Landschapsarchitect Bas Smets is onze Mens van het Jaar 2025: ‘Ik kreeg twintig minuten om onze visie op de Notre-Dame te pitchen aan de jury’

Bas Smets
© Anila Coba
Elke Lahousse
Elke Lahousse Journalist voor Knack Weekend

Van de architectuurbiënnale in Venetië tot de schoolbanken van Harvard: landschapsarchitect Bas Smets toont wereldwijd hoe we steden klimaatbestendiger kunnen maken. Straks lokt hij zelfs Parijzenaars opnieuw naar de Notre-Dame, om aan de Seine in het gras te liggen. Wij hebben daar vier woorden voor: Mens van het Jaar.

Bas Smets heeft voor dit gesprek ‘zoveel tijd als nodig’ voorzien. Dat blijkt geen overbodige luxe, want zodra hij begint, duiken kunstboeken, landkaarten, filosofen, biologen, botanisten én zijn thesis op tafel. Smets kan zelfs geen glas water uitschenken zonder er een verhaal bij te serveren. ‘Dit water komt van dezelfde bron als waaruit een Duvel wordt gemaakt.’

Brusselaar Bas Smets (50) is een van de invloedrijkste landschapsarchitecten van zijn tijd. En die tijd wordt getekend door onvermijdelijke klimaatsveranderingen. Maar terwijl de grootste landen talmen, krijgt hij steden alvast wél in beweging. Niet met druk, maar met een unieke combinatie van zijn ingenieursmentaliteit en een liefde voor kunst en filosofie. ‘Ach, je kunt mensen niet overtuigen van je visie’, nuanceert hij. ‘Je kunt alleen zo goed mogelijk getuigen van wat je wil doen.’

Notre-Dame
In het ontwerp van Bureau Bas Smets voor de vernieuwde ­Notre-Dame staat een totaalervaring centraal.

Die bevlogenheid levert wat op. De afgelopen jaren reeg Smets internationale prijzen aan elkaar: vorig jaar in eigen land nog een Ultima, twee weken geleden werd hij in Frankrijk dan weer benoemd tot Officier in de Orde van de Kunsten en de Letteren, een rang boven die van ridder. Die erkenning krijgt hij voor de heraanleg rond de Notre-Dame na de brand én voor zijn project in Arles, waar hij op een verlaten industrieterrein tachtigduizend bomen plantte die de gevoelstemperatuur met twintig graden deden dalen.

Bas Smets
© ANILA COBA

‘Ik heb ChatGPT toch even gevraagd welke Belgen nog die Franse onderscheiding kregen’, lacht hij. ‘Onder meer Bart Van Loo en Arno zijn Ridder, Anne Teresa De Keersmaeker kreeg de hoogste rang, die van Commandeur.’

Maar meer nog dan medailles wil de landschapsarchitect aandacht voor de paradigmashift die nodig is. Bas Smets weet dat oplossingen bestaan. Ze doen hem elke dag gedreven aan de slag gaan, als architect én vader van een vijfjarige dochter.

Nieuw Zuid, Antwerpen
Wadi’s om regenwater op te vangen in Nieuw Zuid, Antwerpen. © Michiel De Cleene

Pratende bomen

We spreken af in zijn kantoor aan het Brusselse Flageyplein. In 2007 begon Bureau Bas Smets in zijn living. ‘Na een jaar zat er acht man en had ik geen living meer’, vertelt hij. ‘Sinds twee jaar zit ons kantoor hier. Ik woon vlakbij, dus ik kom te voet. Maar dat livinggevoel bleef: elke vrijdag koken twee teamleden voor de rest.’

Ik kreeg twintig minuten om onze visie op de Notre-Dame te pitchen aan de jury. Alles was tot op de seconde voorbereid.

Met zijn vijfentwintigkoppige team realiseerde Bas Smets al meer dan honderd projecten in vijftien landen. Internationaal staat hij bekend als een vernieuwer die steden wil wapenen tegen de klimaatverandering, met focus op regenwateropvang, verkoeling en vergroening. ‘Sinds corona nemen we alleen nog opdrachten aan die iets betekenen voor het klimaat. Zoals aan de kades in Antwerpen, waar we gevraagd zijn om de stad beter te beschermen tegen de stijgende zeespiegel.’

