Tuinen in Vlaanderen zijn vandaag door de band genomen eenheidsworst: een groot deel bestaat uit een omvangrijk kortgewiekt grasveld waaruit onkruid en mos angstvallig geweerd wordt, een natuurstenen terras en een keurig afgebakend bloemenperk. Uren werk kruipen in het bestrijden van ongewenste planten en beestjes, gras maaien en water geven. Dat maakt de Vlaamse tuin niet alleen een tikje saai, maar ook nog eens behoorlijk arbeidsintensief. Bovendien is het volgens steeds meer mensen ronduit zonde om de ruimte niet te benutten op een manier die actief bijdraagt aan een beter milieu.

Want die strakke Vlaamse tuinen ogen dan wel overzichtelijk, ze zijn een groene woestijn. Ze bieden in het beste geval weinig meerwaarde voor vogels, nuttige insecten en andere dieren en in het slechtste geval zijn ze hun laatste stopplaats, door het gebruik van pesticiden. Dat moet anders in tijden waarin natuur steeds meer onder druk komt te staan en we daar als mensen de gevolgen van beginnen voelen.

Er is een oplossing voorhanden. Die schuilt in een omarming van de natuur in de tuin, in plaats van het willen controleren ervan. Dan creëer je rondom je huis systemen die zichzelf in stand houden en geen menselijke interventie vereisen, net zoals in de natuur. Het resultaat is een mooie tuin vol leven, die je onderhoudt met een minimum aan energie en zonder afval. Simpel gesteld: een luie tuin. Dat systeem heet permacultuur, en is de natuurlijke habitat van groendesigner en biologe Ellen Fiers.

Ellen Fiers ontwerpt tuinplannen in haar eigen prairie., Frédéric Verwilghen
Ellen Fiers ontwerpt tuinplannen in haar eigen prairie. © Frédéric Verwilghen

Toen ze een tiental jaar geleden net over de grens van Frankrijk en op een uurtje van Brussel een prairietuin vol netels en schapen vond, zag ze meteen dat de lap grond veel potentieel had. Alleen: hoe begin je eraan om zo'n terrein om te toveren tot groen paradijs? Voor Fiers schuilde het antwoord op die vraag in een tweejarige gecertifieerde opleiding over Permaculture Design. 'Dat was een hele wereld die openging. Ik was al opgeleid tot biologe, maar had nooit ecologische tools of tips gekregen om effectief in de praktijk te gebruiken.'

Ondertussen bulkt de Franse tuin van de fruitbomen, bloemen, bessen en kruiden. Bezoekende vrienden vroegen haar of ze hen ook kon helpen en van het een kwam het ander: vandaag is ze professioneel tuinarchitect en heeft ze haar eigen bureau Ecogarden Design. 'Wat ik doe, is mini-ecosystemen creëren, waarbij ik telkens vertrek vanuit de wensen van mijn klanten. Zijn het mensen die heel extravert zijn? Dan willen ze wellicht een open tuin, om vrienden in te kunnen ontvangen. Willen ze eerder een intiem plekje voor zichzelf? Dan zal ik werken met kamers, zodat ze hoekjes vinden waar ze het laatste zonnetje kunnen meepikken. Ik luister in eerste instantie naar wat mijn klant wil, en vul dat vervolgens ecologisch in. Zo stel ik altijd planten voor die een meerwaarde vormen voor de natuur en in die tuin op de juiste plaats staan. Concreet resulteert dat bijvoorbeeld in hagen van meidoorn in plaats van de simpele haagbeuk. Die is vier seizoenen lang leuk om naar te kijken, heeft witte bloemen in mei, besjes om confituur van te maken in de zomer en van de blaadjes kan je een heerlijke thee trekken.'

Een dergelijke visie is niet alleen maar leuk voor wie graag smikkelt van wat de eigen tuin voortbrengt, het is ook een manier om die tuin te beschermen tegen invloeden van de klimaatverandering. 'Mensen zijn vandaag te vaak slaaf van hun tuin', aldus Fiers. 'Ze plantten ooit hortensia's omdat ze ze mooi vonden, maar die plant is door het droogteprobleem van vandaag lang niet meer overal de beste keuze. Zeker wanneer hij in volle zon staat, moet je hard werken om hem in leven te houden, terwijl de natuur je duidelijk probeert te maken dat die plant daar niet meer thuishoort. Je werkt dus tegen de natuur en daar kruipt veel energie in. En dat terwijl je in een tuin net zou moeten kunnen ontspannen.'

'Als een tuin een gevecht is geworden, kan je je afvragen of het niet anders kan', gaat ze verder. 'Dan dringt een tuinrestauratie zich op. Dat betekent niet dat je die hortensia moet wegdoen, maar wel dat je de omstandigheden moet aanpassen, zodat hij wel kan floreren. Dat kan bijvoorbeeld door er een boom bij te zetten waardoor hij in de schaduw terechtkomt. Of neem nu een andere tuin waarin ik begon en waar in de diepte een tuinhuisje stond. Dat liep daar elke winter opnieuw onder water. Dan is het voor mij duidelijk: dat is niet de juiste plaats voor een tuinhuis. Dat hebben we toen opgelost door op die plaats een kleine natuurlijke vijver aan te leggen. Zo werk je niet langer tegen de natuur, voorkom je dat je je tuinhuisje naar de vaantjes helpt en krijg je er nog eens een rijkere biodiversiteit in je eigen tuin bij.'

., Frédéric Verwilghen
. © Frédéric Verwilghen

Blijft er nog de kwestie van die strak bijgehouden grasperken waar we zoveel eer uit halen. Waarom eigenlijk? Wat is er zo lelijk aan klaver, madeliefjes of mos tussen die sprieten gras? Niets, volgens Fiers, maar 'het is een gewoonte. Zeker bij de oudere generaties zit de drang naar die perfectie erin. Helaas kan zo'n 'perfect grasperkje' alleen maar worden nagestreefd door het gebruik van chemische meststoffen en herbiciden. Voor de meest natuurgetrouwe manier moet je op zoek gaan naar een evenwicht en dus ook binnen de graszaden naar een zekere biodiversiteit streven. Verder worden ook insecticiden nog te vaak gezien als de logische oplossing bij ongewenste bezoekers, maar deze leggen eigenlijk enkel een pleister op de wonde. Daarom zet ik bijvoorbeeld steevast verschillende variëteiten basilicum naast tomaten: die planten ondersteunen elkaar. De geur van basilicum houdt tomatenminnende beestjes bovendien op afstand. Zo zijn er ook nog planten die de bodem verbeteren of waardplanten die net insecten aantrekken. Die wetenschap is niet nieuw, maar ging de afgelopen decennia wel wat verloren.'

Fiers pleit voor een luie tuin, en daarmee bedoelt ze niet alleen dat het gras gerust wat hoger mag. Ook met een slimme keuze van planten kan je heel wat werk besparen. 'Ik kies altijd voor inheemse soorten die overwinteren en die je niet elk jaar opnieuw moet zaaien. Ik geef klanten wel telkens wat zaadjes mee om tussen vaste planten te strooien, zoals komkommerkruid, Oost-Indische kers of papavers. Dat zijn kleine, leuke extraatjes die zichzelf verder uitzaaien, eens je ze in je tuin hebt en ze zijn nog eetbaar ook. Qua groenten kies ik voor vergeten groenten die de winter doorkomen, zoals oermoes of vaste selder. Je plant ze een keer en hebt ze voor de rest van je leven in je tuin en kan ze dan gebruiken in je keuken, waardoor je niet eens meer naar de winkel hoeft.'

Met de concrete vraag om minder naar de winkel te gaan, komen sommige klanten zelf bij Fiers aankloppen. Groenteboertje spelen, en dus een voedselbos of food garden aanleggen, is weer helemaal in. Je kan zelf controleren hoe die producten geteeld worden, dat ze vrij van pesticiden zijn en niet de halve wereld rond reisden voor ze op je bord belanden.

