Als arts voel ik me dikwijls gefrustreerd. Vroeger zag ik vooral mijnwerkers met silicose, zinkarbeiders met ziektes door zware metalen en bouwvakkers met kapotte ruggen. Vandaag zitten onze wachtzalen vol met zogenaamde welvaartsziekten. Mooie welvaart! Patiënten met suikerziekte, overgewicht, kanker, slaapstoornissen, depressie, burn-out en allerlei psychosomatische klachten zoals hoofdpijn, maagpijn, hartkloppingen. Heel wat van die ziekten vinden hun oorzaak in de manier waarop we voedsel produceren en hoe we eten.

Elke soort maatschappij brengt zijn eigen ziektes voort. Artsen worden continu met hun neus op die feiten gedrukt en horen met hun stethoscoop de hartslag van de moderne maatschappij. Het verwerkte voedsel is te vet, te zoet en te zout en bevat te veel chemische additieven. De lucht die we inademen, zit vol fijnstof en warmt op. Het werk dat we doen, is zittend en te stressvol. Het gevolg is een epidemie van obesitas, kanker en burn-out. Als dokter wil je al deze mensen helpen, maar het is dikwijls dweilen met de kraan open.

Wat we vandaag produceren en eten maakt ons ziek en is bezig de planeet te verwoesten

Dokters zoals collega internist Sam Proesmans werpen na dertien jaar hun doktersjas in de ring: 'Ik wil geen dokter meer zijn. De belangrijkste reden voor mijn beslissing is de overheersende machteloosheid die ik voel als ik patiënten voor me in bed zie liggen. (...) Zolang de echte oorzaken niet worden aangepakt, zal ik die onmacht blijven voelen en zullen mensen blijven sterven aan vermijdbare oorzaken of een ellendig leven leiden door hun chronische ziekte.' Ook bij andere collega's hoor ik die litanie van frustratie. Een collega uit het Antwerpse mailde me: 'Ik vraag me af wat ik aan het doen ben als ik de zoveelste suikerpatiënt zie verschijnen met twaalf medicijnen en flink overgewicht. Je kan het de individuele patiënt(e) niet kwalijk nemen, maar ons systeem deugt niet.' Wat loopt er dan allemaal fout met ons systeem?

Vervreemding

Voor mij is het centrale probleem: vervreemding. Ik verklaar me nader. Al sinds de start van onze geschiedenis als mensachtigen 2,4 miljoen jaar geleden leven we als jagers-verzamelaars en als het slimste dier tussen de dieren. Pas 11.600 jaar geleden begonnen we in de Vruchtbare Halvemaan met landbouw de natuur naar onze hand te zetten en pas 250 jaar geleden kwamen industriële maatschappijen op gang. Die periode, dat zijn slechts enkele seconden van onze hele geschiedenis. Maar de moderne mens heeft nog steeds hetzelfde DNA als onze verre voorouders van jagers-verzamelaars. Onze voeding, leefomgeving, vrijheid, ons samenleven en ons bioritme zijn echter wel compleet veranderd, en wel aan een tempo dat onze genen nooit zouden hebben kunnen volgen. Het resultaat: we zijn vervreemd van onze natuur.

Dat zie ik op vijf manieren: we zijn vervreemd van de natuur, van beweging, van creatieve autonome arbeid, van voeding en nauw sociaal contact. Waarom helpt wandelen, joggen of fietsen in de natuur tegen stress? In het ziekenhuis van Duffel heeft de dienst psychiatrie een bewegingstherapeut in dienst om mensen met depressie en angststoornissen te behandelen. Waarom voelen we ons goed als we gezellig thuis met de familie aan tafel kunnen keuvelen of ons samen kunnen inzetten in een vereniging? Isolement maakt een mens ziek. Onze echte aard is sociaal. Waarom is er een epidemie van burn-out door te stresserende werkomstandigheden? Vele werknemers zijn vervreemd van hun arbeid. In dit artikel wil ik het in de eerste plaats hebben over onze vervreemding van ons voedsel.

De consumptie van het dure vlees en gebak bleef lang beperkt tot zondagen en kermissen. Waar en wanneer liep het dan mis met de voeding van de gemiddelde Belg?

Daarom moet ik eerst even stilstaan bij hoe onze voeding veranderde. Onze verre voorouders en de huidige jagers-verzamelaars haalden twintig procent van hun calorieën uit vlees of vis en tachtig procent uit plantaardig voedsel zoals fruit, knollen, zaden en noten. In onze streken ontstond de eerste landbouw en veeteelt ongeveer vijfduizend jaar geleden. Van dan af verschoof ons dieet naar meer koolhydraten onder de vorm van brood en introduceerden we melk en zuivelproducten. De klasse van feodale landheren en later de rijkere burgers in de steden gingen veel meer vlees eten, afkomstig van de jacht en de veestapel. Samen met het overvloedig gebruik van alcoholische dranken gaf dit eiwitrijk dieet aanleiding tot het ontstaan van typisch rijkemensenziektes zoals jicht.

Vanaf de kolonisatie van tropische gebieden steeg de consumptie van suikers uit suikerriet en later uit suikerbiet. Na de Tweede Wereldoorlog zouden arbeidersgezinnen eveneens stilaan overschakelen naar een dieet dat meer vlees en zoetigheden bevat. Tot de jaren 1980 waren er met dat nieuwe dieet nog geen al te grote problemen. De consumptie van het dure vlees en gebak bleef beperkt tot zondagen en kermissen. Waar en wanneer liep het dan mis met de voeding van de gemiddelde Belg?

Internationale strijd

De hele voedselproductie - van landbouw tot verkoop - kwam steeds meer in handen van industriële multinationals. Voedselproductie werd onderdeel van de internationale concurrentiestrijd. In dat gevecht zijn de wetten simpel: wie het goedkoopste en best verkoopbare product aflevert, wint. Maar de best verkoopbare voedselproduct is niet het gezondste. Wat zout, zoet en vet is verkoopt best. Onze voorkeuren voor dit soort voeding zit in ons DNA ingebakken. Het was in heel onze mensengeschiedenis zo schaars dat we er oorlog voor voerden.

Dat principe geldt ook voor de landbouw. Wie op de meest grootschalige manier met het meest 'vakkundig' gebruik van chemische meststoffen en pesticiden de grootste en goedkoopste productie kon aanbieden, won de concurrentiestrijd. Wie het meest grootschalig koeien, varkens en kippen kon kweken met behulp van kunstmatige voeding en desnoods hormonen, verdiende het meest. Vanaf de jaren 1970 verloren de boeren met een kleinschalig gemengd bedrijf jaar na jaar de concurrentiestrijd. In plaats van ze af te remmen, stimuleerde de Europese en Belgische landbouwpolitiek deze evolutie. Zo ontstond er een wildgroei van hypermoderne fabrieksboerderijen.

Stilaan komt het besef dat deze vorm van massaproductie en -consumptie de grenzen van de draagbaarheid van de aarde heeft bereikt

Vandaag controleren de vier grootste agromultinationals (Cargill, Tyson Foods, BRF en Alltech) ongeveer 42 procent van de wereldvoedselmarkt, 82 procent van het rundsvlees, 63 procent van het varkensvlees en 53 procent van de braadkippen. Dat vee graast niet langer op groene, malse weiden, maar blijft op stal en wordt gevoed met graan, soja en maïs. De teelt van die gewassen voor veevoeder leidt vooral in Zuid-Amerika tot massale ontbossing. Bovendien vormt dat 'graanvee' een even grote bedreiging voor het planetaire ecosysteem als steenkool voor de klimaatopwarming.

Deze manier van voedselproductie is verantwoordelijk voor een derde van de globale uitstoot van broeikasgassen en verbruikt zeventig procent van de totale zoetwatervoorraad. Dat zorgt nu al zelfs in onze 'natte' streken voor watertekorten. Wereldwijd worden wouden en savanne vernietigd voor akkers en plantages. Het is de voornaamste oorzaak van het uitsterven van diersoorten. In Maleisië kon ik met eigen ogen zien hoe het woud van het schiereiland is herschapen in een grote plantage van palmbomen voor palmolie. De gigantische overconsumptie van stikstof, fosfor en pesticiden zorgt voor dode gebieden zonder enige biodiversiteit. Momenteel wordt praktisch de helft van de grond wereldwijd gebruikt voor landbouw. Die internationale agrobusiness is de laatste decennia ook beursgenoteerd en dus gevoelig voor bubbels en financiële crash. Er valt nog zoveel te vertellen over de onhoudbaarheid van deze manier van voedselproductie dat ik die problematiek heb trachten uit te leggen in mijn laatste boek 'Van mammoet tot big mac'.

'We eten ons ziek'

Dit verhaal is geen linkse slogantaal. Ook veel landbouwexperts realiseren zich dat het zo niet meer verder kan. Stilaan komt het besef dat deze vorm van massaproductie en -consumptie de grenzen van de draagbaarheid van de aarde heeft bereikt. Een groep van 37 toponderzoekers uit 16 landen onder leiding van professor Johan Rockström zocht uit hoe de mensheid in staat kan blijven om iedereen van voldoende gezond voedsel te voorzien. Hun rapport concludeerde dat daarvoor 'de grote voedseltransformatie van de 21ste eeuw nodig is' en ijverde voor een planetair gezondheidsdieet.

Hoe moet ons bord er dan uitzien? Idealiter bestaat de helft uit groenten en fruit, een derde uit volkorengranen, ligt er verder wat kaas of boter op, twee eieren per week en eenmaal per week vlees en eenmaal vis. Met een dergelijk bord zou een gemengd en duurzaam landbouwtype in staat zijn om wereldwijd in onze behoeften te voorzien. En het is een win-winsituatie want wie zo eet, zal ook langer gezond blijven.

Of het nu gaat over de opwarming van de aarde, waterschaarste, voedseltekorten, plastiekvervuiling of de teloorgang van oceanen: al die problemen hangen samen en dus is dat ook voor de oplossingen het geval

Willen we mee die weg inslaan, dan moeten ook consequent vandaag onze boeren steunen met gemengde en zo biologisch mogelijke boerderijen. Wat we vandaag produceren en eten maakt ons ziek en is bezig de planeet te verwoesten. Ondanks de industriële revolutie, die ons prachtige toepassingen voor de landbouw, voedseltransport, -conservering en -productie opleverde, creperen nog achthonderd miljoen mensen van honger en lijden twee miljard mensen aan ziekten door foute voeding.

De grote voedselrevolutie waarvan professor Rockström droomt, zal niet zonder slag of stoot gerealiseerd worden. Je eigen verantwoordelijkheid opnemen, politieke druk uitoefenen voor een ander landbouwbeleid en internationale landbouwakkoorden die duurzame landbouw verplichten, zullen de ommezwaai moeten helpen realiseren. De aarde is rond, de productie is globaal en dus zijn ook de problemen globaal. Of het nu gaat over de opwarming van de aarde, waterschaarste, voedseltekorten, plastiekvervuiling of de teloorgang van oceanen: al die problemen hangen samen en dus is dat ook voor de oplossingen het geval. Het waren niet de laatste regeringen die daarin een voortrekkersrol hebben opgenomen, maar wel onze jeugd. Hun noodkreet over hun toekomst moet onze grote aandacht opeisen.

Artsen voor duurzaamheid

Nu zijn we terug aanbeland bij de conclusies van mijn collega-artsen die zich machteloos voelen bij de tsunami van nieuwe ziekten. Het is geen toeval dat dit juist de collega's zijn die afstappen van een tunnelvisie waarbij alle problematiek gemedicaliseerd wordt. Artsen die zelf sporten zullen makkelijker kiezen voor bewegen als medicijn. Artsen die gezond eten, zullen makkelijker de nadruk leggen op het belang van gezonde voeding. Maar wat kunnen we doen zonder te vervallen in doemdenken of fatalisme? Samen werken we aan de oprichting van een nieuwe drukkingsgroep 'Artsen voor Duurzaamheid', A4D, om te zoeken naar handvatten om de verandering in gang te trekken.

'Ik herstel harten en tegelijk zie ik dat mijn patiënten even later junkfood geserveerd krijgen in het ziekenhuis'

De Engelse cardioloog Aseem Malhotra, die zich eveneens gefrustreerd voelde, ging ons voor: 'Ik herstel harten en tegelijk zie ik dat mijn patiënten even later junkfood geserveerd krijgen in het ziekenhuis'. De British Medical Association aanvaardde zijn motie om te trachten alle junkfood uit de ziekenhuizen te bannen. Maar zijn inspanning liep uit op een sisser. Nochtans zou een dergelijke ingreep ook voor het personeel heilzaam zijn, want maar liefst zestig procent van de verpleging en de helft van de andere gezondheidswerkers in Engeland lijden aan overgewicht of obesitas. Een honderdtal personeelsleden van een ziekenhuis in Manchester nam de uitdaging wel aan en zette zichzelf zeventig dagen lang op een suikervrij dieet. Het resultaat was een gewichtsverlies van vier tot tien kilogram en vele getuigenissen over een betere conditie en welbevinden. Dit kleine experiment bewijst dat waar een wil is, er ook een weg is, maar tegelijk ook dat er een politieke omslag moet komen om de voedselcrisis en de obesitasepidemie te tackelen.

Schrijfster en milieuactiviste Naomi Klein stelde het eerder al: 'Change the system, not the climate'. Er zal geen verandering in de voedselproductie en -consumptie plaatsvinden zonder het systeem van produceren radicaal om te slaan. De landbouw en veeteelt moeten uit handen worden genomen van de agribusiness die functioneert volgens de wetten van de kapitaalaccumulatie. Dat is niet alleen de enige manier om de toekomst van de planeet veilig te stellen, maar ook om terug te komen tot gezonde voeding, een van de pijlers waarvan we vervreemd zijn. Gezonde voeding, bewegen, zinvol werk, positieve sociale contacten en dat alles in een bio-diverse natuur, dat helpt tegen vervreemding en maakt ons gelukkig. En dat willen we toch: gelukkig en gezond zijn?