Herdenkingsmonument in het ­Zoniënwoud
Herdenkingsmonument in het ­Zoniënwoud voor de slachtoffers van de terreur­aanslagen in Brussel van maart 2016.

Om te begrijpen waarom hij onze Mens van het Jaar is, moest je dit jaar in Parijs, Arles of Venetië zijn. In Arles liep zijn expoClimates of Landscape’, over oplossingen voor klimaatproblemen. En in Venetië was Smets curator van het Belgisch paviljoen tijdens de architectuurbiënnale. Samen met wetenschapper Kathy Steppe (UGent) en softwarepionier Dirk De Pauw (Plant Analytix) bouwde hij er Building Biospheres: 250 subtropische planten en bomen, gekoppeld aan sensoren en AI, die zélf het klimaat in de ruimte regelden. Ze bepaalden wanneer ze water, licht of ventilatie nodig hadden en hielden de gevoelstemperatuur zelfs tijdens een hittegolf aangenaam.

Genk groen
Vergroening van meerdere pleinen in Genk. © Michiel De Cleene

Ook de Italiaanse neurobioloog Stefano Mancuso, auteur van bestsellers als Briljant Groen, was betrokken. Is dat hoe je Mens van het Jaar wordt, door teamwork?

Bas Smets: ‘Zo doe ik het toch. Het is ook de eerste les die ik mijn studenten aan Harvard meegeef: één mens kan niet alles weten. Ik ontmoette Mancuso in 2016. Een openbaring. Sindsdien praten we al negen jaar over plantenintelligentie. Ik wilde die kennis met een groter publiek delen.’

‘Mancuso stelt dat planten een diffuus brein hebben waarbij elk uiteinde van een wortel een soort hersencel is die water zoekt, beslist wanneer bladeren vallen, of een geur uitstoot om dieren te lokken. Ik dacht: als we die intelligentie koppelen aan nieuwe technologie, dan kunnen bomen mee het binnenklimaat van huizen en kantoren regelen.’

Building Biospheres
Installatie ­Building Biospheres in Venetië.

‘We zien planten te vaak als decor: stil en passief. Dat idee zit ook in ons taalgebruik. We zeggen “hij is een plant geworden” over iemand die niets meer kan. Maar planten zijn net slim. Lang voor een wortel een obstakel raakt, voelt hij dat hij een andere richting uit moet.’

Trok die installatie al gesprekken op gang met steden die dachten: hier kunnen we iets mee?

Smets: ‘Er kwamen aanvragen om die kennis toe te passen in industriële gebouwen. Wat we tonen, is relevant voor luchthavens, ziekenhuizen en universiteiten waar planten als natuurlijke airco’s kunnen dienen. Steden zouden “pratende” bomen kunnen gebruiken om de luchtvervuiling van verkeer te monitoren, waterlekken op te sporen, of hitte-eilanden te detecteren.’

In steden is de klimaatverandering het hardst voelbaar. Maar wat doen wij daar? Het mos tussen onze stoeptegels wegkrabben. Terwijl dat mos natuurlijk gewoon terugkomt.

‘Nadat ik via Mancuso de intelligentie van planten beter begreep, kon ik dat niet meer ont-weten. Ik wil die kennis in al mijn ontwerpen gebruiken. Zeker in steden, waar de klimaatverandering het hardst voelbaar is. Maar wat doen wij daar? Het mos tussen onze stoeptegels wegkrabben. Terwijl dat mos natuurlijk gewoon terugkomt. Pas als je begrijpt wat de natuur wil, kun je ze inzetten in je ontwerp.’

Bescheiden vernieuwer

Het grote publiek leerde zijn naam pas kennen toen hij betrokken werd bij de heraanleg van de Notre-Dame in Parijs. Sinds december 2024 kunnen bezoekers de kathedraal opnieuw bezoeken, vijf jaar na de brand. Smets hertekende de vier hectare errond. ‘Het moest een totaalervaring worden.’

Bas Smets
© ANILA COBA

De heropening trekt intussen 35.000 bezoekers per dag, meer dan de Eiffeltoren. Met het project nestelde onze landgenoot zich definitief in de Champions League van de groene architectuur, waar ook figuren als Norman Foster zitten, met wie hij al samenwerkte.