., Frédéric Verwilghen
. © Frédéric Verwilghen

'Daarnaast zijn er ook therapeuten, herboristen en particulieren die een healing garden willen aanleggen', zegt Fiers. 'Dat concept komt overgewaaid uit Groot-Brittannië waar het al jarenlang is ingeburgerd. In de aarde wroeten en de handen vuil maken helpt om weer een verbinding met het leven te creëren. Het geeft serotonine vrij, net zoals bij seks, waardoor je een goed gevoel krijgt en even alles vergeet. In de tuin ploeteren is dus altijd goed om rust te vinden of te herstellen van mentale of fysieke ongemakken. De helende krachten van kruiden en ander lekkers zijn een extra meerwaarde.'

'Klanten worden bijna altijd vrienden', rondt Fiers af. 'Een tuin zegt veel over hun persoonlijkheid en de dynamieken in hun familie en door die opnieuw aan te leggen krijg je snel een heel persoonlijk contact. Dat geeft me heel veel voldoening: het sociale, creatieve en groene lopen in elkaar over in mijn werk. Met een tuin kan ik op kleine schaal iemands en dé wereld een stukje verbeteren.'

Stapsgewijs naar een ecologischere tuin: simpele ingrepen

Laat afgevallen bladeren in de herfst liggen. Egels kunnen ze goed gebruiken om een nestje mee te maken voor hun winterslaap. Daarbij vormen ze een beschermlaag voor de grond die eronder zit en geven ze voedingsstoffen terug aan de bodem. Een natuurlijke vorm van bemesting, zonder dat je er iets voor hoeft te doen.

Maai (een deel) van je grasveld niet of minder vaak. Zo kunnen er bloemen en kruiden in bloeien en wordt het een nuttige plek voor insecten en kleine zoogdieren en daardoor ook voor de soorten die de kleine beestjes opeten, zoals vogels.

Zijn insecten in bepaalde hoekjes van je tuin niet welkom? Verrijk ze dan met insectenwerende plantsoorten. Opties zijn de welbekende 'stinkertjes', citroenmelisse of absintalsem.

Heb je een hek rond je tuin staan? Bestudeer dat dan eens van dichtbij: zijn de openingen onderaan groot genoeg om een dier zoals een egel door te laten? Nee? Overweeg dan om een paar bredere openingen te knippen en de rest van je hek op de bodem af te zetten. Elk jaar opnieuw komen er egels vast te zitten en sterven zo een langzame hongerdood. Ben je nog aan het nadenken over een manier om je tuin af te zetten? Kies dan liever voor een inheemse haagsoort of strategisch geplaatste struiken. Beter voor alles wat leeft in de natuur en nog eens veel mooier ook.

Net verhuisd? Leef dan eerst een jaar lang in je tuin zonder iets te veranderen. Bestudeer tijdens alle seizoenen wat goed gaat en wat minder. Op basis van je observaties kan je na dat jaar een plan opstellen van wat je wil en wat mogelijk is.

Tuinen in Vlaanderen zijn vandaag door de band genomen eenheidsworst: een groot deel bestaat uit een omvangrijk kortgewiekt grasveld waaruit onkruid en mos angstvallig geweerd wordt, een natuurstenen terras en een keurig afgebakend bloemenperk. Uren werk kruipen in het bestrijden van ongewenste planten en beestjes, gras maaien en water geven. Dat maakt de Vlaamse tuin niet alleen een tikje saai, maar ook nog eens behoorlijk arbeidsintensief. Bovendien is het volgens steeds meer mensen ronduit zonde om de ruimte niet te benutten op een manier die actief bijdraagt aan een beter milieu.Want die strakke Vlaamse tuinen ogen dan wel overzichtelijk, ze zijn een groene woestijn. Ze bieden in het beste geval weinig meerwaarde voor vogels, nuttige insecten en andere dieren en in het slechtste geval zijn ze hun laatste stopplaats, door het gebruik van pesticiden. Dat moet anders in tijden waarin natuur steeds meer onder druk komt te staan en we daar als mensen de gevolgen van beginnen voelen. Er is een oplossing voorhanden. Die schuilt in een omarming van de natuur in de tuin, in plaats van het willen controleren ervan. Dan creëer je rondom je huis systemen die zichzelf in stand houden en geen menselijke interventie vereisen, net zoals in de natuur. Het resultaat is een mooie tuin vol leven, die je onderhoudt met een minimum aan energie en zonder afval. Simpel gesteld: een luie tuin. Dat systeem heet permacultuur, en is de natuurlijke habitat van groendesigner en biologe Ellen Fiers.Toen ze een tiental jaar geleden net over de grens van Frankrijk en op een uurtje van Brussel een prairietuin vol netels en schapen vond, zag ze meteen dat de lap grond veel potentieel had. Alleen: hoe begin je eraan om zo'n terrein om te toveren tot groen paradijs? Voor Fiers schuilde het antwoord op die vraag in een tweejarige gecertifieerde opleiding over Permaculture Design. 'Dat was een hele wereld die openging. Ik was al opgeleid tot biologe, maar had nooit ecologische tools of tips gekregen om effectief in de praktijk te gebruiken.' Ondertussen bulkt de Franse tuin van de fruitbomen, bloemen, bessen en kruiden. Bezoekende vrienden vroegen haar of ze hen ook kon helpen en van het een kwam het ander: vandaag is ze professioneel tuinarchitect en heeft ze haar eigen bureau Ecogarden Design. 'Wat ik doe, is mini-ecosystemen creëren, waarbij ik telkens vertrek vanuit de wensen van mijn klanten. Zijn het mensen die heel extravert zijn? Dan willen ze wellicht een open tuin, om vrienden in te kunnen ontvangen. Willen ze eerder een intiem plekje voor zichzelf? Dan zal ik werken met kamers, zodat ze hoekjes vinden waar ze het laatste zonnetje kunnen meepikken. Ik luister in eerste instantie naar wat mijn klant wil, en vul dat vervolgens ecologisch in. Zo stel ik altijd planten voor die een meerwaarde vormen voor de natuur en in die tuin op de juiste plaats staan. Concreet resulteert dat bijvoorbeeld in hagen van meidoorn in plaats van de simpele haagbeuk. Die is vier seizoenen lang leuk om naar te kijken, heeft witte bloemen in mei, besjes om confituur van te maken in de zomer en van de blaadjes kan je een heerlijke thee trekken.'Een dergelijke visie is niet alleen maar leuk voor wie graag smikkelt van wat de eigen tuin voortbrengt, het is ook een manier om die tuin te beschermen tegen invloeden van de klimaatverandering. 'Mensen zijn vandaag te vaak slaaf van hun tuin', aldus Fiers. 'Ze plantten ooit hortensia's omdat ze ze mooi vonden, maar die plant is door het droogteprobleem van vandaag lang niet meer overal de beste keuze. Zeker wanneer hij in volle zon staat, moet je hard werken om hem in leven te houden, terwijl de natuur je duidelijk probeert te maken dat die plant daar niet meer thuishoort. Je werkt dus tegen de natuur en daar kruipt veel energie in. En dat terwijl je in een tuin net zou moeten kunnen ontspannen.''Als een tuin een gevecht is geworden, kan je je afvragen of het niet anders kan', gaat ze verder. 'Dan dringt een tuinrestauratie zich op. Dat betekent niet dat je die hortensia moet wegdoen, maar wel dat je de omstandigheden moet aanpassen, zodat hij wel kan floreren. Dat kan bijvoorbeeld door er een boom bij te zetten waardoor hij in de schaduw terechtkomt. Of neem nu een andere tuin waarin ik begon en waar in de diepte een tuinhuisje stond. Dat liep daar elke winter opnieuw onder water. Dan is het voor mij duidelijk: dat is niet de juiste plaats voor een tuinhuis. Dat hebben we toen opgelost door op die plaats een kleine natuurlijke vijver aan te leggen. Zo werk je niet langer tegen de natuur, voorkom je dat je je tuinhuisje naar de vaantjes helpt en krijg je er nog eens een rijkere biodiversiteit in je eigen tuin bij.'Blijft er nog de kwestie van die strak bijgehouden grasperken waar we zoveel eer uit halen. Waarom eigenlijk? Wat is er zo lelijk aan klaver, madeliefjes of mos tussen die sprieten gras? Niets, volgens Fiers, maar 'het is een gewoonte. Zeker bij de oudere generaties zit de drang naar die perfectie erin. Helaas kan zo'n 'perfect grasperkje' alleen maar worden nagestreefd door het gebruik van chemische meststoffen en herbiciden. Voor de meest natuurgetrouwe manier moet je op zoek gaan naar een evenwicht en dus ook binnen de graszaden naar een zekere biodiversiteit streven. Verder worden ook insecticiden nog te vaak gezien als de logische oplossing bij ongewenste bezoekers, maar deze leggen eigenlijk enkel een pleister op de wonde. Daarom zet ik bijvoorbeeld steevast verschillende variëteiten basilicum naast tomaten: die planten ondersteunen elkaar. De geur van basilicum houdt tomatenminnende beestjes bovendien op afstand. Zo zijn er ook nog planten die de bodem verbeteren of waardplanten die net insecten aantrekken. Die wetenschap is niet nieuw, maar ging de afgelopen decennia wel wat verloren.'Fiers pleit voor een luie tuin, en daarmee bedoelt ze niet alleen dat het gras gerust wat hoger mag. Ook met een slimme keuze van planten kan je heel wat werk besparen. 'Ik kies altijd voor inheemse soorten die overwinteren en die je niet elk jaar opnieuw moet zaaien. Ik geef klanten wel telkens wat zaadjes mee om tussen vaste planten te strooien, zoals komkommerkruid, Oost-Indische kers of papavers. Dat zijn kleine, leuke extraatjes die zichzelf verder uitzaaien, eens je ze in je tuin hebt en ze zijn nog eetbaar ook. Qua groenten kies ik voor vergeten groenten die de winter doorkomen, zoals oermoes of vaste selder. Je plant ze een keer en hebt ze voor de rest van je leven in je tuin en kan ze dan gebruiken in je keuken, waardoor je niet eens meer naar de winkel hoeft.'Met de concrete vraag om minder naar de winkel te gaan, komen sommige klanten zelf bij Fiers aankloppen. Groenteboertje spelen, en dus een voedselbos of food garden aanleggen, is weer helemaal in. Je kan zelf controleren hoe die producten geteeld worden, dat ze vrij van pesticiden zijn en niet de halve wereld rond reisden voor ze op je bord belanden.'Daarnaast zijn er ook therapeuten, herboristen en particulieren die een healing garden willen aanleggen', zegt Fiers. 'Dat concept komt overgewaaid uit Groot-Brittannië waar het al jarenlang is ingeburgerd. In de aarde wroeten en de handen vuil maken helpt om weer een verbinding met het leven te creëren. Het geeft serotonine vrij, net zoals bij seks, waardoor je een goed gevoel krijgt en even alles vergeet. In de tuin ploeteren is dus altijd goed om rust te vinden of te herstellen van mentale of fysieke ongemakken. De helende krachten van kruiden en ander lekkers zijn een extra meerwaarde.''Klanten worden bijna altijd vrienden', rondt Fiers af. 'Een tuin zegt veel over hun persoonlijkheid en de dynamieken in hun familie en door die opnieuw aan te leggen krijg je snel een heel persoonlijk contact. Dat geeft me heel veel voldoening: het sociale, creatieve en groene lopen in elkaar over in mijn werk. Met een tuin kan ik op kleine schaal iemands en dé wereld een stukje verbeteren.'