Bracht het boerenbestaan de verwachte rust? "Het is een prachtige stiel, maar gemakkelijk is het niet. Alleen al de omschakeling naar biologische landbouw kostte me drie jaar. En de heropbouw en restauratie van de gebouwen - die teruggaan tot 900 - waren een bureaucratische lijdensweg, omdat de boerderij op een archeologische site ligt. Ik heb intussen duizend schapen en verschillende bijenvolken. In het begin deed ik veel zelf. Nu werk ik samen met een meester-kaasmaker en een zeer ervaren imker. Onze belangrijkste producten zijn pecorino, ricotta en wildebloemenhoning. Daarnaast zijn er fruitbomen, kweken we groenten en graan. We verkopen zelfgemaakte koekjes en confituur, net als vlees en charcuterie van onze eigen varkens. Maar om de eindjes aan elkaar te knopen, run ik hier ook een hotel, een biologisch restaurant en een winkel met al onze producten." Ondanks je liefde voor de natuur koos je toch voor een modeopleiding. Omdat je familie dat van je verwachtte? "Als kind wilde ik bioloog of dierenarts worden. Maar nadat mijn vader stierf, bracht ik meer tijd door met mijn moeder Anna. In haar atelier raakte ik gefascineerd door mode en design. Ik kan niet zeggen dat ik gedwongen werd om mode te studeren, maar het leek vanzelfsprekend." Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: drie jaar na je vertrek bij Fendi startte je Carmina Campus, je eigen merk dat tassen, juwelen en zelfs meubelen maakt van afvalproducten. Miste je de mode? "Toen ik het familiebedrijf verliet, wist ik dat het voorgoed was. De mode zou ik niet missen, wel de creatieve uitlaatklep en de ambachtslieden. Met hen bleef ik in contact. Soms maakten ze een handtas voor mij, gewoon voor persoonlijk gebruik. In 2006 maakte ik met hen een reeks unieke tassen. Het waren geüpcyclede totebags van een Italiaanse ngo die opkomt voor vrouwenrechten, overgebleven na een conferentie. Ik deed het om hun project te steunen, maar achteraf gezien was dit het startschot voor Carmina Campus. Ik begon accessoires te maken van afgedankte materialen zoals onverkochte stock, eindereeksen, vintage en ander afval. Nu is dat gemeengoed, maar vijftien jaar geleden sprak niemand over circulaire economie. We waren echt pioniers." Kun je je knowhow van Fendi gebruiken voor Carmina Campus? "Er zijn meer parallellen dan mensen vaak denken: we maken allebei luxeproducten met een stevig prijskaartje en werken met de beste Italiaanse ambachtslui. Het grote verschil is het materiaal. Fendi kiest voor het allerbeste, ik voor afval. Mijn definitie van luxe is anders, met meer aandacht voor innovatie en het achterliggende concept. Bovendien maak ik unieke stukken. Eerlijk gezegd is Carmina Campus voor mij vooral een manier om te vechten voor mijn ideeën en overtuigingen. Ik doe het meer uit passie dan voor de winst. Ik houd het merk ook bewust klein en ik verkoop het liefst in mijn eigen winkel Re(f)use, zodat de kleren zo min mogelijk kilometers moeten afleggen." Naast recyclage is ook fair trade een hoeksteen van de Carmina Campus-filosofie. Een deel van de producten wordt gemaakt in Afrika, al wil je het geen liefdadigheid noemen. Waarom niet? "Not Charity, Just Work', printte ik ooit op mijn tassen. Dat is echt mijn visie, geïnspireerd op het oude gezegde: 'Geef een man een vis en hij heeft één dag eten. Leer een man vissen en hij heeft een leven lang te eten.' Via een samenwerking met de Wereldhandelsorganisatie help ik zelfvoorzienende micro-ondernemers creëren. Uit verschillende rapporten blijkt dat mensen - vooral vrouwen - hun leven hierdoor daadwerkelijk kunnen veranderen. Ze wonen niet langer in sloppenwijken of op vuilnisbelten, ze zijn gezonder en kunnen hun kinderen naar school sturen. Dat helpt niet alleen henzelf vooruit, maar de hele gemeenschap." Mode is een van de meest vervuilende industrieën. Verandering lijkt traag te gaan. Brengt de wereldwijde pandemie de duurzame omschakeling in de gehoopte stroomversnelling? "Helaas. Nu de pandemie stilaan verdwijnt, keert alles terug naar hoe het was. En dat terwijl het kantelpunt in de klimaatopwarming eerder komt dan we dachten. Mode kijkt nog altijd te veel naar zichzelf en te weinig naar de wereld om zich heen. Er zijn enorm veel kritieke punten: van het vernietigen van onverkochte spullen tot de herkomst van grondstoffen en de controle over het productieproces. Had de mode-industrie duurzaamheid echt serieus genomen, dan hadden er de afgelopen twintig jaar enorme duurzame stappen gezet kunnen worden. Het is een gemiste kans." Carmina Campus valt in het hokje 'duurzame mode'. Is dat geen holle kreet geworden? "Ik heb altijd gedacht dat er een moment zou komen waarop we geen onderscheid meer zouden moeten maken tussen 'mode' en 'duurzame mode'. Net als bij voeding, design, auto's enzovoort. Maar dat moment is nog ver weg. Dus helpt de term consumenten om beter geïnformeerd te kiezen." Is het überhaupt mogelijk om op een duurzame manier mode of accessoires te maken? Zou het niet beter zijn om gewoon te stoppen met produceren? "Elke menselijke activiteit heeft een impact op het milieu. Minder mode, minder vervuiling, dat is zeker, maar minder business betekent ook minder werk voor miljoenen mensen. Als ontwerper ben ik er bovendien van overtuigd dat mode een belangrijk middel is voor zelfexpressie, iets waaraan iedereen op de een of andere manier behoefte heeft. Geen mode meer maken is een onrealistisch doel. Maar innovatie in de mode is hoognodig, op weg naar beter doordachte en beter gemaakte spullen met een langere levenscyclus." Nog even terug naar de boerderij. Ontwerper-boer is een spectaculaire duobaan. Hoe rijm je die twee met elkaar? "Voor de buitenwereld lijken die twee misschien niks met elkaar te maken te hebben. Maar voor mij wel. Carmina Campus en I Casali del Pino komen voort uit dezelfde waarden rond duurzaamheid. Ik heb op het domein twee bureaus: een designstudio voor Carmina Campus en eentje waar ik alles regel voor het domein. Tussen die twee zit een deur die me letterlijk van de ene in de andere wereld brengt." Best of both worlds dus.