De Notre-Dame is wereldberoemd. In 2022 haalde jij het van drie Franse bureaus in de finale. Weet je intussen waarom de jury jou verkoos?

Smets: ‘Toen die wedstrijd kwam, hadden we als kantoor net onze grootste uitdaging tot dan afgerond: het park Luma in de Zuid-Franse stad Arles. Dat heeft zeker meegespeeld. Ik werkte daar met architect Frank Gehry op een oude spoorwegsite die nog het meest op een woestijn leek: rotsen, zonder water, aarde of begroeiing. In de zomer liep de gevoelstemperatuur er op tot vijftig graden. Onleefbaar.’

Een landschapsarchitect werkt als een dokter: je begint met een volledige scan van je “patiënt”. Hoeveel regen valt er en wanneer? Hoe waait de wind?’

‘Met tachtigduizend zorgvuldig gekozen planten en bomen en door waterpartijen te graven, zakte de gevoelstemperatuur met twintig graden. We creëerden een nieuw microklimaat: er worden vandaag vijftig vogelsoorten en zesentwintig libelsoorten gespot en er groeien nu planten die wij niet aangeplant hebben. Een bewijs dat je de natuur terug naar de stad kunt brengen.’

En dat was het perfecte visitekaartje voor de Notre-Dame?

Smets: ‘Net op het moment dat Arles klaar was, liet Parijs weten dat ze met hun “Plan climat” een netwerk van koelteplekken wilden maken in de stad en kwam die wedstrijd voor de Notre-Dame. Omdat ik niet verwachtte dat we konden winnen, voelde ik me helemaal vrij in mijn ideeën.’

Project Sunken Garden in Londen
Project Sunken Garden in Londen, uit 2010.

Breng ons even terug naar het moment dat je hoort dat je bij de laatste vier kandidaten bent. Wat doe je dan, op de Eurostar springen en rond de Notre-Dame wandelen?

Smets: ‘Zeker niet. Ter plekke zie je veel en tegelijk weinig. Een landschapsarchitect werkt als een dokter: je begint met een volledige scan van je ‘patiënt’. Ik bestudeer dus kaarten: topografie, hydrografie, hitte, klimaat, geologie, waterleidingen. Hoeveel regen valt er en wanneer? Hoe waait de wind? Je maakt een soort röntgenfoto van de plek.’

Voor een opdracht als de Notre-Dame kom je in de verleiding om iets groots neer te zetten. Maar het spectaculaire stáát er al achthonderd jaar: die kathedraal.

‘Vervolgens ga ik de site bezoeken om ze intuïtief aan te voelen. Als je er rondloopt, begrijpt je lichaam de plek op een andere manier dan wanneer je ze analytisch bestudeert. Daarna begin ik de eerste ideeën te schetsen.’

‘Vanuit die dubbele benadering, analytisch en intuïtief, ontstaan de ideeën. Zo wilde ik bijvoorbeeld op de plaats waar mensen uren staan aan te schuiven de wind in de winter blokkeren met vertakte bomen. De wind langs de Seine wilden we dan weer doorlaten, want die koelt in de zomer het voorplein af. Dus zetten we daar hoogstammen die de wind doorlaten. En zo hebben we die hele site herdacht.’

Je ontwerp ziet er doordacht uit, maar het is geen spektakelschets. Is dat je handelsmerk?

Smets: ‘Je kunt voor zo’n opdracht in de verleiding komen iets groots neer te zetten. Maar het spectaculaire stáát er al achthonderd jaar: die kathedraal. Mijn opdracht was om die grootsheid nog meer te laten spreken.’

Bas Smets
© ANILA COBA

‘Ik heb in mijn werk geen stilistische rode draad, wel een methodologische. We kijken altijd naar de geschiedenis van een plek. Hoe is die gegroeid, waarom ziet ze er zo uit, en hoe moet ze er binnen honderd jaar uitzien?’

‘Hier zocht ik naar een wandelparcours dat de intieme relatie met het gebouw herstelt. Nu kijken bezoekers vooral naar de voorgevel. Met ons parcours richten ze hun blik ook op de bogen en de glasramen aan de oostkant.’

‘En ik wilde de échte Parijzenaar ook terughalen, die het eiland vermijdt door het massatoerisme. Daarom komen er langs de Seine grasplekken om te picknicken, nergens anders in Parijs kan dat. Al is dat nog niet voor morgen. De werken zullen pas voltooid zijn in 2030.’

