Van horrorverbouwing naar showroom: ‘We waren net op tijd om de woning te redden van de totale ondergang’
Het huis vond hén via Instagram, niet andersom. Maar het had nog wel wat onaangename verrassingen in petto voor nieuwbakken eigenaars Eva en Jef. “We waren net op tijd om het te redden van de totale ondergang.”
“Ik zei: kom, we gaan gewoon eens kijken”, herinnert Eva zich nog de avond waarop Jef haar op zijn smartphone de gesponsorde Instagram Story van een makelaar toonde. Zij is de spontane enthousiasteling in het koppel, hij eerder het bedachtzame type. Jef stemde in, met lage verwachtingen. De hoop om de heilige graal der dertigers te vinden – een karaktervol, te renoveren sixties- of seventieshuis in het Antwerpse dat binnen hun budget paste – hadden ze laten varen. Een klein appartement in Berchem en een winkelpand om de hoek voor Daddy Deco, de vintage designshop die ze naast hun job runden, daar hadden ze helemaal vrede mee. “Ik wist: we gaan ons dat huis toch nooit kunnen permitteren”, gaat Jef verder. Maar een bezoek kost niks, dus gaven ze zich op voor een kijkavond tussen twee lockdowns. Om de tien minuten ging de deurbel, waarna een ander koppel potentiële kopers aan hun tour begon. “We waren meteen onder de indruk. Op het eerste gezicht was het duidelijk dat er wel een paar zaken verbeterd moesten worden, maar de vibe was er helemaal.” Lees: plafonds van bekist beton, een parket in wengé, een zitput, grote, kamerbrede ramen en een mooie, volwassen tuin. “Alleen stonden we daar uit nieuwsgierigheid. We hadden het huis in die tien minuten niet bezocht met een echte kopersblik.” Tot ze hoorden dat ze anderhalve dag de tijd hadden om een schriftelijk bod uit te brengen. “We waren de naïevelingen die plotsklaps verliefd werden. Achteraf is ons dat wel duur komen te staan.”
Lijken uit de kast
Na het bod van hun leven te hebben gedaan, waarvoor ze hun appartement en winkel dienden te verkopen, kwam het verlossende bericht. Maar de buyer’s high bleek van korte duur. De verkoper kreeg onverwacht gezondheidsproblemen, waardoor het papierwerk niet getekend kon worden. “We zagen intussen de rente bij de bank verdubbelen. Zij zaten met een emotionele tragedie, wij met een financiële”, blikt Jef terug.
Toen ze eenmaal de sleutels in handen hadden, planden ze vol goede moed de renovatie. Het parket opschuren en opnieuw kleuren, een lik verf, een tussenmuur en een trap die de zitput met het huidige bureau verbond uitbreken. Meer zou niet nodig zijn. Tot de figuurlijke lijken om de beurt uit de ingebouwde kasten van hun huis vielen. Hoewel, figuurlijk? “De eerste dag vonden we negen dode, uitgedroogde vleermuizen, verspreid over het huis. Terwijl het huis zogezegd al die tijd bewoond was geweest.”
Gaslek. Check. Asbest in de keuken. Check. Een penetrante geur. Check. “De hele zomer lang was er geen druppel gevallen terwijl we aan het klussen waren met mijn ouders. Toen het eindelijk eens stevig had geregend, had Eva nog lachend gezegd: ‘Zullen we gaan kijken, dan zien we meteen of het dak lekt.’” “We hoorden het al druppelen aan de voordeur”, gaat Eva verder. “De zolder stond blank, daaronder de badkamer, tot in het gastentoilet. Aan de zitput regende het binnen langs het schuifraam. Het dak was een zeef.” De vleermuizen waren achteraf bekeken een voorteken. “Toen ben ik echt gaan huilen.” En toch hebben ze nooit het gevoel gehad een miskoop te hebben gedaan. “Eerder dat we net op tijd waren om het huis te redden van de totale ondergang.” Want op zich was het huis uit 1974 wat ze zochten, al bleek de renovatie een stuk minder idyllisch dan ze zich hadden voorgesteld. “Als je dan over al die voorvallen praat, lijkt iederéén wel zulke dingen mee te maken. Hadden ze ons dat niet eerder kunnen vertellen?”
Uitstalraam
Een serieuze duit lichter kunnen ze zeggen: eind goed, al goed. Bij gebrek aan een fysieke winkel dient hun interieur vandaag als uitstalraam voor de schatten aan voornamelijk Italiaans en Frans seventiesdesign die ze met Daddy Deco verkopen. De meeste dingen die hen thuis omringen zijn te koop. “Al zijn er een paar die ik liever niet verkoop”, tempert Eva. Zoals de Fratina-stoel van beeldhouwer-designer Mario Ceroli, die wat wegheeft van een troon, het Rodier-boekenrek in acryl van Valérie Doubroucinckis, de wandlampen van Raak in de slaapkamer of de Ventaglio van Giovanni Pasotto voor Tarzia. Meteen staat Eva op om het te demonstreren. Je kunt het in- en uitklappen als een waaier, maar het dient als een kapstok. “Veel te mooi om te begraven onder kleren, toch?” Ze hecht zich aan stukken waarvan ze weet dat ze niet snel een ander exemplaar zal vinden. Jef niet. “Iedere verkoop laat een gat achter, maar zo hebben we juist een interieur dat continu verandert. Dat maakt het net leuk.”
Negentig procent van de verkoop verloopt volledig digitaal, het merendeel van de stukken vertrekt naar het buitenland. Meestal zien ze er achteraf nooit meer iets van terug. “Is het goed aangekomen? Zijn ze tevreden? Vaak hebben we er geen idee van. Jammer, want je koopt het net omdat je je het in een bepaalde setting voorstelt. Daar ben je wel benieuwd naar als het naar Amerika of Korea vertrekt”, vindt Eva. Dat aankopen doen ze zelf nog nauwelijks digitaal. Kwestie van ook daar niet meer voor verrassingen te staan. “We hebben in onze beginjaren online een zetel gekocht. Op de foto’s leek het alsof er toevallig een krant op lag. Bij levering bleek er een enorm gat in te zitten. Je kon door de zitting kijken”, vertelt Jef hoofdschuddend.
Het waren dure lessen om te trekken. “Maar alles valt op te lossen. Op de een of andere manier.”
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier