In een nieuw rapport van het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) krijgt de regering het advies om zeventien kraamklinieken, een op de zes, te sluiten. Geen besparing, maar een opportuniteit, volgens de minister van Volksgezondheid. 'Laat emotie erbuiten', klinkt het bij De Block, die nog eens benadrukt dat enkel de gezondheid van de baby er echt toe doet. Dat is in een geboortedebat altijd het efficiëntste argument om critici zwijgen op te leggen.

Nochtans staat in het KCE-rapport waarop de minister haar beslissing baseert nergens dat grote materniteiten voor de baby beter zijn dan kleine. Toch klinkt het allemaal erg logisch: sluit kleine diensten waar weinig kinderen geboren worden en besteed de schaarse middelen elders waar ze dringender nodig zijn.

Het meest efficiënt in een regio waar postnatale depressie pijnlijk piekt? Goede één-op-één-zorg

De gretigheid waarmee men op basis van het efficiëntie-argument wil schrappen, voelt bijzonder wrang. Op de plaatselijke materniteit passeert een hele gemeenschap: om er op de wereld te komen, te bevallen of nieuwsgierig te komen kijken naar een nieuwe aanwinst. Mensen beleven er de mooiste, verwarrendste of donkerste momenten van hun leven. Geen wonder dat we het basiszorg noemen.

Voor je die wegstreept, zou je minstens verwachten dat ook de noden van zorgverleners en zorgvragers - de voornaamste stakeholders - bevraagd zijn. Of dat er parallelle plannen zijn die regionale ondersteuning blijven garanderen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met kwetsbare zwangere vrouwen die nu laagdrempelig worden opgevangen in lokale ziekenhuizen? En hoe overbrug je die dertig minuten rijafstand tot de dichtstbijzijnde materniteit als je geen wagen bezit en er steeds meer gesnoeid wordt in het openbaar vervoer?

Dit voorstel vertoont sterke gelijkenissen met de plannen om het verblijf op de materniteit te verkorten door dezelfde minister. Dat was ook niet echt een besparing, ouders hadden dat gewoon niet nodig. In de pilootprojecten wordt ondersteuning voorzien, maar zal die er systematisch zijn voor iedereen? Thuiskomen op een moment dat de melk binnenkomt en de hormonen hevig huishouden is niet evident. Nog teveel ouders weten niet waar ze terugbetaalde eerstelijnszorg van vroedvrouwen en kraamhulp aan huis kunnen regelen. Het is zorg waar je zelf voor moet zorgen. Als jouw materniteit verdwijnt, heb je dan gewoon pech? Is dat jouw zorg? Of is het onze zorg?

Protocolleringsdrift zet ook het recht van zwangere vrouwen onder druk om zelf te beslissen welke behandeling ze al dan niet ondergaan

Grotere diensten bieden niet per definitie onpersoonlijkere zorg, maar experimenten met het centraliseren van geboortezorg in het buitenland (Frankrijk, V.K., Australië) lijken daar wel steevast toe te leiden. Een handvol zorgverleners moeten gestandaardiseerde handelingen afvinken om zwangere vrouwen vlot van intake naar arbeid- en verloskamer te laten overgaan. Vervolgens vliegen ze naar de materniteitsafdeling en - liefst zo snel mogelijk - naar buiten. Terwijl zij van kamer naar kamer rennen past een monitor op de zwangere vrouw. Daar haalt een bevlogen zorgverlener geen arbeidsvreugde uit.

Protocolleringsdrift zet ook het recht van zwangere vrouwen onder druk om zelf te beslissen welke behandeling ze al dan niet ondergaan, één van de redenen waarom tot één op drie hun bevalling als traumatisch ervaart. Het zijn parameters die nooit meegenomen worden in dit soort rekensommen. Het is bewezen dat continue één-op-één-zorg door vertrouwde zorgverleners de kans op ongeplande ingrepen - een serieuze risicofactor voor trauma en extra ligdagen - verkleint en de kans op betere uitkomsten verhoogt, zowel fysiek als emotioneel. Is dat niet efficiënt in een regio waar de cijfers rond postpartumdepressie pijnlijk pieken?

Het is geen toeval dat onze gezondheid steeds meer onze eigen verantwoordelijkheid wordt

De internationale, neoliberale tendens van de laatste decennia is één om zorg van baarmoeder tot rusthuis te professionaliseren. Het is geen toeval dat het individu intussen ook steeds meer verantwoordelijk gesteld wordt voor de eigen gezondheid. We worden het gewoon dat middelen nu eenmaal schaars zijn en dat er pijnlijke maatregelen genomen moeten worden, ook als het gaat op cruciale dienstverlening. Zo lijkt ook de Vlaamse regering te vinden dat preventieve geneeskunde een vetrandje is.

Efficiëntiestreven verheffen tot natuurwet is een politieke keuze. We moeten ons afvragen wat voor samenleving we willen zijn. Als we maar genoeg van deze 'logische maatregelen' aan elkaar rijgen wordt zorg, vooral voor de kwetsbaarste groepen, systematisch gedevalueerd. De getuigenissen van zorgverleners die zich machteloos voelen omdat de menselijke toets in hun werk verdwijnt zijn geen anekdotiek meer. Criteria uit het bedrijfsleven mogen dan neutraal klinken, we houden toch best in de gaten wat voor maatschappij beleidsmakers in gedachten hebben als ze onze basiszorg erop willen afstemmen.

Welkom op de wereld baby. Begin maar meteen efficiënt te eten, slapen en je klep te houden. Het moet hier vooruit gaan.

Noëmi Willemen blogt over het moederschap en reproductieve rechtvaardigheid op Le Coer à marée basse.

In een nieuw rapport van het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) krijgt de regering het advies om zeventien kraamklinieken, een op de zes, te sluiten. Geen besparing, maar een opportuniteit, volgens de minister van Volksgezondheid. 'Laat emotie erbuiten', klinkt het bij De Block, die nog eens benadrukt dat enkel de gezondheid van de baby er echt toe doet. Dat is in een geboortedebat altijd het efficiëntste argument om critici zwijgen op te leggen. Nochtans staat in het KCE-rapport waarop de minister haar beslissing baseert nergens dat grote materniteiten voor de baby beter zijn dan kleine. Toch klinkt het allemaal erg logisch: sluit kleine diensten waar weinig kinderen geboren worden en besteed de schaarse middelen elders waar ze dringender nodig zijn. De gretigheid waarmee men op basis van het efficiëntie-argument wil schrappen, voelt bijzonder wrang. Op de plaatselijke materniteit passeert een hele gemeenschap: om er op de wereld te komen, te bevallen of nieuwsgierig te komen kijken naar een nieuwe aanwinst. Mensen beleven er de mooiste, verwarrendste of donkerste momenten van hun leven. Geen wonder dat we het basiszorg noemen. Voor je die wegstreept, zou je minstens verwachten dat ook de noden van zorgverleners en zorgvragers - de voornaamste stakeholders - bevraagd zijn. Of dat er parallelle plannen zijn die regionale ondersteuning blijven garanderen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met kwetsbare zwangere vrouwen die nu laagdrempelig worden opgevangen in lokale ziekenhuizen? En hoe overbrug je die dertig minuten rijafstand tot de dichtstbijzijnde materniteit als je geen wagen bezit en er steeds meer gesnoeid wordt in het openbaar vervoer? Dit voorstel vertoont sterke gelijkenissen met de plannen om het verblijf op de materniteit te verkorten door dezelfde minister. Dat was ook niet echt een besparing, ouders hadden dat gewoon niet nodig. In de pilootprojecten wordt ondersteuning voorzien, maar zal die er systematisch zijn voor iedereen? Thuiskomen op een moment dat de melk binnenkomt en de hormonen hevig huishouden is niet evident. Nog teveel ouders weten niet waar ze terugbetaalde eerstelijnszorg van vroedvrouwen en kraamhulp aan huis kunnen regelen. Het is zorg waar je zelf voor moet zorgen. Als jouw materniteit verdwijnt, heb je dan gewoon pech? Is dat jouw zorg? Of is het onze zorg? Grotere diensten bieden niet per definitie onpersoonlijkere zorg, maar experimenten met het centraliseren van geboortezorg in het buitenland (Frankrijk, V.K., Australië) lijken daar wel steevast toe te leiden. Een handvol zorgverleners moeten gestandaardiseerde handelingen afvinken om zwangere vrouwen vlot van intake naar arbeid- en verloskamer te laten overgaan. Vervolgens vliegen ze naar de materniteitsafdeling en - liefst zo snel mogelijk - naar buiten. Terwijl zij van kamer naar kamer rennen past een monitor op de zwangere vrouw. Daar haalt een bevlogen zorgverlener geen arbeidsvreugde uit. Protocolleringsdrift zet ook het recht van zwangere vrouwen onder druk om zelf te beslissen welke behandeling ze al dan niet ondergaan, één van de redenen waarom tot één op drie hun bevalling als traumatisch ervaart. Het zijn parameters die nooit meegenomen worden in dit soort rekensommen. Het is bewezen dat continue één-op-één-zorg door vertrouwde zorgverleners de kans op ongeplande ingrepen - een serieuze risicofactor voor trauma en extra ligdagen - verkleint en de kans op betere uitkomsten verhoogt, zowel fysiek als emotioneel. Is dat niet efficiënt in een regio waar de cijfers rond postpartumdepressie pijnlijk pieken? De internationale, neoliberale tendens van de laatste decennia is één om zorg van baarmoeder tot rusthuis te professionaliseren. Het is geen toeval dat het individu intussen ook steeds meer verantwoordelijk gesteld wordt voor de eigen gezondheid. We worden het gewoon dat middelen nu eenmaal schaars zijn en dat er pijnlijke maatregelen genomen moeten worden, ook als het gaat op cruciale dienstverlening. Zo lijkt ook de Vlaamse regering te vinden dat preventieve geneeskunde een vetrandje is. Efficiëntiestreven verheffen tot natuurwet is een politieke keuze. We moeten ons afvragen wat voor samenleving we willen zijn. Als we maar genoeg van deze 'logische maatregelen' aan elkaar rijgen wordt zorg, vooral voor de kwetsbaarste groepen, systematisch gedevalueerd. De getuigenissen van zorgverleners die zich machteloos voelen omdat de menselijke toets in hun werk verdwijnt zijn geen anekdotiek meer. Criteria uit het bedrijfsleven mogen dan neutraal klinken, we houden toch best in de gaten wat voor maatschappij beleidsmakers in gedachten hebben als ze onze basiszorg erop willen afstemmen. Welkom op de wereld baby. Begin maar meteen efficiënt te eten, slapen en je klep te houden. Het moet hier vooruit gaan.