Hoe verloopt het pitchen van zo’n ontwerp? Trek je dan naar de Parijse burgemeester met je powerpoint?

Smets: ‘Burgemeester Anne Hidalgo zat de jury voor, naast tweeëntwintig andere mensen die betrokken zijn bij de heropbouw: het bisdom, de Franse staat, een vertegenwoordiging van de bewoners en enkele prominente experten.’

‘We kregen twintig minuten om onze visie te presenteren. De klok startte toen ik bonjour zei. Een collega bediende het projectiescherm met foto’s achter mij en ik heb geen enkele keer omgekeken. We hadden alles tot op de seconde voorbereid. Daarna kregen we een kwartier om vragen te beantwoorden.’

Bas Smets
© ANILA COBA

‘Ik had in mijn presentatie uitgelegd dat het verharde plein ons voor problemen stelde. We konden het niet vergroenen of afkoelen want er ligt een Romeinse ruïne onder, het uitzicht is beschermd en er zijn jaarlijks veel evenementen. Tot ik ontdekte dat het netwerk van eau non potable daarlangs passeert, waarmee ook de straten van Parijs gepoetst worden. Zo kwamen we op het idee om het plein ’s zomers af te koelen met een dun laagje water van vijf millimeter. Zoals in zuiderse landen, waar mensen hun koer natspuiten op hete dagen. In de winter zouden we het regenwater opvangen in de ondergrondse parking, die buiten gebruik is.’

‘Tijdens de vragenronde kwam de monseigneur daarop terug: ‘Donc monsieur Smets, vous nous proposez de marcher sur l’eau?’ Ik had die link niet gelegd, maar antwoordde rustig: ‘Il me semble que cela a déjà été fait avant, non?’ (lacht)

Ik kan de adrenaline van het moment al voelen. Je deed vroeger aan parachutespringen. Helpt die ervaring om kalm te blijven op zo’n moment?

Smets: ‘Ja, valschermspringen leert je het moment beheersen. Een parachutesprong bestaat uit korte fases die elk hyperconcentratie vragen. Je moet niet bezig zijn met de vraag of je parachute straks opent als je springt, dat zie je binnen zestig seconden wel. Net zoals je nog niet bezig met zijn moet de landing op het moment dat je de parachute opent. Ik ben ermee gestopt toen mijn dochter geboren werd, maar die ervaring hielp me zeker toen ik de zaal binnenging van Hôtel de Ville.’

Alles is maakbaar

Met zijn grote bezorgdheid om het klimaat won Bas Smets vorig jaar een Ultima voor Algemene Culturele Verdienste. De jury noemde hem ‘een landschapskunstenaar die de logica van de natuur volgt en rekening houdt met de vernietigende impact van de klimaatverandering.’ Een erkenning die veel voor hem betekent.

Alles is maakbaar: alles wat je ziet – die tafel, dat plein – is ook maar door iemand bedacht of uit een catalogus besteld.

Smets: ‘Die Ultima’s mogen ze niet afschaffen. Je kunt de show en de geldprijs schrappen, maar voor makers die de wereld proberen te verbeteren is zo’n moment heel waardevol. Desnoods organiseren ze de uitreiking voortaan bij ons op kantoor en brengt iedereen zijn eigen sandwich mee.’

Notre-Dame

Je wordt internationaal geroemd, maar in België weten mensen amper wat een landschapsarchitect doet. Hoe komt dat?

Smets: ‘Landen met een uitgesproken landschap – de Mont Blanc, het Eiffelgebergte – halen hun identiteit uit het landschap. België heeft die topografie niet. We hebben een paar polders, wat bossen, enkele rivieren, en daartussen vooral een tussengebied waar wegrestaurants naast bandencentrales worden neergezet.’

‘Maar als iets geen naam heeft, krijgt het geen identiteit. En beschermen we het niet. Pas nu België volgebouwd is en de klimaatcrisis voelbaar wordt – overstromingen in Wallonië, droogtes in Vlaanderen – komt die landschapsvraag hier ook eindelijk boven.’

Had je als student gedacht dat je vandaag woordvoerder zou zijn van hoe steden klimaatbestendiger kunnen zijn?

