Helpdeskmedewerker Kristof Anno (47) is vrijgezel en breit al sinds jaar en dag. De meeste van zijn creaties belanden uiteindelijk in de kleerkasten van vrienden of bij kansarme mensen. 'Voor mij is de voldoening achteraf de grootste drijfveer.'
...

'Ik brei eigenlijk al van kinds af aan. In het laatste jaar van de lagere school moesten we kiezen tussen klussen met hout of breien als vak. Aangezien dat eerste me totaal niet interesseerde, koos ik er net als alle meisjes en slechts één andere jongen voor om een eigen muts te breien. Dat bleek de juiste keuze, want ik werd uiteindelijk een van de betere breiers van de klas. Mijn interesse was geprikkeld, en ik ben er sindsdien nooit echt mee gestopt. Normaal brei ik vooral in de winter, maar de laatste maanden heb ik door corona iets meer gebreid dan anders. Ik krijg regelmatig wolrestjes van vrienden waarmee ik dan dekentjes brei om weg te geven aan mensen die het minder breed hebben en een kleurrijk deken in de winter goed kunnen gebruiken. Afgewerkte sjaals belanden ook vaker bij vrienden dan in mijn eigen kast. Van alles wat ik maak, is bijna niets voor mezelf. Voor mij is de voldoening achteraf de grootste drijfveer. Naast een kameraad die haakt en borduurt, ken ik eigenlijk geen mannen die handwerken. Vroeger kreeg ik daardoor soms weleens gekke blikken toegeworpen, vooral van de oudere generatie. (imiteert) 'Zit jij nu te breien, als man?' In hun ogen was breien een bezigheid voor vrouwen die thuis aan de haard zaten, vermoedelijk een restant van hun eigen jeugdjaren. Nu gebeurt dat veel minder, en trek ik het mezelf sowieso ook minder aan. Via een Facebookgroep van Veritas doe ik vaak inspiratie op door te kijken wat andere mensen gebreid hebben, al werk ik toch meestal met neutrale steken. Ik brei regelmatig voor de tv en dan kun je natuurlijk geen moeilijke patronen volgen. Onlangs heb ik voor het eerst een trui rondgebreid met wol die ik van een vriend kreeg tijdens de eindejaarsperiode. Ik heb er hard aan doorgewerkt en was ook erg blij met het resultaat. Ik wist dan ook meteen dat ik het stuk deze keer gewoon voor mezelf zou houden.' (lacht)'Toen we vorige zomer op vakantie gingen naar Noorwegen, was mijn mama zelf een trui beginnen breien en ik vroeg of ze mij dat wilde aanleren. Ik keek vaak over haar schouder mee omdat ik heel nieuwsgierig was naar hoe die technieken werkten. Zelf ben ik begonnen met een sjaal, maar meteen in een moeilijkere steek. (trots) Na onze reis ben ik blijven breien. Ondertussen heb ik een sjaal gebreid, twee mutsen, verschillende 3D-knuffels, een trui voor mijn zus, een voor mezelf en een babypakje voor het kindje van mijn peter. Ik vind het leuk dat je bij het breien zelf dingen maakt met niets dan wol en naalden. Het verveelt ook niet, want er zijn veel verschillende manieren om aan de slag te gaan. Als ik mij thuis even verveel, pak ik meestal mijn breiwerk. Ik vind dat rustgevend. Hoelang of hoe vaak ik brei, hangt af van wat ik aan het maken ben. Je hebt grotere projecten die twee maanden kunnen duren, en sommige dingen zijn klaar in enkele dagen. Soms nemen mama en ik het ook van elkaar over. Zo maakte ik een paar schotelvodden voor haar af die nog in de kast lagen te wachten. Mijn tienjarige broer Briek wil soms ook helpen, maar heeft daar nog niet echt het geduld voor. (lacht)In het begin vond ik het eng om aan klasgenootjes te vertellen dat ik brei. Toen ik voor het eerst een zelfgebreide muts aanhad naar school, vroeg iemand me of mijn oma die gemaakt had, en ik durfde hem niet te verbeteren. Daarna had ik nog meer schrik om het te zeggen. Er was een jongen die het wel wist en ik hoopte dat hij het geheim zou houden. Waarom? Omdat breien vaak gezien wordt als iets voor oudere vrouwen. Toen ik later mijn zelfgebreide trui aanhad en zowel de juf als klasgenoten vertelden hoe mooi ze hem vonden, durfde ik er wel voor uit te komen. Ik schaam me er niet meer voor. Het is net heel leuk om te weten dat jij iets zelf gemaakt hebt, van begin tot eind.' 'Drie jaar geleden raadde een vriendin me aan om bij haar haakles op café te volgen. Ze zei dat het echt iets voor mij zou zijn, maar dat gefriemel bleek toch niet echt mijn ding. Omdat het idee van mijn eigen kleren maken me wel aansprak, besloot ik breien nog eens een kans te geven. Als kind had ik er in de lagere school een licht trauma aan overgehouden omdat ik bij de brei-opdrachten steeds meteen vastzat. Mijn oma moest toen al mijn werkjes afmaken. Ik ben daarom in het begin de goedkoopste wol en breipriemen gaan kopen en leerde de belangrijkste technieken via YouTube. Omdat ik voor mijn job bijna twee uur per dag op de trein zit, besloot ik te beginnen breien tijdens de rit. Ik vind het proces heel rustgevend, bijna meditatief. Ik zeg tegen mensen altijd dat ze het eens moeten proberen als yoga niets voor hen is. (lacht) Het is onvoorstelbaar hoe snel het pendelen zo vooruitgaat. Voor mij is breien de ideale manier om even alles los te laten. Ik krijg nooit afkeurende blikken, wel geïntrigeerde. Wanneer een groepje oudere dames opstapt, durven ze elkaar weleens aan te stoten. Dat ze vast niet vaak een man zien breien, zeg ik hun dan. Ik vind het leuk om mensen uit hun vaste denkpatroon te halen en te tonen dat ook een man aan de slag kan met wol. In een winkeltje in Turnhout vertelde de uitbaatster zelfs dat ze het aan haar klanten had meegedeeld dat een man wol bij haar kocht. Hoewel de grote modeontwerpers meestal mannen zijn, wordt breien nog steeds vooral als vrouwenhobby gezien. Dat vertaalt zich ook in het kleine aantal mooie patronen voor mannen. De weinige die je vindt, zijn vaak oubollig, restanten uit huishoudbladen van de jaren tachtig. Ik overweeg daarom om me binnenkort bij een breiclub aan te sluiten. YouTube leert je niet alles, en ik zou graag mijn eigen patronen kunnen tekenen zodat ik ook kleren kan maken die ik effectief wil dragen.'