Net zoals dat gaat met alle thema's rond ouderschap, doen er ook in deze Week van de Borstvoeding veel wilde verhalen de ronde. Het debat over het onderwerp neemt al snel een emotionele wending, meer dan dat het gestoeld is op wat we erover wéten. De ene vertelt over borstvoeding als ronduit hemelse ervaring die als geen ander verbinding tussen moeder en kind creëert, de andere als horrorverhaal pur sang, vol bloed, rauw vlees, uitgehongerde baby's en radeloze ouders.

Het verschil tussen beide visies is gigantisch en de werkelijkheid bevindt zich - zoals zo vaak - doorgaans ergens tussenin. Ik stel voor dat we deze Week van de Borstvoeding aanwenden om te timmeren aan een realistischer beeld, waarvoor we minder emoties vasthaken aan de manier van kinderen voeden, en zo een ultieme normalisatie nastreven. Want in die fragiele en hyperpersoonlijke zoektocht naar wat werkt en wat niet om onze kinderen groot te brengen, heeft niemand iets aan extremen, of het nu horrorverhalen of sprookjes zijn.

Snelle leerschool

Het horen van zo'n eerlijke verhalen en neutrale informatie is meer dan ooit belangrijk, zowel voor wie zijn kinderen groot wil brengen op mensenmelk als voor wie koeien inschakelt om diezelfde taak tot een goed einde te brengen. Zorgen voor kinderen en hen voeden is immers niet iets wat je leert uit boeken of informatiefolders, het is iets wat je leert door ervaring en betrouwbare begeleiding.

In andere culturen leren mensen nog voor ze zelf aan kinderen beginnen hoe (op)voeden werkt door het regelmatig te zien gebeuren, maar in onze maatschappij is zorg voor jonge kinderen de voorbije decennia veel meer afgeschermd geraakt. Kersverse ouders moeten vandaag vaak nog alles leren op het moment dat ze hun baby in hun armen geduwd krijgen en borstvoeding geven is een van de hoofdstukken uit dat lessenpakket. Zelfs een eventueel gevolgde cursus tijdens de zwangerschap kan amper de veelheid van informatie en ervaringen compenseren die elders ter wereld op een natuurlijke manier wordt meegegeven.

Niemand heeft iets aan horrorverhalen of sprookjes als het gaat over borstvoeding.

De huidige generatie nieuwe moeders is aan een inhaalbeweging bezig, maar borstvoeding in België werd lang in een verdomhoekje gestoken. Ons land bungelde lange tijd achteraan de Europese statistieken, zowel qua opstart van borstvoeding als qua duur. Dat maakt helaas dat kersverse ouders voor goed advies vandaag weinig kunnen terugvallen op de hulplijn die elders in de wereld vanzelfsprekend is: onze eigen (groot)ouders, want die zijn zelf vaak amper ervaringsdeskundige, uitzonderingen daar gelaten.

Ook bij die andere bron van informatie loopt het nog regelmatig mis: heel wat medische hulpverleners teren op verouderde tips en houden soms mee mythes in stand. Borstvoedende vrouwen kunnen voor betrouwbaar advies altijd terecht bij een erkende lactatiekundige, maar die gespecialiseerde hulpverlening wordt niet automatisch aangeboden in het zorgpakket rond de zwangerschap. Onderweg komen ze wel talloze vroedvrouwen, gynaecologen en pediaters tegen die zich bij het geven van advies helaas niet laten tegenhouden door een gebrek aan (actuele) kennis van zaken. Af en toe zit er zelfs iemand tussen die zichzelf lactatiedeskundige noemt. Dat woord lijkt verdacht veel op de term die de eerder genoemde gediplomeerde hulpverleners hanteren, maar wil in praktijk niets zeggen: iedereen kan zich zo noemen. Je moet al sterk in je schoenen staan als kersverse ouder om doktersadvies naast je neer te leggen, ook al helpt het je niet verder.

Emotionele leerschool

Voor ouders die beginnen met borstvoeding zijn verhalen uit hun omgeving dus van onwezenlijk belang. Die zijn vaak echter erg emotioneel gekleurd. Soms wordt borstvoeding eindeloos geromantiseerd, soms krijg je ellenlange verhalen over pijnlijke problemen, zelden hoor je nuance. Die emotionele lading is op zich niet verwonderlijk, want de opstart vindt doorgaans plaats tijdens een van de meest emotionele periodes uit het leven van een mens die beslist zich voort te planten. Maar we moeten die gevoelens en persoonlijke ervaringen kunnen loskoppelen van de praktijk op zich. Natuurlijk mogen we borstvoeding niet demoniseren, maar we zouden het ook niet mogen romantiseren, zelfs niet tijdens deze themaweek.

De doorgaans emotionele benadering van borstvoeding gaat voorbij aan het feit dat er ook puur rationeel heel wat over te zeggen valt.

Het geven van borstvoeding als haast goddelijk afspiegelen, doet immers meer kwaad dan goed. De oeverloze romantisering kan moeders die er net mee beginnen en (opstart)problemen ervaren extra onzeker maken: waarom voelen zij zich geen oermoeder die de wereld aankan met haar baby aan de borst? Het kan het idee in de hand werken dat borstvoeding iets is waarmee je geluk moet hebben: iets dat bij sommige vrouwen vanuit het niets lukt, en bij anderen niet. Het kan irritatie opwekken. De boodschap dat mensenmelk nutrioneel gezien de beste melk is die je een kind kan geven, is al wijdverspreid, ook bij de ouders die om hun eigen reden kiezen voor poedermelk. Hebben we werkelijk nog (onrealistische) lofzangen nodig? Het is alleszins niet iets waarop mensen die vol goede moed begonnen met borstvoeding maar het niet volgens plan zagen verlopen, op zitten te wachten.

Daarbij zijn ze even symptomatisch als de horrorverhalen: we vinden borstvoeding geen normale manier van voeden. Ouders die opteren voor flesjes ervaren evenzeer hun zoektochten en overwinningen, maar die verhalen vertalen zich niet in de extremen die gangbaarder zijn als het gaat over melk uit borsten.

Goed geadresseerde odes

Die doorgaans emotionele benadering van borstvoeding gaat voorbij aan het feit dat er ook puur rationeel heel wat over te zeggen valt. Dat er al heel wat wetenschappelijk onderzoek naar werd gedaan bijvoorbeeld, maar dat dat nog al te vaak overschaduwd wordt door mythes. Dat een pasgeboren baby een piepklein maagje heeft en dat het dus normaal is dat die veel wil drinken - geen teken van 'te weinig melk hebben'. Dat het nog vaak gegeven advies van drie uur tussen twee voedingen laten al lang achterhaald is en problemen kan opleveren. En dat je bij pijn of problemen best hulp inroept, want dat er wellicht een oplossing te vinden is. Dat die hulp bestaat en dat je er recht op hebt.

Laten we onze lofzangen deze week liever richten op alles wat vandaag meebouwt aan de normalisering van borstvoeding dan op borstvoeding zelf.

Ik pleit tijdens deze Week van de Borstvoeding voor het delen van die échte verhalen en eerlijke informatie. Uiteindelijk is borstvoeding, in al zijn vernuft, ook maar wat het is: het voeden van een jong, zoals zoogdieren al doen sinds ze 200 miljoen jaar geleden opdoken. Het zou geen punt mogen zijn. Borst of fles, iedereen zou het recht moeten hebben om zelf te kiezen en om daarbij vrij te blijven van oordelen. Maar echte keuzevrijheid bestaat alleen als je helemaal weet waarvoor je kiest, en daar knelt vandaag nog vaak het schoentje, door het gebrek aan die realistische verhalen en objectieve informatie.

Laten we onze lofzangen deze week dan ook liever richten op alles wat vandaag meebouwt aan de normalisering van borstvoeding. Bejubel gerust de lactatiekundigen die jonge moeders bijstaan met wetenschappelijk onderbouwd advies. Lauwer kinderopvanginitiatieven die de keuze voor borstvoeding niet als een ondermijning van hun werking zien. Zet de werkgever in de bloemen die uit eigen beweging een kolflokaal inricht op de werkvloer. Stort een gift op het rekeningnummer van organisaties als La Leche League, die wetenschappelijk onderzoek over borstvoeding verzamelen en bevattelijk maken. Laten we een bankje in een park een prima plek vinden om een kind te laten eten.

En laat ons dus stoppen met elkaar bang maken, of torenhoge verwachtingen aanpraten. Want eerlijk? Een vrouwenlijf is misschien ontworpen op het geven van borstvoeding, maar dat wil niet zeggen dat het bij iedereen vanzelf gaat, of dat haar hoofd automatisch ook meewil. Het is vaak een hyperpersoonlijke zoektocht. Het is fantastisch. Het is hels. En heel vaak is het gewoon iets tussenin.

Net zoals dat gaat met alle thema's rond ouderschap, doen er ook in deze Week van de Borstvoeding veel wilde verhalen de ronde. Het debat over het onderwerp neemt al snel een emotionele wending, meer dan dat het gestoeld is op wat we erover wéten. De ene vertelt over borstvoeding als ronduit hemelse ervaring die als geen ander verbinding tussen moeder en kind creëert, de andere als horrorverhaal pur sang, vol bloed, rauw vlees, uitgehongerde baby's en radeloze ouders. Het verschil tussen beide visies is gigantisch en de werkelijkheid bevindt zich - zoals zo vaak - doorgaans ergens tussenin. Ik stel voor dat we deze Week van de Borstvoeding aanwenden om te timmeren aan een realistischer beeld, waarvoor we minder emoties vasthaken aan de manier van kinderen voeden, en zo een ultieme normalisatie nastreven. Want in die fragiele en hyperpersoonlijke zoektocht naar wat werkt en wat niet om onze kinderen groot te brengen, heeft niemand iets aan extremen, of het nu horrorverhalen of sprookjes zijn. Het horen van zo'n eerlijke verhalen en neutrale informatie is meer dan ooit belangrijk, zowel voor wie zijn kinderen groot wil brengen op mensenmelk als voor wie koeien inschakelt om diezelfde taak tot een goed einde te brengen. Zorgen voor kinderen en hen voeden is immers niet iets wat je leert uit boeken of informatiefolders, het is iets wat je leert door ervaring en betrouwbare begeleiding. In andere culturen leren mensen nog voor ze zelf aan kinderen beginnen hoe (op)voeden werkt door het regelmatig te zien gebeuren, maar in onze maatschappij is zorg voor jonge kinderen de voorbije decennia veel meer afgeschermd geraakt. Kersverse ouders moeten vandaag vaak nog alles leren op het moment dat ze hun baby in hun armen geduwd krijgen en borstvoeding geven is een van de hoofdstukken uit dat lessenpakket. Zelfs een eventueel gevolgde cursus tijdens de zwangerschap kan amper de veelheid van informatie en ervaringen compenseren die elders ter wereld op een natuurlijke manier wordt meegegeven.De huidige generatie nieuwe moeders is aan een inhaalbeweging bezig, maar borstvoeding in België werd lang in een verdomhoekje gestoken. Ons land bungelde lange tijd achteraan de Europese statistieken, zowel qua opstart van borstvoeding als qua duur. Dat maakt helaas dat kersverse ouders voor goed advies vandaag weinig kunnen terugvallen op de hulplijn die elders in de wereld vanzelfsprekend is: onze eigen (groot)ouders, want die zijn zelf vaak amper ervaringsdeskundige, uitzonderingen daar gelaten. Ook bij die andere bron van informatie loopt het nog regelmatig mis: heel wat medische hulpverleners teren op verouderde tips en houden soms mee mythes in stand. Borstvoedende vrouwen kunnen voor betrouwbaar advies altijd terecht bij een erkende lactatiekundige, maar die gespecialiseerde hulpverlening wordt niet automatisch aangeboden in het zorgpakket rond de zwangerschap. Onderweg komen ze wel talloze vroedvrouwen, gynaecologen en pediaters tegen die zich bij het geven van advies helaas niet laten tegenhouden door een gebrek aan (actuele) kennis van zaken. Af en toe zit er zelfs iemand tussen die zichzelf lactatiedeskundige noemt. Dat woord lijkt verdacht veel op de term die de eerder genoemde gediplomeerde hulpverleners hanteren, maar wil in praktijk niets zeggen: iedereen kan zich zo noemen. Je moet al sterk in je schoenen staan als kersverse ouder om doktersadvies naast je neer te leggen, ook al helpt het je niet verder. Emotionele leerschoolVoor ouders die beginnen met borstvoeding zijn verhalen uit hun omgeving dus van onwezenlijk belang. Die zijn vaak echter erg emotioneel gekleurd. Soms wordt borstvoeding eindeloos geromantiseerd, soms krijg je ellenlange verhalen over pijnlijke problemen, zelden hoor je nuance. Die emotionele lading is op zich niet verwonderlijk, want de opstart vindt doorgaans plaats tijdens een van de meest emotionele periodes uit het leven van een mens die beslist zich voort te planten. Maar we moeten die gevoelens en persoonlijke ervaringen kunnen loskoppelen van de praktijk op zich. Natuurlijk mogen we borstvoeding niet demoniseren, maar we zouden het ook niet mogen romantiseren, zelfs niet tijdens deze themaweek. Het geven van borstvoeding als haast goddelijk afspiegelen, doet immers meer kwaad dan goed. De oeverloze romantisering kan moeders die er net mee beginnen en (opstart)problemen ervaren extra onzeker maken: waarom voelen zij zich geen oermoeder die de wereld aankan met haar baby aan de borst? Het kan het idee in de hand werken dat borstvoeding iets is waarmee je geluk moet hebben: iets dat bij sommige vrouwen vanuit het niets lukt, en bij anderen niet. Het kan irritatie opwekken. De boodschap dat mensenmelk nutrioneel gezien de beste melk is die je een kind kan geven, is al wijdverspreid, ook bij de ouders die om hun eigen reden kiezen voor poedermelk. Hebben we werkelijk nog (onrealistische) lofzangen nodig? Het is alleszins niet iets waarop mensen die vol goede moed begonnen met borstvoeding maar het niet volgens plan zagen verlopen, op zitten te wachten. Daarbij zijn ze even symptomatisch als de horrorverhalen: we vinden borstvoeding geen normale manier van voeden. Ouders die opteren voor flesjes ervaren evenzeer hun zoektochten en overwinningen, maar die verhalen vertalen zich niet in de extremen die gangbaarder zijn als het gaat over melk uit borsten. Die doorgaans emotionele benadering van borstvoeding gaat voorbij aan het feit dat er ook puur rationeel heel wat over te zeggen valt. Dat er al heel wat wetenschappelijk onderzoek naar werd gedaan bijvoorbeeld, maar dat dat nog al te vaak overschaduwd wordt door mythes. Dat een pasgeboren baby een piepklein maagje heeft en dat het dus normaal is dat die veel wil drinken - geen teken van 'te weinig melk hebben'. Dat het nog vaak gegeven advies van drie uur tussen twee voedingen laten al lang achterhaald is en problemen kan opleveren. En dat je bij pijn of problemen best hulp inroept, want dat er wellicht een oplossing te vinden is. Dat die hulp bestaat en dat je er recht op hebt. Ik pleit tijdens deze Week van de Borstvoeding voor het delen van die échte verhalen en eerlijke informatie. Uiteindelijk is borstvoeding, in al zijn vernuft, ook maar wat het is: het voeden van een jong, zoals zoogdieren al doen sinds ze 200 miljoen jaar geleden opdoken. Het zou geen punt mogen zijn. Borst of fles, iedereen zou het recht moeten hebben om zelf te kiezen en om daarbij vrij te blijven van oordelen. Maar echte keuzevrijheid bestaat alleen als je helemaal weet waarvoor je kiest, en daar knelt vandaag nog vaak het schoentje, door het gebrek aan die realistische verhalen en objectieve informatie. Laten we onze lofzangen deze week dan ook liever richten op alles wat vandaag meebouwt aan de normalisering van borstvoeding. Bejubel gerust de lactatiekundigen die jonge moeders bijstaan met wetenschappelijk onderbouwd advies. Lauwer kinderopvanginitiatieven die de keuze voor borstvoeding niet als een ondermijning van hun werking zien. Zet de werkgever in de bloemen die uit eigen beweging een kolflokaal inricht op de werkvloer. Stort een gift op het rekeningnummer van organisaties als La Leche League, die wetenschappelijk onderzoek over borstvoeding verzamelen en bevattelijk maken. Laten we een bankje in een park een prima plek vinden om een kind te laten eten. En laat ons dus stoppen met elkaar bang maken, of torenhoge verwachtingen aanpraten. Want eerlijk? Een vrouwenlijf is misschien ontworpen op het geven van borstvoeding, maar dat wil niet zeggen dat het bij iedereen vanzelf gaat, of dat haar hoofd automatisch ook meewil. Het is vaak een hyperpersoonlijke zoektocht. Het is fantastisch. Het is hels. En heel vaak is het gewoon iets tussenin.