Smets: ‘Eigenlijk is klimaatdenken altijd deel van mijn werkwijze geweest. Een van mijn eerste opdrachten was een donkere binnenkoer in Londen, in 2010. Geen zon, geen wind, vier graden warmer dan op straat door warmteverlies langs de oude raamprofielen. Een microklimaat, dus. De eigenaar wou een weelderige tuin, maar inheemse bomen zoals een veldesdoorn gingen daar nooit overleven. Dus plantten we boomvarens uit Nieuw-Zeeland, die dieper in subtropische wouden gedijen.’

klimaatpark Luma in Arles
Het klimaatpark Luma in Arles werd aangelegd op een woestijnachtige ondergrond. © Michiel De Cleene

‘Het was de eerste keer dat ik besefte: een stad is eigenlijk een mozaïek van microklimaten, elk met hun eigen noden. Hier is het te vochtig, een straat verder te heet, omdat gebouwen en de ondergrond bepalen hoe wind, zon en regen er zich gedragen. Op dat moment raakte ik gefascineerd door hoe je door grondige kennis van een plek een veerkrachtiger landschap kunt maken in de artificiële natuur van onze steden. Als we willen overleven op deze planeet, wordt dat noodzakelijk.’

Vind je het als vader vanzelfsprekend om die hoop te houden?

Smets: ‘De vooruitzichten zijn niet goed, en het idee dat mijn dochter nu al veel minder dieren ziet dan ik als kind, raakt me. Of het goedkomt, weet ik niet. Maar we hebben wél de plicht om optimistisch te blijven en te werken aan wat kan.’

Of het goedkomt met de planeet weet ik niet. Maar we hebben wél de plicht om optimistisch te blijven en te werken aan wat kan.

‘Er is meer bewustzijn dan tien jaar geleden, maar het besef ontbreekt dat er ook echte oplossingen zijn. We kunnen in steden bijvoorbeeld veel slimmer met water omgaan. Nu sturen we elke druppel meteen de riolering in, terwijl daken en straten perfect regenwater kunnen opvangen en opslaan onder stoepen of pleinen. Dat water kun je in droge zomers via planten opnieuw de atmosfeer in brengen, om hitte en verdroging te temperen. In de Antwerpse wijk Nieuw Zuid stroomt alvast geen druppel meer naar de riolering.’

Bas Smets
© ANILA COBA

‘Weet je, al heel vroeg heb ik ingezien dat alles maakbaar is. Alles wat je ziet – die tafel, dat plein – is ook maar door iemand bedacht, of uit een catalogus besteld. Dat betekent dat alles er ook helemaal anders kan uitzien. Sinds ik dat begrijp, zie ik nergens nog beperkingen, alleen maar mogelijkheden. Wat mij drijft, is de vraag hoe we deze planeet beter kunnen delen met planten, dieren en mensen.’

Uit de schaduw

Bas Smets pauzeert even om opnieuw koffie te halen. Hij komt terug en vertelt hoe zijn dochter het intussen al gewoon is om op reis eerst de steengroeven en boomkwekerijen te bezoeken, voor ze op het strand kan gaan spelen. Hij weidt uit over zijn fascinatie voor Biosphere 2, een experiment in Arizona in 1989, waar wetenschappers in een glazen capsule verschillende ecosystemen nabootsen, zoals een regenwoud, oceaan en woestijn. Hij neemt er het internationale TL Mag bij dat hij drie jaar geleden als gasthoofdredacteur mocht vullen met verhalen en interviews met al zijn idolen, onder wie de Nederlandse landschapsarchitect Piet Oudolf en de Italiaanse filosoof Emanuele Coccia (het magazine is online nog steeds te koop). Vervolgens gaat Smets naadloos over op het werk van filosofen als Deleuze en Guattari, over hoe alles in dit leven, ook hijzelf, altijd becoming is, in wording.

En dan gebeurt iets dat toepasselijk is voor de sfeer van het gesprek: aan het raam verschijnt het noorderlicht. In hartje Brussel, op een woensdagavond. Het is een van die twee avonden waarop het poollicht onlangs boven België zichtbaar was.

‘De rest van dit gesprek vindt plaats onder een zeldzaam en gunstig gesternte’, concludeert de landschapsarchitect.

Heb je het gevoel dat landschapsarchitecten uit de schaduw van sterarchitecten komen? Of word je nog vaak gezien als sidekick als je samenwerkt met iemand als Frank Gehry?

Smets: ‘Ik heb daar een dubbel gevoel bij. Ja, we komen uit de schaduw, maar we hadden daar nooit in moeten staan.’

‘Landschapsarchitectuur staat eigenlijk dichter bij schilderkunst dan bij architectuur. Kijk naar de kunstgeschiedenis: in de zestiende eeuw kwam het landschap op de voorgrond. In die zin wil ik terug naar de rol die een landschapsarchitect als Frederick Law Olmsted speelde in de negentiende eeuw. Hij ontwierp Central Park in New York, maar zijn visie was zijn tijd twee eeuwen vooruit.’

Bas Smets
© ANILA COBA

‘Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog is landschapsarchitectuur drastisch veranderd. Er was toen zo’n nood aan woningen dat het landschap naar de achtergrond verschoven is. Dat keert nu weer. Door corona – we beseften hoe cruciaal groen is, denk aan de 3-30-300-regel die steden nu hanteren (elke bewoner moet vanuit zijn huis drie bomen kunnen zien, een boombedekking van 30 procent in zijn buurt hebben, en binnen 300 meter een park of een vergelijkbare groene plek, red.) – maar ook door de klimaatcrisis. Er is een momentum.’

Dan laat ik je nu vooral verder sleutelen aan onze nieuwe wereld. Waaraan werk je momenteel?

Smets: ‘Mijn vader, die 81 is en bij ons de financiën doet, stelt me soms een gelijkaardige vraag: hoeveel inkomsten verwacht je volgend jaar? Maar we kúnnen onze projecten niet altijd voorspellen. We werken voor de publieke ruimte, met publiek geld, dus alles verloopt via wedstrijden. Dat maakt ons werk zinvol, maar de financiële realiteit soms precair.’

Notre-Dame
© ANILA COBA

‘Het jaar dat ik tegelijk kandideerde voor Harvard én de Notre-Dame, zei ik tegen Eliane, mijn partner en creatief directeur van ons bureau: “Ik wil ze wel niet allebei verliezen.” Uiteindelijk kreeg ik beide opdrachten en meteen té veel werk.’ (lacht)

‘Volgende week zit ik in Cambridge, waar mijn studenten onderzoeken hoe steden als Athene kunnen reageren op steeds extremere hitte. Daarna vlieg ik naar Amman in Jordanië, waar we ons ontwerp pitchen voor een nieuw museum over de doop van Jezus. De plek is twee millennia onaangeroerd: de grot van Johannes de Doper ligt er nog, de bron waar Jezus zou zijn gedoopt. Het landschap ademt geschiedenis. Eind dit jaar weten we of we die opdracht binnenhalen.’

Michaël R. Roskam

Michaël R. Roskam en Eline De Munck
© WireImage

Filmregisseur Michaël R. Roskam (53) is een dichte vriend van Bas Smets.

‘Bas. Ja, schitterende kerel toch? We raakten aan de praat op café in de Dansaertwijk, net na mijn tweede kortfilm Carlo (2004). Vanuit mijn opleiding schilderkunst had ik een grote fascinatie voor landschappen ontwikkeld. Dat had Bas opgemerkt in de film. Zo begonnen we te filosoferen over de definitie van landschap en hoe we allebei kaders scheppen om een verhaal te vertellen. Vanuit twee totaal verschillende disciplines hadden we plots een heel groot raakvlak gevonden. Uit dat gesprek is een jarenlange vriendschap ontstaan.’

‘We delen dezelfde sturm-und-drang: we kunnen schaamteloos ambitieus zijn ten opzichte van elkaar. Als niemand meeluistert, kijken wij elkaar begripvol aan en zeggen: “Alleen het beste is goed genoeg.” Ik bewonder zijn onuitputtelijke werkkracht, zijn discipline. Bij momenten ben ik wat luier. (lacht) We hebben ook dezelfde jongensachtige drift. Ik hou van autoracen. Hij houdt van avontuurlijke trektochten, duiken en parachutespringen. Te land, te zee en in de lucht: het is zijn manier om alle lagen van de wereld en van het landschap te begrijpen.’

‘Ik heb zijn projecten zien groeien, zijn kantoren, hemzelf ook. Dat laatste dankzij zijn vrouw, Eliane, ook een getalenteerd ontwerper. Ze is zijn klankbord, zijn inspiratie, zijn steun. We hadden het er laatst nog over: hoe we als koppels op een gelijkaardige manier in het leven staan, naast sterke vrouwen.’

‘Bas doet wat hij zegt. Hij is loyaal en je kunt op hem rekenen. Dat zijn eigenschappen die we allemaal intrinsiek in ons dragen, maar niet voor iedereen willen inzetten. Ik ben trots dat ik ze bij hem mag herkennen. Als je dat soort vriendschappen kunt ontwikkelen in een mensenleven, dan is dat toch een fantastisch cadeau?’ (AR)

Emanuele Coccia

Emanuele Coccia
© Lars Brønseth

De Italiaanse filosoof Emanuele Coccia werkt aan een boek over het oeuvre van Bas Smets. Zijn eigen The Life of Plants was ooit een openbaring voor Smets en het begin van een intellectuele vriendschap.

‘Ik leerde Bas kennen via de Franse kunstenaar Philippe Parreno, die mijn boek had gelezen en vond dat Bas het móést kennen. Toen we elkaar daarna op een panel in Parijs spraken, klikte het onmiddellijk. Sindsdien voeren we een gesprek dat nooit stopt.’

‘Ik bewonder Bas voor zijn lef en vrije geest. We leven in een wereld die zo radicaal veranderd is dat onze oude kaarten om te navigeren niet meer kloppen. Alsof we opnieuw Adam en Eva zijn, die alles moeten hernoemen. Daarom hebben we mensen als Bas nodig, die drastisch vernieuwende kaarten durven te tekenen.’

‘In deze nieuwe wereld zou het woord “ecoloog” eigenlijk “landschapsarchitect” moeten worden. Ecologie staat te vaak voor wilde stadstuintjes creëren, maar dat is een naïef idee. Wat we nodig hebben, is een discipline die alle leven op aarde in rekening neemt: mens, dier, plant. In Europa ken ik maar één landschapsarchitect die op die schaal denkt: Bas. De enige die hem evenaart, is de onlangs overleden Chinese Kongjian Yu.’

‘Wanneer ik lesgeef over Bas’ werk zie ik letterlijk de oogkleppen afvallen. Dat komt doordat onze kennis over landschap beschamend beperkt is vergeleken met architectuur. Heel weinig landschapsarchitecten schrijven en daardoor blijft de canon veel te eenzijdig en eng.’

‘Bas vroeg me om mee te denken over de tekst voor zijn kandidatuur voor de Notre-Dame en ik maak nu een boek over de belangrijkste projecten van zijn bureau, zoals het Luma-park in Arles. We zien elkaar daardoor vaak: het zijn gesprekken met eindeloze ideeën. Zelfs wanneer we elkaar toevallig tegenkomen aan de andere kant van de wereld op een feestje, staan we steevast in een hoekje te filosoferen.’

‘Als vriend is Bas genereus en grappig. Als landschapsarchitect is hij radicaal vrij: hij zit niet vast in de dogma’s waar collega’s op botsen. En hij voelt de urgentie van deze tijd. Hij wéét dat er gehandeld moet worden – nu.’

Bas Smets (50)

Studeerde voor burgerlijk ingenieur-architect aan de KU Leuven en behaalde een postgraduaat in landschapsarchitectuur in Genève.

Werkte zeven jaar in Parijs met de gerenommeerde landschapsarchitect Michel Desvigne.

Richt in 2007 in Brussel Bureau Bas Smets op.

Enkele opmerkelijke projecten: het park Thurn en Taxis in Brussel, de herdenkingsplek voor de aanslagen van 22 maart 2016 in het Zoniënwoud, de Grote Markt van Genk, klimaatpark Luma in Arles. In 2022 won hij de internationale wedstrijd om de omgeving van de Parijse Notre-Dame na de brand te herontwerpen.

Ontving al meerdere prijzen, zoals de Médaille de l’Urbanisme (2018), een Ahead Global Award (2019) en de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste (2024). In 2025 werd hij in Frankrijk benoemd tot Officier in de Orde van de Kunsten en de Letteren.

Is sinds 2023 hoogleraar aan de Harvard Graduate School of Design.

Bassmets.be

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise